19 maart 2017

3e zondag van de veertigdagentijd 19 maart 2017

Enige gedachten bij: Ex.17.1-17, Ps 95, 1Kor.10,1-13, Joh.4.5-26(42). Voor zondag 19 maart 2017, derde zondag in de 40 dagen tijd. Kerk en Vrede.

Leader: Jezus(Judeër) heeft, een evenwichtige dialoog met een Samaritaanse vrouw. Joden minachten Samaritanen. Als de vrouw haar stads genoten gaat roepen, staat er: een mens en haar mensen.  Door contacten kunnen grenzen van vooronderstellingen en tegenstellingen wegvallen. Ook vandaag.

Inleiding:

Bij het lezen van Johannes evangelie is het raadzaam niet alleen de verhalen te her vertellen. Maar  te realiseren dat Johannes gecodeerd schrijft over de opdracht van Jezus, zijn messiaanse programma, dat zichtbaar moet worden voor de Johanitische gemeenten. Dit doet Johannes, aan het eind van de eerste eeuw door o.a. te vertellen over Jezus tekenen en werken (1-11,54). Jeruzalem is gevallen, veel navolgers van Jezus zijn gevlucht, o.a. naar Samaria en Syrië. De gemeenten waar Johannes contact mee heeft. Deze volgelingen vroegen zich af: was deze Jezus werkelijk de messias

Veel verhalen over individuele mensen kunnen gecodeerd gelezen worden als voorbeelden van worstelingen en vragen in deze nieuwe groeperingen in de gewelddadige politieke situatie van de onderdrukking door de Romeinen. Teksten, symbolen, uit het eerste testament spelen een rol om aan te geven dat Jezus het vlees geworden woord van God is. Messiaanse gemeenten ontstaan door 'omwegen'. Het doel is dat alle volken er deel vanuit zullen maken. Zoals reeds in de profeten aangeduid als Gods plan.

Johannes vertelt een verhaal over een ontmoeting van Jezus met een Samaritaanse vrouw in Sichar bij de oude waterput van Jacob/Jozef.  En de reactie van de bewoners op haar verhaal.

Een van deze gemeenten bevindt zich in Samaria (Hand.8). Judeërs/ joden minachten de Samaritanen, omdat zij niet op de juiste manier God zouden dienen. Voor de Samaritanen staat alleen de Tora centraal. Na de, in die tijd  ongebruikelijke, dialoog van Jezus (Jood) met een Samaritaanse vrouw vallen, na haar inzicht dat Jezus de beloofde Messias is de scheidingslijnen tussen deze volken weg. De vrouw spreekt tegen haar mensen van de mens Jezus.

 

Ex.17.1-17.

Context: Deel uitmaken, bewust zijn van Gods plan: bevrijd worden van onderdrukkende goden en machten, gedachten, en vooroordelen. Dat vindt niet zomaar plaats. Het verhaal van de uittocht uit Egypte is een startpunt.  Bevrijding uit dit slavenhuis wil niet zeggen dat het volk op slag veranderd is. Rondom de Horeb/ Sinaï worden allerlei gebeurtenissen beschreven: Gemor over honger--> manna, oorlog, dorst. Allerlei verhalen rondom de gave van de 10 woorden van bevrijding en de oproep/opdracht deze in praktijk te brengen.

1-17. In de pleisterplaats Refidim wordt gemurmureerd vanwege dorst.  Het volk maakt Mozes verwijten, en vraagt zich af: of de Heer in hun midden is of niet. Dit is een vraag die gesteld wordt aan goden. Zo wordt God op de proef gesteld. Mozes noemt deze plaats Massa en Meriba, vanwege de verwijten aan hem en het op de proef stellen van God. Het volk moest nog leren dat zij zelf verantwoordelijk is voor eigen handelen. De dorst kan dan ook opgevat worden als de dorst naar  God en gerechtigheid doen. Mozes krijgt de opdracht, met de oudsten uit het volk, voorop te gaan en op aanwijzing van God op een rots te slaan. Toen stroomde er levend water uit (direct vanuit de aarde, als oerelement van de schepping). Bronnen van levend water zijn in het eerste testament een symbool voor God (Jer.2.13) en van navolging van de Tora. Navolging is als boom, gepland in stromend water (Ps.1).

Ps 95.

God als rots en redding.  Luister vandaag naar zijn stem. Wees niet koppig als bij Meriba en Massa.

