Van onze partners in Kirkuk en Sulaymaniyah

door Yosé Höhne Sparborth 

Het Pausbezoek begin maart 2021 was een grote opsteker voor allen in Irak, met name degenen die zich al jaren inzetten voor het samenwerken tussen de diverse groepen werden er zeer door gesteund.

De Syrische monnik Jacques Mourad, die zowel de staatsgevangenis als gevangenschap bij ISIS overleefde, wordt verontwaardigd als je hem vraagt naar ‘vervolgde christenen’.
“Wij hebben hier in het Midden Oosten altijd goed samengeleefd,” zegt hij. “Egypte, ja, dáár hebben de Kopten het zwaar. Maar op de tijd van de Kruistochten na, werden de moslims enkel boos als er onder ons christenen waren die heulden met invasieve christelijke legers.”
Het filmpje dat hij Yosé vroeg te maken, was niet voor internet, wel om overal laten zien. U kunt Yosé er naar vragen, door een mailtje te sturen naar Yosé Höhne Sparborth.

Inmiddels heeft Yosé heeft veel beeldmateriaal over het bisdom Kirkuk wél op YouTube staan. Dit deelt ze graag met u (links openen in een nieuw tabblad).

Allereerst de beelden over Iraakse bezoeken bij ons in Utrecht, en Utrechtse bezoeken in Irak. We bieden een beeld over de opvang van de grote stroom vluchtelingen in dit Irak van oorlogen. Indrukwekkend is het interreligieuze gezicht van het bisdom, waar je ook komt. Allen zetten daar de schouders onder. Het begint al in de kleuterschool!

Maar het is aartsbisschop Yousif Thomas Mirkis die er kort en bondig woorden aan geeft.
Verwijzend naar de 11 studentenhuizen die het bisdom gedurende 3 jaar huurde en waarvoor Utrecht 2 jaar collecteerde, spreekt hij over samenwerken. Sterk zijn z’n woorden over vrede en over hoop voor Irak. Toen de studenten in 2017 terug konden, heeft het bisdom nog een jaar lang Yezidistudenten gesteund, die in een moeilijke situatie kwamen.

Het bisdom heeft naast deze “bisschop van hoop” ook een actieve jongerengroep die mee betrokken is in programma’s voor gezinnen met gehandicapte kinderen. Verder geeft het bisdom hulp aan een ziekenhuis voor kankerpatiënten.

De zusters Dominicanessen geven leiding aan de scholen. Bij Sulaymaniyah nadert de bouw van een bejaardenhuis plus kleuterschool zijn einde: een samenwerking tussen gouverneur en het bisdom voor ouderen die alle kinderen in buitenlanden hebben wonen.

Het klooster Mariyam Al Adhra bood 3 jaar lang onderdak aan 258 ontheemden en startte met hen een toneelgroep waarin yezidi, moslims, christenen, Syriërs en Irakezen, Arabieren en Koerden samenwerken.

De ontheemden zijn voor een groot deel terug naar Caracosh. Iraaks televisie zond een reportage uit over moslims in Mosul die hun christelijke buren weer verwelkomen. Aartsbisschop Mirkis zond de link de wereld over; het gaat om twee van “zijn” studenten uit zijn huizen. Overigens leven in Koerdistan nog duizenden vluchtelingen in kampen, waar maandelijks voedseluitdeling is.

Sinds de ontheemden teruggingen, begon het klooster aan zijn echte programma: dialoogarbeid! Alle groepen die er leven mogelijkheden bieden elkaar te leren kennen en te respecteren.
Pater Jens die de salarissen betaalt, meende rond 2025 selfsupporting te zijn: de inkomsten komen van gasten en retraitegroepen.
COVID haalde een streep door die rekening: anderhalf jaar bleven alle gasten weg. Maar de samenkomsten gingen door, online.

Sinds najaar 2019 vlamt in Irak de hoop op dat de ellende een einde neemt. Men durft weer plannen te maken, zo kwam het ook tot het Pausbezoek.  In 2019 verzorgde de Jongerengroep daarom een extra feestelijke afsluiting van de maand oktober ().

 

Via de parochie Sint Martinus kunt u bisdom en klooster steunen.
Uw gift kunt u overmaken op het bankrekeningnummer NL33 ABNA 0234 1592 27 van de Samenwerkende parochies Utrecht o.v.v. “Irak”.

 

Voor meer informetie over Utrecht-Kirkuk: http://www.kirkukutrecht.nl/

UIT LIEFDE VOOR DE ISLAM

Zojuist in het Nederlands verschenen „Uit liefde voor de islam”, door Paolo Dall’Oglio (ISBN 9789085283836). Sinds 3 jaar is hij in handen van ISIS, zijn medebroeder Jacques Maurad was 6 maanden gevangen door ISIS. Yosé Höhne-Sparborth leest en bespreekt het boek vanuit haar jarenlange werken in Latijns Amerika, en haar 3 bezoeken aan Irak. Ze leefde mee in de kloostergemeenschap in Suleymania, waar vluchtelingen leren interreligieus samen te werken. Een gemeenschap gesticht vanuit dat Syrische klooster van Paolo dall’Oglio. Lees verder

In een tijd toen ik nog angst had voor alle Nederlanders, ontmoette ik de eerste moslims: aardige, bescheiden gastarbeiders. 1966: een gastarbeider had mijn zus en zwager om een kamer gevraagd: de mogelijkheid om Hallal te eten, te drinken, te slapen, te poepen en… te bidden natuurijk. Een gastarbeider die het pension niet meer vertrouwde nadat hij varkensbotten in het vuilnisvat had zien liggen. Moslims kwam ik sindsdien altijd weer tegen, overal.

De laatsten: in het klooster Maria Alathra te Suleymania, Noord-Irak, april 2016, in een theatergroep voor trauma verwerking, vluchtelingen zoals de christenen ook, gevlucht voor bombardementen en voor Daesh (ISIS).

Het klooster wordt geleid door Pater Jens Petzold en Zuster Friederike Gräf, beiden van de Kloostergemeenschap Al Khalil, van het Klooster Mar Moesa in Syrië. Mgr. Sako, inmiddels Patriarch Sako, had in 2010 de Syrische gemeenschap om enkele monniken gevraagd. 2012 begon deze Syrisch katholieke gemeenschap in Suleymania, in wat eerder een Chaldeeuws katholieke kerk was geweest. Nauwelijks op gang, zat het klooster boordevol vluchtelingen uit Caracosh. Mensen, gevlucht voor Daesh.

In dit klooster hoorde ik van hun stichter Paolo Dall’Oglio die inmiddels al drie jaar in handen is van Daesh; van hun medebroeder Jacques Maurad die in 2014 ruim 6 maanden in handen van Daesh was maar door moslims werd bevrijd. In dit klooster gaf ik april 2016 op hun verzoek een avond les in trauma-theater, aan een groep Koerden uit de stad, Syrische moslimvluchtelingen, en Iraakse christenen en jezidi’s: vluchtelingen ook. De spiritualiteit van deze jonge kloosterorde is gastvrijheid en liefde voor de islam. Nu, april 2016, anderhalf jaar na haar vlucht, geeft Manar naailes aan moslimvrouwen uit de buurt. Ze heeft zich geopend voor deze kloosterlijke spiritualiteit en dat blijkt therapeutisch voor haar. Ik zie een vreugde in haar ogen, die er in december nog niet was. Ze treurt nog steeds om haar jongste broer die in handen van Daesh is. Maar ze kan weer leven. Vanuit deze jongste vriendschappen lees ik vol verwachting het boek dat pas is verschenen in het Nederlands: „Uit liefde voor de islam”, van Paolo Dall’Oglio.

 

Voor kader in de kerken is het boek een must in onze tijd.

Voor theologisch niet geschoolden zijn bepaalde stukken lastig lezen, door onaangenaam preciseren soms. Tegelijk kan elke pastor er prachtige tekststukken uit gebruiken om in zijn gemeenschap voor te lezen als bemoedigende uitnodiging tot dialoog met onze moslimburen. Dall’Oglio loopt alle vragen langs die er theologisch te stellen zijn bij een ontmoeting tussen christenen en moslims. Hij beantwoordt de vragen vanuit dogmatische teksten, vanuit zijn ervaringen in het Midden Oosten en in zijn gemeenschap, met een brede armzwaai verwijzend soms naar het verre Azië om voorbeelden te schetsen die mogelijk toelichten wat hij poogt te zeggen. Hij schrijft vanuit zijn kloosterpraktijk, als een katholiek theoloog die nauwgezet wil verantwoorden waarom die praktijk op die plek, en waarom dat kan en zelfs moet.

 

Dall’Oglio, Jezuīet, stichtte een gemeenschap in een eeuwenoud klooster in de woestijn, om te leren vriend te zijn van de moslims. Zijn gemeenschap wil Kerk zijn van de islam. Hij gaat dan ook in op de vraag, of dat kan? Hij reflecteert op de Abramitische relaties, de vragen rond inculturatie, of christenen Mohammed als profeet kunnen erkennen, of de islam ook volgens christenen openbaring kan zijn, en hij sluit af met dood en verrijzenis. Toen hij de teksten schreef en besprak met de Franse journaliste Eglantine Gabaix-Hialé wist hij nog niet hoe dicht op de huid dit laatste ‚thema’ hem en zijn gemeenschap zou treffen. Syrië zou treffen, Irak. De wereldwijde moslimgemeenschappen. Mgr. Mirkis die nu de verantwoordelijke bisschop is voor dat klooster in Suleymania zegt het zo: „Wij in Irak en Syrië leven Goede Vrijdag en Pasen tegelijkertijd. Diep lijden, en ons oefenen in vergeven en verzoenen, opdat verrijzenis mogelijk is.”

 

De gemeenschap van Paolo Dall’Oglio, van vrouwen en mannen, Syriërs en enkele andere nationaliteiten, praktiseren in hun gastvrijheid het samenleven, dialogeren, samen bidden van moslims en christenen in deze moslimomgeving. Toen zij daar begonnen in 1992, was Syrië nog een land zonder oorlog op eigen grond. Met een politiek leider die na 2003 wel actief meehielp de spanningen in Irak te schuren, want dat zou de Amerikanen bezighouden.

In deze tijden van toenemende spanning nu - niet in de laatste plaats door ‚westers’ optreden in dat moslimgebied - zijn de drie kloosters van deze gemeenschap in dit gebied toevluchtsoorden voor vele ontheemden, moslims, christenen, jezidi’s. Hun klooster in Quarayatan werd door Daesh verwoest na de inname van Palmira.

Hun praktijk, zoals ook de praktijk van de Chaldeeuws katholieken in het bisdom Kirkuk/Suleymania in Iraaks Koerdistan, is een oase in een wereld die op vele wijzen religieuze crises doorleeft. Moslimgemeenschappen in crisis door westers kolonialisme, westerse invasies, oliesjeiks als absolute heersers, verlichte moderne dictators, Al Quaida, en dan Daesh als dieptepunt. Christenen in crisis door te velen die de regio verlaten: emigranten, vluchtelingen, ouders die een zekere toekomst zoeken voor hun kinderen. Jezidi’s in crisis, omdat te veel mannen werden vermoord en te veel vrouwen tot seksslavin gemaakt door Daesh. Sjiieten in crisis omdat zij de eerste slachtoffers zijn van Daesh. Soennieten in crisis, omdat Daesh „hun religie heeft gekaapt en die tot vernietigingswapen gemaakt”. Dit in de woorden van bisschop Yousif Thomas Mirkis te Kirkuk.

 

Tegen deze achtergronden lees ik het boek van Paolo Dall’Oglio. Met diepe vreugde soms. Herkenning in de overwegingen en de waarnemingen in ontmoetingen. Herkenning in de kritische vragen aan te agressieve ‚missionering’ door te Amerikaanse protestante christenen. Herkenning in vragen aan een eigen christendom dat te veel verliefd raakte op eigen macht. Herkenning in de wijze waarop christenen en moslims geschetst worden als concurrenten ook, juist in hun ambities om de hele wereld (religieus) te koloniseren.

En dan plotseling verdwaald in de tekst. Ik heb het boek bijna uit als ik begrijp waaraan ik verdwaal. De tekst werd opgebouwd als rechtvaardiging tegenover vragen uit het Vaticaan, in 2005, al onder Paus Benedictus XVI, om de gemeenschap kerkelijk erkend te krijgen.

De liefde voor de islam wordt  bepleit vanuit Vaticaanse documenten en met strak katholieke dogmatiek. Door de Europese Jezuīet die Paolo Dall’Oglio gebleven is. Mijn theologie rijpte in de krottenwijken en basisgroepen van Latijns-Amerikaanse landen van zwaar geweld: Nicaragua, El Salvador, Chili, Colombia: bakermat van de Bevrijdingstheologie. Dall’Oglio noemt het als terzijdes, de koloniale en neoliberale setting van de christelijke kerken: als hoge drempels in de dialoog met moslims.

In de theologische argumentatie echter blijft het buiten beeld. Ratzinger had er niet veel mee op, met die Latijns-Amerikaanse theologie. Ratzinger was volbloed Europeaan, zijn theologie ook. Met hem is Dall’Oglio in dialoog vanuit zijn klooster Mar Moesa in Syrië. Een doorwrochte Europese dialoog die voortdurend poogt om de praktijk niet te verraden; die er een is van een dialogerende loyaliteit naar twee kanten: naar zijn Kerk, en naar de Oumma, de geloofsgemeenschap van moslims. Tot die loyaliteit hoort het stellen van scherpe, kritische vragen, daar waar de geloofsgemeenschap in haar theologische zelfverstaan de diepste aspiraties van God met ons mensen heeft verraden. Er klinkt veel verdediging van de dialogerende positie. Zijdelings ook richting protestanten.

En dan breekt in zijn eigen woorden de hoop op een ware diepe dialoog toch door. Hij signaleert met vreugde dat in 2000 de Congregatie van de Geloofsleer stappen vooruit zet na het „Nostra Aetate” van Vaticanum II dat een eerste stap was om moslims te erkennen als geloofsgenoten. Met vreugde vooral begroet hij de boodschap van de bisschoppensynode uit 2008, „omwille van de verbazende frisheid die misschien aantoont dat er een lente op komst is.” (p.150)

Dall’Oglio heeft ook een zeer nuchtere reden om deze intense weg van dialoog te gaan: „De harmonisatie van de christelijke en de islamitische hoop is vermoedelijk een voorwaarde opdat de hele mensheid de toekomst hoopvol zou kunnen bekijken” (p. 125). Hij heeft gelijk gekregen. Precies daarom moet iedere christen met theologische aspiraties dit boek lezen. Omwille van  onze toekomst.

 

Dall’Oglio heeft vermoedelijk geen weet van de lente die inderdaad doorbreekt in het Vaticaan, door een Latijns-Amerikaanse paus die de verkokerde Europese ratio doorbreekt. „Laudato si” is een „geschrift waarin de paus zelf de bevrijdingstheologie binnenhaalt”, aldus de vreugde in Irak. 

Zijn medebroeders en -zusters hopen van harte dat Dall’Oglio ooit nog zal weten van deze lente in de rk kerk. De Wereldraad heeft ook een geschrift uitgegeven van dialoog: „Samen voor het leven”. Moge een dialoog met dit christendom in lentestemming hem nog gegeven worden…YHS

Klap in

KIRKUK-UTRECHT: INTERRELIGIEUZE PRAKTIJKEN

Er zijn al langdurige contacten  van Yosé Höhne Sparborth met Bisschop Mirkis in Irak. Zo langzamerhand gaat er een project ontstaan waarin ook Utrecht deelneemt. En dus Kerk en Vrede. Er is een plek waar we verhalen en artikelen plaatsen over de Stedenband zelf; maar ook over thema's met wat breder bereik. 

 

 

YOSÉ IN IRAK 2021/22 verslagen

Yosé Höhne Sparborth verblijft momenteel voor de duur van 8 maanden in Irak. In haar berichten doet zij verslag van wat zij daar meemaakt.

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 1

Eerste Bericht uit Sulaymaniyah, november 2021 Sinds negen dagen in het klooster Maryam Al-Adhra. Stad Sulaymaniyah, in het noordoosten van Koerdisch Irak. Dicht bij Iran. Ook hier was ik al vele malen, bij elk bezoek sinds 2014 een week tot enkele weken... Lees verder

 

Mijn aanvliegroute was toch Kirkuk, door Pater Yousif Thomas Mirkis die ik in 2002 leerde kennen in Bagdad en die in 2014 aartsbisschop werd van Kirkuk/Sulaymaniyah. Een ‘dinky toy’ bisdom in een ‘dinky toy’ kerk met een ‘dinky toy’ patriarch. Ik citeer diezelfde bisschop. Wie wil weten hoe gezond zelfspot kan werken, kan goed bij deze mens terecht. Altijd met een grote vriendelijke oprechte glimlach bij dit soort bespiegelingen. Zijn bouwwoede noemt hij lachend een afwijking; de warme humor in zijn zelfspot - die vooral vaak over een collectief gaat - heeft sterke pastorale impact. Het werkt verbindend en relativerend en kennelijk ook bijzonder animerend. In ieder geval: toen in 2014 zijn 7000 volwassen leden ineens 4000 christelijke IDP’s moesten onderbrengen, voeden, bezighouden en daarnaast nog eens 750 studenten-vluchtelingen van alle entiteiten in deze regio, heeft hij werkelijk iedereen aan de arbeid gekregen. Zelf liet ik af en toe zachtjes horen bij alles wat “de bisschop doet”, dat zijn rechterhand Abuna Kais toch wel zeer veel arbeid verzet om alle bouwwerken ook onder controle te laten verrijzen. 

De bisschop reist rond met zijn chauffeur in zijn auto, alles en iedereen bezoeken, en ik zou bijna zeggen: hij spreekt, en het komt wel in orde. In die auto mocht ik altijd mee als ik er was en zo heb ik veel gezien en gehoord in de afgelopen jaren. Thuis, in het bisschopshuis zeg maar, heerst volkomen rust. Dagritme van een klooster, alles precies op tijd. Tijdens de maaltijd komen enkele mensen soms zomaar binnenlopen om  bepaalde zaken snel te regelen; in zijn ontvangstzaal worden de echte gasten ontvangen: gouverneur, andere bisschop, verdwaalde buitenlanders, imam van de buurmoskee. De gelovigen kunnen hem elke dag na de Viering aanspreken over al wat hen bezighoudt: op het kerkplein blijft hij hangen zolang er mensen zijn; hij gaat nagenoeg als laatste terug naar zijn huis.

In dit klooster te Sulaymaniyah is alles anders dan het in dat bisschopshuis is. Het is zelfs anders dan vóór Covid. Ik moet dus feitelijk opnieuw ontdekken hoe hier de gang van zaken is. Bisschop Yousif Thomas heette me per email welkom en wenste me een goed ritme. Ritme? Wat is dat? In dit klooster? Zuster Friederike begon voluit te lachen toen ik die goede wens meedeelde. De grootste verschillen voor mij: hier dendert de hele wereld binnen; er wordt wel zo ongeveer om 14.00 uur geluncht, maar het kan ook 15.00 uur worden. Wie er kookt? Wel, wie aanvechting heeft… Wat we koken? Wel, eens kijken wat er nog is. Bij het ontbijt zijn er gebakken eieren, die ik nu toch ook maar eet al vind ik het vroeg op de maag. Want verder is het eten simpel en zonder vlees dus mijn vegetarische gewoonte kan ik aanhouden; groente is niet het begeerde eten voor Arabieren en Koerden die hier binnen schuifelen, dus het beetje dat geboden wordt kan ik rustig genieten. In deze cultuur van gastvrijheid wordt altijd te veel gekookt, en ik kan best vier dagen hetzelfde eten. Geen punt, ik begon óók mijn bewuste leven als vluchteling en ongewenst vreemdeling, dus spatjes in dezen heb ik niet. Maar er zijn hier ook meerderen die bepalen wat nog eetbaar is en wat niet, en iets te vaak is de vuilbak het einde. De “staf” is uitgebreid na Covid, er zijn nu drie mannen die hier de hele dag vol genoegen leven en allemaal praktische taken hebben, al is de coördinatie voor mij nog duister. Ik poog enige pootjes uit te steken, maar moet nog aftasten op de gezichten of ik dan niet iemand in zijn identiteit raak. Die 3 mannen spreken zeer beknopt Engels, mijn Arabisch is voorlopig nog beknopter, dus ik oefen mij zeer in het lezen van de gezichten. Gaat geloof ik redelijk goed tot nu toe. Mohannad, een jonge man die is toegevoegd aan die staf, loopt hier dagelijks twaalf uur rond, ook al krijgt hij maar betaald voor 6 uur. Hij ontfermt zich ook als een grote broer over de zwerm buurkinderen die hier dagelijks rondstruinen. Een viertal katten lopen in de buurt rond op zoek naar eten, en de liefste van hen, de echt gedomesticeerde, hebben ze eergisteren kleertjes aangetrokken. Sindsdien hebben we haar nog niet teruggezien. Zelf heb ik nu maar op me genomen om de kleine etensresten die voor een kattenbekje zijn, voor die dieren te redden voordat iemand dat alvast in de afvalbak dumpt. Volgens mij is dat hier de beste manier van integreren: goed rondkijken en dan eigen taakje zoeken. Vanaf woensdag ga ik trouwens meedoen in een echte groep Arabisch les. 

De eerste morgen na aankomst had ik binnen vier uur al gecommuniceerd in het Nederlands, Engels, Spaans en Duits: met een aantal ‘voorbijgangers’. In de middag kwam er nog Frans bij, al ben ik dan meteen beperkter in mogelijkheden. Ideologie gaat nog wel, maar de praktische zaken… Gelukkig zijn degenen die dergelijke taal hanteren zelf ook gasten, meer dan ik nu, dus praktischer dan thee of koffie aanbieden hoeft niet echt. Pardon ik vergeet de suiker. Gistermorgen, zondag 7 november, zijn er ineens 3 Italianen met wie ik Spaans kan communiceren, en een van de mannen schonk hen koffie in: van die hele kleine kopjes met drie slokken sterke koffie. De Italiaanse dame vroeg om suiker, maar de suikerbak was leeg. Ook de grote bak. Zuster Friederike wees me de weg naar de grote voorraadkamer, een grote blauwe suikerton, en daar zat onder in de bodem nog een laagje suiker, 2/3 kilo. Wel, dat gaat voor deze dag genoeg zijn, maar er moet dringend gekocht worden. Veel suiker met zeer zwarte thee, dat is de lievelingsdrank hier door de dag heen.

Ikzelf praktiseer “stabilitas loci”; ik blijf aan huis. De binnenstad van Sulaymaniyah is nog zo’n oude stad, veel kleine smalle stegen en veel bocht. Mijn Arabisch is echt nog te zwak om de weg terug te kunnen vragen of het antwoord te verstaan. Maar de hele wereld schuift hier dagelijks binnen, dus genoeg vertier. Sinds twee dagen logeert een Koerd uit Dohuk (noord-west Koerdisch Irak) hier. Als ik het goed begreep, om even te schuilen. De man is acteur, maar ook schuchter. En wat hij zeker niet verwacht had: het algemene communiceren gaat hier in Arabisch, met dan die Europese waaier van talen die ikzelf redelijk aankan. Hij spreekt niets behalve zijn moeders taal. De eenzaamheid groeit op zijn gezicht, hij kwam heel open binnen. Als een verdwaalde ziel nu in zijn eigen Koerdistan. Ik heb Zuster Friederike gesuggereerd om iemand die Koerdisch kan, hem te vertellen dat hij wat assertiever zelf aan het voedsel en drank zoeken moet, gewoon de kasten opentrekken. Om niet sprakeloos af te wachten wanneer er wat gaat gebeuren. En ik kon hem de video’s laten zien die ik maakte op mijn ene auto-tocht door Dohuk: hij kwam even thuis. Was heel blij.

Zuster Friederike en ik staan nieuwe gasten te woord, zoeken de contactmogelijkheden, verbinden personen via ons eigen diverse aanbod. Haar grote voordeel: ze spreekt intussen redelijk Arabisch. Pater Jens Petzold spreekt uitstekend Arabisch, heet welkom als er een groep buitenlanders komt, spreekt een groep toe die een week lang cursus krijgt - verleden week een cursus alternatief toerisme: waaraan simpele gezinnen kunnen verdienen, niet de grote internationale boys. Maar hij zit verder het liefst in zijn kantoor: geld zoeken, geld boekhouden, bouwplannen maken, renoveren. Is hij goed in, zelfde afwijking als bisschop Yousif Thomas (ik citeer weer). Maar hij zal niet losse mensen met elkaar verbinden. Iedereen mag altijd komen, maar moet wel zelf de weg zoeken. Friederike is daarin sterk. Haar nadeel hier: ze is een vrouw. En Pater Jens is geheel haar broer in het kleine contact, maar voor de gemeenschap is hij de directeur die alle grote zaken regelt. Dat versterkt haar positie niet tegenover de mannen die zeer van deze cultuur zijn. Ook daarin is Mohannad een goede aanvulling: een jonge man die ver weg is geraakt van de mannen die menen dat alleen zij de goede beslissingen kunnen nemen. Hij poogt zelfs mij aan te moedigen in mijn pogingen wat Arabisch te stotteren; in de kerk weet ik ijverig mee te bidden in het Arabisch.

Maar, mijn weg weer zoeken is al bijzaak aan het worden. We hebben de eerste trainingen gepland. We: Zuster Friederike en ik, zij heeft al veel traumawerk-capaciteit opgebouwd in de psychologie, mijn inbreng wordt een aanvulling voor haar. Pater Jens is de man van zorgen voor geld voor een tolk (lukt nog niet zo; wordt een dure zaak), data bepalen, propaganda maken. Friederike sprak enkele vrouwen in deze dagelijkse wereld aan, en dat leverde meteen een correctie. Mannen kun je een heel weekend uitnodigen. Vrouwen niet, die kunnen elke dag 3 uur uittrekken, want thuis moet er eten op tafel komen. We gaan dus gevarieerd aanbieden, vooral gevarieerd in tijdsopbouw. Zo leer ik de cultuur wat beter kennen van de binnenzijde. Wat hier door de kloostertuin en kloostergang loopt, lijkt redelijk geëmancipeerd, en collegiaal met de mannen docenten. Maar zo vallen ze dan toch door de mand. 

Er is een waaier aan aanbod, dit jaar 2021 ging het inmiddels om ruim 1000 deelnemenden aan cursussen, op vier plekken: klooster, en bij drie vluchtelingenkampen. De alfabetisering van Yezidi is het project waar ik op weg naar mijn afscheid in Nederland voor bedelde. Dat zit nu wel rond geloof ik voor volgend jaar. De cijfers krijg ik binnenkort. Voor de eerste groep komt zelfs een vervolg. Er wordt hier veel Koerdisch en Arabisch gedoceerd, Engels ook. Wiskunde, Bouwkunde, Theater, Bedrijfskunde. Allemaal in twee niveaus, en het theater is tevens traumawerk. Toen ik aankwam 30 oktober, was de groep net drie dagen langs vluchtelingenkampen getrokken. De twee Duitse regisseurs die hen jaarlijks een maand komen trainen heb ik nog kunnen uitzwaaien. 

Tja, mijn aanbod: rebalancing leren doen en traumawerk via lichaamsarbeid, moet dus nog in de tijdsspannen gegoten worden die het haalbaar maken. Dat moet nog worden uitgevonden. En wat ik niet helemaal had bedacht: Koerdische en Arabische deelname moet gesepareerd worden aangeboden; deels ook mannen en vruwen, maar dat had ik al bedacht. Nog niet helder is waar we Arabisch gaan aanbieden: via de bisschop in Kirkuk, via de Dominicanessen in Erbil, of beide. Ergens volgende week komt bisschop Yousif Thomas naar Sulaymaniyah, dus ik moet zorgen dat hij even tijd heeft voor overleg. Hij beschikt over goede vertaling uit het Engels, de Dominicanessen ook. Nu mijn Engels nog… Het halve bisdom is Koerdischtalig, een Koerd is hier in Sulaymaniyah parochiepriester, een van de gehuwde priesters. Maar faciliteren in Koerdisch is toch niet heel vanzelfsprekend, tenzij Koerden het doen. Om mij dan te vertalen, daartoe moet nu toch een echte tolk worden gezocht. Dat gaat geld kosten. Nog geen idee dus hoe de komende maanden er voor mij gaan uitzien. 

 

Dit land heeft me wel geleerd om dat gelaten tegemoet te gaan. Zoeken naar de mogelijkheden, de problemen overwegen en waar iets kan snel regelen. Gewoon doen. En dus bijtijds voorbereid zijn. Ik heb besloten alle trainingen voor te bereiden in de vorm van donderdagavond en vrijdag de hele dag (is hier de “zondag”). En dat kan ik dan naar believen ombouwen naar vier middagen, of twee van die “weekenden” samentrekken tot drie dagen… Voor Colombia en Chili was het in drie maal 6 dagen opgebouwd voor de hele rit: train de trainer): net als El Salvador en Nicaragua toch ook landen die weten van geweld, oorlog, onderdrukking. Hier ziet het er echter weer heel anders uit. Dat ga ik nu vooral pogen nog scherper te krijgen. Irak heb ik ongeveer in beeld. Koerdisch Irak is toch weer een heel ander land, andere geschiedenis van trauma. 

Het zijn duidelijk twee werelden, merk ik in alles. En tegelijk is er een samen aanpakken als er iets aan te pakken valt waar je blij van wordt. Met Pater Jens kreeg ik overigens onverwacht een forse aanvaring, hij schreeuwde me toe, ik schreeuwde dom genoeg terug; soeverein en rustig reageren  was natuurlijk beter geweest. 

