5 november 2017

7e zondag van de herfst 5 november 2017

Preekschets voor  5 november 2017 Achtste zondag van de herfst 

Ps 43  Spreuken 9:1-18 Matt 25:1-13

Het 9e hoofdstuk uit het boek Spreuken wordt gerekend tot de ‘Wijsheidsliederen’ van Salomo. Daar waar in andere gedeelten van het boek de vader zich nogal eens richt tot de zoon, daar voert de dichter hier een vrouwelijke figuur op. “Vrouwe” Wijsheid is hier aan het woord: de opperste wijsheid zelfs (Hebr. chokmOt, lett. ´wijsheden´, meervoudsvorm gebruikt om het belang te benadrukken). De Opperste Wijsheid (SV),  nodigt de toehoorder  uit in het huis wat ze gebouwd heeft en waar voor een ieder een feestmaal bereid wordt. Het huis wordt gesteund door zeven zuilen; zeven is het getal van de volheid. Het lied is ingedeeld in strofen en stanza’s, kleine eenheden (parallellen, tegenstellingen) die met elkaar de literaire vorm bepalen. Vs 1- 6 kunnen gezien worden als introductie, de verzen 7-9 zetten de toon voor het tweede deel, met in vs. 9 een expliciete verwijzing naar de rechtvaardige, de ‘zaddik’ . De Wijsheid nodigt nadrukkelijk haar gasten uit: verspil je energie niet aan dwazen maar richt je tot hen die ontvankelijk zijn voor inzicht.

Het 10e vers:  “De vreze des HEEREN is het beginsel der wijsheid, en de wetenschap der heiligen is verstand” is hier  kernzin – de daaropvolgende verzen illustreren deze.  “Een zotte vrouw (vs. 13” – SV volgt hier Luther)  is in alle andere versies vertaald met  “Vrouwe Dwaasheid”.  Wijsheid en dwaasheid, bewonderenswaardig en verwerpelijk  worden tegenover elkaar gezet bij wijze van contrast. Kortom, een poëtische lofzang op de wijsheid.

Ook bij Matheus staan wijsheid en dwaasheid tegenover elkaar. De keuze in deze tekstcombinatie voor de 43e psalm wordt opnieuw begrijpelijk wanneer we het 3e vers als leidraad nemen: Zend Uw licht en Uw waarheid, dat die mij leiden; dat zij mij brengen tot den berg Uwer heiligheid, en tot Uw woningen.  Daar waar in de Spreuken Vrouwe  Wijsheid en Vrouwe Dwaasheid  in een metafoor worden opgevoerd, daar borduurt Mattheus hier op verder met Jezus’ gelijkenis van de wijze en dwaze maagden, onbevangen meisjes zo u wilt. Lampen zullen ze meenemen, de Naardense Bijbel  geeft hier ‘fakkels’ – toortsen, in olie gedrenkte bundels van vezels. Oudere commentaren (m.n. Ellicott) verwijzen expliciet naar het Joodse bruiloftsritueel waarbij bruid en bruidegom na de echtvereniging in het huis van de bruidegom, bij avond  terugkeren naar het huis van de bruid, vergezeld van bruidsmeisjes met fakkels. Niet bruidegom en bruid staan hier centraal, maar de bruidsmeisjes, de fakkeldragers. “ ’t Zal om onszelve gaan” dichtte Jan Wit ooit in LvK320/Nldb 971

Suggesties voor de overweging:

Wonderlijk, dat van oudsher vrouwen in de kerk nooit wat te vertellen hadden, en dat terwijl ze in de Bijbelse literatuur  zo’n prominente plaats innemen, sleutelposities zelfs.

Het wordt weer vroeg donker – een tekstkeuze die verwijst naar licht en uitzicht  is dan ook begrijpelijk. Zonder licht en uitzicht zijn we slecht af. Een verwijzing naar het komende licht, naar (eeuwig) leven ligt voor de hand. Maar we zullen ook zelf iets moeten bijdragen aan het doorgeven van licht en uitzicht. Het vergt inspanning om fakkels brandende te houden – , niet alleen in de gemeente maar ook elders. Te denken valt aan de plannen van een nieuw aangetreden kabinet: met hoeveel wijsheid zijn die opgesteld? Waar ligt de grens tussen wijsheid en waanwijsheid, of dwaasheid? Dat wat economisch en op korte termijn verstandig lijkt kan desastreus uitpakken in de toekomst. Zonder er een politiek verhaal van te maken, kunnen we best eens wat aandacht besteden aan wijsheid (of wat daarvoor doorgaat) in de wereld.

We kunnen de kleurrijke teksten benutten om de nadruk te leggen op de poëzie van Israël: In een ‘primitieve’ samenleving is de vertelkunst een van de leermiddelen bij uitstek. Volksliteratuur vindt zijn inspiratie in levenservaring en wordt  overgebracht in kleurrijk taalgebruik – zonder welk de toehoorder al snel afhaakt en niets leert.  Een mooie gelegenheid om ons er van te bedienen en de verbeelding aan het woord te laten.

Israel Zwi Kanner  (1907-1978) stelde een groot aantal volksverhalen uit de Joodse traditie samen waarvan onderstaand voorbeeld wellicht bruikbaar is voor een gesprek met kinderen: 

De waarheid liep volledig naakt, zoals ze geboren was, over straat. Niemand wilde haar zijn huis binnen halen. Iedereen die haar tegenkwam, sloeg uit angst voor haar op de vlucht.

Op een dag liep de waarheid weer in gedachten verzonken over straat. Ze was erg bedroefd en verbitterd. Toen ontmoette ze het sprookje. Het sprookje droeg schitterende veelkleurige kleren, die iedereen prachtig vond. Het sprookje vroeg aan de waarheid: "Vertel me, geëerde vriendin, waarom ben je zo neerslachtig en loop je zo bedroefd op straat rond?"

De waarheid antwoordde: "Het gaat erg slecht met me. Ik ben oud en bejaard, en niemand wil me kennen."

Daarop antwoordde het sprookje: "Het is niet omdat je oud bent dat de mensen niet van je houden. Ik ben ook erg oud en hoe ouder ik word, hoe meer mensen van me houden. Luister, ik zal je het geheim van de mensen onthullen: ze willen graag dat iedereen mooi is en zich een beetje verkleedt. Ik zal je net zulke kleren lenen als ikzelf draag en je zult zien dat de mensen dan ook van je houden."

De waarheid volgde de raad op en maakte zich mooi met de kleren van het sprookje. Sindsdien trekken de waarheid en het sprookje samen op, en de mensen houden van allebei.

Jacob Kranz (1740-1804)

Geraadpleegd: http://biblehub.com/commentaries

Jan Fokkelman/Wim Weren: De Bijbel Literair, Meinema/Pelckmans, Zoetermeer/Kapellen, 2003

Dr. E.W, Tuinstra, POT/ Spreuken deel 1, Callenbach, Baarn, 1996

Israel Zwi Kanner: Nieuwe Joodse Volkssprookjes, Elmar, Rijswijk, z.j.