1Kor.10,1-13,

God als geestelijke rots, is overgegaan op Christus. Dus rebelleer niet tegen wat verboden is, omdat het afgoden dienst is. En zodanig God verzoeken, zoals het volk in de woestijn.

Joh.4.5-26(42).

Context: Na de bruiloft te Kana, (een bruiloft waar reinigingswatervaten en rol spelen en de bruid ontbreekt!) gaat Jezus naar Jeruzalem om Pesach te vieren. Er volgen aanduidingen, wat het betekend om te leven als beeld van God, in navolging van Jezus. Zoals in het gesprek met Nicodemus,: geboren worden uit  water en geest (3.5). Als de grond Jezus te heet onder de voeten wordt, gaat hij terug naar Galilea. Na twee dagen verblijf in Sichar, gaat Jezus verder naar Galilea. In Kana verricht hij zijn tweede teken: de genezing van de zoon van een hoveling uit Kafernaüm.

5-26(42).

In het verhaal van de Samaritaanse vrouw klinkt heel de geschiedenis van het 10 stammen rijk mee.

Nadat Assyrië velen uit het tien stammenrijk in ballingschap weggevoerd had, plaatste de koning van Assur andere mensen, uit vijf verschillende steden daarin terug. Zij namen alle vijf hun eigen goden mee (2kon.17.24-41). De overgebleven bewoners mochten hun eigen God behouden. Er heerste in Samaria, vanaf die dag, een mix van godsdienstigheid. In Ez. 37 wordt met een ritueel, voor geheel Israël een messiaanse toekomst voorzegd. In 108 v. chr. werd het heiligdom van de God van Israël verwoest. Onder Romeins beheer was een nieuw heiligdom gebouwd, waarin de keizer vereerd moest worden.

4. Het valt op Jezus 'moest'. Moest geeft een zekere noodzaak aan. Moest (10x in Joh. ev.) duidt op de weg die Jezus moest gaan, tot het uur gekomen zou zijn, waarop de mensenzoon verhoogd moest worden.

5-6. Jezus verlaat Jeruzalem en maakt op weg naar Galilea geen omweg. Vele Judeërs liepen van wegge hun vooroordeel over de Samaritanen, als een volk dat God niet op de juiste wijze diende, veelal 50 km om. Jezus gaat door Samaria. Het hele volk Israël is Gods volk, 10 en 2 stammen, daarom maakt Jezus geen omweg. In Sichar rust Jezus, rond het middag uur,  uit bij een historische waterput, de Jacobs bron  aan de voet van de berg Geraziem. Deze waterput had Jacob al aan zijn zoon Jozef  gegeven. Op deze berg wordt de God van Israël gediend.  Jezus was alleen. Zijn leerlingen waren naar de stad om eten te kopen (8).

In het begin van dit verhaal zijn er verwijzingen naar Genesis: Samaria, Sichar, de bron van Jakob, Jozef. De vrouw bij de bron in Johannes, doet denken aan verhalen over Rebekka (gen 24) en Rachel (de moeder van Jozef (= Samaria. Gen. 29).  Hagar (Gen 16.10,21,19) ( Mozes Ex.2.15 ontmoeting met de 7 dochters van Reüel. Exodus 17, rondom de berg Sinaï, Massa en Meriba. 

7-12 Jezus is vermoeid en gaat, rond het middaguur, bij de bron zitten. Dan komt er een vrouw, alleen, om water te putten. Jezus spreekt de vrouw aan. Twee ongewone zaken: een Samaritaanse vrouw, die alleen komt putten op het heetst van de dag en aangesproken wordt door een joodse man.

– Waarom alleen. Daarvoor zijn heel veel speculaties bedacht. In het verhaal lijkt het niet te gaan om een uitgestoten vrouw, die apart water gaat putten. Het accent ligt op een vruchtbare ontmoeting waarbij de toekomst wordt opengebroken.  De toekomst wordt in het eerste testament vaak opengebroken bij een bron.

– Een andere verwijzing: Het verbond met God/de Ene wordt vaak voorgesteld als het huwelijk tussen man en vrouw. (Hooglied, klaagliederen). Als dat verbond geschonden wordt spreekt men van hoereren van de vrouw. De vereerde god wordt een Baäl/afgod (mal.2.11,  Herstel:Hos 2.18-19).

– In het Johannes evangelie wordt over vrouwen verteld, die op een gelijkwaardige met Jezus spreken.