Dat ging over hoe geschiedenis speelt bij deze mensen, en of je daar wel of niet rekening mee moet houden als je met hen samenwerkt. Hij is van mening dat je de geschiedenis achter je moet laten, niet zeuren, toekomst oppakken. We bezochten een prachtige tentoonstelling van een schilder die in grote doeken met veel bruine en witte en daartussenin varianten en heel weinig mens of mensenhoofd of dier in die doeken geweldige impressies gaf van de jongste geschiedenis van dit Koerdistan de laatste jaren onder Saddam. Jens vond het te somber. Ik was zeer onder de indruk hoe je zonder sensatie, in kleurimpressie en een aanduiding van mens, geschiedenis weergeeft. Zonder slachtofferschap, sec. Zo zag dat er uit. Veel diepe gaten in de aarde. In de trauma-arbeid ga ik denk ik ook de geschiedenis uitgraven van vóór 1991, althans voor de Arabieren: een modern land, om trots op te zijn ondanks Saddam. En voor Koerden én Arabieren: er waren genoeg gelegenheden, maar ze hebben het verdomd om er een echte burgeroorlog van te maken, al dreigde dat in 2006-2007 even. Ik heb al de ervaring dat die herinnering ophalen veel kracht geeft.  Het belang van geschiedenis: de goede herinneringen geven kracht, de smartelijke herinneringen kun je transformeren in wijsheid voor je verder levensweg, als je er eerlijk naar kijkt; dat geldt voor enkelingen en dat geldt voor collectieven. Wel, ik zit geloof ik midden in de voorbereidingen voor mijn arbeid. Met een van de jongeren uit Kirkuk heb ik al persoonlijk gewerkt, en dat ging precies hierover, plus de variant: als je ouders in oorlog zijn, moet je niet denken dat jij van beiden een helft hebt en dus zelf in oorlog bent; dan moet je weten dat je een eigen mens bent, een eigen leven, daarvoor gaan want niemand anders kan jouw leven maken, zelfs niet je ruziënde ouders. En dan onderscheiden tussen de goede en de smartelijke herinneringen, en in zo’n particulier geval vooral: wat kun jij niet veranderen, wat wel. Het ene moet je accepteren óf emigreren; het andere kun je overwegen, wat daarin je bijdrage tot verandering kan zijn. En als het niet onder jouw bevoegdheid of kunnen valt, tja, dan kennelijk onder iemand anders zijn vermogen. Dat scherp uit elkaar houden lijkt in particuliere relaties een stuk ingewikkelder dan in de grote samenleving. Misschien is dat wel wat mij het meeste bevalt in de rk kerk sinds we weer een Paus hebben die de wereld echt kent. Pas bij heldere structuren kun je ook werkelijk democratisch zijn, al blijkt dat een forse klus als niet iedereen meedoet. Bij onheldere structuren bepalen de grootste schreeuwers. Of ontstaan er in 500 jaar ook 500 christelijke kerken…

Het gebouw waar 2014 13 families ingepropt zaten, heeft er zojuist een etage bijgekregen, en de voorgevel is opgeknapt. Beneden blijft leslokaal. 1ste etage was bibliotheek, wordt kantoor: ruimte voor de vijf (deels betaalde) medewerkers die de lessen coördineren en deels geven, de boekhouding verzorgen, overleg plegen en de roosters maken. Nu zitten de vier vrouwen en twee mannen samen met Pater Jens aan twee bureaus en een eettafel, en dat aan de gang waar alle bezoek binnenstuift: glazen wanden scheiden ons. Hier je concentreren is best een prestatie. En de nieuwe etage erbovenop, dat wordt de bibliotheek. Met dakterras uiteraard, waar wederom grote zonnepanelen. Men hoopt volgende week te verhuizen naar die nieuwe ruimte. 

De kapel is al in de opknap-fase, het bladderende stucwerk is afgekrabd. Yousif is de vierde man in vaste dienst: hij is de aannemer die alle bouwwerk coördineert en bewaakt. Een zeer aardig mens, alleen al voor hem poog ik wat Arabisch te leren stotteren.

Mijn jongste ontdekking: het klooster is een zelfstandige stichting aan het formeren, zodat mochten deze ene Pater en Zuster naar hun thuisbasis Mar Musa in Syrië terugkeren op enig moment, de opgebouwde ontmoetingsplek en dialoogplek kan voortgaan en verdere initiatieven ontwikkelen die gevraagd zijn in deze situaties.

En dan logeren sinds enige maanden al twee zusters uit India hier in het klooster. Ze leven wel zeer een eigen leven, moeten hard leren om zowel Arabisch als Koerdisch te kunnen spreken, krijgen nu rijlessen in het Koerdisch in deze stad met dit krankzinnige verkeer… 

Over een maand - hopen ze - betrekken ze hun nieuwe woning, in het Mercy House. Dat is een groot huis dat bisschop Yousif liet bouwen op terrein dat de regering van Sulaymaniyah hem gaf. Het eerste “bejaardenhuis” in deze regio. Bisschop Yousif Thomas ontdekte dat er toenemend ouderen komen die alle kinderen in buitenlanden hebben. Er is een etage voor Alzheimerpatiënten, en een etage voor somatische patiënten. Tevens is er een kleuterschool inbegrepen, kinderen uit de omringende woonwijk, “omdat ouderen graag naar kinderen kijken”. Op het dakterras kunnen ze elkaar door een glazen afscheiding zien, en de deur kan ook open. Daar zijn tevens kleine tuintjes op heuphoogte, voor de ouderen die wat willen tuinieren. 

Door Covid is de bouw vertraagd. De zusters zullen de eerste bewoners zijn, zij zullen het huis gaan leiden. Bewoners zullen zowel moslims als christenen zijn en alle soorten entiteiten in deze regio die aanvragen. In het ritme van financieringshulp worden de kamers langzaam alle bemeubeld. De planning ken ik niet. 

Vier jaar geleden werd begonnen met de bouw. De architect uit de Elzas die het ontwierp, legde vanuit zijn organisatie de eerste $ 900.000 dollar in. Met de bouw was in totaal  $ 2.500.000 gemoeid. Ongeveer zes weken geleden werd het hoogste punt bereikt. 

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 2

EEN GECONCENTREERDE ZONDAGMORGEN, 14 november, Sulaymaniyah, Koerdisch Irak. Op deze zondagmorgen komen zoveel aspecten samen, dat ik het tot een bericht wil verwerken hoe zo’n leven er hier in deze regio uitziet met al zijn gefragmenteerde aspecten... Lees verder

 

Het begint gisteren, een overvolle zaterdag. Van 8.00-11.00 uur Arabisch les voor een Koerd die al een tijdje bezig is, Zr Friederike, en ik. Zij blijkt na 10 jaar in deze regio veel slechter Arabisch te spreken dan ik dacht. Geeft dat deze burgeres nou moed, of niet? De les is in Engels, mijn vierde taal, dus ik sta al op mijn tenen. Maar wat de lerares ons leert aan grammatica , weet ik deels inmiddels uit een kinderlesboek dat ik vond in Lombok. Goede repetitie. Af en toe legt de lerares ineens uit in het Arabisch, en dan ben ik verloren. Moet ze bij mij niet doen. Na drie uur op mijn tenen lopen als “peuter in deze lagere schoolklas Arabisch” kom ik in “het kloosterlijke dagverblijf” in een laatste gesprek met een vertrekkende gast. Hij spreekt goed Engels, komt uit Mosul, is hier met zijn vrouw en haar zus en twee broers, allen omdat die vrouw een schoonheidsoperatie aan haar neus heeft ondergaan: de “hele” familie was dus mee!

De familie vertrekt over een uur. Gister werd hij als moslim laaiend enthousiast toen hij hoorde dat ik één belangrijke Soera uit mijn hoofd kan citeren. We spreken even over Afghanistan. Hij: “Bijna alle Irakezen denken dat de Taliban terroristen zijn. Wat met Kabul gebeurde was een ramp. Die rare oorlog van 20 jaar was ook een ramp. En dat allemaal vanwege die Twin Towers! Krijgt een volk dat er niets mee te maken had een strafexpeditie van twintig jaar over zich heen! En die Amerikanen hebben hier bij ons toch helemaal niks te zoeken?” De komende maanden zal ik verkennen hoe in dit Irak - dat weet heeft van het geweld dat Amerikanen en EU noemen “democratie brengen” - de visies op dat “Afghanistan-avontuur zijn”.

Dan moet ik snel mijn eigen training voorbereiden: de derde en laatste dag 8 vrouwen leren een “rebalancing” te doen bij iemand (‘massage’). Twee dagen vertaalde een van de deelneemsters, nou dat werd niks; zij begreep de ‘techniek’ het minste. Dus er is iemand bijgehaald die enkel vertaalt, daar krijgt ze geld voor. Ik spreek in mijn Engels, de vertaalster vertaalt naar Arabisch, en dan wordt in twee varianten Koerdisch doorvertaald. De basiskunst bij deze vorm van rebalancing is een diepe eigen concentratie, ik gebruik dus zeer precies zo weinig mogelijk woorden. De Arabische vertaling wordt bijna een boek, daarna een Koerdische kakofonie. Moet ik opnieuw een concentratieoefening doen om de mensen in de basisconditie terug te krijgen. Na drie korte instructies (nou ja, die dus boeken tot worden…) grijp ik in, instrueer de tolk nog eens; dan gaat het beter. Met argusogen volg ik de vier die oefenen op hun “slachtoffer”. Want als je dit niet goed doet, kun je de ander wel schade toebrengen. De tolk moet helpen corrigeren… met volle overtuiging praat ze in op de dame die zo veel te veel haar best deed, dus eerst die stem dimmen - concentratie voor de anderen gaat slecht bij harde geluiden om je heen en mijn mooie zachte muziek verdwijnt zo ook in het niets. Een uur verder zijn we waar ik na 15 minuten had willen zijn. En dan was bij het voorbereiden de tijd al op verzoek zo veel mogelijk gecomprimeerd “want vrouwen kunnen niet langer dan drie uur weg zijn van huis, ze moeten voor de maaltijd zorgen”. Dat machismo ziet er in Latijns Amerika toch een stuk anders uit dan hier… 

We ronden af, nodigen uit voor twee weekenden om de taal van je eigen lichaam te begrijpen en jezelf in balans te brengen. (Het woord trauma vermijden we, dan blijft iedereen weg want hier heeft niemand een trauma.) Er is meteen verjaardagstaart, een deelneemster zit nog binnen het octaaf van haar feest en wil taart delen. Dan gaan we als kleine communiteit met haar en een goede Koerdische relatie van een NGO ijs eten. Als we terugkomen, blijkt de keuken een absoluut drama: iedereen heeft zijn vuile spullen broederlijk geplaatst naast wat er al stond, en ook niet enigszins geordend: pannen, glazen, kopjes, borden, alles dooreen. Tja, ritme en orde in dit klooster… het is de donkere achterkant van deze fantastische plek, waar werkelijk de hele wereld doorheen loopt, binnenloopt en rondhangt. Dat rondhangen is nu erg zichtbaar in de keuken. Zr. Friederike en ik stropen de mouwen op en werken totdat de keuken weer goed genoeg voelt om morgen het ontbijt te maken. Want dat zal vroeg zijn. Op mijn kamer realiseer ik me dat er geen verwarming is, hier is de winter wel fors koud, maar ook kort. Daar bouw je niet overal een verwarming voor in. Ik kruip dus onder de dekens met mijn Arabisch.

 

ZONDAGMORGEN 7.00 UUR DE EUCHARISTIEVIERING. In dit Midden-Oosten is zondag “de westerse maandag”; iedereen weer aan het werk. Dus vroeg Eucharistieviering; dit benoemde eens  in een gesprek met mij een priester in Erbil als christenvervolging: dat men niet de zondag tot vaste vrije dag had gemaakt naast de vrijdag. Ik zeg tegen Pater Jens, 6.50 uur a.m.: “Nu voel ik me toch ook een vervolgde christen. Ik ben nog kapot van gisteren, kan ik niet eens uitslapen.” Hij lacht en zegt: “In Caracosh hebben ze de Viering om 6.00 uur a.m.” (Caracosh is DE christelijke stad van Irak). We blijken alleen te zijn met de twee Indische zusters, Zr. Friederike, Pater Jens en ik. De kinderen en jongeren zijn al naar school. De paar christenen die rond het klooster wonen zijn er niet. De grote christelijke (Chaldeeuwse) gemeenschap woont in de modernere wijken, waar ook de parochiekerk is. Pater Jens begint de Viering dus in het Engels. De vaste teksten zijn hier tweetalig in de boekjes, want vrijdags is er om 10.30 uur een Engelse Chaldeeuwse Viering in dit klooster, voor Engelstalige gastarbeiders uit India en omgeving. 

Pater Jens celebreert en wij vier vrouwen worden toegebeden, het is helemaal wat ik eens formuleerde en bisschop Yousif Thomas beaamde: “Feitelijk is de Eucharistieviering het celebreren van de uitsluiting van vrouwen.” Pater Jens staat er namelijk ook nog eens in uitwaaierend gouden gewaad, achter een tafel  armen wijd uitgespreid (in de week is het bedoeïnenstijl, allen die kunnen zitten in een kring op de grond, in iedere geval ook de priester),… Een van de twee Indische zusters naast me spreek de teksten van de Diaken.

Dan komen toch vijf omwonenden binnen, en Pater Jens gaat onmiddellijk voort in het Arabisch. 

Onder hen de man die soms de diaken-tekst spreekt; hij neemt onmiddellijk die rol over van de zuster, zonder enig overleg. Die Indische zuster is klein maar dapper, een klein stuk verder pakt zij - in het Arabisch! - de diaken-rol terug.

Door de week zijn deze Vieringen in de avond om 18.00 uur, in de kring op de grond zittend dus, en dan mogen meestal een van de oudere kinderen de diaken-tekst doen.

Het Evangelie moet de Priester lezen. Nou spreekt Jens vloeiend Arabisch (Libanees Arabisch), maar dat lezen gaat zééér langzaam. Want Arabisch hardop lezen is lastig: de klanken die ze uitspreken schrijven ze niet en de letters die ze schrijven spreken ze niet uit…

Wanneer de Viering op haar hoogtepunt is, heeft onze mannelijke gezel het ineens koud, staat op en steekt een gaskachel aan - een niet te beschrijven exemplaar dat meer op een straatlantaarn lijkt. Pater Jens kijkt met een gemengde gezichtsuitdrukking op en houdt in met gebed, totdat het storende lawaai voorbij is… Nu is deze man ook niet zomaar iemand. Hij is een Koerdische christen die ook vloeiend Arabisch spreekt en enig Engels: hij kan met iedereen communiceren die hier rondloopt. Hij begeleidt ons vreemdelingen naar de politie als we een langere verblijfsvergunning nodig hebben; hij bemiddelt regelmatig contacten in stad en omgeving…

 

Normaal gesproken zijn de dagelijkse vieringen, zowel hier als in Kirkuk en Erbil - de momenten die een basis legden voor mijn sobere Arabisch: mijn ogen kunnen de tekst volgen, ik hoor de klanken, de belangrijkste drie gebeden kan ik meebidden inmiddels. Alleen, daarmee vraag je niet de weg in de stad, maak je geen afspraak, bied je niemand koffie aan, kun je niet samen koken… vandaar nu toch die Arabische lessen. Op deze zondagmorgen echter werkt zelfs het opnemen van de Arabische klanken niet. De Indische zuster naast mij spreekt dapper en vol enthousiasme haar Arabisch met zeer speciaal accent, Pater Jens met volle stem zijn Libanees Arabisch met Duits accent, achter mij een Syrische vluchteling met haar accent, naast mij de Koerdische man. Een kakofonie aan klanken waarin het Arabisch dat ik in Kirkuk en Erbil altijd zo muziekaal om me heen hoor, geheel verloren gaat. Zal ik volgende week zondagmorgen dan toch maar gewoon gaan uitslapen? Ik die hier verder dagelijks in de Viering ben… God zal me groot gelijk geven vermoed ik. De Indische zusters zullen geschokt zijn…

 

Jawel dus, ik herhaal het nog maar eens: hier weet men van vluchtelingen opvangen! De kringen van Kerk en Vrede sturen me net een tekst toe over mensenoffers. Een korte maar sterke reflectie van ds. Anne Kooi, over de wijze waarop Belarus vluchtelingen als instrument gebruikt om de EU dwars te zitten, Polen zelf dat gevecht met Belarus wil doen en het grensgebied maakt tot een bizarre variatie op de Middellandse Zee. (samengevat in mijn woorden): Daar in die koude bossen wordt de absolute onmenselijkheid en het dieptepunt in “Humanitaire Europese Waarden” zeer zichtbaar; in de Middellandse Zee gebeurt het verdrinken voornamelijk geruisloos, we krijgen doorgaans hooguit de getallen te horen, al zijn ook die geen nieuws meer. De Polen-Belarus grens geeft beeld en dat kan nieuws blijven. Handig, want Belarus is een vijand.

Niet alles wat hier in het klooster binnenloopt kwam vrijwillig naar deze regio. Er zijn de Syrische vluchtelingen. Er zijn de IDP’s (mensen die gedwongen zijn hun woonplaats te ontvluchten, terwijl ze wel in hun eigen land blijven) die uit Mosul en omgeving verdreven werden, en niets hebben om terug te keren dus hier bleven hangen. Alle Koerdische steden zijn omgeven door diverse grote vluchtelingenkampen, nog steeds. Kirkuk bouwde al een hele grote nieuwe buitenwijk erbij, bijna een stad, waarvoor bisschop Mirkis werd gevraagd een grote school op te richten. Die is klaar, daar werken ook drie Indische zusters. De eigen Iraakse Dominicanessen hebben hun handen vol aan de eigen scholen en huizen, zeker in en rond Mosul waar alles herbouwd moest worden. Irakezen sturen hun kinderen liever naar rk scholen dan naar de staatsscholen: doorgaans zijn er dan ook 70-80% moslimleerlingen, de leraressen zijn grotendeels moslima, er is altijd ook een lokaal voor Koranles, en de leraressen geven veel extra tijd om tegen Kerstmis voor alle kinderen een kerstcadeau te hebben, want Baba Noël komt wel langs…

Ik herhaal (voor diverse lezers): in 1991 telde Koerdistan 3 miljoen inwoners, 2018 waren het er 9 miljoen. En die werden allemaal opgevangen, zo goed mogelijk. Allemaal! Jaren Tachtig gebeurden in Koerdistan vreselijke dingen onder Saddam Hoessein. Daarom werd Koerdistan vanaf 1990 onder bewaking van de VN een “autonome regio” binnen Irak, gespaard dan ook in die 13 jaar vreselijke boycot van Irak. Veel Irakezen vluchtten in die jaren naar het Koerdische deel, slechts een klein deel trok naar Europa. Ze werden opgevangen, ook al waren onder hen ook daders van de grote agressies tegen de Koerden. Immers, Saddam Hoessein deed zijn karweien nooit alleen - maar ook: elke weigeraar werd onmiddellijk gedood. Koerdistan heeft de Irakezen die de honger van de boycot vanaf 1992 ontvluchtten opgevangen. Koerdistan heeft de Syriërs opgevangen vanaf 2011. Koerdistan heeft de vluchtenden voor ISIS opgevangen, 2014, zo’n 2 miljoen ongeveer. Ze doen het, en ze doen het goed! Europa zou daar verdomde veel van kunnen leren, vergeef me het woord op deze zondagmorgen. 

Om deze reden ben ik zeer van dit volk gaan houden. Als zelf vluchteling uit de DDR weet ik zeer goed hoe politiek zich altijd van vluchtelingen bedient. Dat nu heb ik hier nog niet zien gebeuren. Er wordt opgevangen, zo goed mogelijk. Punt. De christelijke families om dit klooster heen kwamen allen uit dat ISIS-gebied en zijn gebleven toen de rest van de 258 IDP’s die hier 3 jaar in dit klooster werden opgevangen, weer terugkeerden naar huis. Ook onze Koerd kwam van elders, voor ISIS op de loop.

Twee anekdotes uit dat eerste jaar (excuus, voor sommigen een herhaling): als de vluchtelingen hier in Sulaymaniyah naar de winkel gingen iets kopen en ze spraken Arabisch, dan schoten de prijzen onmiddellijk omhoog; ontdekte de verkoper dat ze christenen waren, dan ging de prijs meteen terug naar het gewone bedrag! Dé tegenstelling is Koerd-Arabier, niet christen-moslim.

En het “Kerstverhaal”: 23 december 2014 kwam bij het avondeten Abu Doreit binnenlopen bij het avondeten in het bisschopshuis: “Er staan een paar christelijke families voor de poort van de stad, de officier wil ze niet binnenlaten, want er zijn al zo veel vluchtelingen bij de stad. Ze zijn gevlucht uit Mosul.” Bisschop Mirkis stuurde onmiddellijk een auto met eten en dekens voor de nacht. De volgende morgen ging hij naar de gouverneur en een uur later ging een parochiaan met een brief van de gouverneur naar de stadsgrens, om ze binnen te laten. Zegt de officier: “Ik weiger. Ik heb hier al 3 weken 2000 moslims die gevlucht zijn, die mvierde bericht, op weg naar Kerst Yosé Höhne Sparborthogen ook niet meer binnen, er zijn er te veel. Als die binnen mogen, dan laat ik jullie christenen ook door!” Bisschop telefoneert naar de gouverneur, er komt een nieuwe brief, de man gaat ermee naar de stadsgrens en jawel, allemaal mogen ze de stad in! In het bisschopshuis vierden we het als een mooi Kerstverhaal! Maar lieve lezeressen/lezers, weet wel goed: Kirkuk, 1,5 miljoen inwoners, ving 3 jaar lang 700.000 IDP’s op naast reeds al die Syriërs. Dat bedoel ik dus! Jawel, daarom houd ik van dit volk. Misschien vraag ik toch nog eens echt politiek asiel hier aan, als de EU zo schandalig met vluchtelingen blijft spelen. 

 

Irak. Deze zondagmorgen en ook dat “Kerstverhaal” maken een beetje duidelijk wat Irak is. Sinds pakweg 20.000 jaar voor Christus gingen volkeren trekken tussen Afrika, Azië en Europa. Irak is zogezegd het verkeerscircuit in die trek: tussen woestijnen en bergen die men door moet, hier een vruchtbaar gebied tussen twee rivieren: Eufraat en Tigris. Al die honderden eeuwen door bleven er altijd resten volk hangen als de grote groep verder trok, om welke reden ook. Formeel telt Irak 12 entiteiten. Die dus weigerden om die burgeroorlog te voeren die de VS in 2003 en ISIS in 2014 voor hen in petto had. In 2017, na het Koerdische referendum, weigerden zelfs het Iraakse leger en de Koerden op elkaar te schieten, toen dat even dreigde. 

Irak is nóg complexer. Voordat in 1917 een Fransman en een Engelsman samen besloten dat ze als oorlogsbuit van de Eerste Wereldoorlog dit Midden-Oosten onder elkaar gingen verdelen, en aan de borreltafel die strepen dwars door dit gebied trokken, werden dus die 12 entiteiten tot “Irak” verklaard, en werd er een potentaat als zetbaas aangesteld. Wel, en dan nu het Arabisch, dat ik maar niet geleerd krijg. Er is Libanees Arabisch, Syrisch Arabisch, Marokkaans Arabisch, Egyptisch Arabisch, Libisch Arabisch… 

Er is geen Irakees Arabisch. Hier was tot 1917 elke stad haar eigen staat/volk. Elke stad heeft nog steeds haar eigen grens met bewaking. Hier is dus Mosuls Arabisch, Bagdads Arabisch, Kirkuks Arabisch, Basra’s Arabisch, Najaf Arabisch… Zowel met eigen woorden, alsook eigen klankkleur. De kloostergasten willen me helpen met dagelijks Arabisch, dus ik ken nu drie namen voor “raam”; vier wijzen van smakelijk eten wensen. Ik staak. Ik wil enkel nog formeel Arabisch leren, anders wordt het nooit wat! Ik ben gewaarschuwd: ze vinden je wel een aanstellerige dame als je dat formele Arabisch gaat praten! Nou, verder dan stotteren ga ik niet meer komen in dit leven, dus ze gaan hun gang maar als ze me willen uitlachen. Ik weet ook weer, waarom ik eigenlijk terugging naar Nederland telkens: om Arabisch te leren.
Dus indien iemand onder mijn lezeressen/lezers het plan heeft Arabisch te leren - zeer aan te bevelen - doe het in Nederland, tot je het redelijk goed spreekt. Als je genoeg spreekt en ze verstaan je, gaan ze je niet bij elk woord verbeteren, want al die varianten Arabisch verstaat iedereen, en het hoort bij deze regio. Maar als ze menen dat je hulp nodig hebt om het te leren, dan ben je in de aap gelogeerd: iedereen wordt je leermeester en elke “leermeester” leert je een ander vocabulair en een andere uitspraak en elk woord dat je poogt te stotteren wordt onmiddellijk van behulpzaam commentaar voorzien. Hierbij speelt ook een rol, dat er weinig ervaring meer is met buitenlanders, behalve dan in dit klooster. Want iedereen blijft weg uit Irak. Niemand komt eens kijken, om het in de woorden van Palestijnse christenen te zeggen. En in de woorden van Gied ten Berge: niemand begint aan het pelgrimeren met een missie: naar de plek des onheils gaan en zien hoe men daar overleeft.  

Kortom: met mijn Arabisch komt het nooit meer echt goed. Bidden als de beste, maar dat dagelijkse leven…Ik zal mijn best blijven doen, al zijn mijn hersens me aan het vertellen dat ze wat slijtage voelen; al struikelt mijn stotterende mond tussen de dialecten die me worden opgedrongen. 

 

Een yogagroep vraagt om de cursus rebalancing. Vrijdag aanstaande. Oké. Ik vind dat ze iets mogen betalen aan het klooster. Zegt Jens: dan komt er niemand. Dat is hier niet de gewoonte. De NGO’s hebben de mensen verpest. Alle vorming bieden ze gratis aan, of ze geven geld toe als de mensen komen. Er is dus geen besef van de waarde. Wauw! In Latijns Amerika werkte ik bij de armste bevolkingsgroepen. De strategie van Bartolemé de las Casas: de prijs melden, en aangeven dat wie arm is, kan onderhandelen. Wie niets kan betalen, krijgt het verzoek voor een karwei: een keer schoonmaken, koken…ruilsysteem dus. Hier is het niks betalen, heeft dus geen waarde…En dat in dit oliegebied. De Koerdische partij van Barzani is de rijkste partij wereldwijd. Hoe hebben die klojo’s dat bij elkaar gejat?

 

We hebben zojuist middageten genoten. Dat gaat hier altijd razend snel; het is geen ontmoeting. Bij het ontbijt wordt het overleg gepleegd dat nodig is. Bij feestbezoek is de cultuur in deze regio: snel iedereen veel eten geven, daarna gezellig uitzakken bij thee, en dat kan uren duren. En zojuist bij dit middageten, hoor ik bij toeval dat ik over anderhalf uur klaar moet zijn om mee te gaan naar de Eucharistieviering in de parochiekerk, vanwege de moeder van de gehuwde priester die daar pastoor is; zijn moeder overleed deze week. In deze cultuur: wie de dode of de familie kent, is erbij! Wel vraag ik aan Jens sinds wanneer hij dat weet. Zegt hij: sinds twee dagen. Zeg ik: “Dus, ik had vanmorgen gewoon kunnen uitslapen!” Ineens begrijpt Jens dat hij iets had moeten communiceren. Hij accepteert dat ik hem tien dagen penitentie opleg. Is hij nou helemaal belazerd!? Oké ik ga mijn zwarte pak aandoen met een zwarte trui.

De moeder van Abuna Aymen was 75 jaar. Ze woonde in Kirkuk. Ze kreeg een hartstilstand, werd naar het ziekenhuis gebracht, daar was iemand die niet helemaal goed wist hoe de apparatuur bediend moest worden; voordat een deskundige op dit terrein was gearriveerd was de moeder dood. Onderweg vertelt Jens: “Kirkuk heeft een enorm gebrek aan artsen. 2003 gooide Saddam de gevangenissen open voordat hij omviel, de jaren erna waren er vaak ontvoeringen om losgeld te eisen. Met name artsen vielen in de prijzen. Veel artsen hebben het land verlaten, in Kirkuk was de dreiging het sterkst, als dé oliestad wordt het verdacht van veel rijken. Voordat de kaalslag uit die jaren is ingehaald in de ziekenhuizen, dat gaat nog lang duren.

 

Een laatste reflectie, allemaal van deze zondag tussen ontbijt en middageten. De Indische Zuster Anna kookt van 15 kruiden een verkoudheidsdrank voor Jens en Friederike. Dé remedie. Ik vertel van Nicaragua, dat leefde ook ruim tien jaar onder een zware boycot. Het leidde ertoe, dat de Indianenkennis over geneeskrachtige kruiden gemeengoed werd en basis bleef van de medische wereld. Een zeer heilzame kennis. Zegt Jens dat dat ook zo ging in Cuba. In Irak werkte de boycot niet zo: die oude kruidenkennis leeft vooral bij de Soefi, en die werden onder Saddam zwaar vervolgd, werden dus vermoord of vluchtten weg. Mét hen verdween die kennis. Irak had dus in die 13 jaar boycot echt helemaal geen medicijnen. En als reactie is er nu een wijd verspreide liefde voor de chemie. Terwijl de Europese medische kennis gebouwd werd op de kennis uit deze regio… Jawel, die Eurosapiens heeft de wereld behoorlijk weten te onderontwikkelen.

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 3

SINTERKLAASSURPRISE! Lees verder

 

Jawel, ik beken het maar. Ik zit sinds ruim twee weken in quarantaine vanwege Covid. De dagelijkse gang van zaken in het klooster is losjes, er zijn niet veel specifieke maatregelen. Zelf hield ik me in de mate van het betamelijke aan mijn al bijna ingeslepen Europese gewoonte van enige afstand, geen handen geven, handen vaak wassen, hoesten en proesten in eenzaamheid en dergelijke.

De uitnodiging voor mijn eerste training (try out werd het genoemd) is door anderen gedaan. En de materiële voorwaarden werden door anderen bepaald. In mijn leven heb ik zoveel koloniaal gedrag gezien, dat ik mij daar zeer voor poog te hoeden. Ik liet de randvoorwaarden dus door anderen bepalen.

