27 juni 2017

pinksteren 4 juni 2017

Preekschets voor 4 Juni 2017, Pinksteren. 

Ez 11: 17:20 Hand. 2: 1-24. Joh 14:23-29

Naast de beroemde tekst uit de Handelingen der Apostelen  (Hand 2:1-24) staan er op het oecumenisch leesrooster twee teksten  die op nadrukkelijke wijze de gebroken wereld weergeven.  De eerste (Ez. 11:17-24) is ontleend aan de verscheurde realiteit van de grote ballingschap: enerzijds is er de dagelijkse werkelijkheid “in den vreemde”, waar de ballingen zich als tweederangs burgers zich staande moeten houden , anderzijds is daar de heimwee naar het land, goed en wijd (Ex: 3:8), zoals beloofd aan de Joodse families   die uittogen uit Egypte, uit slavernij.

Bij aanvang van het elfde hoofdstuk van Ezechiël  gewaagt deze van zijn ‘verheffing’ boven de waan van de dag; aan Ezechiël werd op grond van het beeld wat hij daarbij oproept het vermogen tot bilocatie toegekend.  Ook in onze onttoverde wereld tijd kunnen we vaststellen dat hij kans zag zich te verheffen boven de waan van de dag en dat hij in twee werelden leefde.  Ez 11:1 zou kunnen worden begrepen als    “een wind  droeg me”  - het “ruach”- de adem Gods  -  en dan is het meteen Pinksteren.

De tekst van Ezechiël is ontstaan na de verwoesting van Jeruzalem; de tekst uit het Johannesevangelie is ontstaan na de verwoesting van de Tweede Tempel.   De gebrokenheid wordt daarmee nog eens onderstreept.

Ezechiël 11:16 heft aan met een opdracht voor E., vehikel van de Godsspraak te zijn. V. 17 gaat daarop door.

V.17:  houdt een belofte in: al zijn de nakomelingen van Abraham en Sarah verdeeld onder de volken, verlaten heeft JHWH ze niet; ook het beloofde land blijft het land van belofte.

V.18: En ZIJ zullen daarhenen komen -  d.w.z. de ballingen zullen komen in het land Israël, maar het ware overblijfsel van Israël zal niet te vinden zijn in Jeruzalem, maar in Babel  (vgl. Jer. 29:1 e.v.).  Uiteindelijk zal de  gemeenschap in Babel een bestemming vinden, resulterend in de nog altijd gezaghebbende Babylonische Talmoed. Geen gemeenschap dus die zich beroept op hout en steen, maar op woord en geschrift. De teruggekeerden zullen het land reinigen van afgoderij en uitwassen.

V.19b  - Ik zal het stenen hart uit hun vlees wegnemen, en zal hun een vlesen hart geven; hier wordt  een ommekeer voorzegd van een omslag in denken en handelen, niet naar de dode letter maar naar de geest die leven geeft (vgl. 2 Kor 3:6, Heb. 3:3)

V. 20b: en zij zullen Mij tot een volk zijn, en Ik zal hun tot een God zijn – hierin kunnen we een verwijzing zien naar een ‘nieuw verbond’  en een nieuw leven.

 

Joh.  14: 23b: Ook uit deze regels spreekt de verbondsgedachte; bij Johannes stelt Jezus zich uitdrukkelijk als ‘tussenbeide’  op, als ‘middelaar’ om maar een traditionele term te gebruiken.     

V. 26: Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.  De Trooster, de Παράκλητος  en de  Πνεύμα το Άγιον, de Heilige Geest vallen hier samen – daar zullen we het mee moeten doen, interpretatie is alles wat ons te doen staat , aangeraakt door het vuur van Pinksteren.

 

Aanwijzingen voor de overdenking:

26 Maar de Trooster, de Heilige Geest, Welken de Vader zenden zal in Mijn Naam, Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb.

Pinksteren – de vijftigste dag na de opstanding;  voor menig gewaardeerd medemens een soort blinde vlek op de kaart van feestdagen door het jaar.   Een feest  waarvan de aanleiding over ons wordt uitgestort, maar waar weinig of geen uiterlijke aandacht aan wordt besteed  door de wereld om ons heen. Gelukkig maar – dan raakt het niet ondergesneeuwd door handelsbelangen.   De flora die uitbundig bloeiend in de bermen wordt aangeduid met de naam Pinksterbloem is wel lief en wordt gelukkig nog steeds niet op commerciële basis geteeld.

Pinksterfeest heeft – net als Pasen -  een joods equivalent, het Sjavoeot   of Wekenfeest  (feestrol: Ruth) - we zouden wat aandacht kunnen besteden aan het gegeven dat we voortdurend onderweg zijn, gelijk eerst Naomi en Elimelech  met hun zonen en later  Naomi/Mara  en Ruth. Ballingschap en (r)emigratie  zijn van alle tijden.  In onrust en onrecht is de wereld weinig opgeschoten sinds de wereld van het Oude en Nieuwe Testament – we beschikken hooguit over andere technische middelen.  Nog steeds zijn er ballingen die proberen hun nieuwe bestaan  zo goed mogelijk in te vullen, een plek te vinden en hun leven vorm te geven.  Wie ervaart nooit een gevoel van ballingschap, buitengesloten worden of ontheemd te zijn?  Hoe houden we het vol, is geestkracht daarbij een bepalende factor?

De teksten overziend valt op dat de “wind” of  Geest Gods  centraal staat in de tekstkeuze.  Zonder die Geest Gods is volgens het Goede Boek niets mogelijk, blijft alles zoals het is, woest en ledig (vgl Gen.1:2)  Aangeraakt worden door Gods Geest kan voor ons mensen ook gezien worden als keuze (we kunnen ons tenslotte al dan niet aan laten raken) omdat we vrije mensen zijn; de omgeving kan het wel ons mogelijk maken ons te laten aanraken, door voorbeeld of opvoeding.  Die keuze is uiteindelijk aan  ons  zelf- (Joh. 14:24) – Jezus lijkt hier niet te oordelen maar veeleer die keuze aan te roeren en  vóór te leggen.  Op het moment dat hij deze woorden tot zijn leerlingen spreekt  is Hij hun leraar geweest,  straks  zullen ze, puttend uit Zijn voorbeeld, op eigen benen verder moeten. Alleen de Trooster, de Geest des Heeren zal hen kunnen helpen.  Kunnen ze dat?  Ze zullen wel moeten, elke dag weer, opboksend tegen de natuurlijke drang van zelfbehoud en eigenbelang, elk mens eigen.  Uiteindelijk konden ze niet anders, toen de geest (des Heeren)  over ze vaardig werd.

Wat schieten we er mee op wanneer we die keuze maken? Of wanneer we het gevoel hebben niet anders te kunnen?  En kunnen we in de ander  én in onszelf  onderscheiden waar  naastenliefde overgaat in fanatisme of alleen een sausje is dat eigenbelang onzichtbaar moet maken?  Geestkracht, ons laten inspireren zo u wilt, speelt een grote rol  in het overleven, in het creëren van  mogelijkheden, in de wil er met elkaar iets van te maken.  Geestkracht en creativiteit , of, anders gezegd, scheppingsdrang, liggen dicht naast elkaar (alweer: Gen. 1:2). Een (zelf)kritische geest is  óók onontbeerlijk.  En die Trooster? Hebben we die bij onze onbeholpen pogingen er met elkaar iets van te maken, niet ook  en juist hard nodig?