– De vrouw (13x), die Jezus ontmoet heeft geen naam, zoals ook zijn moeder als vrouw en andere vrouwen worden aangeduid (22x).

Jezus vraagt de vrouw om water. De vrouw reageert verbaasd: 'Hoe kunt u, als Jood, mij, een Samaritaanse, om drinken vragen. Joden gaan immers niet met Samaritanen om!

– Als we het gesprek van Jezus met deze Samaritaanse vrouw in schema zouden weergeven zouden we zien dat hier een gelijkwaardige dialoog plaatsvindt.

Jezus wijst haar op de gave van God en bedekt op zijn missie met de verwijzing dat zij hem zou kunnen vragen om levend water.

– De vrager wordt gever!

De vrouw begrijpt deze verwijzing (nog) niet. Zij stelt een materiële vraag. U heeft geen emmer en kunt u meer dan Jakob, onze voorvader. Hij en zijn vee hebben hier nog uitgedronken.

13-15 Jezus stipt aan dat het water uit de punt weer dorst geeft. Maar  dat het levend water dat hij kan bieden anders werkt. De vrouw vraagt om dit water, omdat zij dan niet meer hoeft te komen putten.

16-19 Jezus gaat ook hier niet op in. Hij stelt, 'deze dochter van Jacob', (geen 'hoer' !) een andere, een gewetens vraag: wie dien je, wie is heerser. Het wordt een politiek gesprek. Dat gaat over haar denken en handelen. Jezus, zet haar daardoor waarschijnlijk op een tweede spoor van de dubbel bodem in dit gesprek: Levend water, de 6e man is uw man niet. (de romeinse keizer die vereerd moest worden).

De 6e man denken aan een verwijzing naar verbond met God/de Ene dat vaak wordt voorgesteld als het huwelijk tussen man en vrouw. (Hooglied, klaagliederen). Als dat verbond geschonden wordt spreekt men van hoereren van de vrouw. De vereerde god wordt een Baäl/afgod (mal.2.11,  Herstel:Hos 2.18-19).

20 – 26

De  vrouw gaat Jezus zien als een profeet. Een Profeet, die verwijst naar de geschiedenis van de toekomst belofte voor heel Israël. De vrouw gaat nog even door op het verschil tussen Samaria en Judea en de wijze van de juiste aanbidding. Jezus geeft aan dat  er een tijd/een uur komt dat dit zal veranderen (→ het uur van verheerlijking). Aanbidden zal worden: God aanbidden in Geest/ geestkracht en Waarheid / waarachtigheid (een duidelijk na paasschaal verhaal. zie Hand.8). De plaats doet er dan niet meer toe. De vrouw zegt dat zij dat weet, als de messias zal komen. Jezus zegt dat ben ik. (Ex 3, Ik ben die ik ben klinkt hier mee, zie verderop de invulling met de Ik ben woorden). Een doorbraak ervaring bij de vrouw.

27- 30. Als de leerlingen terugkomen loopt zij weg en laat haar kruik staan. Zij gaat terug naar  de stad en zegt tegen de mensen daar, kom mee, er is iemand (NBV)/een mens (St.V./NB) die alles van mij weet, zou dat niet de messias zijn? Toen gingen de mensen de stad uit naar hem toe.

Opmerkelijk is hier, dat er niet meer gesproken wordt over een Jood/ Judeër of over Samaritanen. Maar over een mens en mensen. In de messiaanse gemeente vallen scheidingen van afkomst weg.

39 – 42. De mensen gaan naar Jezus en vragen hem te blijven. Zij komen in eerste instantie naar Jezus vanuit de getuigenis van de vrouw.  Later belijden ze hun geloof, omdat ze Jezus zelf gehoord  en ervaren hebben. Jezus blijft twee dagen in Sichar.

31-38. De leerlingen zijn verbaast dat Jezus met een vrouw spreekt, maar zeggen niets. (De vrouw sprak haar verbazing uit!) Deze verzen zijn een gesprek tussen Jezus en zijn leerlingen. Ten Eerste, wat Jezus tot voedsel is: de wil te doen van hem die mij gezonden heeft. Jezus roeping is als zijn voedsel. Ten tweede over de oogst (de tora en de profeten) die binnengehaald kan worden, terwijl zij niet gezaaid hebben. Het bewust worden van de vrouw, over wat zij overgeleverd gekregen had  over komst van de messias en de reactie van de bewoners van Sichar getuigen hiervan.

Context.