U herinnert zich die eerste “vertaalster” die mijn precies gekozen Engelse woorden in Arabische boeken vertaalde, vol enthousiasme maar zonder echt begrip? Een vrouw met de typische gesocialiseerde deformatie: WILLEN helpen! Nee, MOETEN helpen! Die bleek verkouden en jawel! Dat minuscule virus. Dinsdags deden zowel Jens als Friederike een zelftest, omdat ze verkouden waren. Negatief, dus niks. De fantastische kruidendrank van Zr. Anna hielp snel over de ellende heen.

Ik was slechts één dag hangerig en moe, 17 november: de woensdag dat we na Arabische les meteen vertrokken naar Kirkuk/Sikanian. We: Jens, Friederike, de twee Indische zusters en ik. In Sikanian is het grote scholenproject klaargekomen. Drie Indische zusters wonen er nu, evenals Abuna Ayan met zijn gezin. De woningen worden ingewijd, vier priesters sterk. Wij lopen nadien de hele school door, met name Friederike had dit project nog nooit gezien. Enkele klassen zijn al voorzien van meubels, de rest komt er aan. Plan is om snel te beginnen met cursussen voor volwassenen, en vanaf het nieuwe schooljaar de school te starten. Het is het grote schoolproject in samenwerking met de gouverneur, bij een grote nieuwe woonwijk die voor al die soorten vluchtelingen werd gebouwd. Aan de horizon zie je vanuit de school nog een forse wijk in aanbouw.

Uitvoerig bericht met foto’s van Sikanian: www.katholiekutrecht.nl onderin de homepage.

 

We bleven logeren in Kirkuk, waar ik vroeg naar bed ging, en de volgende morgen afzag van de toeristische tocht voor de anderen ”naar de restanten van de oude stad op een verhoog”, ik kende het al. ’s Middag terug naar Sulaymaniyah, ik mocht voorin zitten in plaats van achterin met zijn drieën geperst. Bij thuiskomst zegt Friederike: Misschien moet je toch een test doen, voordat je morgen begint aan de yogagroep. Ik doe gehoorzaam de test en jawel: positief! Jens twijfelt, maar Friederike en ik weten: negatief zegt niet alles, maar positief, dan is het wel zo. Dus ik vertrek naar mijn kamer, quarantaine. Wel, sinds 16 dagen leef ik dit klooster vanuit de quarantaine. Leerzaam, zeer leerzaam. December gaan we voornamelijk gebruiken om plannen te maken voor de diverse trainingen op de diverse plekken. Februari is al vastgelegd door de zusters Dominicanessen van Erbil en Mosul. Januari mogelijk Kirkuk.

 

“Mijn” imam. Een slaap-zitkamer van 9 vierkante meter, met doucheruimte. Op twee zijden raam, prachtig licht. Vijf maal per dag, dat begint om 5.15 uur als het nog donker is, staat de imam in mijn kamer op te roepen tot gebed: echt bedoeld om mensen wakker te maken. Lukt helemaal! Gelukkig heeft hij een mooie stem, maar mijn kamer is wel erg gevuld met geluid. Friederike meent, dat het een stuk minder is als je de ramen dicht houdt. Ja zeg! Dat virus moet wegwaaien… Die vier grote microfoons om de gemeenschap tot gebed op te roepen, die hangen boven de daken uit op pakweg 30 meter van mijn kamerraam.

Na enkele dagen wordt het mooi zonnig, en voel ik me op verkoudheid na goed. Ik ga op het prachtige dakterras zitten, net nieuw gebouwd mét de extra etage voor de nieuwe bibliotheek, waardoor er eindelijk kantoorruimte is voor Jens en zijn staf. Dat verhuizen zal nu wel na de Kerst worden. Utrechts parochie heeft deze extra etage plus dakterras mogelijk gemaakt. Bedankt, mensen! Dank! Dat dakterras is heerlijk zonnig. En het ligt net wat hoger dan de omringende huizen, waardoor ik me heerlijk vrij voel. De zon is ’s middags lekker zacht. Het is hier stil, nauwelijks het verkeer te horen van de grote straten rondom: de huizen staan dicht opeen, en precies langs die verkeersstraten zijn de huizen hoger, dat houdt het geluid tegen.

Dan dé ontdekking: hierboven klinken de oproepen tot gebed geweldig: “onze eigen imam” van vlakbij kan zelfs ik bijna verstaan en hier is zijn stem mooi vol, en van alle kanten klinken er als 9 of 10 of 11 echo’s de oproepen van de andere moskeeën. Zelfs als ik heiden was zou ik er gelovig van worden. Wat klinkt dat prachtig meditatief met al die echo’s boven al die platte daken.

Prima, dat Vrouwenhuis. Friederike reikt me de eerste dag 3 maal een bord met eten aan, op gepaste afstand en zij en ik met mondkapje. Ze betreedt mijn kamer niet. Een dag later meldt ze, dat toch ook zij Covid heeft. De hele groep van de try out heeft Covid. Daar zitten de kantoorhulpen van Pater Jens bij, dus hij legt het hele bedrijf voor een week plat: ook geen lessen meer.

Verder hoor ik weinig. Dag 3 meldt iemand me, dat in de keuken eten staat. Friederike is echt ziek, maar zij wijst me de weg. Op de begane grond is een echte keuken, daar koken ook de twee Indische zusters altijd hun eigen Indische maaltijden. Zij leven graag eigen communiteit. Nu moeten ze de keuken met ons delen, want hier zijn de kasten met servies en dergelijke. Er worden een paar pannen bijgeplaatst, door kaboutertjes. Ik herken ze van de kloosterkeuken. Gelukkig voel ik me niet ziek, maar moet gemaskerd door het huis en niet te vaak graag, en afstand natuurlijk. In de keuken het masker ophouden uiteraard ook als ik alleen ben, want de zusters komen er ook koken. De andere bewoners, 4 vrouwen die hier onderkomens hebben, twee deelnemers aan cursussen en twee leraressen, hebben op de 1ste etage een kleine keuken om eventueel te koken. De afspraken maakten anderen, daar heb ik geen zicht op, maar the time being blijkt de koelkast in de gang voor de groenten en fruit voor Friederike en mij. Op enig moment ontdek ik dat in de keuken een grote zak rijst ook voor ons is. Tot aan die ontdekking was het gokken aan welke fruit en groente en brood ik mocht komen omdat die er voor mij werden neergelegd.

Maar in principe, als dat allemaal helder is, blijkt het vrouwenhuis een geweldige plek voor zo’n quarantainetijd: dat dakterras! Alleen wij kunnen daar komen! (“Ons eigen” dakterras is volgebouwd met zonnepanelen en watertank en overdekte droogplek voor de was.) Het trappenhuis geeft alle mogelijkheid elkaar te laten passeren op afstand. En die twee keukens, wie had die vooruitziende blik? Alle Nederlandse gevers die mee fourneerden om dit vrouwenhuis mogelijk te maken, nogmaals veel dank! Het is sober, maar praktisch. Kleine kamer, maar ik merk weinig van andere bewoners, dus op die imam na is het privacy-safe. Mooie gevel trouwens, en op het dak ook nog een fraaie kleine kapel voor onszelf. Lijkt me een fijne uitloop als het kouder wordt. Dan hoop ik wel aan Covid voorbij te zijn.

 

Maar, of dit klooster nou de voorkeurplek is om quarantaine te leven? Wat ik al aangaf: geen ritme, geen coördinatie. Het niet coördinerende en het gebrek aan ritme wordt helder aan de intocht van het eten voor ons, sinds Friederike ook ziek is. Verrassing wie er eten brengt, verrassing ook wanneer. Soms overstelpt, te grote porties, mijn god hoe krijg ik dat op? Friederike en ik zijn niet van weggooien. Dan is er ineens helemaal niks meer. Friederike heeft telefonisch contact met Jens, doet een bestelling voor groenten en fruit, maar pas als de trouwe Gudr (een van de mannen) wat fruit komt brengen, kan Friederike echt bestellen. Nu kunnen we een dag of vijf vooruit. Of in de loop van de ochtend voor mij een ontbijt komt - dat heerlijke brood dat ze hier hebben - dat blijft dagelijks een verrassing. (Friederike eet geen brood). Heb ik net gekookt en gegeten, of opgewarmd, wordt er ineens een lunch gebracht, 15.30 uur… of later…

 

Woensdag 24 en donderdag 25 november test ik mezelf, en het is beide keren overtuigend negatief. Dus besluiten Pater Jens en ik, dat hij me bij het ziekenhuis langs rijdt ter bevestiging. ’s Morgens om 10.30 zijn we er. Kosten €40. Om 19.00 uur rijdt hij weer naar het ziekenhuis, omdat ze maar niet bellen. Ik blijk nog positief. Terug in mijn hok. Maandag 29 wil hij dat ik me weer test, want ik voel me nog steeds goed. En ik moet met mijn pas naar de politie voor verlenging van mijn verblijfsvergunning. Als ik te laat ben, kost dat dagelijkst boete. Ik doe al geen zelftest meer, dat geldt toch niet en levert niks op. Ziekenhuis. ’s Avonds om 20.00 uur kan hij kennelijk ook via internet de uitslag opvragen. Nog steeds positief. Weer terug in mijn hok. En onze Abd Al Messiech zal morgen, 30 november, met mijn pas naar de politie gaan. Hoe dat afliep heb ik niet gehoord. Friederike weet intussen dat ze geen zelftest hoeft te doen, die negatieve uitslagen zeggen niks. Dat is een gevaarlijke zaak, het stelt mensen gerust terwijl er niks gerust te stellen is. Zolang ik positief ben, kan ik dat virus verspreiden, en het kan anderen harder treffen dan mij.

Nog mazzel, dat we in Kirkuk ons netjes gedragen hebben, daar schijnt niemand door ons te zijn ziek geworden. Nu denken we samen zaterdag te gaan testen. Sinterklaasbezoek zeg maar. Friederike zal (zou?) 10 december naar haar zieke moeder in Duitsland gaan, of ze dat haalt? Zij voelt zich wat beter, maar was de afgelopen 10 dagen behoorlijk ellendig, met diverse verschijnselen.

We horen dat Nadjaaf, de secretaresse van Jens die ook covid kreeg bij die try out, alweer negatief is en dus aan het werk. Samen besluiten Friederike en ik, dat zij jonger is en er dus sneller vanaf is. En dat ik toch erg bof, dat mijn twee vaccinaties zorgden dat ik ondanks mijn hoge ouderdom (Friederike grijnst me toe, zij is pas 60!) nauwelijks ziek was. En wie weet, krijg ik zaterdag 4 december goed bericht. Ik houd dit bericht voor Nederland aan totdat de uitslag negatief is, het bericht positief!

Ook die eerste keer dat ik op het bericht van de test wachtte (9 dagen geleden!) was leerzaam. Ik waande me in orde dus bleef in de kloosterserre waar iedereen rondhangt. Wel op gepaste afstand en een vossenhoofd(masker) op mijn snuit. Er was een heftig debat gaande en Pater Jens praatte me bij. Hij heeft gesteld dat als Gudr naar de kerk gaat (zelden), Yousif ook naar de moskee moet gaan. Nu blijkt dat Gudr enkele malen in de kerk was, maar Yousif desondanks niet naar de moskee. Yousif is de aannemer van alle bouwprojecten en leeft hier dagelijks behalve vrijdag. Yousifs protest was hevig, hij keurde elke moskee af met inhoudelijke redenen. Bleef wel steken bij vier argumenten, en op het dak kan ik horen hoeveel moskeeën er zijn in dit Sulaymaniyah.

 

Donderdag 2 dec., moest ik ineens toch naar de politie. Abd Al Messiech had dinsdag gebeld of het kon worden uitgesteld, kreeg donderdag de oproep toch langs te komen. Hij ging. Bleek ook ik te moeten komen, ondanks COVID. Om een foto van me te maken. Yousif zette me in een taxi, aan de man uitgelegd waar ik heen moest. Halve stad door. Bij de vreemdelingenpolitie belden we Messiech met mijn telefoon op (jawel, Vodafoon blij), chauffeur en hij babbelden tot we hem zagen staan. In de grote hal met stoelen mocht ik voortdurend blijven zitten, werd als een zieke behandeld. Messiech rende rond met papieren, tot eindelijk ik ook ergens naar binnen moest. Klein kamertje. Vier mannen en ik. Mondkapje af, foto. Mondkapje weer op. Ik hoop dan maar dat ik morgen inderdaad echt negatief ben eindelijk…

Messiech vertelt me dat ik volgende week naar Alsaid (De Heer) moet om hem te vertellen wat ik hier kom doen dat ik een visum van een jaar nodig heb. Schijnt een serieus interview te worden, al gruw ik van die naam De Heer; een christelijke allergie, ik weet het. Hier is God altijd Allah, geen verwisseling mogelijk, en Allah krijgt Namen, geen gezicht. Maar goed, dat interview:

“Mevrouw, waartoe komt U naar Koerdistan?” “Ik? Om COVID op te halen!”…

Daarna krijg ik de stempel in mijn pas en ben ik echt toegelaten. Bij binnenkomst in Koerdisch Irak krijg je voor weinig geld (€40,-) een maand verblijfsvergunning. Was voorheen gratis. Voor elke dag die je te lang blijft, of te laat laat verlengen, krijg je een forse boete. Dat drama heb ik eerder al eens beleefd, toen ik het land weer uit wilde… Dit betreft Koerdisch Irak.

Om naar Kirkuk te reizen (is niet Koerdistan en niet meer onder Koerdisch protectoraat sinds 2017), moeten we een grens over, en dáár is een Iraaks visum vereist. Maar onze aartsbisschop heeft wegen gevonden om ons ook door die grens te krijgen met enkel Koerdische verblijfsvergunning. Als je zo’n dinky toy bisdom beheert dat zich ook nog over twee taal- en cultuurgebieden uitstrekt die niet zomaar van elkaar houden, met een échte grenscontrole, dan word je slim in wegen vinden. Volgende week dus op naar ‘De Heer’ om te vertellen wat ik in zijn regio kom doen. Gelukkig kan ik hem wijzen op een hele rits mooie films die ik van zijn gebied heb gemaakt. (voor wie van Spaans, Engels, Duits of Frans houdt: kirkukutrecht.nl).

 

Met Jens in de auto hebben we het dan toch over het collectieve trauma van de Koerden. Er is een basisemotie van slachtofferschap dat buitenlanden (hoort Irak bij) hen veel heeft aangedaan en dus maar moet dokken. Bij velen is die emotie gaan klonteren met de verbijsterde woede over eigen Koerdische regeringen die sinds pakweg 2016 met regelmaat geen salarissen betalen of maar gedeeltelijk. Koerdistan boomde totdat ISIS opdook: de bouwstaketsels van torenflats getuigen van dat boomen en dat stoppen. Er is echter duidelijk geld in politiek-familiaire handen, dus volk voelt zich nu verraden door eigen volk. Dat gevoel misbruikte Belarus daar bij de Poolse grens. En jawel, eens met Jens: als de emigranten de energie die ze in die wegloop-onderneming steken nou eens in het eigen land zouden steken, dan kwam het wel goed met Koerdistan.

In mijn taal: “Jawel, pa en ma en opa en burgemeester maakten een ruïne van jouw leven. Maar het is jouw ruïne, niemand anders gaat erin wonen. Je kunt hem dus maar beter zelf opleuken.”

Nog één nachtje???

Ik kom in de kloosterserre om naar het ziekenhuis te gaan, ditmaal samen met Friederike. Jens rijdt ons weer. Staat om 9.00 uur al een ontbijttafel klaar voor 16 personen! Er is een groep te gast en Mohanned zet de boel klaar! Ik krijg dus al 16 dagen niks meer mee van de wereld, behalve via mijn digitale NRC, maar dat is een wereld ver weg. Bij terugkeer van het ziekenhuis zien we de gasten, en wij houden als leprozen afstand. Loopt daar Mashd rond, die ook in die try out was. Haar hele gezin aangestoken. Zegt ze dat ze zich goed voelt, maar haar ogen spreken andere taal. Hele gezin ziek, zij als vrouw moet wel… En nee, ze heeft geen test gedaan. Zij kookt elke dag voor de hele kloostertent het avondeten! Heeft haar masker onder haar kin hangen…Friederike verzoekt Jens om haar naar het ziekenhuis te sturen voor een test. Of hij zijn machtwoord gaat spreken? Hij is niet doortastend tegenover mensen die hij nodig heeft. Onder mijn regie gaan we naar Europese regels, zijn ze nou helemaal…xgxtw*#*D! Maar nu eerst afwachten…

19.38 lokale tijd, Sulaymaniyah. 4 december. Negatief! Ik mag de hort op! Surprise!

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/2022 NR 4

OP WEG NAAR KERST Op de eerste ochtend na mijn quarantaine, 5 december, begonnen enkele Koerdische gasten met me te praten. Ze werden één voor één getest op hun niveau voor nieuwe cursussen... Lees verder

Koerden die Arabisch leren; ik zit zelf ook met zo’n boek voor me. En dan zegt er een jonge vrouw: Ik haat Arabisch en Arabieren. We raken in gesprek, ik memoreer de zes miljoen Arabische vluchtelingen die Koerdisch Irak opnam vanaf 1991. Ze zijn minderheid geworden in eigen gebied. En dan zeg ik: “haten is niet goed. Weten dat er tussen jullie verschrikkelijke geschiedenis ligt, ja. Begon trouwens in 1917, toen een Engelsman en een Fransman aan de biertafel een paar strepen trokken op een sigarendoos, om dit hele gebied als oorlogsbuit onder elkaar te verdelen.” Beginnen er een paar te lachen: “Ja daar begon de ellende.”

De vrouw kijkt me open aan en zegt: “De geschiedenis kennen, maar niet haten?” Zeg ik: “Je moet gewoon hard eraan werken om te vergeven; dat is beter voor je eigen gezondheid.” Volgt een gesprek over vergeten; het verschil tussen vergeven en vergeten. Zijn we het samen eens: vergeven is beter voor je eigen gezondheid. Vergeten is niet goed, want dan gaat er iets door wat niet moet doorgaan: de foute rolverdeling. “Waar jullie aan zouden moeten werken is verzoening, maar dat is een proces van jaren! Verzoenen vergt, dat elke partij haar eigen fouten benoemt én zich bevrijdt uit haar rol: agressor, of slachtoffer, of baas spelen, zich beter wanen…”

Ze kijken me aan en één man zegt: “Lukt nooit! Met Arabieren?” Zeg ik: “Nou, dat weet ik nog niet zo net. De VS en ISIS deden alles om dit Irak met zijn 12 verschillende entiteiten in een burgeroorlog te krijgen, en jullie allemaal samen verdomden dat gewoon. Sterker! Neem 2017, jullie Referendum voor de Onafhankelijkheid. Het Iraakse leger werd op jullie af gestuurd, en zowel de Iraakse soldaten als jullie Peshmerga’s weigerden om op elkaar te gaan schieten. Dat is toch een fraaie geschiedenis om samen te onthouden? Dat zou best een goede basis kunnen worden voor een proces van verzoenen. Moet je wel weten dat het minstens een generatie gaat duren, maar alles zou er wel beter van worden.” Zegt een van de mannen: “Ik vind dit best wel iets om eens samen over door te denken.” De certificaten komen, we groeten elkaar en weg zijn ze.

Dezelfde avond, 5 december, word ik door Gudr aan de eettafel gedirigeerd. Ik ga zitten, ontdek ik dat ik aanzit bij een groep die ik nog niet ontmoette, door mijn quarantaine. Maar ik word hartelijk begroet, gevraagd naar mijn herkomst en mijn studie. “Theologie”. Moet uitgelegd, studie rond bijbel en God en mensen. Vraagt een stralende jonge vrouw: “U kent de Koran?” Zeg ik: “Kennen… in grote lijnen, en de geschiedenis. En ik kan één Soera in het Arabisch citeren, de belangrijkste.” Zij en haar buurvrouw lachen, de vier mannen luisteren met open gezichten. Ik vraag dan toch maar: “Ben je christen, of moslim?” “Ik geloof niet in God, ik zie allemaal mensen die allemaal hun eigen god hebben.” Ik lach haar toe, verbaasd ook, het is de eerste atheïst die ik in dit gebied ontmoet. “Mensen die hun eigen god hebben, zijn gewoon zelf godjes geworden. Als theologe dien ik daar wat van te vinden.” Ze lacht weer: “Dat vind ik een goede. Jawel, ze zijn allemaal hun eigen god.” Nu moet ik toch iets zeggen vanuit mijn achtergrond voel ik: “Dat is het probleem met Europa. Daar gaven ze Allah een gezicht, een witte-mannen-gezicht. Daardoor werden de witte mannen goden, en zo trokken ze de wereld in. Ze gingen ook de Bijbel lezen vanuit hun witte-goden-belangen. Als theologe wil ik Bijbelteksten wel bevrijden uit die historische belangen. Zover het me lukt.” Ook de dood komt langs, de hemel. Ik: “We weten niet wat er na de dood is; we leven met hoop, of vrees. Maar we weten het niet. In dit opzicht ben ik Hindoe, de sluier over die andere wereld dien ik te respecteren.” Ze kijken me allemaal met open gezichten aan, ik voel me langzaamaan hun grootmoeder. Er komen nog mooie reflecties langs. Aan het einde zeg ik: “Geloven in God heeft een groot voordeel als je te maken hebt met machtige mensen. Je kunt aan een machtige man vragen: “Weet u heel zeker dat God het met u eens is?” Hij kan niet zeggen dat hij dat zeker weet, en dan kun jij zeggen: “Daarmee is de discussie dus geopend.” Nu lachen ze een mooie open spontane lach, deze jonge Arabieren uit Bagdad.

Ik zeg maar niet, dat een van de belangrijkste tradities in de katholieke kerk het recht op geloofsdiscussie is, een verworvenheid uit de tijd van de Inquisitie. Wat overigens weinig katholieken beseffen. Misschien moeten we zelfs zeggen: de plicht tot geloofsdiscussie. Discussie als communicatie, als zoektocht, als gezamenlijk diep besef dat we allemaal zeer veel beperkter zijn dan God en dat we samen blijven zoeken en tasten om te kunnen vermoeden, als gemeenschap, wat God ook al weer wenste voor alle levende wezens die uit Gods hand werden geschapen.

De dagen erna. Onze Koerdische vriend is ineens mijn belangrijkste makker. sinds 6 december. Al drie jaar vermoed ik dat het Koerdisch relatie heeft met Russisch. Sinds ze me het Koerdische woord voor dankjewel leerden. spas. Een Rus zegt spasiba.

Op 6 december hoorde onze Koerd dat voor het eerst en hij werd laaiend enthousiast. Ik heb het met Russische letters en foenetisch schrift voor hem opgeschreven en zijn dag was gemaakt. Hij behoort tegenwoordig tot de personen die net als ik de hele dag in de kloosterserre rondhangen.

Ik vroeg toen maar verder, met de paar woorden die ik nog ken. Ooit deed ik een gooi naar Russisch leren, maar toen ik net op gang was viel de muur en viel ik hard op mijn hoofd en was het voor mij tien jaar lang uit en over. Hoofden zijn niet gemaakt om op te stuiteren. In dat gat van mijn CV verdween ook mijn eerste Russische aanloop. We vonden nog twee woorden.

Het lastige was zijn heel beperkte Arabisch en nog minder Engels en mijn niet kennen van Koerdisch. Zijn stralende gezicht was de beloning.

Mijn gesprek op 5 december met de Koerden die hier Arabisch willen komen leren begon over het belang van talen. Hun vraag aan mij was of Engels of Arabisch de belangrijkste taal is. Ik zeg: als je internationaal leeft is Engels nu nog de belangrijkste taal. Een van hen meende dat het al Arabisch was. Ik begreep meteen hun psychologie om het Arabisch van die gehate Arabieren te leren: groot. Zo’n beetje wat ze me in El Salvador leerden als belangrijkste verkeersregel: hij is groot dus hij heeft voorrang.

Onze taaldiscussie die 5de december: Nee joh, Chinees wordt de belangrijkste taal; als je grootste wilt, moet je Chinees gaan leren. Als je in de handel wilt, is Arabisch voor jullie het handigste. Daarmee kom je rond Koerdistan wel heel ver! Daar komt dus misschien Russisch bij voor de Koerden en het ligt psychologisch en foenetisch eenvoudiger dan Arabisch. Al is voor een verzoeningsproces nou juist het Arabisch weer handiger. En om het bij die verkeersregel te houden: al zie ik ook in het Arabische deel van Irak wel goede aanzetten, áls er zoiets als een verzoeningsproces zal gaan beginnen, zal dat getrokken worden door de kleinere partij, die meer belang heeft. Daarom is die westerse wereld zo absoluut ongeschikt voor verzoeningsprocessen ondanks haar christendom. Ze is de dominante wereld sinds 5 eeuwen en wil dat liefst zo houden en de Amerikanen staan daar garant voor denken de Europeanen, dus mogen de Amerikanen in de Chinese Zee patrouilleren om er de Chinezen uit weg te houden. Die Koerden hier begrijpen meteen dat dat belachelijk is en alles te maken heeft met die ene verkeersregel. En ze weten dat China groeit.

Mij valt op dat Amerikanen ook voor deze Koerden niet zomaar vrienden zijn. Ze dwongen wel een autonomie af voor de Koerden, maar ik heb ook hier gezien hoe die zogenaamde bevrijders zich gedroegen als bezetters. In 2003 en 2004 zag ik dat zeer duidelijk in Mosul en Bagdad en onderweg tussen die twee steden. Met name zag ik het aan de zusters Dominicanessen met wie ik indertijd vooral onderweg was. Zij waren doodsbang van de Amerikaanse soldaten langs de weg. En Mirkis leerde me toen al dat de Amerikanen de corruptie in het land hebben gebracht.

Nu vermoed ik dat er ook wel van eigen makelij bij zit, zeker bij de Koerdische politici. Dit deel van Irak leed tenslotte niet mee met wat Irak overkwam. Integendeel: terwijl (en doordat?) van 1991 tot 2003 de particuliere sector in Irak helemaal aan gort ging, begon Koerdisch Irak te boomen. En 2003 ontmantelden de VS de hele Iraakse overheidsstructuur tot en met douane en vuilophaaldienst. En gingen vervolgens banen voor 0 rondstrooien. In dit Irak waar het eigen geld in die 13 jaar boycot devalueerde met 6000 %. Wie eigen geld niet op buitenlandse banken had, was failliet. Tot op heden is Iraaks geld enkel in Irak verkrijgbaar. Ietsje in waarde gestegen, nu staat 1500 Dinar voor €1,-. 1990 was 1 Dinar ,20.

 

TWEE WERELDEN

Het dringt tot me door, hoe dit Chaldeeuwse bisdom Kirkuk/Sulaymaniyah inderdaad twee werelden is. Tot nu was ik al die jaren voornamelijk gast van de bisschop of van de Dominicanessen, en dat was toch altijd in Arabischtalige gemeenschap met televisie op Bagdad gericht. Het Arabische Irak leverde me de informatie en het milieu voor reflectie. In dit klooster zit ik werkelijk in de Koerdische wereld, die is het referentiekader, ook al lopen er hier best veel mensen Arabisch te spreken. We zijn duidelijk in Koerdistan met al wat daarbij hoort. Dat was ook die ene woedeaanval van Pater Jens tegen mij, de eerste week: hij vindt dat de Koerden te veel over de geschiedenis blijven zeiken.

Deze week na Sinterklaas ben ik vooral ijverig bezig om een Koerdische verblijfsvergunning voor een jaar te krijgen. Loopt moeizamer en anders dan was voorspeld. Mét Covid dus op pad geweest voor een foto. 9 december naar die heer voor een gesprek. Ging niet door. Hij wilde een brief van de Pater waarom ik hier ben. Wij terug naar het klooster, Pater Jens zit in Erbil, de Patriarch wilde deze dagen zijn bisschoppen en priesters bijeen hebben voor overleg. Abu Messiech stelde een brief op, de secretaresse voorzag het van stempels en handtekening van Jens, het geheel naar Jens gestuurd, hij teruggestuurd. Vandaag weer op pad. Die brief was genoeg, gesprek hoeft niet. Maar… we zijn zeker vijf kantoortjes in dat grote huis langs geweest tot ik alle foto’s en stempels en kopieën bijeen had waarmee het goed komt. Maandag 13 december gaar Abu Messiech naar de politie, om dan te betalen voor die verblijfsvergunning; dan krijg ik eindelijk de stempel in mijn pas; hoop ik.… Zonder die Abd Messih had ik nooit de weg gevonden. Hoe doen die Indische en Pakistaanse gastarbeiders dat??? Ja, mij werd gevraagd of ik gehuwd was; nee, ik ben kloosterling. En daarin zit het geheim. Als het voor de kerk is, is er groot vertrouwen. Dan gaat alles sneller. Inmiddels kent men bij de politie dit klooster en die ene pater.

MERCY HOUSE

Er was trouwens een grote verrassing. Dat huis van de vreemdelingenpolitie is recht tegenover het Mercy House, het huis voor ouderen met Alzheimer of somatische klachten (plus een kleuterschool) dat aartsbisschop Mirkis hier heeft laten bouwen, op grond die hij kreeg van de gouverneur. Het is het eerste “Bejaardenhuis” in de hele grote regio denk ik, want kinderen verzorgen hun ouders. Het huis zal, net als de scholen, voor iedereen zijn: christen, moslim; Koerd of Arabier… Bisschop Yousif bedacht dit omdat hier inmiddels veel ouderen wonen die alle kinderen in buitenlanden hebben. Leuk om dat huis weer te zien! Het is helemaal af, alleen de tuinen moeten nog. De twee Indische zusters die het gaan leiden, hebben afgelopen weekend inkopen gedaan voor hun woning. Of ze nog vóór de Kerst overgaan? Zij willen wel, maar ik vermoed dat dat net niet gaat lukken.

