6 augustus 2017

7e zondag van de zomer 6 augustus 2017

Neh. 9:15-20    Math 14:13-20

Inleiding:

Als historische context voor het boek Nehemia kunnen we de wederopbouw van Jeruzalem zien, na de grote, de Babylonische Ballingschap. Nehemia spreekt in die zin tot ontredderde mensen: enerzijds hebben ze in ballingschap nauwelijks wortel geschoten, anderzijds zijn ze binnen drie generaties teruggekeerd.

In 539 verslaat de Perzische koning Kores (Cyrus) de Babyloniërs. Hij laat de ballingen uit Juda de keus: blijven of teruggaan naar Jeruzalem. Een deel zal in Babylon blijven of elders in het dan Perzische gebied zijn bestaan opbouwen, een kleine rest keert terug.

Aan Nehemia de opdracht “de boel bij elkaar te houden”.

Nehemia wordt verweten dat hij endogamie afdwingt bij de Judeeërs. Aan de andere kant: de geschiedenis laat zien dat er na een fase van oorlog, revolutie of ontreddering vaak de neiging bestaat tot herbronning, tot sluiting van de gelederen en tot nostalgie. Werd in onze Lage Landen na de Napoleontische tijd niet ook een ‘Antirevolutionaire’ partij opgericht?

Analyse

Nehemia 9 kan herkend worden als gebed, als belijdenis en schuldbekentenis. Gods genade is in alles herkenbaar, maar het hardnekkig volk (v. 16, 17, 29) hoort niet naar de geboden. Niet horen naar de geboden betekent zoveel als “doen wat goed is in zijn ogen”, oftewel worden als Farao, als Achaz en al die anderen. Zodra men onder het gezag van de overheerser uit is, doet zich een disciplinair en leidersprobleem voor. Een parallel wordt aangevoerd: Nehemia verwijst naar het Gouden Kalf en naar de Exodus, de bevrijding uit slavernij - analoog aan de bevrijding uit ballingschap - naar de onrust en de onzekerheid die blijkbaar standaard optreedt in dergelijke omstandigheden. Maar God heeft hen niet verlaten. De rookkolom en de vuurkolom zijn hen tot gids gebleven, de rots heeft hen gelaafd (vgl Ex, 17) en ook in de woestijn zijn ze niet verhongerd (Ex 16). Bovenal: Gods geest houdt nimmer op hen te leren, op te voeden, zo u wilt.

“Uw goeden Geest” als leidsman, tot lering of wijsheid – de enige plek in het OT waar deze term ook voorkomt is de 143e Psalm, waar we deze smeekbede vinden “10 Leer mij Uw welbehagen doen, want Gij zijt mijn God! Uw goede Geest geleide mij in een effen land”

In Neh 8:13 lezen we En des anderen daags verzamelden zich de hoofden der vaderen van het ganse volk, de priesters en de Levieten, tot Ezra, den schriftgeleerde, en dat, om verstand te bekomen in de woorden der wet

‘Verstand te bekomen’(SV), ‘zij verstonden’ (WB), ‘Inzicht krijgen’ (NB) – ‘begrijpen’ (NBG ’51) – de gebruikte term is hier ū·lə·haś·kîl, hetgeen zoveel betekent als doorgronden, inzicht verwerven, leren. Ezra ‘onderwijst’ het hardnekkige volk. Geen kadaverdiscipline dus, maar onderwijs, uitleg, onderricht en inzicht verschaffen. Geen faraonische toestanden derhalve, maar inzicht in en kennisname van de Thora, als enige richtlijn, leidende tot een menswaardige samenleving.

Opmerkelijke woorden in een tijd dat er geen vakgebieden bestonden als sociologie en psychologie, de traditie het voornaamste leermiddel was en verhoudingen doorgaans hiërarchisch en gebaseerd op fysiek overwicht.

Aanwijzingen voor de overdenking.

Waar in Neh 8: 15 e.v. het ‘hardnekkige volk’ contrasteert met Gods genade, daar is bij Mattheus sprake van een vergelijkbaar contrast tussen de onzekerheden van de “scharen” en Jezus’ vertrouwen op Gods genade. Waar bij Nehemia verwezen wordt naar het brood en de kwakkels in de woestijn, tot verzadiging van allen, daar zien we hier het volk gespijzigd met brood en vis, basisvoedsel tot verzadiging. We kunnen er allerlei symboliek in ziet: brood staat immers voor het graan dat in de aarde sterft (Joh. 12:24) en we kunnen de vis verbinden met het ichthusteken oftewel met Christus die zich aan ons uitdeelt.

We kunnen misschien ook inspiratie opdoen uit berichtgeving over wat gebeuren kan wanneer wij zelf de voedselproductie explosief gaan opvoeren. Enerzijds zullen wel moeten, wil voedsel voor zoveel mensen bereikbaar en betaalbaar blijven, anderzijds zullen we alert moeten blijven op uitwassen in de voedingsmiddelenindustrie.

Gods zegen kent geen uitwassen. Die omringt ons ondanks onze stommiteiten en “hardnekkige” oude patronen, machtsspelletjes en tekortkomingen. Gods zegen omringt ons met basisvoorwaarden, de goede schepping, met manna in de woestijn en water uit de rots. Aan ons de opdracht om te leren (vgl. Neh. 8:13) en vooral ook om te leren hoe te delen (Mat. 14:19).