Jezus reist dan door naar Galilea. In Kana wordt een tweede teken beschreven: de genezing van de zoon van de hoveling uit Kafernaüm

Kunnen mensen bronnen van 'levend water' zijn voor elkaar?

Al met al lijkt het verhaal van de ontmoeting van Jezus met de Samaritaanse vrouw een duidelijk gecodeerd verhaal om de Johannes gemeenten, aan het eind van de eerste eeuw in een tijd van onzekerheid en vervolgingen te bemoedigen. Zowel de leerlingen als de inwoners van Sichar krijgen inzichten in de messiaanse tijd.

Het gaat over de ontdekkingen en vragen van volgelingen, die iets trachten te begrijpen van Jezus voorbeeld, tot in het uiterste van de dood. Hij schenkt voorbeelden van een wereldorde, die anders zou kunnen functioneren dan de wereldorde van de Romeinen. Een wereld orde waar mensen tot mens zijn voor elkaar.  'Levend water' komt voort uit Gods  bron. Een geschenk, om Gods volk, zijn gemeente weer te bepalen bij het doel van de Schepping: beeld van God te zijn, bevrijde mensen in eigen context.

Tempel, synagoge of kerkgebouw zijn niet van belang. Het gaat om bidden en handelen vanuit Geestkracht  en Waarachtigheid, zoals Jezus daarin  is voorgegaan. Dit geldt eveneens voor onszelf en geloofsgemeenschappen.

– Het is de derde zondag van de 40 dagen tijd. Een tijd van bezinning op wegen hoe zelf en als gemeente om te gaan met wat we lezen in de Schrift en de krant en wat te horen en te zien is om ons heen. Het is vaak niet te overzien.  Er reizen vragen: hoe te reageren op de uitslag van de verkiezingen van afgelopen week en de gehele toestand in de wereld. De politieke situatie in ons land en in de wereld. Deze is evenals die voor de mensen van Samaria, een bron van scheiding. Kan deze, mede met onze inzet, opgeheven worden? De macht van de machthebbers maakt vaak onmachtig. Centrale vragen kunnen zijn: wie dien ik, wie is heerser, waardoor wordt ik beheerst in privé en in het maatschappelijk handelen, waarin kan ik, wil ik keuzes maken over grenzen heen om mens te worden. Net als aan de 'dochter van Jakob' politieke vragen dus. Door het gesprek kwam deze vrouw tot een dieper inzicht, waarin vooronderstelde haat en afkomst weg vielen. Dank zij de herinnering aan wat haar overgeleverd was. Dat zij ging delen met de mensen in haar stad.

Het is het mogelijk te kijken en te luisteren naar de reacties in onze omgeving en een dialoog aan te gaan met onbekenden. Dat kan leiden tot mogelijkheden om elkaar tot  recht te laten komen in eigen omgeving. Dit kan door een ander in haar/zijn kracht te zetten, of zelf in je kracht gezet worden.  Delen wordt dan vermenigvuldigen, zij worden wij. Een proces van menswording. Daarom zijn we weer op weg naar Pasen.

Opkomen tegen geweld, voor gerechtigheid en een vredige samenleving is een oproep aan gelovigen als beelden van God. In de opinie van de samenleving voor velen een ongewoon tafereel.  Christen hebben daartoe de Geest ontvangen om in het krachtveld van deze Geest mee te werken aan recht en gerechtigheid door de maatschappelijke waarheid zichtbaar trachten te maken. Dit alles in het rijk van God dat is en komende is.

 

Als inspiratie voor bezinning in deze 40 dagen tijd is er materiaal van verschillende organisatie. Kijk op 40 dagen tijd 2017 of vasten actie 2017 met als thema: 'Ik  ben omdat wij zijn'. Er zijn veel initiatieven, ver weg e  dicht bij, die ook na de 40 dagen tijd nog inspiratie kunnen geven.

 

Héleen Broekema (TWG).

Dat onze liefde groot mag zijn,

groot genoeg om over grenzen heen

de vreemdelingen onze hand te reiken.

Dat onze liefde wijd mag zijn

wijd genoeg om over grenzen heen

de vijandschap en haat te overbruggen

 

Dat onze liefde warm mag zijn

warm genoeg om in de koude nacht

de dagen met wat vrede toe te dekken.

 

Dat onze liefde diep mag zijn

diep genoeg geworteld in de ziel

om in de droge tijden stand te houden.

 

Kees Pannekoek.