Voor mij begint vrijdag 10 december weer het werk waarvoor ik kwam. Een hele dag een yoga-groep om de rebalancing te leren. De dag erna mijn Arabische lerares met 3 vriendinnen. Morgen wordt er een andere ruimte voor ingericht. Nou is er hier toch zoveel bijgebouwd de laatste jaren, maar kennelijk zitten de komende tijd alle lokalen vol! Twee nieuwe gebouwen van drie verdiepingen plus kelders (vrouwenhuis en een gebouw met leslokalen plus leefruimte voor de bewaking), en op twee gebouwen een etage erop (mannenhuis en de nieuwe bibliotheek). De containers waar indertijd de vluchtelingen in werden ondergebracht (258 personen) hebben diverse bestemmingen. In één hof met containers wonen de laatste families die hier gebleven zijn. De twee andere hoven met wooncontainers zijn nu een school. Op 12 december besluit ik, dat ik toch beter al mijn workshops in de kelder van het vrouwenhuis kan doen. Die is groot, geen pottenkijkers, en daar zijn geen lessen (tot nu toe). Eigenlijk zou het rommelkelder worden, maar die is niet nodig en ik maak helder dat het zonde van de ruimte is. Mijn voorstel voor verfraaiing is geaccepteerd, een verfraaiing die weinig gaat kosten en veel oplevert. Misschien maak ik het nog mee? Voor die massagebedden is vooral belangrijk dat die niet steeds trap op trap af gesjouwd worden: ze slijten dan te snel… Chinese kwaliteit? Ja, denk ik.

Die inflatie heeft effecten op alle economie. Zo werd die etage onlangs voor de nieuwe bibliotheek - met groot dakterras waar ik in de quarantainetijd in de zon kon zitten - voor €10.00,- neergezet, plus verfraaiing van de hele 3 etages gevel! En dus nogmaals, Utrecht, dank!

Pater Jens gaat de komende tijd zeer op de boekhouding zitten. Verslaglegging van het afgelopen jaar voor de diverse donateurs aan de programma’s; hij is zeer precies in dat soort berichten, een Zwitser van origine. En dan de begrotingen opstellen voor de cursussen die nu gepland zijn. Zodra die arbeid klaar is kan ik de Nederlandse gevers van overzichten voorzien.

Voor mij begint nu het echte plannen van de diverse cursussen op diverse plekken: daartoe ga ik op bezoek in Kirkuk en Erbil, bespreken, plannen. Half januari gaat het echt van start vermoed ik. Tot 1 januari hier misschien nog een paar kleine dingen.

Sinds enkele weken laten kleine ISIS-groepen zien dat ze nog bestaan. In de landstrook waarover Koerden en Bagdad nog steggelen, hebben ISIS-groepen twee kleine dorpen aangevallen. Gebruik gemaakt van de tweedracht tussen Erbil en Bagdad. Niemand wil hen ruimte geven, dus nu zitten Koerdische en Arabische leiders aan de tafel om ISIS de pas af te snijden. Ook zo kan vrede bewerkt worden: een gezamenlijke vijand die zich roert.

Hier in onze kloostergang/kloosterserre beginnen de vier jonge mannen die er dagelijks zijn, grappen met me uit te halen, de draak te steken met mijn Arabische pogingen. Ik word duidelijk deel van het levende ameublement. En ik stotter mijn eerste zinnen over dagelijkse zaken. Stotter. Onze communicatie verloopt nog steeds in brokjes Arabisch en Koerdisch en Engels en Nederlands en Duits, en handen en voeten. Volgens mij zijn we wel goed voorbereid op een goed Vredesfeest.

En, wauw, op de valreep, 13 december. Ik krijg zojuist mijn Koerdische Identiteitskaart aangereikt. Nu ben ik een echte gastarbeider in Koerdisch Irak. Verblijfsvergunning! Ik mag een jaar blijven.

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/2022 NR 5

KOUD! BRR! MAAR WE FEESTEN!!! Lees verder

Vanwege slechts twee maanden per jaar de echte kou, kennen de meeste gebouwen geen centrale verwarming. Er wordt met kacheltjes gestookt, of niet gestookt. De twee lesgebouwen hier hebben nu wel centrale verwarming. Het vrouwenhuis niet, behalve vloerverwarming voor de grote zaal. Mijn slaapkamer heeft geen verwarming en geen kachel. Brrrr….

Rond dit klooster in opbouw (verlaten parochiekerk plus klein “pastorietje”) is inmiddels ongeveer alles gebouwd dat voor het lesgeven en voor de dialoogprogramma’s nodig is. Voor mijn werk hier heb ik me de kelder van het vrouwenhuis toegeëigend, relatief ruim, eenvoudig aangenaam te maken. En: altijd aangename temperatuur! Die ruimte was als opslag gedacht, maar ik heb twee aanpalende ruimtes eens even echt goed overzichtelijk opgeruimd met een andere langdurige gast als hulp (zit hier te schuilen, wordt elders politiek gezocht), en dat leverde de lege kelder op. Is inmiddels door mij tot een aangename ruimte ingericht, en nu vechten enkele groepen om het te mogen gebruiken. Die kelder blijft dus functioneel voor activiteiten. Een onverwacht extra. Behalve dat het lijkt alsof ik geleefd word, meng ik me dus ook wel stevig ertegenaan als mij dat zo uitkomt!  

Mijn jongste bemoeizucht, 6 januari: een goed woonhuis voor de gemeenschap is er nog steeds niet. Het staat onderaan de verlanglijst, eerst moet de kerk opgeknapt worden anders stort die in. Woonhuis  is een soort droomwens. De kantoormensen zitten relatief goed, twee simpele ruimtes aan die drukke inloop/hangplek dus. Zij zouden kunnen gaan verhuizen naar het andere gebouw, waar de bibliotheek een verdieping hoger is gekomen (de verdieping extra was mogelijk door Utrechts parochie), om echt geordend en met voldoende ruimte aan het coördineren te gaan. Maar… er is nog een kleine 10.000 nodig om die grote ruimte goed voor te bereiden op de nieuwe functie: elektra, Wifi en sanitair.
Nu zitten ze nog kleumend te werken, ook al ben ik in hun “beschuttende “ ruimte er bij gaan zitten en roep ik voortdurend “deur dicht”. Dat scheelt een stuk, maar niet alles. Er staat een kacheltje te branden, en als die deur open is komt er een gure wind binnen. Mijn hele hoofd roept al “verkouden/griep/stop!” en morgen heb ik een hele dag een groep: ik heb mijn stem nodig. Dus ik doe nu heel vervelend over die deur, met het argument van de groep morgen, en het helpt een beetje. Scheelt veel kou.

Ja, en dan de mensen die er ook de hele dag zijn, en niet kantoorwerk doen maar als concierge, schoonmaken, gasten ontvangen, afwassen, sjouwen… die zitten waar ik tot gister ook steeds zat: die ene kloostergang die een beetje is afgeschot van de tuin. Hier wordt ook gegeten door de gemeenschap. Hierr blijft ook de deur steeds openstaan, en die is direct aan de koude straat, hier loopt de hele dag alles in en uit, en daar heeft mijn hoofd voor gecapituleerd met forse verkoudheid. Als de kantoormensen eenmaal zijn verhuisd naar het echte kantoor, kunnen deze mensen hier “binnen zitten”. Voor allen dus wachten er sterk verbeterde arbeidsomstandigheden. In Nederland had dit klooster op het punt van arbeidsvoorwaarden allang de vakbond aan zijn broek gehad. Ik poog Jens te bepraten tot een iets andere prioriteitstelling in aanpak…

Nou heb ik ook weer makkelijk praten. Gister konden er geen grote inkopen worden gedaan, omdat verwacht geld er even nog niet was. In de avond kwam het bericht binnen dat het geld er is, dus nu komt er weer yoghurt. De voorraadschuur doet het nog, maar dat zijn niet de lekker verse dingen. Of hij wat aan die situatie gaat doen? Vroeg ik. Ik mag alles vragen. Jawel:

Drie organisaties gaven in de herfst aan, iets later te zullen komen met de beloofde bijdrage. Dus heeft hij zijn eigen bisdommelijke salariëring even bij het lesprogramma gedaan, voor materialen die echt NU moeten. In de 9 jaar hier is dit de derde maal dat het allemaal heel krab wordt. En de gelden die gegeven werden voor de speciale projecten, die houdt hij streng gescheiden in de kluis of de andere rekening. 

En hij is het helemaal zat met de cultuur van alles gratis. Dit keer moesten allen die in december intekenden voor een half jaar cursus, voor het eerst 15.000 Dinar betalen. Zeg €4,-.  Een opstap. Nu al besloot hij dat de volgende ronde in juli 30.000 Dinar wordt, en dan eind 2022 50.000 Dinar. Dat lijkt hem een redelijke bijdrage voor een half jaar goede taallessen of boekhouden cq handelsrekenen. De toeloop is zeer toegenomen het laatste jaar, en dan mag het dus ook kosten!

De grote pech van het klooster was COVID. De meeste inkomsten voor het dagelijks leven kwamen én van betalende buitenlandse gasten, én van de reizen die Pater Jens maakte naar Europa, rondgaand als bedelend missionaris. Dat leverde hem de leefgelden op. Noch Europa echter noch het rondgaan was aan de orde. Met alleen zijn salaris door het bisdom houd je hier het gas niet aan en het eten niet op tafel voor alle bewoners ( 7 van hen vluchtelingen of IDP’s) en medewerkers. Mijn leeftijd heb ik misbruikt in deze kou: ik ben nu die oude dame die over de deur zeurt. 

De vraag aan mij voor die trainingen waarmee ik nu begonnen ben, ontstond al in 2014, toen ik enkele IDP’s die strak stonden van de spanning, een rebalancing had gegeven. Daarna stond het soms in de rij, en mijn naam ging rond in de stad, maar vooral: de Italiaanse hulporganisatie UPP vroeg me of ik het hen niet kon leren. Jawel, natuurlijk. De vijfentwintig jaar met Latijns Amerika deed ik niet anders; daarginds hebben ze me gedwongen deze vaardigheid te ontwikkelen. Vijf jaar geleden poogden we al eens te plannen dat ik speciaal zou komen voor de trainingen, maar toen zei Abuna Kais: “We denken hier niet maanden vooruit, dat is onmogelijk! We zijn blij als we drie dagen vooruit kunnen plannen en het gaat dan nog door ook.” Zoals in Nederland iedereen wordt geleefd door een agenda die maanden vooruit volloopt, dat is hier nauwelijks aan de orde. 

Vanaf 2014 kwam ik allereerst steeds terug omdat iedereen wegblijft; om te zien hoe men (over)leeft, dus zij bepaalden wat ik te zien kreeg. Sinds ik film maakte, bepaalden zij waar ik had te zijn. Vooruit gedacht werd voortdurend, de bisdommelijke bouwwerken getuigen daarvan! Plannen worden uiteraard gemaakt, maar plannen voor groepen werden altijd kort voor de tijd bevestigd, of niet. Het was beleid in oorlogstijd. Dat is nu een stuk minder geworden, zodat we twee jaar geleden plannen maakten voor trainingen. Daar kwam toen Covid tussen.

De actiestand van die heftigste oorlogstijd is er echter nog: NU! Daar gaat iedereen vrij eenvoudig in mee. 

Intussen had ik ook al wat individuele gesprekken. Dat geeft ook inkijk in de cultuur en in welke mate die verandert. De langdurige demonstraties twee jaar geleden op het Tahrirplein te Bagdad kondigden een nieuwe periode aan. Het was allereerst een opstand van de jongere generatie Sjiieten, tegen de oudere heren en tegen de invloed van Iran. De enorme volksverhuizingen hier laten een streek en een cultuur ook niet ongemoeid. Die maandenlange demonstraties in Bagdad waren meer nog een uiting van de veranderingen dan ze verandering bewerkten. Jawel, enkele afgetreden politici. Maar de jonge generatie is zeer aan het opbreken uit ongewenste tradities. Dat daarin niet een hele generatie tegelijk verandert, maar er ook regressieve bewegingen zijn, mede versterkt door de angst die oorlogen en aanslagen veroorzaken - dat ligt voor de hand. 

Twee voorbeelden:

Een vrouw van 27 jaar vraagt me om hulp, ze lijdt zeer. Leeft bij haar ouders, zoals ook haar eveneens ongehuwde broer van 36 jaar. Thuis blijft ze vooral in haar kamer. Zodra ze de woonruimten betreedt, scheldt haar broer tegen haar, schopt haar en slaat haar. Ouders kijken toe. Als ze vraagt waarom is het antwoordt: “Je broer let erop dat je je als een goede vrouw gedraagt.” Ze was al eens uit huis gegaan, vader gebood haar terug te keren. Deed ze. Ik verricht geen wonderen, dus bij zoiets sta ik met nagenoeg lege handen. Tja, ik zou voor haar een onderkomen in Syrië kunnen organiseren. Moet ze wel aandurven… 

Een gehuwde vrouw die mij een massage vroeg, wilde eerst praten. Haar man houdt van een ander, al twee jaar. Voor hun dochtertje blijft ze nog bij hem. Ik zie haar dagelijks met een lijdend gezicht rondlopen. Nu wil die man een broer of zusje kweken voor die ene dochter. Zij wil dat niet meer. Nu komt hij enkel in haar huis slapen, in een andere kamer. We kwamen er samen uit. Allereerst: zij brengt het geld in, niet hij. Dat maakt het erg overzichtelijk, en dat maakte ik haar helder. Begreep ze. En dus: zij kan huisregels stellen: “Je houdt van die vrouw, zij is dus jouw echtgenote; zij moet jou gehoorzamen. Ik ben niet meer jouw echtgenote, ik hoef jou dus niet te gehoorzamen. Je woont hier, zeg maar als mijn broer, of mijn oudste zoon. Gedraag je als een goede grotere broer voor onze dochter, kom af en toe thuis om met haar te spelen.” Ze straalde bij het voorstel en loopt sindsdien zingend rond!

De nieuwe generatie zoekt nieuwe spelregels, en daartegen zijn duidelijk ook regressieve reacties. Die beweging is er al enige jaren, en werd najaar 2019 zichtbaar op het Tahrirplein in Bagdad, waar maandenlang duizenden jonge sjiieten bivakkeerden uit protest tegen de oudere sjiietische garde, met name de grote invloed van Iran. Die Tahrir-jongeren kregen brede steun indertijd: bisdom Kirkuk reed met een vrachtwagen vol voedsel, en geld erheen als steunbetuiging. Patriarch Sako sprak voor de televisie op dat plein de jongeren moed in en hoop. Oktober jl. verloren de door Iran gedirigeerde politici stevig bij de verkiezingen. Via de persoonlijke gesprekken hier krijg ik langzaamaan inkijkjes in hoe dat in huiskamers uitpakt. Dat mannen zich vrijheden veroorloven is een oud wereldwijd adagium. Dat juist dat soort mannen vrouwen in de touwen houden is deel van dat probleem. Althans, waar de sociale structuren nog niet geheel zijn opgelost in allerindividueelste geloofswaarheden.

Tussen die dagelijkse moeizaamheid in het koude klooster, ook feestelijke dingen. Het nieuwe jaar is prachtig begonnen met vijf vrouwen samen: Ischrak, Palestijnse die christen werd en door de VN naar Engeland bemiddeld zou worden, maar Covid kwam ertussen en nu zit ze hier in de wachtstand en geeft inmiddels Engelse lessen; Safa, woont sinds kort in het vrouwenhuis, een leerlinge die via een opvangkamp in Libanon oorspronkelijk uit Syrië komt. Zij heeft twee weken twee Catalaanse vrouwen op bezoek die ze in Libanon leerde kennen. 

Ischrak vroeg vóór Kerstmis particulier massageles samen met Ahmed. Deed ik, de tijd was er nog. Ze wil nu in de kelder oefenen met diverse mensen, maar Pater Jens vindt dat ze alleen vrouwen een massage mag geven, vanwege de cultuur. Nogmaals, een massage met alleen maar schoenen uit. 1 januari vroeg die Ahmed me om een “massage”, tegen migraine. Ik stelde voor dat Ischrak zou meegaan als “zedenpolitie”, meteen een suggestie voor haar. Zij nam studiewerk mee. Deze mogelijkheid had Patriarch Sako himself me al eens geleerd, dus dit kan echt. We eindigden samen met koffie.

Ischrak nodigde me vervolgens uit om die avond mee te gaan naar een Koerdische culturele avond: een Yogagroep viert haar 20-jarig bestaan. Het werd een verrassing. 250-300 mensen in de grote ruimte. Allen zaten op de grond, op een drietal vrouwen na die een stoel hadden. De grote meerderheid was 40plus, en meerderheid mannen. Ook wel wat kinderen. Vier vrouwen met hoofddoek. En jawel, voornamelijk de mannen zaten tegen de muur, de vrouwen vrij in de ruimte met kromme ruggen. Ik ben een onuitstaanbaar mens, trots erop dat ik ook twee uur op de grond kan zitten met kaarsrechte rug. Vindt mijn rug trouwens ook leuker… Eerst zong een vrouw in Koerdische klederdracht melancholieke liederen, door een man met snaarinstrument begeleid. Daarna zong een man met een grote soort ‘tamboerijn’ duidelijke protestliederen. Stemming geweldig!

Wij vijf vrouwen besloten de avond met een bezoek aan een restaurant van drie Syriërs, Safa kent een van de drie goed. Hij kwam ook bij ons zitten, en ik had de indruk dat na afloop de Catalaanse die wilde betalen, daar nauwelijks de kans toe kreeg. Onze communicaties wisselden tussen Catalaans en Spaans en Engels en Koerdisch en Arabisch…ook een feest!

De Jaarwisseling stonden we op het dak van het vrouwenhuis, een fantastisch gezicht op de stad, met veel vuurwerk. Jawel, milieu. Het was wel meer licht dan rook. De stad had overigens een 3 km lang stuk van de breedste autoweg afgesloten, om ruimte te maken voor feestgangers. Daar komen ook al veel Arabieren op af uit zuidelijker regionen. Die daarna heel dorstig zijn. Commentaar van iemand hier: “Ik was er, het was leuk, en te druk. En vooral: juist daar te weinig restaurants. Dus als ze toeristen willen trekken voor de inkomsten, moeten ze die door de hele stad laten trekken, dan hebben alle restaurants en theehuizen er profijt van. Want natuurlijk is dit promoting om geld aan te trekken.” 

Arabisch Irak moet nog opkrabbelen van de enorme bombardementen 1991 en 2003 tegen Saddam en 2015-17 tegen ISIS én de boycot 1991-2003 die de hele private sector kapot kreeg. Turkse en Iraanse bedrijven varen daar nog steeds wel bij, Irak krabbelt daartegen maar langzaam op. Koerdistan boomde stevig tot ISIS in 2014 de zaak op stelten zette. Dat viel toen ineens plat. Iraaks Koerdistan zoekt nu met name geld weg te trekken bij Irakese Arabieren die welgesteld zijn. Interessante strategie! En wie weet, wordt dat uiteindelijk de basisstrategie voor een proces van wederzijdse acceptatie… Verzoenen lijkt me vooralsnog een te groot woord. Al leeft bij Koerden die over de geschiedenis nadenken wel het besef dat de ellende begon door die Fransman en Engelsman in 1917 en niet door de Arabieren…

De twee Indische zusters zijn vandaag, 8 januari, ineens aan het verhuizen. Een telefoontje van de bisschop…. wel, het kon nog niet vanwege de elektra, maar gister heeft de bisschop even gebeld en de elektra voor hun woning in het grote toekomstige bejaardenhuis is geregeld. Vanavond trakteerde de bisschop ons op een maaltijd om het te vieren. In dat nieuwe huis: “Het Eerste Avondmaal” citeer ik die bisschop.   Vanmiddag hebben “we” de woning ingewijd met een olijftak van de buren. Gewoon gejat! Het werd een dag van heen en weer rijden, tweemaal de achterbak van de kleine vrachtwagen vol. Die zusters hebben zich te pletter gewerkt.

Maandagmorgen zal ik meegaan naar Kirkuk. ’s Avonds begin ik dan met een lezing in Sykanian over wat ik kan aanbieden, en dan mag iedereen meteen inschrijven. NU! Want dat gaat in twee weken gebeuren in zowel Sikanian als Kirkuk. Ik krijg 6 uur voor de rebalancing, en 12 uur voor de traumaverwerking. Gister heb ik een hele dag “geoefend” met een yoga-groep van 13 personen, in een dag van 9 uur. Dat ging, al had ik liever meer tijd. Het werd voor mij een goede scholing waar de echte culturele grenzen liggen als in de groep mannen en vrouwen bijeen zijn. Nu waren dit moslims, bij christenen gaat het een (heel) klein beetje soepeler. Ben benieuwd. Als mannen en vrouwen bijeen zijn blijft iedereen decent van elkaar af; bepaalde relevante oefeningen van complexe communicatie konden dus niet.  Als de mannen onder elkaar zijn is er een geknuffel dat bij ons direct tot de gedachte zou leiden in een speciaal café voor homo’s te zijn beland. Van mijn Arabisch komt nu niet meer veel terecht. Ik poog bij te houden wat ik net onder de knie kreeg. 

 

Misschien ga ik een van de twee Indiase zusters leren hoe zij straks verpleegkundigen kan waarschuwen voor bepaalde valkuilen als je met Alzheimer-patiënten werkt. Mijn rijk geschakeerde cv komt hier aardig tot zijn recht…

Zo ben ik nu mét Mohanned een van de inlopende katten aan het domesticeren. Lukt aardig, en het is een aardige kater: hij bracht onlangs een jong katje de tuin in naar de eetbak waar af en toe iets in zit. En ging op 2 m. afstand het katje tegen ons liggen bewaken. Vanmiddag mocht ik hem voor het eerst strelen. En iemand heeft hem al geleerd om liefkozend te bijten, en zonder nagels!…

Volgens mij komen die katten hier vooral vanwege de zon. De brede randen op de etages, en een grote omloop boven de kloostergang, zijn forse delen van de dag in de zon als er zon is. Het is dan wel vechten om de beste plek, en die kat die we gaan domesticeren lijkt een familielid in de buurt te hebben: tussen hen is meer territoriumgevecht dan liefde. Hun bijdrage is dan een muis- en rattenvrije voorraadkamer.

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 6

14 januari Een week gewerkt in Sikanian, bij Kirkuk. Gewoond bij de Indische zusters die daar een school zullen gaan leiden... Lees verder

Het gebouw is er, de zusters zijn er, Abuna Ayan die deze geloofsgemeenschap al enige tijd begeleidt woont voorlopig met zijn gezin in een deel van dat appartement dat in drieën is gesplitst - tot zijn huis klaar is, tegenover die grote school en grote feestzaal en toekomstige kerk. Hij hoopt er over vijf maanden in te kunnen. Zijn hond hoopt eerder, die zit nu in een grote kennel buiten, omdat de Indische zusters bang zijn van honden…

Een mooi gezin heeft hij, prachtige zoon en dochter en goede vrouw. Toen ik er deze week een keer was uitgenodigd voor de middagmaaltijd, vroeg ik hem op een gegeven moment: “Moet je vrouw je gehoorzamen omdat je man bent of omdat je priester bent?” Hij lachte en zei: “Omdat ik man ben”. Ik vroeg aan zijn zoon: “En, gehoorzaamt je moeder altijd?” Die lachte ook en zijn moeder zei al: “Ik ben het niet altijd met mijn man eens, we hebben wel eens stevige discussies.” Dat veel bezoek anders ermee omgaat, werd ook helder. Ze vroeg om een massage omdat ze zware rugpijn heeft. Wel, die schouders stonden best strak. Ik zei tegen haar: “Veel werk he, als vrouw van de Abuna.” Ze knikt. Ik: “Hij krijgt de eer en jij krijgt het werk?” Ze knikt en lacht. Ze heeft een pracht van een man met veel gevoel voor humor. Humor kan ik geen van deze priesters ontzeggen, zover ik ze versta. Dit ‘dinky toys’ bisdom en zijn bisschop heeft trouwens een interessante waaier aan priesters. De drie ongehuwden: die Zwitsers-Duitse Pater Jens (eigenlijk exempt, dus onder eigen verantwoordelijkheid) in Sulaymaniyah, de heel oude Abuna Stephan die erg vergeetachtig wordt, dan de vitale Abuna Kais (40tiger), zij beiden in het bisschopshuis. Abuna Kais houdt toezicht op alle projecten die de bisschop begint. En dan de drie gehuwden: Abuna Sliwa (Kirkuk) is opa van een achttal kleinkinderen, Ayan vader van twee studenten, Aymen (Sulaymaniyah) is vader van twee peuters. Bischop Mirkis beschouwt zich lachend als de schoonvader van de drie vrouwen. Alle denkbare en ondenkbare ervaringen in huis dus.

En o ja, Abuna Ayan maakte in Sikanian levensgrote reclame voor mij: nog nooit werd ik ergens zo levensgroot opgehangen! (naast de grote zwarte parkeerpoort). De Arabische tekst komt verderop! Geen idee wat ze over me beweren…

Vanmiddag kwam het gesprek op migranten. De bisschoppen in deze regio hebben af en toe overleg en dan komen er verhalen los. Libanon kent meer Libanezen in buitenlanden dan in het land zelf. 9 Miljoen Libanezen in Latijns Amerika, veelal Brazilië. En “die zijn we kwijt”, aldus MIrkis. “We horen nooit meer van deze geloofsgenoten. Wel vanuit de VS.” Bisschop Mirkis ging ook als Dominicaan af en toe naar die “diaspora” om zijn mede-gelovigen moed in te spreken. “Waarom zijn we ze in Latijns Amerika en Mexico kwijt? Daar kunnen ze gewoon Mexicaan of Braziliaan worden. Ze huwen mensen die er al wonen. De vele immigranten mengen in de verdere gemengde bevolking. In de VS niet. Daar leven witte protestanten die hun dochters niet aan die katholieke immigranten kwijt willen spelen. Daar blijven ze “buitenlanders”. En dus trekken ze naar elkaar toe, houden contact en blijven bestaan als delen van onze geloofsgemeenschap. In den vreemde, dat wel. Diaspora. Maar het is onze geloofsgemeenschap, zo willen zij dat ook. Racisme maakt dat ze naar hun oude land blijven verlangen en onder elkaar blijven als kleine ghetto-achtige gemeenschappen.”

Deze waarneming van bisschop Mirkis over zijn geloofsgenoten in de twee Amerika’s is een fraaie spiegel voor Nederland. In Nederland blijven al die immigrantenkerken ook graag ‘onder elkaar’, houden elkaar vast. En Den Haag maar roepen over integreren. Je kunt een cactus ook bevelen om wortel te schieten op de parkeerplaatsen bij de Jaarbeurs…

Zo tussen alle arbeid nu doe ik af en toe nog kleine pogingen wat Arabisch op te pikken. Wat woorden, termen… tot echt communiceren gaat dat niet meer leiden in dit leven. Maar dan zijn er wel plots van die ontdekkingen: “gaza” betekent “speciaal”.

(Mensen met een speciale behoefte: “zauwie alachtiasja algaza”): gehandicapten.

Gazastrook is dus “speciale strook”. Noemden we zoiets vroeger niet een ghetto? Waarom nemen we internationaal dat Arabische woord over zonder het te vertalen? Juist bevriende naties zouden Israël toch moeten kunnen aanspreken op het inzetten van precies die methoden die Europeanen enkele eeuwen lang loslieten op joodse gemeenschappen?

Het gaat bovendien niet om wraakverhoudingen, want de Palestijnen waren nu werkelijk helemaal niet schuldig aan de eeuwenlange onderdrukking en discriminatie van joden. Die Nederlandse Kerk die “Onopgeefbaar Verbonden” is met Israël, zou die in deze niet wat vriendengesprekken kunnen aangaan met de politieke leiders van de staat Israël? Of steun geven aan “Een Ander Joods Geluid”? Want onopgeefbaar verbonden… Een goede vriend moet jou toch waarschuwen dat je het grootste kwaad jegens anderen aan het plegen bent? Een vriend die ziet hoe je structureel die God van Gerechtigheid bespot door je structurele praktijken van uitsluiting, apartheid, discriminatie zal toch niet zijn mond houden?

Rondtrekkend in dit gebied waar ik telkens weer IDP’s en vluchtelingen tegenkom, vaak ook door “Human Rights Watch” tijdelijk ondergebracht in het klooster, waar ik zie hoe iedereen poogt met iedereen te communiceren, ook al liggen Koerdisch en Arabisch ver uiteen (ook als taal); deze regio met die miljoenen vluchtelingen die ontvangen werden en worden - hier rondtrekkend moet ik constateren: Israël is het slechtste voorbeeld in deze regio als het gaat om Human’s Rights.

In Gaza en Westbank hoeft een Palestijn niets te doen, om toch geslagen en geschopt te worden, kinderen die door soldaten geschopt worden, boomgaarden verbrand, enkel om hen te verdrijven. Het lijkt mogelijk nog het meeste op de praktijken van de Europeanen die “de Nieuwe Wereld” ontdekten en de oorspronkelijke bevolking neer maaiden, met name in het noorden. Worden er daarom geen woorden aan gegeven? “Gaza”. Definitiemacht: wat geen naam heeft bestaat niet.

Ja, hier in Irak, nu ik hier iets langer ben en deel begin te worden van het meubilair, en toch nog altijd ‘van buiten’ omdat het met die taal niet gaat lukken, hier loop ik voortdurend rond tussen mensen die hier werden ontvangen, opgevangen, temidden van mensen die zelf al veertig jaar de ene verschrikking na de andere moeten leven. Hier word ik steeds meer Europeaan en Nederlander. In Utrecht ben ik gewoon een buur, dat is min of meer overzichtelijk. Hier ben ik Europeaan, theologe uit NAVO-gebied, Nederlandse dus van dat land dat hier in Irak rondliep en applaudisseerde toen Bush in 2003 het allemaal nog erger kwam maken. Nu ik werk met deze mensen, de verkrampingen in de lichamen wat preciezer waarneem, worden de oorlogen wel heel fysiek zichtbaar. Ruïnes kun je opruimen, nieuwe gebouwen neerzetten. Die verkrampingen gaan een leven lang mee. Generaties mee. Men begint me te vertellen van de kinderen die ook strak staan van de spanning, die de verkramping van de ouders overnemen, en dat ook bij ouders die zeer erop letten hun problemen niet op de kinderen te projecteren. Men maakt zich zorgen, juist omdat er tegelijk veel hoop is gevestigd op de nieuwe generatie, die vroegwijs haar kritiek uit aan een generatie van mannen die te veel mee bogen om toch macht te vergaren. In 2004 zei Pater Mirkis me al “dat de Amerikanen de corruptie in het land hadden gebracht”. De jonge generatie verzet zich openlijk. Vermoedelijk moet ik daar dan meteen bij zeggen, dat dat nu ook kan, al werd er najaar 2019 toch nog wel heftig gereageerd door de zittende regering in Bagdad.

