1 oktober 2017

2e zondag van de herfst 1 oktober 2017

Ezechiël 18: 1- 4 en 25-32 Fil. 2:1-13 Matt. 21: 23-32

Ezechiël, profeet van de wederopbouw na de Babylonische ballingschap, bedient zich van tegenstellingen om zijn boodschap over te brengen, of liever: de boodschap van JHWH (vgl. vs 1).

Hij zet in met een kennelijk bekend volksgezegde, dat inhoudt dat de zonden der vaderen direct op de kinderen van invloed is: het falen van de ouders bederft de kinderen. De generatievloek, het ‘zo vader zo zoon’ of het ‘zo moeder zo dochter’ in negatieve zin samengevat. Consequentie van een dergelijke opvatting is dat een mens wordt getekend door zijn voorgeslacht. Zijn we werkelijk zo beschaafd geworden dat we dat nooit doen? Of is Ezechiëls weerlegging van die volkswijsheid (want daar kunnen we het vervolg op zijn citaat wellicht bij onder brengen) allang achterhaald?

Ook toen wisten ze natuurlijk wel iets van erfelijkheid, puur op ervaring, ook toen waren er families waarbinnen patronen zich herhaalden. Ezechiël lijkt met zijn (zeer krasse) uitspraken zich af te zetten tegen vooroordeel en aannames. Een mens is meer dan zijn afkomst, hij is een individu dat eigen keuzes kan maken. We hebben kennis van goed en kwaad tenslotte. Afkomst en omgeving zijn zo bezien ook geen excuus voor verwerpelijke gewoontepatronen. (vgl. Ex. 34:7)

Wanneer we de uitspraken van Ezechiël doorwerken, dan zouden we de conclusie kunnen trekken dat kinderen niet alleen niet mogen worden afgerekend op een verwerpelijke levensstijl van de ouders, maar ook dat ze niet naar de ogen gezien zullen worden om voortreffelijke verrichtingen van dezen.

Wellicht zijn wij mensen, nauwelijks in staat ons te onttrekken aan het effect van iemands afkomst, maar bij de Eeuwige ligt dat duidelijk anders.

Ezechiël gebruikt gespierde taal, daar is hij een profeet voor; in alledaagse bewoordingen zouden zijn uitspraken nooit uitgestegen zijn boven de waan van de dag en dat is nou juist wat een profeet beoogt: met zijn uitspraken uitstijgen boven de waan van de dag. Zonder dat bereik je de massa niet – een principe dat ook door de commercie gehanteerd wordt. Alleen: Ezechiël probeert er een zinnige inhoud mee over te brengen en daarvan kunnen we de commercie toch nauwelijks betichten.

Ook in de verzen 26/27 zet hij twee mogelijkheden lijnrecht tegenover elkaar: in de tegenstelling beoogt hij zijn woorden kracht bij te zetten. Nog groter dan de wanhoop over een verachtelijke levenswandel is de vreugde om degene die tot inkeer komt en die, wie weet met hoeveel zelfoverwinning, zich op zijn schreden keert.

Ook Mattheus gebruikt gespierde taal: ook zijn redevoeringen zijn geredigeerd met oog op gemeentevorming en een groot publiek. We ontmoeten hier Jezus tijdens een dispuut met ambts- en gezagsdragers van de tempel. Die stonden in hoog aanzien bij grote delen van de bevolking en ze zullen door deze vergelijkbaar naar de mond gesproken zijn en ontzien. Jezus spiegelt ze een exempel voor dat mogelijk ook bij hen vaste denkpatronen doorbreekt: de priesters waren immers traditioneel afkomstig uit een select aantal families, de ‘priesterkaste’. Zet Jezus hier kanttekeningen bij de vanzelfsprekendheid hiervan? Omdat je familie dat nou eenmaal is, krijg ook jij de reputatie van rechtschapenheid en geschiktheid in de schoot geworpen? Dat zou op niet veel minder duiden dan een aanzet tot paleisrevolutie. Mattheus zou niet zo lang na de verwoesting van de tempel in Jeruzalem in het jaar 70 zijn vorm hebben gekregen – ik sluit invloed hiervan niet uit.

Ook bij Mattheus geldt: de keuze, inkeer en bezinning of opportunisme en verval, ze is aan ons en we zijn zelf verantwoordelijk, zelfs wanneer de omstandigheden de mens maken.

Geen makkelijke boodschap in een tijd waarin alles zo langzamerhand wordt toegeschreven aan onze genen. Aan de andere kant: vooral onder extreme omstandigheden handelen we niet zelden volslagen anders dan we gewend zijn te doen – juist omdat we, creatieve geesten als dat we toch ook zijn, plotseling tot nieuwe inzichten kunnen komen.

Paulus ten slotte uit een lofzang op de Christus die als geen ander ons kan brengen tot inzicht en inkeer, te leven in Zijn geest. (Kleine meditatie met doxologie tot slot?)

Geen gemakkelijke kost in een tijd van hedonisme en determinisme, maar laten we ons best doen.