Elke Irakees heeft elk recht om eigen meningen te vormen over de ellende die hij erft in zijn volk, en waarmee zij of hij moet zien te leren omgaan. Op eigen wijze en eigenwijs. Een van de belangrijkste elementen in die trainingen traumawerk is, hoe je diep vastzittende emotie en herinnering kunt omzetten in eigen wijsheid. “Als ik al veel moet lijden, wil ik er minstens zo veel mogelijk van leren”. En dan loop ik daar tussen als buitenlandse, van zo’n land dat politiek gesproken enthousiast meedeed met Bush. Dat verplicht. Dat verplicht ertoe, dat ik altijd blijf weten hoeveel ellende over dit volk werd gestort in onze naam, in mijn naam. Voor mij is dan een soort beloning, als een christelijk journalist me bevestigt in mijn belangrijkste waarneming: “De Irakese groepen verdomden het om de burgeroorlog te gaan voeren die hen door de VS en door ISIS werd opgedrongen.” Hij knikt, en hij meent met mij dat dat een belangrijke basis is in het volk om de moeizame arbeid van zichzelf hervinden te kunnen doen, ondanks nog vaak kleine driftige geweldsmomenten in het land.

Overigens merk ik in de workshops die nu volop in gang zijn, dat de lichamen hier in Kirkuk een stuk strakker staan dan in Sulaymaniyah. Hier zijn veel vaker geweldsmomenten, hier is het grootste olieveld. ISIS-resten doen hier en daar nog steeds hun best. Rond Sulaymaniyah is er nauwelijks geweld, al die jaren al niet. (zichtbaar op de kaarten die Instituut Clingendael maakte. )

Het gebied is kennelijk niet interessant genoeg om er om te strijden. Precies daardoor is Sulaymaniyah als eerste nu aan het pogen zich te herstellen van de economische klap door de massale aanstorm van vluchtelingen door ISIS in 2014.

Vlak voor vertrek uit Kirkuk naar Sikanian vertelde Abuna Kais me nog even, dat er tegenwoordig dagelijks mensen aan de deur kloppen die hulp vragen. Moslims voornamelijk. De echt armen vind je minder onder de christenen. De kok - aan diens deur kloppen ze - heeft al een groter dagbudget gekregen om aan de vraag te voldoen. Hij koopt eten in om te kunnen uitdelen. Korte uitleg van Kais over die groeiende armoede: de wijze waarop de rijke politieke (Koerdische) families zorgen dat ze uit de olieverkoop op hun oude niveau van rijkdom geraken, maakt dat de Iraakse Dinar aan het devalueren is, terwijl de prijzen stijgen. En sinds 2003 zijn Iran en Turkije de belangrijkste leveranciers. Onder de huidige marktverhoudingen heeft Irak weinig kans zijn positie ooit (tot 1990) van hoogontwikkelde staat en marktcentrum in de regio te herwinnen. De zich langzaam herstellende landbouw raakt in de problemen door de toenemende droogte, die ook voor deze zomer wordt gevreesd: er valt nu te weinig regen. En het meeste water van de rivieren Eufraat en Tigris zou uit de bovenlopen in Turkije en Iran moeten komen. Dat verhaal vertelde ik al.

Terug naar de kleine wereld: Gisteren, 15 januari, werd de eerste Alzheimerpatiënt opgenomen in het Mercy House. Er werd een feest van gemaakt, met name buren waren zeer blij dat de vrouw nu veilig is. De zusters zijn blij aan het werk te kunnen, al blijkt de eerste patiënt meteen zeer “moeilijk”. Een echte Alzheimervrouw, plukt de dekens kapot, loopt door alle deuren heen, dus die gaan nu op slot. Dat gebeurt nog in de leefsfeer van de zusters, de eerste etage in functie. Aan de Alzheimer etage begint men pas als er echt een groep is.

In Sikanian zijn enkele lokalen nu in functie voor volwassenenonderwijs, zoals mijn trainingen. Gisteravond begreep ik, dat de groep er veel voor over heeft om te komen. Deze twee dagen (woensdag, donderdag) zijn de scholen in district Kirkuk gesloten vanwege de kou (-2-5 graden). Nederlanders kunnen denken “watjes”. Maar hier is niets voorzien op zulke kou.

Met het oog op toekomst ook aangaande klimaatverandering zijn alle ruimten in de school en dat bejaardenhuis voorzien van apparatuur zowel om warmte als om verkoeling te brenge. En opgehangen tegen plafondhoogte, dus zonder ruimteverlies.

 

De drie Indische zusters die hier wonen, en medewerking geven op de basisschool in Kirkuk en een kleine kleuterschool hier vlakbij, gaan op de vrije dagen op huisbezoek in de parochie. Daar pogen ze hun Arabisch mee te versterken, want ze voelen zich er nog niet stevig in. Onderling spreken ze hun Indisch, met mij hun Engels… Abuna Ayan meent dat hij mijn Engels een stuk beter kan verstaan dan het hunne, door het accent. Hun vocabulair is wel een stuk uitgebreider dan het mijne, van mij is het maar mijn vijfde taal tenslotte. En dit traumawerk bouwde ik helemaal op in Spaans, ik moet regelmatig oppassen dat ik niet Spaans ga praten…Als er van begrijpen even niks komt, dan ga ik Nederlands spreken. Blijkt heel ontspannend te werken, iedereen lacht dan. Intussen branden discussies los over de verdere verdeling van de workshops. Of alles gaat passen? De aanvragen nemen toe.

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 7

21 JANUARI Enkele uren nadat ik mijn vorige bericht van uit Sikanian verstuurde, begon de sneeuw te vallen. Het veroorzaakte een geweldige opwinding bij de Indische zusters, die geen sneeuw kennen... Lees verder

Ze stormden het bal kon op om selfies te maken en familie in India te bellen  om de sneeuw te laten zien via hun grote ‘Handy’s’. Ze  waren nog in dolle pret de eerste sneeuwvlokken aan het  vangen, toen het hele gezin van Abuna Ayan binnenliep:  vader Ayan, moeder,  Mariam (22 jaar) en Marios (24jaar). Die wonen in het derde deel  van deze particuliere woning binnen de grote school, zonder  balkon. Ook alle vier opgewonden. Foto’s maken! 

Toen eindelijk de balkondeur dichtging was het winter in de  verwarmde woning! En de warme lunch koud. Brrrrr…De scholen in het hele district Kirkuk zijn 3 dagen gesloten vanwege de  kou.  Vanmiddag een laatste wandeling gemaakt met de zusters. Ze  wilden even dag zeggen tegen een parochiane die haar moeder  bezocht maar morgen teruggaat naar Canada; ze vluchtte voor  Saddam. Tussen alle verdere uitwisseling bevestigde ze het eerdere beeld dat bisschop Mirkis aangaf over de VS. Ze vindt Canada  dan ook geen fijn land. Buren groeten elkaar niet eens. Geen sociaal  leven. Een heel “multiculturele” samenleving, maar ieder groepje  blijft bij elkaar klitten. Ze wist het nog erger: “Onlangs kwam een  mevrouw blij naar me toe: ‘U draagt een kruisje; u bent christen; orthodox?’ ‘Nee’ zeg ik, ‘Chaldeeuws en ik geloof dat dat katholiek is.’  De vrouw keerde zich om en liep verder. Hier in Sikanian helpen mijn  buren en ik elkaar en zij zijn moslims. Wat is dat een verschil zeg!”  Bij het weggaan vroeg ze me: “Wat vindt u van het Iraakse volk?”  Echt een vraag voor de deuropening! Dus ik zeg het kort: “VS en  ISIS deden alles om jullie in een burgeroorlog te storten, en alle  groepen hier verdomden dat gewoon. Zulk volk dus” en ik steek mijn  duim op. Onze Canada-gangster, haar vriendin, haar moeder en haar oma knikten, en de emigran te was zeer resoluut: “Precies! Dat zijn wij!” 

In de traumagroep begon één man een discussie over moslims, na een oefening rondom iemand  vergeven. Hij zette zich erg tegen moslims af, vond dat allemaal waardeloze mensen, en er brak  storm los onder de christengemeenschap. Dankzij een zeer goede vertaler kon ik de storm stil  krijgen (hij was bijna een Jezus in de boot) en simpel zeggen: “Dit is een andere workshop, jullie  mogen me uitnodigen. Maar niet nu!”  Begrijp ik hem? ISIS is weer actief in Syrië en Irak, kleine groepjes… maar het wekt oude angsten. 

Gisteren werd de tweede training in Sikanian afgesloten. De mensen hebben het erg goed begrepen: er zou veel meer tijd voor nodig zijn! Training traumaverwerking, met de hoeveelheden trau ma’s die er hier te verwerken vallen! Na vier avonden van drie uren (door de kou gekomen!), waren  dat bijzondere opmerkingen. Ik heb beloofd na te denken over mogelijkheden. Onder hen zie ik 6  personen die ik wel heel graag verder zou trainen, tot trainers zeg maar. Dus dat gaan we bespre ken. Hoor ik om 17.00 uur - ik wil net beginnen - dat om 19.30 de bisschop komt om certificaten  uit te reiken. Jawel, ik had ook een pootje gezet, al was het niet mijn idee, maar dat hij zelf zou  komen… En ik die zo’n avond per 10 minuten vooraf uitteken… of ik maar even 30 minuten wil  inschikken. Wel, doen we toch gewoon! Bisschopswoorden zijn hier decreten, al lacht onze Yousif  Thomas er zelf dan ook wel weer om. Hij kwam met gevolg binnenlopen toen we nog evalueerden  en ging braaf weg op mijn belofte dat we in 10 minuten klaar zouden zijn. Voor de uitreiking togen  we naar de mooie grote zaal, met fraaie stoelen. Bij het traumawerk zitten we op matrassen op de  grond, behalve wie dat niet kan, die mag een stoel. Zojuist teruggekeerd in het metrania (‘bis schoppelijk paleis'). Het is ineens voortdurend worstelen met wegvallende elektra en internet.  

24 JANUARI. Vandaag is aartsbisschop Yousif Thomas Mirkis o.p. 8 jaar bisschop. Dat mag ik  meemaken in zijn ‘metrania’. Ik heb gevraagd of er taart zou komen, maar dat leek hem niet goed  voor onze lijn. Ben ik met hem eens, ik troost me wel met zoete dadels. Ik heb vooral zijn huisge noten gefeliciteerd. Nu was zijn voorganger ook geen slechte bisschop, zij het met geheel andere ambities. In de woorden van Mirkis: Sako ging altijd op bezoek bij allerlei buren, imams vooral. Die  relaties vond hij heel belangrijk. Die relaties vind ik ook heel belangrijk, ik kan voortbouwen op zijn  werk. Maar ik ben niet zo begenadigd in dat soort social talk.” Ik lach en zeg: “Liever gebouwen  neerzetten, zeker?” Hij lacht terug en zegt: “Ja, dat is een afwijking. Pater Jens en ik hebben de zelfde afwijking. We hadden beiden aannemer moeten worden. Als ik een sociaal probleem zie  denk ik in gebouwen.” Hij lacht uitvoerig.  

Patriarch Sako zegt over hem, dat hij tenminste een bisschop is die de gemeenschap voorbereidt  op de toekomst. Toekomst in dit Irak, toekomst als kleine gemeenschap, die niet zomaar meer  zelf het geld kan opbrengen voor haar belangrijkste taken: gemeenschapsopbouw rond liturgie en  catechese, onderwijs, hulp aan behoeftige groepen. Mirkis zegt dan weer dat hij poogt over drie  jaar uit de schulden te zijn met lopende projecten die de gelden opbrengen voor de taken van de  geloofsgemeenschap. Hij kijkt er niet eens zorgelijk bij, terwijl helder is dat het nog hard werken  wordt om dat voor elkaar te krijgen in zijn laatste drie jaren.  

De gebouwen staan nu wel. De bejaarden zijn er wel. Maar het opnemen moet toch langzaam ge beuren. Ten eerste wordt aan de binnenzijde nog gewerkt, alleen de etage voor de bewoning van  de zusters, en een personeelskamer is klaar. Er kunnen nu tot 8 personen worden opgenomen als  voorlopige voorziening. De functionele etage met grote keuken is in afronding. Dan komt de etage  

Alzheimer en kan er verder worden opgenomen. Om snel aan geld te komen zou de bisschop ge loof ik graag 40 mensen ineens opnemen. Maar dat zou voor iedereen een ramp worden, want het  moet allemaal aan elkaar wennen. Dus hij zal geduld moeten oefenen en wijs zijn. Hij is aan het  lobbyen voor een goede directeur, tussen de mensen die hij kent. Niemand wil. Iedereen blijft lie ver in de job die hij kent. Deze bisschop is zozeer gevormd door 40 jaren van urgenties (hij was  ook dienstsoldaat in Iran), zijn hele mentale stand is: NU! Dat NU! dreef hem al die jaren voort,  sinds 8 jaar kan hij het woord spreken en het gebeurt! Hij lacht als ik dat zo tegen hem zeg. Een  man die met humor en zelfspot is begenadigd, het lijkt me ook wel een noodzakelijk attribuut voor  een ‘brandweerman’. En hij begrijpt toch ook wel, dat het met die bejaarden in een ander tempo  moet. Langzaamaan, iedereen moet daar op een goede wijze kunnen ingroeien.  Hij zucht, en zegt iets wat ik zelden hoor: “Maar het is ook wel verdomde moeilijk met die mos lims!” Als ik dan doorvraag heeft hij het gewoon over de bureaucraten, en ja, dat zijn in dit land  voornamelijk moslims. Zijn zorg is dat de school niet kan starten met het nieuwe schooljaar, om dat de bureaucraten de papieren maar langzaam in orde maken. Andere prioriteiten; onkunde.  Terwijl de families met de kinderen klaarstaan. De school wordt de grootste inkomstenbron, daar uit kunnen de sociale projecten gefinancierd gaan worden. Deze drukken nu voornamelijk op de  geloofsgemeenschap. In het Mercy House hoopt hij rond te komen met 8/2: 8 betalende (door de  familie), 2 minder of niet betalende families. 

25 JANUARI. Gisteravond deelde Abuna Kais me  mee, dat er vanmiddag na de Eucharistieviering  om 16.00 uur in de kapel, in de kathedraal een  gebed zal zijn voor de Eenheid onder de Christenen, ter afsluiting van de week om de Eenheid.  Bij het middageten vandaag krijg ik iets meer detail. De voorganger, nu Patriarch Luis Sako, had  voor een forse clash gezorgd met de protestante  kerk. Sindsdien zijn er geen contacten meer. Nu  was er hier tot 2003 één Presbyteriaanse kerk.  Achter de Amerikaanse soldaten aan kwamen  Amerikaanse missionarissen, en daar werden de  christenen hier niet vrolijk van. Missioneren doe  je hier niet; je respecteert elkaar. Het was één  van de belangrijke redenen dat christenen na  2003 nogal eens mikpunt van aanslagen werden. Twee jaar geleden vertelde bisschop Mirkis, dat  die nieuwe groepen nogal eens mensen wegtrekken uit de oude kerken; dat valt ook niet goed. Is  soms zelfs gevaarlijk voor die mensen, want hier heb je je familie nodig om goed te kunnen over leven. En bischop Mirkis geeft aan, dat hij het soms ook wel verwarrend vindt, is er ineens weer  een kleine nieuwe kerkgemeenschap. Meteen is hij ook oprecht: “We hebben tegenwoordig minder mensen bij de vieringen, met name in de week is het een heel klein groepje.” Jawel, dat had ik  al waargenomen. “En dan heb ik soms best de neiging dat maar op die protestanten te schuiven,  maar dat is ook niet eerlijk. Door COVID zijn we veel mensen bij de vieringen kwijtgeraakt. Ze  hebben ontdekt dat je ook zoom kunt kijken met je pantoffels aan.” Na een korte pauze: “We zijn heel benieuwd of er mensen komen van  de andere kerken. Er is echt een forse clash geweest met de Presbyteriaanse kerk. Maar daar moeten we toch doorheen zien te komen.” Met de Syrisch katholieken en de orthodoxe kerken is geen pro bleem, bij feesten wordt er wederzijds uitgenodigd.  

Er zijn twee kerkleiders uit twee andere kerken aanwezig: een Syrisch katholiek priester en een van de Assyrische Kerk. Ook een  twintigtal gelovigen uit die gemeenschappen. De eigen gemeenschap is de helft van de zondagavond-viering, dat zijn er vanavond  dus zo’n 35. Ook de Overste van de Indische zusters is er en Abuna  Ayan uit Sikanian en Abuna Sliwa van de andere Chaldeeuwse parochie in de stad. Er is een uitvoerig soort vespergebed voorbereid, de taken worden goed verdeeld  tussen de 7 religieuze leiders. De bisschop houdt een lange overweging. En goed Iraaks: het begint 20 minuten later dan aangekondigd. De protestanten zijn niet gekomen. Er ligt dus nog werk.  Vooraf, tussen de Eucharistieviering in de kapel en dit Gebed om Eenheid, blijven de zusters Do minicanessen bij ons theedrinken. Zr. Madeleine, het hoofd van de kathedrale lagere school, ver telt met spanning in haar gezicht een verhaal aan Abuna Kais. Ik vang drie woorden op: moslim,  Kerstmis, school. Vraag ik: “Zijn er problemen gerezen rond Kerstmis?” Abuna Kais bevestigt het  en vertelt kort: 

“De zuster uit India, Zr. Anna, had een Kerstspel voorbereid met een klas en iedereen vrij gelaten  mee te doen. Een moslimmeisje was engel en sprak de tekst: “Jezus, de Zoon van God is gebo ren”. Op haar rapport heeft ze voor één vak een lager cijfer dan gewoonlijk, van een van de tien  moslimleraressen. Een van de vier christelijke leraressen suggereerde de ouders dat dat een  wraakneming is. Zr. Madeleine wilde dat goed uitzoeken. Heeft de moeder naar school besteld en  gevraagd welke lerares dat beweerde. Wilde de moeder niet zeggen. Het meisje zelf zegt dat het  onzin is, ze was gewoon ziek en heeft het proefwerk slecht gemaakt.”  

Niemand aan tafel gelooft het verhaal van de wraak, al jaren bereiden de moslimleraressen met  groot plezier de kerstpakketten voor. Ik heb een film met een moslimlerares die de kinderen leert  dansen op “I wish you a Merry Christmas”. Maar zr. Madeleine wil het helder hebben. Vooral waar  het praatje vandaan komt, en waar nodig een gesprek tussen de leraressen. Het is de eerste maal  dat ik hoor dat er een spanning ontstaat om een zaak van christelijke folklore. Onze wachtmensen  wilden door mij bij de Kerststal gefotografeerd worden! Ik heb kort geopperd, dat er mogelijk een  ander klein conflict ligt tussen twee leraressen, dat nu op deze wijze gelegitimeerd en groter dreigt  te worden. Abuna Kais gaat het met zr. Madeleine samen uitzoeken. De zorg begrijp ik. Het is een  relatief kleine school, met een altijd zeer goede sfeer als ik op bezoek kom. Er moet dus kennelijk  iets uit de weg worden geruimd. 

In het dagelijks leven leeft “het” in de buurten gewoon samen. Zo is Kirkuk vanouds een viertalige  stad: Arabisch, Koerdisch, Turkmeen en Caldean. De kinderen leren op straat en in school drie of  vier talen spelenderwijs. Bij huwelijken feest je mee als je de mensen kent. Maar zeker bij een be grafenis ben je erbij. Toen de moeder van een bekende Kirkukse  man stierf om 16.00 uur, was er om 18.00 uur gebed in de kathedraal die volstroomde met mensen in het zwart. De meesten  moslim. Daarna werd het lichaam meteen begraven. De volgende  morgen, zaterdag, was er om 8.00 uur een Eucharistieviering voor  de overledene, en de kerk was weer even vol: dezelfde mensen.  

Bij het communie gaan werd helder dat er erg veel moslims aanwezig waren. En zo was er twee jaar geleden een aanslag, waarbij een jonge moslim omkwam. Bisschop Mirkis ging erheen om te condoleren en bleef een uur - op dat moment nog in kleine familiekring. Hij gaf de moeder de ruimte haar leed uit te drukken.  

Nu is dus de vraag, wat er op de school aan de hand is tussen de  leraressen. Een goede verstandhouding is fundamenteel, bij 40 % christelijke en 60% moslimleerlingen. (Tijdens godsdienstonderwijs gaan de moslimkinderen naar een lokaal voor Koraanles).  Volgens Mirkis doen veel moslims (die het kunnen betalen) hun kinderen liever op de particuliere  katholieke school dan op een staatsschool. 

De dag begon met een vriend van Abudoreit, de man die hier belangrijker is dan de bisschop -  vindt de bischop ook. Of ik hem kon helpen, sterke stralingspijn in hoofd en nek. De avond eindigde met de vrouw van Abudoreit, in zijn huis. Ze leed sinds enkele dagen aan duizelingen. En Abudoreit heeft nierstenen, of ik iets kan doen? “Wel, ik ben niet Jezus, dat is dokterswerk.” Zolang het een zaak van spanningen  is kan ik best veel, ook aan anderen leren, maar dan stopt het  ook. Dat bezoek was zeer informatief. Abudoreit is de man met  de grote netwerken. Hij woont in een buurt waar huizen staan zoals ik ze nog niet gezien had. Stad, dus huis aan huis, maar wel  van afmetingen… Het “metrania” heeft een mooie gevel vind ik, is  verder zeer functioneel ingericht en enkel parterre. Het zinkt in het niet bij de  huizen die ik nu zag: ze deden denken  aan het huis van de zusters in Erbil/ Ankawa, al is dat bescheidener en ze wonen er met 30 vrouwen. Al  deze huizen hebben gevels met prachtige natuursteen, bijna altijd die  woestijnkleur. Al deze huizen hebben eerste etages die groter zijn dan  de parterre, dus balkons en dakterrassen die schaduw geven aan de etage lager. En als het veel groter is, fraaie opvallende zuilen om dat  balkon/dakterras te stutten. Gisteravond kon ik geen foto’s nemen  jammer genoeg. Wel begrijp ik nu dat netwerk van Abudoreit: de men sen die je nodig hebt zijn zijn buren. 

Chaldeeuws ‘Metrania’

26 JANUARI De stroom die steeds wegvalt, internet dat het niet doet… toch een achterlijk volk? Nou…nee. Al acht millennia bouwmeesters. Wel 1991  zware bombardementen, hele infrastructuur kapot  (wegen, electra, water). 13 jaar boycot die niets  het  land in liet voor reparaties. 2003 zware bombardementen. Hele overheidsapparaat ontmanteld. Enorme  volksverschuivingen binnenslands. Bagdadregering  tot op heden zwak, maakt geen beleid, kan niet op  tegen een Parlement dat inmiddels voornamelijk bestaat om baantjes te hebben. Dus ook geen beleid  inzake een helemaal nieuwe infrastructuur elektriciteit. Hebben ook de Amerikanen niet aangepakt na  alle bombardementen. Er worden wel nu steeds meer  huizen herbouwd die elektra willen. Dus iedereen  hangt aan de laatste palen om er ook stroom af te  tappen… Zijn ze zeer goed in, er vallen weinig doden.  

Soms is er wel iets met verbindingen…  

(Vermoedelijk is het verhaal ginds in de VS, dat net als in Afghanistan het westen wel de democra tie en mensenrechten poogde te brengen, maar dat die moslims gewoon te achterlijk zijn om dat  aan te nemen. Vergeef me, bij dit verhaal kan ik niet helemaal zonder cynisme schrijven.)  De Dominicanes Zr. Rosa te Erbil, liep een keer bij een wandeling met me (2018) ook te mopperen  over die moslims. Na enige tijd vroeg ik nadere toelichting en ze zei verontwaardigd: “Nee, zeg, ik  heb het niet over onze buren! Ik heb het over die ambtenaren. Eindeloos gedoe om zaken gere geld te krijgen! Het degelijke overheidsapparaat dat er was tot 2003, dat hebben we niet zomaar  terug. Nu zitten toch nogal eens kennissen/familie elkaar te promoten als er een baantje vrij komt.  Niemand vraagt of ze het ook kunnen.” Dat was Koerdisch Irak, schijnt nog erger dan Bagdad.  Nog even de bisschop. Als verschijnsel hier. Die oude bisdommen zijn klein, de bisschop is  allereerst zeg maar stamhoofd. Hij heeft te zorgen dat het de familie goed gaat en daar alle voor waarden voor te scheppen. Bij een wegvallend overheidsbeleid rusten dergelijke zorgen zwaar op  zo’n “stamvader”. Hij zal het toch moeten doen. En in een kapot gebombardeerd land zijn ge bouwen wel de basisvorm van het sociale leven.    

27 JANUARI Dit wil ik toch even kwijt, ik ben er best trots op na alle moeizame pogingen om wat  Arabisch te stotteren. “Lezen” lukt redelijk, zolang de ander leest en mijn ogen de tekst volgen. En  sommige priesters lezen best snel na vele jaren… Nu zijn er nieuwe liturgieboeken verschenen,  waarin het weer de weg zoeken is. Ontdek ik dat er enkele Chaldeeuwse vaste gezangen nu “fonetisch” zijn opgeschreven voor de Arabisch-taligen die de oude taal niet meer lezen… En dat  blijk ik goed te hebben gezien. In ieder geval kan ook ik ze nu beter meezingen, want van die Arabische letters kan ik in ieder geval de goede klanken maken, zelfs in dat enthousiaste zangtempo!  Morgen ga ik even naar Erbil, maandag of zo terug naar Suleymaniyah. Werken! - YHS  

(sorry er is een probleem met het plaatsen van de foto's die Yosé meegestuurd had. )

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 8

4 FEBRUARI 2022 COVID verandert ook hier soms de plannen... Lees verder

Voorbereidende besprekingen met de Dominicanessen in Erbil moest ik laten varen, omdat er acht zusters met COVID in quarantaine zitten. Bisschop Mirkis verbood me erheen te gaan. Ik was het met hem eens. De afspraken rond krijgen verloopt nu stotterend… zij telefoneren enkel nog, ik email… tja - generaties… als ik bel, neemt het niet op… o, Heilige Geest, hoe doe je dat in deze moderne tijden?

Het gaf me wel ineens tijd, en zo raakte ik betrokken in twee forse discussies in Nederland. Aan beide heb ik zo’n 12 pagina’s bijeen geschreven. De ene ging over “vervolgde christenen” in Irak. De andere over Oekraïne en wie daarin allemaal de boosdoeners zijn. Wie graag de discussies ontvangt, mag zich melden…

 

Intussen ben ik weer in het klooster te Sulaymaniyah. Hier altijd tussen diverse mensen die schuilen. Een Koerd, enkele Arabieren uit Bagdad met name, enkele Syriërs en een Palestijnse. De schuiltijd zetten ze in in dit hele circuit van dialoogprojecten: taalles geven, taalles ontvangen, vrienden maken, wegen zoeken van toekomst, toneelcursus; muziekcursus…

Ik vroeg kort aan een Syriër die al enkele jaren meedoet in de dialoogtheatergroep van dit klooster (yezidi, christenen, moslims, Arabieren, Koerden, Irakezen, Syriërs samen), wie erger zijn: Rusland of VS. Zegt hij: “Even erg.” Zeg ik: “moreel even erg, maar de VS is machtiger en kan dus meer kwaad veroorzaken, of niet? “Jawel", zegt hij, “maar je vraagt me als Syriër. Voor Syrië zijn ze even erg.”

We hadden samen koffie gedronken met een hele schaal baklava. “We”: Pater Jens, Mohannad, twee van de toneelgroep waaronder dus die Syriër, ik en Ishrak. Ishrak trakteerde. Zij is de Palestijnse. Door de UNHCR aangewezen om naar Engeland te kunnen ontkomen, maar COVID kwam ertussen. Eergisteren kwam haar broer vrij uit de Israëlische gevangenis, dat wil ze vieren. Ze straalt ook en is feestelijk gekleed. Nou straalt ze meestal, tussen allen hier de meest fascinerende combinatie van voortdurende vriendelijkheid, stevig aanwezig, en nu even lerares. Ze gaf me Arabisch les tot ik COVID kreeg in november(1 les ). Ik vroeg door. Ze heeft twee zussen en zes broers. Deze broer gooide als jongen van 12,14 jaar stenen naar de soldaten. Met 19 jaar werd hij opgepakt (gevochten met Israëlische soldaten, vuistgevecht). Hij kwam 7 jaar in de gevangenis. Was twee jaar vrij, kreeg een zoontje, toen die drie maanden was werd hij weer opgepakt. Zat zonder enige aanklacht nu een jaar vast, en geen medische hulp. Er werd op hem geschoten, hij heeft sindsdien een drain in zijn buikholte om vocht af te voeren. Maar nu is het feest. Ook omdat hij nu eindelijk naar het ziekenhuis kan voor verdere behandeling.

Ook twee andere broers zitten gevangen, beiden omdat ze vochten met Israëlische soldaten (stenen gooien en vuistgevechten). Geen wapens, die hebben ze niet.

Zij hoopt na Covid nog naar Engeland te komen, en dan echt verder te kunnen met haar leven.

 

Er is een Australisch-Ierse-Duitse man die ook in Indonesië en Filippijnen en…. woonde, nu in dit klooster een maand op bezoek. Pater Jens vroeg me onderweg hierheen, of ik eens kon kijken of hij niet een soort Alzheimer had. Er treden problemen op. Jens weet dat ik gewerkt heb met Alzheimer-patiënten, in mijn jeugd zeg maar. We vermoeden samen, dat hij lijdt aan wat men “decorumverlies” noemt, en op een opdringerige wijze. Heeft niet door hoe hij stoort, en hij eet onsmakelijk, ruimt in leslokalen de prullenbakken leeg terwijl de groep nog bezig is; bidt zeer nadrukkelijk hardop voor het eten zeer christelijke gebeden als Abuna Jens er niet is. Die doet het altijd veel bescheidener, uitnodigend voor wie wil. Deze man dwong met harde stem stilte af. Na afloop zeg ik tegen hem: “In mijn 58 jaar kloosterleven heb ik nog nooit zo gewelddadig een gebed horen opleggen.” Ik moet toegeven, toen zei hij: “Pardon.” Heeft het inderdaad ook niet meer gedaan.

 

10 FEBRUARI

Gister was de afsluiting van drie dagen vasten rond een zeer speciaal jaarlijks gebeuren. In de Jozefkerk was het drie dagen lang speciaal gebed, aansluitend een Mis. Duurde samen tweeënhalf uur. Volle kerk alle drie de dagen. Maandag en gister moesten wij ook erheen. Gister was tevens onze “Decorum-man” mee. Jas aan de mouwen over zijn heup geknoopt. Zwerversaanzien met witte kop en geplooid hoofd. Het was feestelijke sluiting, alles duurt dus nog langer, en een grote optocht van kleine misdienaartjes, acolieten en diakens. Staat hij tegen het einde ineens tussen de diakens op het altaar. De hele Stoet plus de twee priesters, allen in feestelijke gewaden, staan samen in een rij voor het altaar voor een feestelijk afrondend lang gebed, met af en toe knielen. Staat hij ertussen. En dan gaat die feestelijke stoet de kerk uit, hij mee als in een optocht…

De vriendelijkheid van deze mensen gebiedt, dat ze hem niet van het altaar jagen…

In de auto, als hij er niet bij is, overleggen we samen. Pater Jens noemt op, waar die man volgens eigen zeggen overal heeft meegezongen: in de hele wereld in koren… Heeft-ie mij ook verteld de eerste dag dat we elkaar zagen. We hebben nu een vermoeden hoe dat werkt. Hij heeft dus ook “meegezongen” in het koor van Suleymaniyah…

Hij stond niet bij het koor maar bij de acolieten. In een Chaldeeuwse liturgie is dat onderscheid niet zo helder voor wie niks verstaat, want alle partijen -priester, diaken/acoliet, volk, koor krijgen regelmatig eigen teksten. En alles gaat zingend bij een groot feest.

Tja, ook dat soort volk loopt hier rond in dit klooster, en iedereen verdraagt het maar, blijft vriendelijk. Soms achter zijn rug heel besmuikt even wat blikken. Het is wel de vreemdste mens die ik hier heb meegemaakt al die jaren.

Overigens liep er vóór hem een klein meisje richting trappen naar het altaar, twee jaar hooguit, en iedereen liet dat gebeuren. Juist hij was het die de meid oppakte en terugbracht naar de moeder… vervolgens bleef dat kind huilen en de moeder moest met haar de kerk verlaten…

 

Tussen alle bedrijven door EEN KATTENVERHAAL. Er lopen zo’n 6 straatkatten rond die ook in deze tuin komen: als er zon is en geen mensen; even kijken of er wat voer is…en soms is dat er… Vlak voordat ik naar Kirkuk vertrok, kwam er eentje naar me toe en vroeg om domesticatie. Ik deed wat poging en vertrok. Bij terugkeer, eerste avond, staat de kat bij de buitendeur en vraagt om toelating. Blijkt ze al die weken alle avonden binnen te hebben geslapen. Nou ja, “binnen”: dat berekoude “binnen” waar wij het mee doen hier. Maar, wel droog! En een bank die zacht zit. Nooit weg voor een kat. (Binnenkort komt er trouwens een kleine verhuizing die onze bewoning verbetert)

Het blijkt dat Jens, Friederike, Mohanned en Diana wensen dat het een huiskat wordt. Of ik kan helpen. Wel, ik aan het domesticeren, bedenken hoe we wat aanpakken, en de anderen pogen te leren hoe je domesticeert. De kat meent inmiddels dat ik haar moeder ben en wil de hele dag op mijn schoot terwijl ik mijn arbeid doe aan mijn laptop. Vóór dat hele verhaal had hij al eens een jong katje de weg gewezen naar de voerbak en bovendien over hem gewaakt. Dat jonge katje loopt sinds drie dagen ook binnen, maar is erg bang. Jawel, iedereen wil die erbij, dus of ik maar verder wil domesticeren. Ik ga de Kleine Prins in het Arabisch pogen te lezen, wie weet helpt dat… En ik zal het hier te lezen geven.

Eén van de secretaressen begon de discussie dat de kat weg moet omdat er mensen bang zijn van de kat. Ik verwees daartoe naar Pater Jens; ik voer slechts uit tenslotte. De andere secretaresse smeekte me om haar te leren niet bang te zijn van de kat. Wel, mijn vrije dagen krijg ik wel vol.

 

Overigens hadden we 16 februari de hele morgen geen internet, terwijl dat hier in Suleymaniyah juist nogal stabiel werd. Kirkuk was deze keer een ramp, in dat bisschopshuis viel 20 keer per dag of vaker de elektra weg. Drama op het moment. Ik kreeg doorgaans mijn verbinding niet meer snel op gang. Uiteindelijk mocht ik de Wifi van bisschop Yousif gebruiken, die is van hoge kwaliteit. Stopt ook bij elke onderbreking, maar herstelt snel. Intussen heeft hij ook het belang van zonnepanelen ingezien, op de nieuwe huizen (school; bejaardenhuis) gaat dat komen.

Die 16de februari was dat verbroken internet het enige dat wij merkten van EEN AANVAL VAN TURKIJE op het Westen van Iraaks Koerdistan. Sinds de Peshmerga feitelijk tegen ISIS vochten op de grond, en hen daardoor wisten te verdrijven, worden ze op eigen Koerdische grond met regelmaat door Turkije aangevallen. Telkens maar een paar dagen vechten, of even bombarderen. Maar toch, allemaal op Koerdische grond. Door een NAVO-lid. Een vraag aan de VS, en haar slippendrager Nederland: als Poetin niet bij de Oekraïne zijn soldaten mag leggen - de NAVO (VS vooral) wel aan de grens met Rusland daar in Letland en Litouwen; en NAVO-partner Turkije zijn gang kan gaan in Noord-Irak… tja, ik word dan langzaam Koerd met de Koerden. Het was hier een grote Turkse invasie in 2015. Sindsdien steeds weer korte aanvallen; bij elke aanval zijn wel een paar doden, gaan er woningen stuk of een moskee, soms gaat een heel dorpje plat, en toegegeven, dat zijn dan de kleine dorpjes in de bergen… wel met wegen waarlangs het lastig is bouwmateriaal erheen te krijgen…

Nou was dit hele gebied ooit gewoon Ottomaans Rijk, tot 1917. Vervolgens door Engeland en Frankrijk veroverd. Dus enige rechten heeft die NAVO-partner Turkije nog wel… en hoe zat dat ook alweer met Rusland en Oekraïne? 1991 zichzelf tot zelfstandige staat uitgeroepen…

Onze moderne westerse wereld heeft geloof ik een verzameling aan nogal te onderscheiden meetlinten. Koerd met de Koerden dus.

 

En dan is er plotseling nog een avontuur. Het “Mercy House” is klaar, bejaardenhuis voor zowel een etage Alzheimer als een etage Somatische ouderen; een etage voor half dakterras, half autistische kinderen… en de woonlaag voor enkele zusters, ruimte voor het personeel, keuken…

De aankleding binnen is nog aan de gang. Was er ineens een noodsituatie, en nu leeft EEN ALZHEIMERDAME bij de twee Indische zusters in de woning. Wel, dat was een vergissing, nood of niet. De dame kan geen halve minuut alleen gelaten worden… en er is nog geen personeel aangetrokken omdat zij alleen is. Ik ben er nu tweemaal een zestal uren geweest, zodat de zusters samen weg konden. En, om met mijn paar jaar ervaring als bezigheids-therapeute bij Alzheimer-mensen, te ontdekken waarmee zij overdag kan worden beziggehouden. Het is simpel: zet haar op een stoel aan een tafel, geef haar iets te eten óf iets te drinken, en laat haar in eigen tempo dat langzaam tot zich nemen. Doet ze geheid de hele dag over. Vooral niet haar voeren, wordt ze onrustig. En zeker niet twee dingen op tafel zetten, die roert ze dooreen en dan gooit ze het op de vloer omdat het niet smaakt.

Tja, de ene Indische zuster begrijpt het helemaal. De andere meent dat je haar gewoon als een kleuter moet aanpakken. Ik ga pogen enige invloed op die tweede zuster uit te oefenen, maar ik ben geen bisschop. En zij komt ook uit een cultuur waar de vrouwen nogal naar mannen luisteren… Eind maart gaat met eerste opnames gewerkt worden, dan wordt het beter; dan komt zij in een groep, overdag niet meer op de slaapkamer, en altijd personeel aanwezig. Tegen die tijd ben ik vermoedelijk in Ankawa/Erbil en Caracosh geweest, waar ik met de Dominicanessen ga werken. Aansluitend Kirkuk, als de plannen zo blijven.

 

19 FEBR. Ik zit nu midden in de eerste echt stevige “workshop” traumaverwerking: 3 vrijdagen van 6 uur, 3 zaterdagen van zes uur een andere groep. Vandaag was HOOFDTHEMA VERZOENING EN VERGEVEN. Verzoenen, dat vraagt medewerking van alle partijen in het conflict. Dat vraag dat elke partij zich eerst eens even bevrijdt uit de basispositie binnen het conflict: dus bevrijdt van het agressor-zijn of slacht-offer zijn. Kan een paar generaties duren… Over vergeven ben ik hier vrij kort: vergeven kan heel eenzijdig zijn, je kunt gewoon het besluit nemen iemand te vergeven, hoeft dat niet eens te melden. In ieder geval is het beter voor je eigen gezondheid als je niet verbitterd blijft. En zoiets kan, als de pijn en herinnering diep door je leven slijten, best nog een lang proces zijn: je neemt het besluit om jezelf naar dat vermogen van vergeven toe te brengen, en elk woord dat die wond raakt maakt dat je opnieuw moet toe kruipen naar dat besluit om te vergeven. Jezus noemde dat 7x70 maal.

De helft van deze vrijdaggroep meldde nadien, dat in de twee dagen die nu geweest zijn, het vergeven, en een lange meditatieve oefening, het belangrijkste voor hen was. Het gaf verlichting. Deze vrijdaggroep werd de eerste dag nogal dramatisch, twee mannen die weigerden; willen niks met hun trauma’s. Tja, dan moet je niet in deze training zijn… vandaag kwamen van die groep enkel de vrouwen terug. We hebben zeer intensief kunnen werken. En ze meldden me, dat ze zeer blij waren dat die vervelende mannen weggebleven zijn. Bij mij wordt intensief met de vloer gewerkt, en dat zagen die mannen niet zitten. Er was één man aanwezig die van de zaterdaggroep is overgestapt. Een humane man zeg maar; die zijn er namelijk ook in deze cultuur. Godswonderen weliswaar, maar God doet regelmatig wonderen.

Met de vrouwen en de ene man, plus een man als vertaler, kreeg ik een fraai gesprek rondom de ‘cultuur’ en hoe die trauma’s dirigeert. Jongens leren vanaf twee jaar om stoer te zijn en niet te huilen; meisjes leren vanaf één jaar om lief te zijn, anderen te helpen en te dienen. De culturele deformatie mannen aangedaan is dat ze moeizamer toegang houden tot hun humane sociale innerlijk; de culturele deformatie aan vrouwen is dat ze ieders noden raden en zichzelf verwaarlozen, of eigen behoeften niet eens waarnemen; en sommige vrouwen móeten helpen, wat best benauwend is. Kwam de vraag waaraan we meer lijden: aan de culturele deformaties, of de deformaties die we erfden van getraumatiseerde ouders? Wel, mijn inschatting: de trauma’s die je meekreeg van je ouders, en door oorlogen, kunnen meer pijn en woede opleveren, gedragsproblemen ook. De culturele trauma’s zijn veel moeizamer te doorbreken, alleen al vanwege “de buren”. Ga je dochter maar leren dat ze net zoveel mag als haar broertje: je kunt wachten op de praatjes in de buurt… Dat doorbreken duurt generaties. En of we in Nederland die openheid bereikt hebben? “Nou”, zeg ik “in Nederland kunnen we heel slim spelen dat we allemaal gelijk zijn.”

Moralisme benoemden we als onderdrukking, een culturele dwang. Ethiek is het gezamenlijk weten hoe je een werkelijk sociale gemeenschap kunt worden. Wat indruk op me maakte: twee vrouwen in degelijk “moslimkostuum” knikten zeer intens bij elke formulering uit de kring die ze herkenden. Nog een lange weg te gaan, wij vrouwen samen, wisten we; en ook: deze jongen vrouwen gaat het beter dan hun moeders, en die beter dan hun grootmoeders.

En terwijl ik formuleerde dat een gesloten cultuur moeizaam ruimte geeft voor veranderingen aangezien de dominante groep haar dominante belangen stevig beschermt, komt een fors oordeel over de actuele Nederlandse ‘cultuur’ in me op: dat is het voordeel van langzaam, bedachtzaam formuleren plus de ruimte omdat iemand het moet vertalen. Als volgt:

Nederland denkt een open cultuur te hebben. Toenemend menen velen dat openheid betekent dat je alles maar mag roepen in de ruimte. In Nederland is dat reeds enige tijd verworden tot een dominante rechtse “politieke” groep die zowel Parlement als Publieke Ruimte tot haar theater heeft gemaakt, volk dat zich bedreigd voelt meekrijgt (manipuleert) en die Ruimte geheel bezet met beledigingen van bepaalde groepen en uitsluiting van juist heel kwetsbare groepen.

Nederland is daarmee al lang voorbij aan de “open cultuur” waarmee het in de Jaren Zestig en Zeventig beroemd/berucht werd. Overigens mediteerden we ook over het gegeven dat in de ideologische tijden van de “vrije sex” vrouwen nogal onbeschermd waren: “ze moesten niet zo preuts doen…”. En klachten over misbruik werden nogal weggewuifd, in de gehele maatschappij. Het was één van de mannen die memoreerde dat ook in de gesloten cultuur seksueel misbruik voorkomt. Het verschil? In een gesloten cultuur kun je dat zelfs niet verwoorden, je krijgt als slachtoffer de schande over je heen. Wat ik mij overigens ook nog herinner uit mijn jonge jaren. Al dat geroep tegen bisschoppen en oversten die wegkeken, het maakt mij nog steeds boos. Iederéén keek weg, dus waarom zouden nou juist bisschoppen en oversten beter hebben moeten weten. Ik spreek tot ongeveer het jaar 2000, daarna begon de openheid in dezen. En ik heb het niet over de daders, die wisten altijd goed wat ze deden…

Tja, waarom ga je naar Irak? Wel, om op een nog weer andere wijze mijn land te leren kennen…

 

NOG EVEN DE KATTEN. De meeste katten hier leven op straat. Weinig mensen zullen een kat in huis nemen. Tegelijk zien al die katten er redelijk gevoed uit. Wat ik al in Istanboel zag: de mensen geven voedsel aan die straatkatten. Ook aan de honden die op straat zwerven; ook die zien er niet hongerig uit. Honden zijn ook niet bang. De katten zijn wel wat schuwer over het algemeen. Veel mensen hebben ook angst voor de katten, niet voor de honden. Zover ik kan kijken, lopen er wel meer katten los dan honden. Vergelijk ik het met Centraal Amerika: daar waren veel zwerfkatten en zwerfhonden, en die waren alle broodmager. En allemaal zeer schichtig bang voor mensen. Alleen in Chili zag ik dat straatkatten en straathonden gevoed werden. Ik spreek dan van stadscultuur. Op het land ligt het anders.

Istanboel is trouwens beroemd meen ik om de straatkatten die overal rondlopen en eten krijgen. Tja, nu moet ik vooral pogen de dagelijkse aanwezigen in deze kloosterruimte te domesticeren, zodat ze weten hoe je met katten omgaat. Ze willen allemaal graag een zeer gehoorzame kat…

Dus of ik straks terug kan naar Nederland? Vier maanden nog… ga ik dat redden met die lui? Jammer, ze hebben hier enkel een “Kleine Prins” in het Koerdisch. Die dagelijkse lui zijn allemaal Arabischtalig… Misschien moet onze ene Koerd hen gaan opvoeden. Kan ik toch weg. En o ja, ik heb nu echt Arabisch les: leren goed uit te spreken.

Een lokale Koerd, Achmed, gaf me vandaag uitleg over de paniek die sommige vrouwen vertonen als ze de katten zien. Een vrouw zei al, dat zulke vrouwen panisch zijn van alle dieren, ook als ze een vlinder zien. Achmed: “De profeet hield van katten, dus dat argument kunnen we gebruiken om al die bezoekers hier de katten te leren accepteren. Maar in deze cultuur behoren er in het huis geen dieren te zijn, zelfs niet heel kleine. En het zijn de vrouwen die het huis schoon moeten houden en vrij van dieren. Die krijgen de zenuwen als er binnen het huis een diertje is. En hier, in de tuin, waar allemaal mannen om hen heen lopen, hier moeten ze laten zien dat ze een grote afkeer hebben van dieren: dan zijn ze een goede huisvrouw. Dat speelt een grote rol bij de oudere generatie vrouwen, bij de jonge generatie wordt het minder, maar de paniek moet je vanuit die cultuur verstaan. Haram!

Yosé Höhne Sparborth

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 9

Terug naar Caracosh, 2 maart 2022, aswoensdag Lees verder

De Zusters Dominicanessen waren de eersten die ik meldde dat ik acht maanden lang naar Irak zou komen. En ik bood hen aan met hen te werken, als ze dat wilden. Maandenlang hoorde ik niets. November kreeg ik ineens een telefoontje van zr. Rosa. Ze had mijn mail gevonden, eigenlijk gebruikt ze nooit email - dat is iets van de vorige eeuw. Of ik geen Whatsapp had… Wel mijn ene Arabische les voordat ik COVID opdeed moest ook via Whatsapp, dus ja het was geïnstalleerd, maar niemand legde me uit hoe en wat… Computer kan ik mee lezen en schrijven, die stamt dan ook net als ik uit de vorige eeuw: 1981 had ik mijn eerste apple.

Sinds het contact met zr Rosa voortdurend gepoogd zusters in Caracosh ook te bereiken, zij hadden via Zr Rosa de maand maart bij me besteld. Wanneer precies??? Zaterdagavond 26 februari krijg ik ineens zr. Ban aan de telefoon. Of ik NU kon komen naar Caracosh? Vraagt zr. Marie Teresa. “Nou… NU… nee.” Net twee intense trainingen afgrond, zondag (wat hier de eerste werkdag van de week is) afspraken, en grote festiviteiten omdat Pater Jens jarig is; maandag afspraken, dus dinsdagmorgen op zijn vroegst. Eigenlijk had ik een dagje vrij wel aardig gevonden… Ik zal een taxi nemen naar Ankawa (de christelijke enclave bij Erbil) en daar bij de zusters Dominicanessen middagmaaltijd gebruiken, en dan komt zr. Ban me na school ophalen vanuit Caracosh. Dinsdagavond 1 maart kom ik aan in Caracosh. Precies op tijd voor Koorgebed en Eucharistieviering, dus ik word zo de kapel ingeschoven. O nee, de 6 bewoonsters ontvangen me wel bij de auto. Zes bewoonsters? Ik sta voor een reuzengebouw, oogt geheel nieuw. Die avond wordt meteen druk overlegd hoeveel tijd (hoe weinig tijd) de zusters hebben om een training te ondergaan hoe met hun trauma’s om te gaan. Veel dooreen spreken, vertalen naar het Engels of Frans, naar Arabisch. En nee de eerste dagen is er geen tijd. Want, hier in Caracsoh wordt groots herdacht dat verleden jaar Paus Franciscus op bezoek was. Heel programma, zijn de zusters zeer bij betrokken met de scholen. Dus kan het daarna? Tja, zr. Rosa bestelde al een maand geleden 4 dagen voor Ankawa: 10-13 maart. Dus we gaan passen en meten, en iedereen werkt hard, dus 4x twee uurtjes kan er dan nog wel af als het moet

Zuster Jumna is nu hier de leidster, zij was degene die me 2017 meenam naar Caracosh toen de eerste IDP’s terugkeerden naar huis na 3 jaar ISIS in hun regio. Zuster Jumna is degene die me november 2014 alle vluchtelingenopvang in en om Kirkuk liet zien en me kon meenemen de simpele onderkomens in. Dus Woensdagmorgen 2 maart neemt ze me op sleeptouw en laat me hun scholen zien, twee kerken die ik 2017 ook had gezien, brengt me naar de andere gemeenschap van 5 zusters en een weeskind. Bij de Lagere School - 520 leerlingen- herken ik vaag wat ik 2018 heb gezien. Nu staat er het Lyceum naast - 210 leerlingen - en dat is nieuw, zelfs nog enkele klaslokalen voor de groei. De computers voor computerles deels zitten nog in de doos.

Als we terugkomen bij het grote klooster waar ik logeer, begrijp ik ineens van zr. Jumna dat pas verleden week dat Lyceum die nieuwe school betrok, en tot verleden week hier huisde. En dan krijg ik het gedeelte te zien waar nog gewerkt wordt: volgende maand gaan de zuster zelf naar dat deel verhuizen; waar ze nu leven wordt retraitehuis en wat nog meer?…

Wauw! Ze zitten dus met die paar mensen midden in gigantische verhuizingen! Ineens is me helder dat hun hoofd helemaal niet staat naar traumatrainingen. Waarom moest ik onmiddellijk komen??? Tja, zr. Marie Terese weet wat ik kan, en zij vindt de gemeenschap te afgemat. Heeft helemaal gelijk. 2003 was zij de Algemene Overste die me vroeg om begin 2004 terug te komen naar Irak; degene die 2014 vroeg aan bisschop Mirkis om mij onmiddellijk naar Erbil te zenden toen ze hoorde dat ik in het land was. Daar kwam ik onmiddellijk aan, en vond er een uitermate uitgeputte gemeenschap, gevlucht voor ISIS, 80 vrouwen samengeperst in een klooster voor 15 oudere zusters. Er stierven in dat jaar na de grote vlucht voor ISIS 14 zusters zomaar, plotseling, binnen een dag, en niemand weet waaraan. Van één zuster maakte ik dat mee, een schat van een zachtmoedige vrouw. ’s Avonds bood ze me haar rozenkrans in de kapel, ’s morgens om 7.00 uur was ze dood en om 13.00 uur was ze begraven.

Ik besluit dat we geen trauma-trainingen gaan doen, dat is niet aan de orde. Ik ga ze drie avonden pogen te leren hoe weer bij zichzelf te komen, grond onder de voeten, in plaats van zichzelf te slopen omdat er zoveel moet. Bovendien, dat jakkeren achter de tijd en de verhuizing en de wederopbouw aan - met een beetje pech brengt dat alle angsten van dat wegjakkeren voor ISIS terug. Dus de mouwen moeten even opgestroopt om ISIS buiten de mentale deur te houden.

Vanavond presenteerde ik in een leuke kleine Power Point hoe we te werk zouden gaan, en ik vertelde dat ik het plan ging veranderen. Vier zusters keken me diep dankbaar aan: “Dank je wel”. Ze zijn inderdaad bijna gesloopt. Ik begrijp helemaal waarom zr. Marie Terese aan zr. Ban had opgedragen me NU naar Caracosh te halen. Maar of ik veel kan doen?

4 maart 2022

Vandaag en morgen zijn er festiviteiten in de stad om te herdenken dat Paus Franciscus een jaar gelden hier was. Grote plakkaten in de straten: “Jullie zijn allen broeders”. Ik besluit het aan de rand te volgen, anders gaan ze me nog zenuwachtig vertalen ook. Het gebed, daar ga ik aan meedoen, in de kerk waar de Paus was. Het is hún feest, moeten ze helemaal bij zijn, moet ik niet in de weg zitten. Want inmiddels begrijp ik, dat ze helemaal nergens zijn. Op extreme wijze hier in Caracosh, maar ik heb het eigenlijk over Arabischtalig Irak. Alle lichamen staan stijf van ruim dertig jaar oorlog die hen vanuit de wereld werd aangedaan, de ene ellende na de andere. Voordien de oorlog Irak-Iran, maar dat was in ieder geval nog niet in het eigen land zeg maar. Wel hebben alle families gesneuvelden uit die oorlog - martelaren - een oorlog waarvoor de westerse wereld Saddam bewapende want hij deed de klus “voor ons”. Maar vanaf 1990 werd het ernstig in Irak zelf: bombardementen; bombardementen met verarmd uranium; sterk toenemende kinderleukemie in een boycot die niets het land binnenliet. Formeel waren medicijnen uitgesloten, maar alles wat therapie is tegen kanker is “dubble use” dus kwam het land niet in. Dwars door het boycotten heen waren er steeds weer bombardementen, behalve in het Koerdische gebied dat onder de VN-vlag leefde. 2003 stevige intensivering van de bombardementen door de VS, en hele overheidsorganisatie naar huis gestuurd t/m douane en vuilophaaldienst. En ja, zo ontstond ISIS in de woestijn van Irak en Syrië. 2003 zei Zr. Marie Terese in Mosul tegen me: “De grenzen zijn onbewaakt, er komen nu allerlei fundamentalisten het land in die tegen de VS willen vechten. Het is verschrikkelijk.” In die decembermaand, Kerstmis, vlogen de kogels ons om de oren inderdaad.

Wat ik nu meemaak in Caracosh is zo opdringend aanwezig, dat ik hier kan herkennen wat ik in heel Arabisch Irak meemaak. Niemand “heeft tijd”. Allen vliegen en rennen rond “om de anderen te helpen”. Ze zijn helemaal de innerlijke rem kwijt om even te kunnen stoppen en op adem te komen. De drie zusters met wie ik het voorzichtig overweeg, geven me helemaal gelijk en zijn opgelucht om de herkenning.

Vandaag is zuster Nazik even hier in Caracosh, om de ruimte te bekijken voor het kapittel in de zomer. In 2014 was zij degene die doorhad wat er toen gebeurde met de zusters, en met haar samen kon ik het toen woorden geven: “Ze zijn nog steeds op de loop voor ISIS, dat zit in hun lijf, ze jakkeren voort en krijgen ISIS niet uit het lijf.” Met haar samen kon ik soms overleggen, en zo kregen we het voor elkaar om die voortrazende carroussel te stoppen. “Mensen, ademhalen. Stilstaan. De grond onder je voeten is heilige grond.” Dat is een mooie bijbelspreuk, ‘maar de mensen'… er werd gerend, maar er werd ook voorzichtig geremd. Ik zou bijna zeggen, het goede was dat niemand wist hoe lang het zou duren. Dus toen alle vluchtelingen (zo’n 2 miljoen die met dank aan ISIS die zomer van West- naar Oost-Koerdistan bewogen) die in tenten leefden terwijl de winter voor de deur stond, net zo koud als in Nederland én hier en daar wat kouder - toen alle vluchtelingen waren voorzien van voldoende warme kleding voor de winter, ja toen kon de carroussel even langzamer draaien.

Wel, die draait inmiddels weer op volle toeren. In heel Caracosh, in heel Irak, maar vooral hier bij die zusters die voor iedereen willen klaar staan. Met Zr. Nazik overlegd, of we de week van de retraite voor de kapittelzusters niet elke dag een uur kunnen inlassen voor “aarding”, gronding, letterlijk bijna grond onder de voeten geven. Zou het kapittel (dagenlang overleg over de grote bestuurslijnen) zomaar beter kunnen maken. Het gaat een zwaar kapittel worden, met zeer ingrijpende besluiten.

In 2014 gaf de gemeente 10 miljoen dollar aan de congregatie om een ziekenhuis te bouwen in Caracosh. Men zou eraan beginnen. Zelf waren ze een nieuw gebouw begonnen voor hun oude zusters, tevens bestuurshuis, retraitehuis en een permanente gemeenschap die de scholen bedient. De congregatie had in Mosul haar centrale woning maar sinds 2003 werd dat een steeds onveiliger stad, het moederhuis moest dus verplaatst worden. In Caracosh waren twee kleine gemeenschappen en ook een grotere vanwaaruit scholen werden geleid. Van het nieuwe huis was “de top bereikt” (vier functionele woonlagen), de kelder was al aangekleed met de prachtige stenen die dit land levert, toen ISIS kwam.

In 2017 ging ik met Zr. Jumna kijken hoe het erbij stond. Het huis van hun grotere gemeenschap was inwendig volledig gesloopt, de twee kleine huizen waren uitgebrand. Stevig van bouwsteen, dus wel op te knappen. Niemand had nog gekeken hoe die nieuwbouw er bij stond. Die bleek geheel ongeschonden. Dus werd besloten dat gebouw af te bouwen. Zodra het kon werd er een school in ondergebracht: de school die verleden week verhuisde. Het kapittel zal straks hier zijn, ook de retraites. De gemeenschap van zes zusters die hier leeft, die verliest zich in dat grote gebouw. Elke zuster loopt verloren in haar eigen renpartijen. Communiteit wordt het hier niet. Ze gaan verhuizen, volgende maand, naar een wat geconcentreerder deel van het huis.

Dat idee van het eigen bejaardenhuis gaat niet door. Want door ISIS zijn alle artsen gevlucht, en de meesten elders ondergekomen. Nu is er in Erbil/Ankawa een huis voor de bejaarde zusters aangebouwd bij wat er al was. In Erbil is er altijd meteen een goede arts bij de hand (als je particulier bent). De vraag staat dus uit, welke de functies zullen worden van dit grote huis met 72 kamers. Het gesloopte huis is ook weer hersteld! Mens wat is er gebouwd… En er is een probleem: veel zusters gestorven en de aanwas is nagenoeg gestopt.

En de mensen vragen naar het ziekenhuis dat de zusters zouden bouwen. Wel, dat geld is met dank aan ISIS verdwenen. De banken werden gesloopt en leeggeroofd, papieren verbrand. ISIS heeft intensief gedaan aan boekverbrandingen en beeldenstorm. In Caracosh kon ik 2017 zien hoe Nederland er uitzag na de grote beeldenstorm. De zusters danken inmiddels God op hun blote knieën dat aan dat ziekenhuis nog niet begonnen was. Ze hebben er de mensen niet meer voor.

Loop ik nu door de stad, dan zie ik alle fasen van ellende binnen één straat: - een fraai woonhuis, stevig, en mooi opgeknapt; een eenvoudig huis, schoon en bewoond, er woont een heel oude dame die twee jaar geleden haar man verloor. Geen kinderen, de ene geadopteerde zoon leeft in een buitenland. Zij zit nu alleen in een huis dat in ieder geval bewoonbaar is. De zusters brengen haar elke dag het eten. Ernaast een eenvoudig huis, waar zelfs al aan de tuin is gewerkt.  Dan een mooi huis, uitgebrand, bewoners zijn niet teruggekeerd.  Ertegenover een simpel huis, half gesloopt, door klimplanten bewoond, ook een eigenaar die is uitgeweken naar een ander land.
Dit geheel vlak naast de kerk die van binnen weer prachtig gerestaureerd is, was geheel door brand verwoest; de onthoofde Jozef staat nu achter glas, met andere ruïne-stukken, als herinneren. De buitenkant is men nog aan het restaureren, hier was de klokkentoren omlaag getrokken, die ligt nog steeds te wachten op herstel.
Aan alle zijden wordt gebouwd. Het ziet ook uit als een zegevieren over ISIS: de stad weer in bezit nemen. Drukke markt. Drukke winkelstraat. Alle scholen doen het weer, soms nog in noodgebouwen, maar voornamelijk goed ondergebracht.

De kinderen van de kleuterschool van Zr. Ban (Montessori) vertonen nogal veel agressie. Komen uit gezinnen waar hard gewerkt wordt aan de wederopbouw van de woning, maar waar beide ouders en mogelijke andere familieleden leven in de verstarde stand van de voortrazende carrousel.

Alsof de mensen zelf de tornado zijn geworden die door de stad blijft razen. Nergens rust. Alle aandacht naar het herbouwen van de stad, verdrijven van alle directe herinnering aan ISIS.

Wel symbolisch wordt er herinnerd. Elk huis dat in brand gestoken was, heeft in het nummerbord een ster. Je woont dan wel ook meteen in een “Gedenkstätte”… Er is geen innerlijke ruimte om aan de gemeenschap te bouwen.

En de kerk?

Syrisch katholiek of Syrisch orthodox. En er zijn twee nieuwe kerkjes, van evangelicale groepen. In 2003 kwamen achter de Amerikaanse soldaten aan de Amerikaanse “missionarissen” om de moslims te bekeren. Dat werd voor de inlandse christenen het grote gevaar, zei Pater Yousif Mirkis me toen al. Nu kan Bisschop Mirkis me vertellen, dat die kerkjes vooral groeien van christenen die ze uit andere kerken weghalen. Moslims bekeren zich niet, wederzijds wordt hier niet bekeerd, je respecteert elkaar, dat was de basis van het samenleven sinds enige eeuwen. Zuster Jumna vertelt ook dat die twee nieuwe kerkjes gemeenschappen herbergen die uit de oude kerken stammen.

En de kerk… als we het hebben over de Pater die in de zomer de retraite gaat leiden, zegt zr. Nazik lachend: “Die rent nog veel harder dan wij. Van de kerk gaan we niet leren om werkelijk terug te vinden tot onszelf." Ook de liturgie kan een plek zijn om weliswaar uit te rusten, maar vooral te verlangen naar de goede oude tijden vóór ISIS en vóór de invasie van de Amerikanen en vóór de dodelijke boycot en vóór de oorlog van 1991. En om eerlijk te zijn, als ik zie hoe het in de kerk hier werkt: “wederopbouw” in alle betekenissen van het woord. Terug naar wat er was - wat niet kan - maar dat is voorlopig de richting. En verder zijn de priesters net zo beschadigd in al deze vreselijke jaren als iedereen, dus rennen we ons rot. In het Chaldeeuwse bisdom Kirkuk zie ik iets wat meer basis geeft. Dat ga ik eens beter proberen te begrijpen, omdat het basis heeft in deze cultuur. Kan een goed startpunt zijn.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 


En zr. Jumna vertelt me, dat 6 maart voortaan
“Dag van de Verzoening” is. Dat heeft de regering besloten.

Verzoenen doe je niet bij decreet. Maar Irak maakt redelijke kans. Want bij alle ellende hebben ze dit gemeenschappelijke weten: “VS deed zijn best, ISIS deed zijn best om ons tot een burgeroorlog te verleiden. Maar daar zijn we niet ingetrapt. We kunnen dus in ieder geval samen opbouwen.” Aan dat “samen” moet nog wel heel stevig gewerkt gaan worden.

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 10

BONTE ERVARINGEN BIJ BEJAARDE DOMINICANESSEN. 22 maart 2022 Lees verder

Vandaag rond ik mijn verblijf bij de Dominicanessen af, en vanavond zal ik met Bisschop Mirkis en een van zijn priesters mee naar Kirkuk rijden; ze hebben vandaag lesgegeven aan het seminarie. Na de week Caracosh was ik twee weken in Ankawa. Caracosh leverde me het beeld van de rennende samenleving, voortdurend in vluchtstand. In drie avonden meditatie bereikten we een diepe gezamenlijke stilte.

Ook voor Ankawa/Erbil gooide ik mijn hele programma om, al ligt het daar weer anders. Een gemeenschap van 16 oude gepensioneerde zusters, en twee jongere met een dagelijkse baan buitenshuis: de Huisoverste en een jonge zuster. Gisteravond, mijn laatste recreatie, werd me gevraagd om impressies. Nadat ik verwoord had wat ik sterk vind, vroeg een van de zusters die me al vanuit 2003 in Mosul kent: en heb je ook kritische punten? Als u wilt? Jawel!

“De ene jonge zuster, Raoeah, leeft met één moeder en 16 oma’s. Dat is een gevaarlijke positie want het verleidt ertoe altijd alle karweien op te knappen, en tegelijk heel eenzaam te zijn. Zij zou minstens tweemaal per maand een echte vrije dag moeten nemen, voor zichzelf en andere contacten. Op loopafstand is er een gemeenschap van zeven zusters, waar de jongeren in de meerderheid zijn.”

“Jullie zijn een gemeenschap waar tachtigjarigen zorgen voor negentigjarigen. Misschien zou het een idee zijn om vijf dagen per week een fysiotherapeut in huis te hebben die aandacht geeft aan wie dat behoeft. En jullie hebben een paar fantastische apparaten, maar niemand kan ze gebruiken. Die apparaten vragen op jullie leeftijd professionele begeleiding.”

“Wat ermee samenhangt: voor de 16 zusters die geen arbeid buiten de deur hebben, is dit hun wereld geworden. Het kan ertoe verleiden te zeer op elkaar te letten. De wijze waarop iedereen zorg wil dragen voor elkaar kan ook snel benauwend worden, te veel bemoeienis met elkaar. Als de wereld zo klein wordt, is de balans bewaren tussen zorg voor elkaar en elkaar leefruimte geven best moeilijk.”

“En mij valt op, dat jullie wel vaak samenzijn op een dag, maar altijd met de hele groep. Tussendoor gaat ieder haars weegs. Er is geen structurele mogelijkheid om met twee of drie of vier ergens in een leuke hoek een spel te doen met elkaar. Juist in dit land dat zo nerveus maakte met 30, 40, 50 jaar oorlog en geweld, is samen lachen en samen spelen wezenlijk. Het geeft energie, ontspant, het maakt het leven leefbaar.” Mijn opmerkingen leverden een levendig gesprek op, en er gaat hier vast nog iets veranderen. De ruimte is er om creatief te zijn.

En dan noem ik de twee momenten dat een deel van de groep op pad was, wel degenen die dat aankunnen. Een ruime middag togen we met de auto de bergen in, waar we onder een boom gingen picknicken: en voetballen! Daarna een prachtige rit door de bergen terug naar huis, met een schitterend uitzicht op een diep lang dal met allemaal bloeiende amandelbomen. De tweede maal was afgelopen zondag, met vijf zusters de citadel Erbil bekijken: een heuvelplateau in het centrum van Erbil, waar bovenop de oude stad ligt. Ik ken het van Kirkuk, en er zijn een paar vergelijkingen. Maar vooral ook niet. Hier is met EU-gelden om historie te bewaren en werkgelegenheid te scheppen (zo zegt de plaat bij de ingang) een uitvoerige wederopbouw gaande van die oude stad. Beide citadellen zijn historische monumenten; inmiddels verlaten steden; wat nog zichtbaar is, is de laatste bouwlaag - eronder liggen lagen uit eerdere eeuwen of millennia. Stad veroverd, platgemaakt, er bovenop bouwde de nieuwe groep die eigenaar werd háár stad. Hier in de citadel Erbil verbaast de omvang van die zeer oude stad. Er is ook in het deel van de ruïnes goed een stratenplan herkenbaar en vooral de smalle steegjes tussen de huizen; en er is een grote moskee. We mogen die betreden, en de beheerder zegt meteen helder: voordat het moskee werd was het een kerk, en daarvoor was het een synagoge. Er is zelfs een eigen gebedsruimte voor vrouwen. Een klein museum van klederdrachten laat de rijkdom aan Koerdische klederdrachten en handwerkkunsten zien. Volgens zr Rosa die ons tot dit bezoek uitnodigde, is de oudste laag in deze gestapelde stad ruim 6000 jaar oud en zou de eerste stedelijke concentratie zijn in dit Midden-Oosten.

De dag ervoor had Zr Rosa me meegesleept naar een grot in de Koerdische bergen, een bedevaartoord. Zij komt uit Shaklawa, de toeristische stad die door bergen met vele van dergelijke grotten is omgeven. Als klein kind beklommen ze deze bergen om te picknicken en baby’s en tafels en stoelen werden dan gewoon meegesleept. Zij is dus zogezegd een berggeit. Ik in haar kiezelzog, en het was plezierig te merken dat ik niet al te veel moeite moest doen om in dat stijle spoor te blijven. Wat een bergen! Over de Koerdische bergen zou ik werkelijk lyrisch kunnen worden. Op zeer diverse wijzen en telkens verrassend zie je de aardplaten bijna rechtop staan - je ziet zogezegd hoe de grote aardplaatbewegingen deze steenlagen de hoogte inschoven… En op mijn rit van Sulaymaniyah naar Erbil zag ik al, hoe bijna elke 20 km. het aanzien van die bergen toch zeer verandert. Wat wel drama is: in de eerste jaren van de VN-boycot was juist in dit Koerdische gebied de brandstof zo schaars, dat mensen massaal bomen omzaagden in deze bergen. Hoelang het zal duren tot dat zich heeft hersteld? Hier moeten de bomen het doen met veel rots en weinig grond…

 

Die weerbarstigheid hoorde ik bijna terug in het Koerdisch zijn. Toen ik aan het begin van deze weken opmerkte, hoe goed het is dat in deze congregatie Arabischtalige en Koerdische zusters samenleven, zei ze meteen fel: “Wij christenen zullen ons nooit Koerdisch noemen! De Koerden zijn moslim!” Inmiddels vieren we al vijf dagen lang het grote Koerdische feest mee, waarvoor ook vijf dagen lang alle scholen vrij zijn. “Het ontstaan van Koerdistan”, de eerste minister-president die er voor Koerdistan was, rond 1940… in 1917 werd als overwinning op de Ottomanen en de Duitsers aan het Arabische front van de Eerste Wereldoorlog de echte winst gemaakt voor de winnende landen Engeland en Frankrijk: daarbij Koerdistan verdeeld over vier landen. Voordien, onder de Ottomanen, had elke entiteit relatieve ruimte tot zelfbepaling, maar zr Rosa merkt meteen op dat eigenlijk niemand die geschiedenis goed kent: “Dat is niet goed, er is weinig interesse voor de geschiedenis, de mensen kennen hem niet. We weten ook te weinig van de Koran.” Tja, ook daarvoor zal ik bij bisschop Yousif Thomas te rade moeten gaan.

Na de bergwandeling lopen we door de stad, een echt toeristenoord. Rosa wil me veel uitleggen. We bezoeken ook twee broers plus familie, een dag later een broer plus familie in Ankawa. Vier van de familieleden willen door mij ‘behandeld’ worden. Ik moet oppassen, ze gaan een soort genezer van me maken. Eigelijk was de inzet dat ik anderen zou leren hoe je dat doet. Maar ja, tijd hebben he.. Informatief is het wel, dat rondlopen op familieniveau. Haar nichtje spreekt Koerdisch, niet Arabisch. Ze zijn volop het Koerdische feest aan het voorbereiden. We lopen door de straten om het centrum heen, en de weemoed wordt over me uitgestort: “Hier woonden vroeger allemaal christenen, nu wonen er allemaal moslims. Vroeger was de ene helft van de stad christen, de andere helft moslims. We worden een minderheid.” Het huis van haar moeder… staat leeg. Het huis van de ouders van Abuna Stephan (huisgenoot van bisschop Mirkis) staat leeg en is in verval. Zr. Rosa heeft drie broers in buitenlanden. De toon is een beetje alsof 'die moslims’ daar zomaar zijn neergestreken, maar als de huizen verlaten zijn… Bij een tweelinghuis wordt verteld, dat de ene broer er nog woont, hij verhuurt het andere deel aan.. jawel, moslims. Tja, als inmiddels 2/3 van de christenen is weggetrokken… en zoals dat gaat met migranten, het zijn niet de armsten die kans krijgen weg te komen… De leegkomende huizen zullen óf verkrotten, óf zullen woonruimte bieden aan anderen die een woning zoeken. Moslims dus. Zelf zie ik een viertal kerken op onze wandeling.

Bij de feestelijke koffie gisteren, maandagmorgen vanwege het grote nationale Koerdische feest wordt de tv even aangezet, en kijken we naar enorme mensenmassa’s die de bergen intrekken voor picknick en in de straten van het centrum klem lopen. De helft van deze zusters komt uit die bergstreek, de andere helft komt uit Caracosh. Ik begrijp dat de zender op Koerdisch staat. De tv-beelden laten echter ook zien dat het veel minder uitbundig gaat dan andere jaren. Er zou gedanst moeten worden bij de picknick en op straat. Maar op straat lopen de mensen met dikke jassen en bij de picknick zitten allen rond een vuur. Want het is nog steeds koud, de lente wil niet komen. Extreem koud voor deze tijd in dit land. Zo groeit er in de bergen in het wild een groente die veel gegeten wordt. Verleden jaar was op 10 februari de eerste oogst, nu komt de plant nog niet eens uit de grond…

“Wij zouden ons nooit Koerdisch noemen”… Ik begin te vermoeden, dat die opmerking te maken heeft met een gevoel onder veel christenen dat ze beschaafder, ontwikkelder zijn dan “die moslims” of “die Koerden”. Het is wat ik te vaak hoor, in gevarieerde toonzetting. “De christelijke scholen zijn de beste”. De christelijke scholen zijn privaat en moslims die het kunnen betalen sturen er graag hun kinderen naar toe. Daarop draaien die scholen dan ook, op de betalende moslims. Behalve in Caracosh, daar zijn genoeg christenen om de scholen te vullen. Of, Pater Jacques Mourad die 6 maanden door ISIS gevangen was en in 2017 tegen mij wilde betuigen dat van christenvervolging in dit land geen sprake is: “In onze streken leven eenvoudige moslims, mensen die gewoon goed met hun buren willen omgaan. Samen overleef je, samen kun je de harde kanten van het leven aan.”

Het nichtje van Zr. Rosa spreekt dus Koerdisch en ook goed Engels, maar geen Arabisch. Het betekent dat in de familie Koerdisch wordt gesproken. Er is ook veel Koerdische trots rondom de tradities, de feesten, de traditionele klederdrachten. Zelfs de citadel Erbil is een bijna persoonlijke trots van zr. Rosa.

 

Terug naar de communiteit. In deze communiteit wordt zichtbaar hoeveel buitenlandervaringen deze zusters hebben. Enkelen van hen leefden in een van de twee conventen in Libanon: een groepje van 4, en een groepje van 3 die daarginds de zorg hebben in de ambassade van het Vaticaan. Velen leefden jaren in hun gemeenschap in Rome; een zuster vijftig jaar, een andere 43 jaar. Enkelen leefden in de Verenigde Staten, om goede Engelstalige leraressen te worden. Daar waren ze dan bij Amerikaanse Dominicanessen te gast; in Libanon en Rome zijn het hun eigen Iraakse zusters en zijn het hun huizen.

Mijn vragende opmerkingen over hun wijze van communiteitsvorming leverde met name een levendig gesprek op, doordat de verhalen op tafel kwamen hoe de gewoonten waren in al die andere Dominicaanse Communiteiten die men kent. Waarom weet ik niet, maar ze gingen ervan uit dat In Nederland weinig gezamenlijk wordt geleefd. Hebben ze enig idee van dat Nederland dat het “individualisme” tot religie heeft verheven en ieder individu zijn eigen god is? Ik kon hen vertellen dat de Dominicaanse gemeenschappen die ik ken, vaker samenkomen dan zij hier, en dan vooral ook met de ruimte tot onderlinge gesprekken: half uur koffie, half uur thee… Formeel was al eerder bepaald dat elke zuster elke maand een dag vrij moet nemen. Mijn indruk is, dat mijn verblijven hier eraan meewerkt dat dat nu ook doorgezet gaat worden, en tevens wordt opgevoerd. Ik zag de zusters glimmen die daar echt zin in hadden.

 

Het rennen is hier minder aanwezig. Mijn dagen waren echter zeer gevuld met zusters die me vroegen om een rebalancing. Gestresste lichamen, die 30 jaar oorlog in het lijf. En nu veelal de stille nieuwe verbijstering over de Europese emoties tegen Poetin. De Pater Dominicaan die hier elke maandag de Eucharistieviering komt doen vroeg me bij de avondmaaltijd: “En wat denkt u van de Oekraïne?” Ik hield het kort: “Ernstig, die oorlog, vreselijk. Poetin deugt van geen kanten. Maar mij verbijstert de verontwaardiging in Europa en de VS, die christelijke wereld die 19 jaar geleden precies dat heeft gedaan hier in Irak. De VS en Engeland (en Nederland!) werden nooit bestraft, en weinigen weten het nog.” Hij zei enkel: “Dank U wel”, diep uit zijn hart. Dat maakte bij mij indruk.

Ook indrukwekkend was de middag die zr. Rosa doorbracht met leerlingen van de staatsschool waar zij catechese geeft. Ze wilden kloosters zien. Ook ik reis mee. We bezoeken twee kloosters waar een monnik vertelt, we rijden langs het seminarie, en dan bidden de meisjes bij ons in de kapel. Aansluitend is er een gezamenlijke maaltijd.

Vandaag is de maandelijkse retraite. Zr. Rosa vroeg mij of ik de bijbelbezinning wilde leiden. Gekozen heb ik voor de Barmhartige Samaritaan. Een verhaal dat we ons makkelijk toe-eigenen, er zijn de Bejaardenhuizen bijvoorbeeld die zo heten. In de andere communiteit van Dominicanessen hier in de stad, hebben ze een deel van hun huis aan een groep Yezidi gegeven. 2015 werd het huis gekocht om de vele gevluchte zusters voor IS beter onder te brengen. Na de terugkeer naar Caracosh raakte het huis leeg, vandaar. Ik wilde eraan refereren, maar nadenkend over die tekst, werd me helder hoe radicaal Jezus hier spreekt. Wij Europese christenen, koloniserend en slaven houdend, hebben allang de angel uit de tekst gehaald. De Samaritanen waren het door de joden geminachte volk dat binnen hun landsgrenzen woonde. Zeg maar, de joodse man ligt langs de kant, rabbijnen lopen langs, vrome orthodoxe joden lopen langs, en een Palestijn stapt af en verzorgt hem. DAT is de naaste, de anderen halen het niet.

In Irak zou het heten: een Arabier ligt zwaar gewond langs de weg na een overval. Een imam komt langs en loopt voorbij; een priester komt langs en loopt voorbij; een bisschop komt langs en loopt voorbij. Een Yezidi komt langs, stopt en verzorgt de man. Wie is de naaste van de gewonde?

Eindigen zal ik dan met Genesis 9,9-17. Een tekst die weinigen paraat hebben. Het is de belofte aan Noach, en in dit korte stuk laat de schrijver God ZEVEN maal zeggen: het Verbond dat Ik zal sluiten met U en alle levende wezen. Zeven maal. En zelfs de dieren zijn ingesloten bij dat verbond. ZEVEN maal, in een tijd dat er nog geen computers waren. Het moest met de pen gekalligrafeerd worden in een dierenhuid, later in perkament. Wel, christelijk Europa heeft in zijn eeuwen kolonialisme en slavenhouderij de vloer aangeveegd met dit soort teksten. En heden ten dage leven er meer mensen in slavernij dan in de formele tijden van slavenhouderij. Politiek verantwoordelijk zijn wij Europeanen daarvoor niet meer, dat doen nu de Multi-Nationals voor ons.

Deze kloostergemeenschap leeft als groep bejaarde mensen relatief geïsoleerd. Van mijn eerdere ervaringen met deze Zusters, met name in Kirkuk, weet ik hoe er hier vooral samen wordt overleefd. Dus ik durf die tekst wel aan.

Die Verbondstekst van Genesis 9, die gekoppeld is aan de Regenboog, is voor mij een tekst geworden die vooral confronteert met ons gemak om onszelf de beste mensensoort te wanen. En jawel, de muis in mijn huis, ook zo’n levend wezen dat binnen dat zevenvoudig uitgesproken Verbond valt, die muis in mijn huis piept van blijdschap en is het met me eens. Ik hoor al lezers snuiven: muizen brengen ziekten… jawel, en mensen brengen plastics en andere vervuilingen. De aarde kan ervan meepraten.

De Vredesbeweging die de Regenboog als symbool neemt, zou nog veel sterker kunnen aangeven waarom precies die regenboog een geweldig symbool is tegen alle oorlogsvoorbereidingen. Een Verbond met alle levende wezens.

En dan vertelt een zuster hoe gisteren zeer geschokt een christen zei: “Ik zag een Europese man knielen in de kerk. Verschrikkelijk! Moslims knielen, wij christenen bidden staande tot God!” Waarop ik lachend zeg: “Vertel die man maar, dat ik als jonge zuster drie uur per dag knielde!” Nu kijken allen verbaasd, en dan lachen de meesten. Enkelen lijken geschokt. Zr. Rosa weet: “Dat is het verschil. Wij Oosterse Christenen bidden staande, jullie in Europa knielen.” Een zuster vraagt me naderhand: “Echt waar? Drie uur?” “Jawel, zuster, maar ik was toen ook nog wel erg braaf!”

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 11

Kirkuk, Sulaymaniyah... Lees verder

Met mijn berichten uit Irak voel ik me een beetje in de schoenen van Bertolt Brecht die tijdens het opkomen van de nazi’s zijn gedicht schreef aan de nakomende generaties: “Werkelijk, ik leef in duistere tijden. Het argeloze woord is dwaas. Een glad voorhoofd duidt op ongevoeligheid. Wie lacht heeft het verschrikkelijke nieuws nog niet gehoord…. wat zijn dat voor tijden, dat een gesprek over een boom als een misdaad voelt?”

 

Ik praat hier voortdurend over bomen. Het is hét instrument geworden om mensen tot meer weerbaarheid te brengen, op een eenvoudige wijze. De boom heeft alles wat we nodig hebben voor onze weerbaarheid - althans zolang er geen bommen vallen.
Een boom is diep geworteld. In het Arabisch hangen de woorden voor boom en voor vechten zelfs samen. Boomwortels vechten zich de grond in als het moet, zoals in de rotsachtige bergen van Koerdistan. Boom heeft zeer sociale wortels: in de breed uitgespreide wortels ontstaan hele biotopen. Een boom heeft een sterke stam, die de zachte binnenzijde beschermt. En de breed uitwaaiende kroon maakt een boom zeer aanwezig. Vooral echter: elke boom heeft een eigen ruimte en plaats nodig. Dat nu is wat de vrouwen hier altijd onmiddellijk begrijpen. De mannen die voor de ratio gaan snappen het niet. Ook hier zijn echter genoeg mannen met empatisch begrip. 

Verder ga ik wat per datum, ik begin een reizend circus te worden, al heb ik zelf geen idee wanneer ik waar zal zijn.

 

25 MAART. Sinds drie dagen ben ik in Kirkuk. Het is nu vooral even uitrusten. 

Tegelijk gebeurde er al meer dan die twee weken bij de Dominicanessen in Ankawa. Maar ja, ik leef hier in de brandhaard van een bisdom zeg maar. Er was twee dagen een Bazar, georganiseerd door Dina, een van de zeer actieve leden van deze gemeenschap rond de kathedraal. Dina coördineert de wekelijkse kliniek bij de kathedraal, en er moet geld komen voor de medicijnen. Maandelijks is daarvoor zo’n 00 nodig. De kliniek werkt gratis voor de arme bevolkingslaag in de omgeving. Dina coördineert de 52 artsen die - ook gratis, bijna allemaal moslims - beurtelings hun medewerking verlenen, waaronder diverse specialismen. In de ISIS-tijd konden de vluchtelingen hier terecht. Vanmiddag, vrijdag als vrije dag ! - was de Bazar zeer druk. 

Vandaag was ook een delegatie van Kirche in Not aanwezig, om te zien in welke mate ze de bisschop willen helpen bij zijn projecten. Of ik maar bij de ontvangst wilde zijn, om mijn ervaringen met het bisdom te melden. 

Nou, ik werd zelf al door hen aangesproken; een van hen, een man uit Caracosh, is fotograaf en sprak me aan over mijn filmcamera waarmee ik het Bazarfeest opnam: “U werkt nog steeds met die camera?” “Jawel meneer, die doet het nog steeds goed. Op internet kunt u de films bekijken.” Ik heb hem verwezen naar de website van rk Utrecht en naar de website van ons project: 

www.kirkukutrecht.nl. Ik ben nu benieuwd naar zijn commentaar. En ik heb hem maar verraden dat ik theologe ben en geen filmmaker.

 

Die Bazar. In Shaklawa kocht ik twee dingen als souvenir, voor mezelf. Over beide was zr. Rosa zeer ontsteld: twee kleurrijke kippen bij een ei; magneten met een blauw oog. “Weet je wel dat de moslims dat gebruiken als bescherming tegen Din’s!?” Kom ik de Bazar binnen, zie ik als eerste precies mijn twee kippen! En even later een “boom” met die blauwe ogen. Zo zie je, tot op dit niveau zijn er christenen en christenen in dit land. Die Bazar heeft de zegen van een aartsbisschop, dus ik voel me wel safe met mijn aankoop.

 

Met een van de aanwezigen krijg ik een discussie over het bestaan van Dins: “Zuster, gelooft U daar in?” “Wel”, zeg ik, “dat is geen kwestie van geloven, de aarde is aardig in de greep van boze geesten! Poetin die Oekraïne bombardeert, de VS die afgelopen september een wapenverdrag sloten met Oekraïne en zo Poetin nogal stevig uitdaagden!” De bekende Noam Chomsky vroeg gister in een artikel zich af, of wij ons zouden kunnen voorstellen dat Mexico een wapenverdrag met China sloot en een militaire alliantie met China zou vormen.” De man keek me aan en zei: “U heeft gelijk, er bestaan boze geesten. Maar u gelooft toch niet in bescherming door dat oog?” “Ach”, zeg ik, “ik vind het een fraaie boom, die geef ik mezelf cadeau. En ik draag tevens bij aan de opbrengst voor de medicijnen.” 

Hij lacht me toe: we beginnen maatjes te worden. Hij zit in een rolstoel, is journalist, en ik kniel altijd naast hem neer voor een praatje. In die bazaar was het wel uitkijken dat niemand over mijn voeten struikelde…

 

Het Mercy House voor Alzheimer patiënten en somatische bejaarden moet nu op gang komen. Daar is een volgend traject mee verbonden. Bisschop Mirkis wil ook mensen kunnen opnemen uit families die het niet kunnen betalen. Hij zoekt adopties, maar Kirche in Not heeft dat niet in haar projectomschrijving. Helpen met de meubels kan Kirche in Not wel. De helft is al aanwezig, en eerlijk gezegd: om het werkbaar te houden, lijkt het mij goed als het huis langzaam volstroomt, niet al te snel. Iedereen moet wennen aan alles…

Die adopties: .000 per jaar of .000 per half jaar. Daarmee is een complete verzorging gedekt. 

Dus wie nog kleine fondsen kent… of straks weer haar/zijn belastingaftrek moet regelen… 

Bisschop Yousif heeft een Koerdische Bijbel uitgegeven, NT plus psalmen. Niet om te bekeren, daar is hij faliekant tegen. Maar om te evangeliseren, en om respect voor de Koerdische taal te tonen. “Evangeliseren, laat ook de moslims kennis nemen van de Bijbel. Zoals wij hier kennis moeten hebben van de Koran.” Kirche in Not wil wel helpen om de volledige Bijbel in het Koerdisch uit te geven, de oecumenische versie. Het grootste deel is al vertaald, maar het geld is op om de vertalers verder te laten werken. Vanuit Nederlandse relaties werd indertijd een Arabischtalige Bijbel mogelijk…  dat was nog in zijn tijd in Bagdad, als Dominicaan.

26 MAART. In dit zeer punctuele huis is ineens de bisschop afwezig. Etenstijd. Waar is hij? De kok weet dat hij met spoed weggeroepen werd. Wat is er gaande? Als hij terugkomt, meldt hij dat hij ineens naar Sikanian moest omdat ze er zonder stroom zaten. Moest hij oplossen! Hij lacht: “Zet dat maar in je berichten!” Hij weet dus dat ik nog steeds schrijf, al doe ik het ditmaal enkel in het Nederlands.

28 MAART. En dan is de vader van Abuna Sliwa gestorven, en zal er een gedenkviering zijn in zijn kerk hier te Kirkuk. Daarvoor zullen ook de twee priesters uit Suleymaniyah komen, zo hoort dat in deze cultuur. Als iemand trouwt en je. kent haar/hem, dan doe je alle som erbij te kunnen zijn. Als iemands naaste familie overlijdt, dan BEN je erbij. Ik stel dus de vraag naar mogelijk het programma met mij in deze tijden, en Abuna Qais denkt dat het volgende week misschien kan? Wat mij betreft altijd… daartoe ben ik op aarde zeg maar. ’s Avonds overleg ik met Jens, en hij meent dat het handiger is als ik mee terug ga naar Suleymaniyah, nu is er de auto. “Volgende week: dat betekent op zijn vroegst vrijdag. En we gaan de echt drukke tijd vóór Pasen in; ik geloof het niet.” Aan het ontbijt zijn we met ons drieën omdat zowel Abuna Qais als Abuna Aymen vasten. Ik stel de vraag aan bisschop Mirkis, en hij gaat ervan uit dat Abuna Qais even helemaal geen tijd zal hebben iets te organiseren rond de trauma-trainingen. Het lijkt hem verstandig als ik meega naar Suleymaniyah. Daar zit ik meer tussen de mensen, kan ik echt wat Arabisch stotteren, want die stap is nu in gang. De priesterraad komt bijeen nu toch iedereen er is, dus ik kan rustig mijn koffer pakken, we vertrekken na de lunch. 

    Naar de afscheidsviering had ik mijn enige nette pak aangedaan. Werden er ineens hele nieuwe grappen gemaakt. Mirkis merkt op, dat ik slechts een collar behoef om een priester te zijn, met dat jasje. Abuna Aymen reikt me onmiddellijk zijn collar aan om in mijn kraag te schuiven. Algemeen lachen. Tja, het is wel een aparte ervaring om met priesters samen te lachen om dat getuigenis van masculine onderontwikkeling dat vrouwen uitsluit. Overigens krijg ik op internet allemaal hondenhalsbanden te zien als ik ‘collar’ intik. Interpretaties vrijgegeven…

————-

 

Een citaat dat langskomt, een citaat gerelateerd aan de oorlog in Oekraïne: “We leven in gevaarlijke tijden. We herinneren ons misschien dat de Doomsday Clock de minuten verliet en onder Trump verschoof naar seconden, en nu is ingesteld op 100 seconden voor middernacht - beëindiging. De analisten die de klok zetten, geven drie redenen: nucleaire oorlog, vernietiging van het milieu en ineenstorting van de democratie en een vrije publieke sfeer, wat de hoop ondermijnt dat geïnformeerde en opgewekte burgers hun regeringen zullen dwingen de dubbele race naar rampspoed te overwinnen.

De oorlog in Oekraïne heeft alle drie deze rampzalige tendensen verergerd. De nucleaire dreiging is sterk toegenomen. De dringende noodzaak om het gebruik van fossiele brandstoffen drastisch te verminderen, werd teniet gedaan door de verheerlijking van de vernietigers van het leven op aarde voor het redden van de beschaving van de Russen. En democratie en een vrije publieke sfeer zijn in onheilspellend verval.

Het doet maar al te veel denken aan 90 jaar geleden, hoewel de inzet tegenwoordig veel hoger is. Vervolgens reageerden de VS op de crisis door de weg te banen naar de sociaaldemocratie, grotendeels onder impuls van een nieuw leven ingeblazen arbeidersbeweging. Europa zonk weg in fascistische duisternis.

Wat er nu gaat gebeuren is onzeker. De enige zekerheid is dat het aan ons ligt.”

 

8 APRIL Wel, in dit klooster in Sulaymaniyah leven we nu op een bijzondere wijze vrede. De Ramadan begon op 1 april ’s avonds. Merkbaar voor ons op 2 april. In dit klooster is de grootste groep van de vaste bewoners en de kleine staf moslim. Besloten is, om in de tijd van de Ramadan aan te passen aan die situatie. Er is geen gezamenlijk ontbijt en geen gezamenlijke lunch. De Avondmaaltijd is op de Iftar-tijd: 18.20 uur de eerste avond, elke avond een paar minuten doorschuiven. De container met thee functioneert gewoon, dus wie wil kan thee of heet water drinken. 

Vrijdag, zaterdag en zondag zijn de Eucharistievieringen in de ochtend, de vier avondvieringen beginnen een half uur eerder zodat we voor de Iftar-maaltijd ook echt allen samen zijn. Want de  Iftar-maaltijd is vooral ook een sociaal karakter.

En dan blijkt, dat dit wel even zo besloten was, niet heel formeel, en dat de diverse loslopende mensen er even aan moeten aanpassen. Zo wordt de avondmaaltijd altijd verzorgd door een Syrische christelijke vluchteling die vlakbij woont, en ze kookt altijd voor ongeveer 5 mensen. Tja, dat is wat weinig, dus er wordt vriendelijk gedeeld, en snel nog wat bij gehaald bij buurtverkoopplekken. De komende maand moest ze toch maar voor 15 mensen koken, tenslotte is DIT nu de hoofdmaaltijd, niet de middagmaaltijd.

De eerste avond is ze ook een beetje laat, gangbaar werd hier om 20.00 uur ongeveer de avondmaaltijd geserveerd. Maar dan blijkt dat het samen wachten totdat het eten komt, ook wel iets heel verbindends heeft. Ineens is er meer dan ooit gemeenschap op de avond. Bovendien is er net een nieuwe bal gekocht, dus de jongvolwassenen gebruiken de tijd na de maaltijd om in de tuin samen te volleyen al is het net nog niet opgehangen.

De tweede dag is het eten op tijd, we komen op tijd uit de kapel, en een paar mannen hebben besloten om in de tuin een grote kokosmat uit te spreiden, zodat we samen op het gras zitten, en daar in kleermakerszit om de potten met eten schuiven. Wie uitgegeten is gaat wat achteraf zitten, maar het geheel blijft bijeen. De sfeer is zo vreedzaam, dat zelfs de drie straatkatten die hier een beetje aan het thuisraken zijn, zich om de mensen heen ook in het gras draperen, en op enig moment dicht bij de mensengroep een eigen speelgroep vormen rondom een bank.

De Palestijnse die hier leeft vertelt, dat in Palestina de Ramadan strikt wordt aangehouden en alle thee/koffiehuizen overdag dicht zijn. Hier in Sulaymaniyah hangen de theehuizen wit plastic voor de ramen zodat je niet kunt zien wie binnen zit. 

 

Iets daarvan gebeurt ook in dit klooster, althans de souplesse, niet het plastic. Enkelen nemen af en toe thee; anderen strikt niet. Enkele moslims nemen zelfs iets van brood, en anderen zien vastend toe. Er wordt heel duidelijk gevast, maar kennelijk zonder sociale controle. Zelf geef ik de eerste dag een vrouw een rebalancing en haar conditie is echt slecht. Ik zeg haar: “De eerste week moet je overdag water drinken, tot je conditie beter is.” Zegt ze: “Geen probleem, en je hebt gelijk. Het is tussen Allah en mij hoe ik vast."

De dagen erna komen er Europese gasten, daarvoor moet dan even toch ontbijt en lunch worden geregeld. Ik voel me zeer senang bij het eten op tijden dat niemand aanwezig is, of op mijn kamer iets dat ik in een buurtwinkel kocht. Daar ga ik mee door, ik voeg me bij het gezelschap maar eet niet mee. 

 

Zojuist gaat trouwens de verhuizing van start: het kantoor gaat naar de overkant, wat nu “kantoor” was wordt weer eetkamer. Dan kunnen degenen die eten willen, dat meer uit het zicht doen van de verdere gemeenschap. 

In een korte discussie met Zr. Friederieke Pater Jens wordt wel helder, dat in deze simpele behuizing nu in de Ramadan hun twee kernidealen inderdaad wat botsen:

“liefde voor de islam”

“gastvrijheid”.

Dus die verhuizing, het komt net op tijd. De verbouwing liep stevig vertraging op door de verwarmingsmonteur die maar niet kwam. Toch voelt dit nu “net op tijd”. Na wat kleine startproblemen kan vanaf morgen de gastvrijheid voor de etende gemeenschap worden geleefd, zonder het voor de echte vastende gemeenschap al te moeizaam te maken.

Overigens, ik herinner me uit 2002, mijn eerste korte bezoek aan Irak, ook tijdens de Ramadan, dat ik op een plotseling vrije middag meeging naar de familie van onze vertaler. En mij werd tot drie maal toe thee en koek aangeboden. Na de derde weigering werd geaccepteerd dat ik met hen zou vasten totdat de Iftar begon. Ook onder de moslims gaat hier de gastvrijheid wel voor op alles. 

 

Wel, ik leef hier dus van nabij het zoeken naar al die varianten op een wijze die voor iedereen senang voelt, en dat doen we met ruim 20 personen op 52 vierkante meter. 

Het antwoord aan Poetin moet dus ook anders kunnen zijn dan defensiebudgetten verhogen. SIPRI weet te melden dat in 2020 Poetin net zo veel uitgaf aan defensie als Groot Brittanië in zijn eentje. 2021 werd een wereldwijde “Defensie-boom”. Oekraïne is nu dus het alibi; worden die mensen nog gebruikt ook door die vrije wereld. De aandeelhouders van de wapenfabrieken zijn aan het winnen: zij hebben goede lobbymensen in dienst. 

Ik zie drie opties aan de onderhandelingstafel: Poetin vergiftigen, Poetin afzetten, Poetin met minimaal gezichtsverlies laten wegkomen. De vraag aan de christelijke wereld is of ze zich wil verlagen tot het niveau van degene waarop zo gescholden wordt. O, verdorie, Poetin is ook christen. Uit de VS krijg ik bericht dat de VS-Policy de weg naar de-escalatie blokkeert…

Welkom in de Goede Week. Jezus wordt nog steeds gekruisigd. Dus dan gewoon nog maar een paar meer kruisen oprichten????

Dit klooster van Mar Musa hier in Suleymaniyah vind ik wel een goed voorbeeld aan het begin van deze speciale week voor Pasen.

Klap in

YOSÉ IN IRAK 2021/22 NR 12

9 APRIL. Tja, net een bericht verstuurd. 9 april vanmorgen. Gister en eergister was het plotseling weer behoorlijk fris, en winderig... Lees verder

De lucht zat zo vol woestijnzand, dat we de bergen niet konden zien. Het was buiten niet leuk ademen. En vanmorgen kom ik buiten, ligt de hele straat en liggen de kloostertegels bedekt met een dun laagje geelrood zand. Op de bank zijn rode kattenpootjes te zien. Dit fenomeen had ik nog niet meegemaakt, niet in deze intensiteit. Indertijd, in San Salvador, heb ik de keren dat we tegen de heuvel aan in een centrum werkten, de stad gezien om 10.00 uur in de ochtend. Nou ja, gezien… die was dan verdwenen onder een bruine wolk van uitlaatgassen. Verdwenen. Onder die wolk ging het ademen gewoon door. Nou ja, gewoon…

Dit is minder ongezond, maar je moet denk ik geen astma hebben of zo. Toch wel speciaal, hoe dat fijne zand dus gewoon twee dagen in de lucht blijft hangen. Er was regen nodig om het op straat te doen belanden. Op het dakterras ligt het zand nog, niemand weet goed hoe het weg te krijgen, tenzij eindeloos water spuiten. In tijden dat we zuinig pogen te zijn met het water - ook de watertanks kunnen leegraken, het volpompen kost voortdurend stroom.. de grote zonnepanelen zijn ook bedekt onder dat woestijnzand. Ik heb nog niet gevraagd hoe je die het beste schoon krijgt.

De verhuizing naar de nieuwe kantoorruimte is wel helemaal precies op tijd, zeg. Er loopt vanmorgen een NGO-team van drie personen binnen als gasten, uit GB en Nederland. Géén idee van Ramadan. Willen ontbijten, zullen daarna een dagje stappen, en zijn uitgebreid hun picknicktassen aan het vullen. De hele staf is aan de overkant om daar het kantoor verder in te richten en werkbaar te maken. Ik zou bijna plaatsvervangende schaamte voelen als die hardwerkende moslims hier tegenaan zouden moeten kijken…

Tja, om in tijden van de Ramadan “absolute gastvrijheid” en “toegewijde liefde voor de islam” bijeen te leven, heb je toch wel een oud groot klooster in de woestijn nodig, zoals Mar Musa. Dit stadsklooster gaat dat soort ruimte vast nog eens krijgen, maar zover is het nog niet. Als het aan Pater Jens Petzold ligt, zal hij woning voor woning in de straat annexeren om er nog meer klaslokalen te bouwen… Het is al heel mooi dat het kantoor nu over is, en iedereen met die verhuizing bezig is.

Pater Jens vroeg in de Paaspreek hardop, of we als christenen niet over ons moeten nadenken. Het zijn voornamelijk christelijke landen die oorlogen voeren. En ik keek eens naar de SIPRI-cijfers: 82 % van de wapenexport gebeurt vanuit christelijke landen… Nederland op plaats 10 van de wereldranglijst wapen-exporterende landen. Waar een klein land groot in kan zijn.

De Paasliturgie was bijzonder, maar eigenlijk ook wel dodelijk… Om 3 uur a.m. (midden in de nacht dus) begon het, en de twee gemeenschappen rond het klooster waren samen: de Arabischtalige, en de Engelstalige “gastarbeiders” uit India. Het betekende dat alle teksten in beide talen werden gelezen, om en om. 5.30 a.m. kwamen we uit de viering, het was al dag, en er werd door allen soep gegeten. Om 7 uur naar bed. Nou, dat werkt bij mij niet, slapen kwam er niet meer van. Dus nu ben ik inmiddels nogal crocky.

Intussen blijken die 3 NGO-gasten heel vriendelijk. Inmiddels schaffen ze hun eigen ontbijt aan omdat vanwege Ramadan iedereen zelf ontbijt regelt (of niet) en er dus weinig gezamenlijks wordt ingekocht. Ze zijn vroege opstaanders, en de vastende jonge mannen trekken de nacht door en slapen overdag. Het loopt elkaar dus nauwelijks voor de voeten. Ze zijn hier om drie weken in een revalidatiecentrum voor kinderen de buitenmuren op te leuken met mooie schilderingen. En als ze me vragen mee te doen met een quis rond namen uit de Bijbel, blijken ze er zeer veel meer te kennen dan ik. Of ze van de Bijbelbelt komen?

Vandaag, 18 APRIL, een bijzondere ervaring. Een familie die hier sinds 2014 leeft, een woning binnen het “mannenhuis” had met wel eigen toegang, vertrok vanmorgen naar Libanon, om daar verder te wachten op de papieren om naar Australië te emigreren. Een van de twee dragende christelijke families rond het klooster. Actief betrokken bij diverse activiteiten. En de ene dochter was onze zangeres in de liturgie, een prachtige stem. Met vijf personen sterk (pa, ma, twee dochters en een kleine zoon) stapten ze in de taxi nadat enorme hoeveelheden tassen en koffers waren ingestouwd. Ze woonden tot ISIS in Mosul, en haar moeder zit al in Australië, dat maakt een emigratie mogelijk: eerste graad familiehereniging. De tweede dragende christelijke familie was bij het afscheid, zeer emotioneel, ze gaan hen zeer missen. Ze bleken de huisraad voor een fors deel te hebben overgenomen, het werd meteen uitgeruimd. Zijzelf wonen pas sinds een klein jaar in een eigen woning vlakbij: wel een groot huis, met grote tuin, maar zeer verwaarloosd dus veel werk. Een paar nette vloerkleden en kast zal hun woning een stuk gezelliger maken. Er leven nog 3 christelijke families rond het klooster, die zitten nog steeds in de oude caravans van de UNHCR, en verder gaat de ambitie niet. Het zijn 3 zwak-sociale gezinnen, met name de kinderen hebben het moeilijk met hun ouders. De kinderen hangen dan ook veel rond hier in de tuin.

Overmorgen zal ik voor zes dagen naar de zusters Dominicanessen in Erbil teruggaan (Ankawa). Intussen begrijp ik dat het gewoon de stad Erbil is, al spreken de zusters erover of het een eigen stad is. Ankawa is een stadsdeel, het is het christelijke stadsdeel, bovendien in de woorden van bisschop Mirkis een “high-level” christendom, en het blijkt dat binnen die gemeenschap men zeer prijs stelt op spreken over Ankawa in plaats van Erbil, omdat het een onderscheiden is van de rest van de stad (moslims). Zeg maar, de ‘grachtengordel’ van Amsterdam… Dit werd me helder toen bisschop Mirkis aangaf van het voorstadje Sikanian de thuisplek voor de Chaldeeuwse gemeenschap te willen maken, en dan juist niet een soort Ankawa, dat hij te zelfingenomen en arrogant vindt. Daar ga ik morgen dus weer voor een week heen. Nog eens goed kijken en luisteren. De zusters vroegen om nog wat nazorg, ze zijn nogal geschokt door het zwaar ziek worden van een van hun meest vitale zusters binnen hun bejaardengroep: hersenbloeding, en toen ook nog trombose in een been… Iedereen ziet ineens haar voorland…

Hier in het klooster, vooral toch ook veel moslims die hier rondlopen, begrijpt men enkel waar ik heen ga als ik over Erbil spreek. De google map moet ik ook best fors openen voordat “Ankawa” als woord verschijnt… Het blijkt een klein eigen wijkje tussen Erbil en het vliegveld.
Een Syrische moslimvluchteling die nu hier in het klooster de leider van de interreligieuze en interculturele toneelgroep is, was geschokt maar had het ook al eerder gehoord, dat een christen in Koerdistan kon zeggen: “Wij christenen zullen nooit zeggen dat we Koerdisch zijn.” De week erna in Kirkuk meldde de bisschop dat die zondag zijn kathedraal bijna leeg was geweest, omdat een fors deel van de gemeenschap Koerdisch is en vanwege het nationale feest (4 dagen) niet naar de kerk kon komen op zondag… Er zijn dus christenen en christenen…


En dan nu de tuin hier. Sinds het plotseling zomer is, springen de rozen uit de knoppen. En er is een zeer oude wijnrank, waarlangs de katten naar het dak van de kapel kruipen. Enkele mannen hebben een overkapping gemaakt ter ondersteuning, waarop de rank kan uitgroeien en meteen schaduw geven op het grote “balkon”. Je kunt erbij blijven staan om de ranken te zien groeien! Dat is wel een feest. Er wordt ook wel dagelijks fors gesproeid, dat is de komende maanden de enige manier om tuin te hebben.

En de katten? Wel, het volwassen volk begint redelijk met de katten om te gaan, maar vooral: overdag is het heet en zitten de katten weggedoken in een koele ruimte. In de avond komen ze te voorschijn, en de kinderen komen dan ook nog even langs. Nou, dat gaat niet zo best. De kinderen willen dan allemaal die kat graag in de armen nemen. De twee kleintjes zijn doodsbang en rennen weg, de grote, een kater, laat veel toe, maar is nu zover dat hij wegduikt in een klein hol. Met forse stemverheffing heb ik de kinderen weg moeten houden bij hem, ze trapten hem bijna het hol uit, omdat ze met hem willen spelen. Tja, het is geen pluchen kater… een veel te lieve kat, had allang zijn nagels moeten uitslaan! Ik krijg neigingen dat kindvolk aan een waslijn op te hangen. Het is hier hollen of stilstaan: paniek voor die zeer gedomesticeerde kat, of als speelgoed knuffelen. Er is hier werkelijk weinig ervaring met katten in huis. Judit Neurink, de Trouw-journaliste, schreef erover. Het aardige is dan wel weer, dat net als in Turkije, de straatkatten allemaal redelijk gevoed zijn. Mensen leggen eten op plekken waar straatkatten komen. Idem voor honden.

In Sikanian (bij Kirkuk) blijkt dat zo te hebben aangefokt, dat er nu een hondengang is waar de mensen bang van zijn. Of de bisschop dat niet kan oplossen? Mijn advies was: vangen en allemaal castreren en steriliseren… Maar ja, uitvoeren hoef ik niet.

 

Een van de twee kleine katjes die hier nu thuis zijn, heeft trouwens een forse beschadiging aan haar rechter onderlip - alsof die er grotendeels bij hangt. Hoe dat dier eten kan??? Maar zij laat zich niet pakken, dus er is weinig aan te doen voorlopig. Doodsbang van mensen. Mogelijk is die verwonding door mensen ontstaan??? vertelt ze niet. Het eten ziet er moeizaam uit, maar ze doet het dapper…

 

21 APRIL. En toen waren we op weg naar Erbil, Friederike en ik, om Pater Jacques Mourad op te halen die een kleine maand hier komt leven; ik voor een week met de Dominicanessen in Erbil. De bergen langs de route waren verdwenen, er hangt weer zeer veel zand in de lucht…In de grote auto met laadbak wij op weg; op 1/3 van de route sputterde de motor bij vaart mindering. Friederike reageerde goed, gewoon iedereen gebeld om iets anders te regelen, en wij terug. Men meende nog even dat ik wel verder kon met een bus en dan een taxi. Maar ik spreek geen woord Koerdisch, stotter een beetje Arabisch, en dan op een onbekende plek uit de bus stappen, daar zoeken naar een taxi en dan naar een plek laten rijden waarvan ik geen adres heb want dat bestaat hier vaak niet, en wel de kaart op mijn laptop maar ja, zonder internet… leek me geen goed idee. Ik schat nog geen 3 km verder stonden we helemaal stil, motor liet het afweten. Dus we hebben aan de kant van de weg 1,5 uur gestaan tot een lader ons en de auto ophaalde terug naar Suleymaniyah. Het gaat niet goedkoop worden vrees ik.

We raadden zo de gedachten van langsrijdende auto’s: twee vrouwen alleen in een wagen aan de kant van de weg? We besloten in die anderhalf uur, dat we toch liever overdag dan in de nacht daar staan; liever nu dan over twee maanden als het nog veel heter is. Dus tel je zegeningen!

De terugweg ging vlug. Een zéér grote auto, iedereen geeft dat voorrang! We kregen een Sightseeing door het grote industriegebied bij Suleymaniyah, tot aan het gedeelte waar alles garage is. Auto werd afgeladen, wij werden verder gereden tot op voetafstand van het klooster. Leek ons beter om die grote auto niet door de smalle straatjes te laten zwoegen.

En nu moet ik aan iedereen uitleggen waarom ik er nog ben?! Komt de vraag, was niet te vermijden: en Friederike, reed die niet goed? Een vraag van een man. Friederike is een uitstekende chauffeuse en ze nam op het juiste moment precies de goede beslissingen.

Voor mijn Arabische stotteren leerde ik net de zin: “Sinds ik de mannen ken, houd ik van honden.” Ga ik denk ik heel vaak citeren deze dag. Zijn ze…!

 

Zo is mijn bestaan weer even een paar dagen teruggebracht tot het domesticeren van de mensen die moeten leren om met de katten te leven die Pater Jens toch echt graag in huis houdt. De kleinste van de drie, zwaar beschadigde lip, begint steeds beter te leren eten; de middelste kat heeft nu een zere poot en het spelen dat de grote met haar doet helpt niet echt. De grote heet nu Osman en is ongelooflijk thuis. Aan hem kan ik zien welk soort mensen hier enige vorm van vriendelijkheid toont naar katten, en wie ze eigenlijk willen wegjagen. De scheidslijn is scherp; de meesten van de dagelijkse roedel beginnen zich graag met de katten te bemoeien, enkelen accepteren het mokkend. Osman maakt zeer helder wie wie is…

28 MEI Pater Jens staat op het punt voor een maand naar Europa te gaan. Hij begint met twee dagen in Nederland, dan België en Duitsland. Zondag vertrekt hij. Er moet nog waanzinnig veel voor die tijd. De afrekeningen voor projecten over 2021 moeten rond en verstuurd. De kasten voor het nieuwe kantoor zijn aangekomen en nu wordt alles verhuisd naar de overkant; een uur geleden ging de grote kopieermachine op transport. Nu zitten alle medewerkers en bewoners in vergadering, iedereen moet weten dat bij afwezigheid van Pater Jens Zr. Friederike degene is met wie moet worden overlegd. Aangezien Pater Jacques Mourad de halve maand mei ook hier is, vinden mannen (de meerderheid) dat niet zomaar vanzelfsprekend. Vanavond om 20.00 uur vertrekken wij vier (de drie leden van de Orde en ik) naar Kirkuk, waar morgen de vier diakens gewijd worden. Morgenavond terug, want dan is om 21.00 uur een eerste presentatie van de Theatergroep. Ja, je hebt veel bezigheden in huis omdat je veel ruimte hebt gecreëerd met steeds een nieuw huis - of je hebt het niet.

Pater Jens zucht wel, maar hij leeft hiervan op. Als er genoeg te doen is, genoeg tegelijk, en genoeg (bijna) mis gaat, dan staan er vanzelf mensen op die zorgen dat het een en ander toch in de rails blijft. Hij kan dan zijn aandacht houden bij het geld zoeken, voorwaarden scheppen en geld afrekenen. Is hij werkelijk erg goed in.

Ikzelf heb plotseling een heel nieuwe taak erbij. Uit de Engelse gemeenschap bij dit klooster is een Filippijns stel dat wil trouwen. Er moet een goede huwelijksvoorbereiding komen. Werd me gevraagd of ik ervaring heb, en ja heb ik. Overlegd met Jacques Mourad, die zegt geen tijd te hebben. Samen hebben we het plan opgezet, en eigenlijk ben ik nu een trainingsvorm die 40 jaar geleden begon voor “Vrouwelijke religieuzen in politiek engagement” - een laatste transformatie aan het geven: “huwelijksvoorbereiding”.

De Transformaties liepen via “training aan vrouwen slachtoffer van geweld”, via training om hoofdletsel onder de knie te krijgen, tot trauma-arbeid van twintig jaar burgeroorlog (El Salvador), verraden revolutie (Nicaragua), 15 jaar dictatuur (Chili), geweld alom (Colombia), oorlogstrauma (Irak, maar hoezo, wij hebben geen trauma’s), naar “Hoe stoppen met vluchten, jakkeren, en terugvinden naar je eigen diepste krachten?”
Wel, in een huwelijk is dat laatste ook een goede basisvraag. Goed omgaan met conflicten voorkomt trauma, en trauma’s die je meebrengt in het huwelijk kun je maar het beste samen aanpakken. Dus naast een paar mooie bijbelteksten, leek ons dit pakket wel goed. Vanmiddag doe ik de derde bijeenkomt met het paar, Jens en Jacques lezen mee. Jens: “Mooi, kan ik ook leren hoe je zoiets doet”. En na die bijeenkomst dus snel even eten en in de auto springen naar Kirkuk.

Jawel, ik zit helemaal in het ritme van Jens. Tussendoor ga ik in mei nog even naar Ankawa, vermoedelijk.

 

1MEI Pater Jens is vannacht vertrokken. Als hij terugkomt zullen we elkaar nog net heel even zien voordat ik vertrek. En vanavond eindigt de Ramadan, vanavond en drie dagen lang wordt het feest. Ik ga het meemaken, benieuwd hoe ze dat nu hier in het klooster doen. Voor vanavond ben ik door enkele bewoners en gasten uitgenodigd om mee te gaan stappen in de stad.

Met drie moslims die nu ’s nachts leven (eten van 7p.m. tot 4a.m. ) beef ik op tot hij om 3 a.m. vertrok. Naar een oud gebruik in deze regio werd water achter hem aangegooid: dan keert hij behouden terug. Amsterdams museum vroeg 2012 wie foto’s had van dat gebruik. Wel, ik; toegegeven, onduidelijk… De gedachte achter de traditie: water vloeit alle kanten op, dat maakt behouden terugkeer mogelijk.

En vanmorgen, zondagmorgen, hier een soort maandag dus om 7.30 uur de gemeenschapsviering. De kinderen zijn er bijna allemaal, en Abuna Jacques vindt dat ze maar moeten blijven ontbijten. Dat wordt gezellig, een volle tafel. Het worden weer weken van vooral goed kijken.

 

Klap in

Nieuws

Assemblee Wereldraad van Kerken Karlsruhe

Van 31 augustus tot 8 september komt de Assemblee van de Wereldraad van Kerken bijeen in Karlsruhe. 

Lees verder
Onze politiek-morele waarden niet superieur

Ten Berge en Van Iersel roepen in Trouw van 20 mei op tot bezinning op politiek-morele waarden rond de oorlog in het Oekraïne ('Oproep tot de-escalatie helpt niet') maar het lukt hen daarbij niet de beperkte westerse blik los te laten.

Hun artikel riep diverse reacties op, o.a. van Wendela de Vries, onderzoeker en campaigner bij Stop Wapenhandel.

Lees verder
Rob van Essen 75 jaar!

Op 14 mei vierde onze VredesSpiraal-redacteur en regelmatige auteur/columnist zijn triple zilveren jubileum.

 

Lees verder

Agenda

4 juni 2022 DoenDenkDag 'Oorlog is geen oplossing'

Omslag Werkplaats voor Duurzame Ontwikkeling in Eindhoven organiseert op zaterdag 4 juni een DoenDenkDag met als thema 'Oorlog is geen oplossing'.

Lees verder
30 juni 2022 F-35 jachtbommenwerpers landen op Volkel!

Stille tocht vanaf het kerkplein Volkel naar de hoofdpoort van de vliegbasis.

Aanvang: 11.30 uur

Nadere informatie vindt u hier.

Lees verder
8 september 2022 Assemblee Wereldraad van Kerken Karlsruhe

Van 31 augustus tot 8 september komt de Assemblee van de Wereldraad van Kerken bijeen in Karlsruhe.

Lees verder