19 februari 2017

7e zondag na Epifanie 19 februari 2017

Enige gedachten bij: Ex.22.20-26,Ps 71.17-24, Mat 5.33-45 (1 kor.3.16-23)

De Bergrede schrijft niet voor hoe de 'Mozaische' wetten uit te werken. Dan zou deze manier van handelen gezien kunnen worden als nieuwe wettelijke voorschriften. Het gaat om: anders, bevrijdend,  handelen in een bepaalde context of pogingen daartoe.

Inleiding:

Wetten zijn geschreven om een maatschappij in te kaderen of voor vergelding, zoals bijv.de Hammurabi.  De 10 woorden zijn leefregels voor  bevrijde mensen.

Zij zijn ontstaan in een context waarin de Israëlieten in de verdrukking leefden te midden van andere volken en hun goden, zich afvroegen: 'wie is onze God, de Ene. Wie is z/hij anders dan de goden rondom ons en wie zijn wij als zijn volk. Daarover nadenkend maakten zij hun eigen visie vanuit wat hen overgeleverd was. Joden leren zelf: ''Iedereen heeft besef van de 7 Noachitische wetten, maar God leerde ons deze aan te vullen en te verbijzonderen tot 613. Dit is niet moeilijk, omdat God ons waardig keurt zijn volk te zijn''. Door deze eigen leefregels te hebben, hebben joden door de eeuwen heen hun identiteit behouden.

De Bergrede is geen tweede wet. Het gaat hier niet om het naleven, van een wettisch dogmatische nieuwe godsleer. Jezus leert zijn leerlingen, met als achtergrond de 'Mozaische wetten, wat het inhoud te zien wat er gebeurt en daar  liefdevol op een andere manier op in te gaan.  Mens te zijn als beeld van God, die alle mensen ziet en het doet regenen over goede en kwaden. Zodoende mee te werken aan een andere / rechtvaardigere samenleving, leefbaar voor alle mensen ongeacht afkomst, ras, klasse, zieken, weduwe, vreemdeling, nationaliteit of mensen behorende tot de romeinse bezetter.  Na de Bergrede verteld Matteüs, hoe Jezus daarin is voorgegaan. Dat zijn levenswijze een bedreiging was voor de heersende machten, de Romeinen, zowel als de tempelleraren. En dat Jezus dat met zijn dood heeft moeten bekopen.

Ex.22.20-26.

Context: In Exodus 20 staan de tien woorden beschreven, als 10 leefregels voor het volk. Daar wordt verteld dat deze in de woestijn gegeven zijn, na de bevrijding uit Egypte.  Het zijn bevrijdende leefregels, in tegenstelling tot de volken. Vele van de 613 geboden zijn uitgewerkt in een gesettelde situatie met akkerbouw, veeteelt.

20 - 26 In deze verzen gaat het over voorschriften t.a.z.v. vreemdelingen, weduwen, en armen. Aan de armen geen rente vragen en zijn mantel, die hij gegeven heeft als onderpand, voor de nacht teruggeven, omdat dit tevens zijn deken is.

Context: o.a. God niet lasteren, de leiders van het volk niet vervloeken, de eerste opbrengst van de wijn en de eerst geboren zoon aan God afstaan, evenals die van runderen schapen en geiten. Leef als mensen die aan God gewijd zijn. Eet geen vlees dat door een roofdier is gedood, geef dat aan de honden. Zo gaan de voorschriften nog enkele hoofdstukken door ten aanzien van gedrag en de inrichting van een heiligdom.

Ps 71.17-24,

Gebed van iemand op leeftijd, die God altijd als een schuilplaats ervaren heeft. God heeft hem nooit beschaamd. Nu heeft deze mens in haar/zijn zwakheid/ouderdom tegenstanders. De smeekbede: laat mij nu niet in de steek. Ik kan me niet meer verdedigen. Wel kan ik herleven door u te loven. Gij heb mij mijn hele leven onderwezen in rechtvaardigheid t.o. tegenstanders. Deze mens kan ook bezien worden als het volk Israël.

1 kor.3.16-23

Paulus schrijft aan deze gemeente: Weet u niet, dat gij een tempel van God bent/zijt en dat de Geest van God in (uw midden NBV) u woont? (ST./NB).

Mat. 5.33-45

Context: In hoofdstuk 4 beschrijft Matteüs Jezus' woestijn ervaring. Daarna wijkt Jezus uit naar Galilea, omdat hij hoorde dat Johannes gevangen genomen was; en gaat wonen in Kafarnaüm. Daar begint hij met zijn verkondiging: komt tot inkeer, want het koninkrijk van de  hemel is nabij. Hij geeft onderricht in de synagoge en verzamelt leerlingen. Mensen, van ver over de grenzen komen naar hem luisteren. Vanwege de volksmassa neemt Jezus zijn leerlingen mee een berg op. En onderricht hen met de woorden van de Bergrede: Gelukkig ….. Daarna verduidelijkt hij de rol, die hij verwacht van zijn leerlingen. En welke consequenties dat heeft voor hun levenshouding: een liefde volle benadering van mensen en daardoor te laten zien wat het inhoudt te trachten te leven als beelden van God. Hetgeen hen niet geliefd zal maken, omdat zij Jezus volgen. Ondanks dat zullen zij zich verheugen zout en licht zijn. Zo te leven wil niet zeggen de 'Mozaische' wetten afschaffen, maar  interpreteren in eigen context en zodoende bevrijdend te handelen d.w.z. meer doen dan gewoon is, en zo anderen voor te leven. Opdat dezen ook mensen liefde vol benaderen, zoals Jezus en God.,

33-45.

  • Geen valse eed → helemaal niet zweren. (33-36)
  • Laat je ja, ja zijn en je nee, nee. Wat je daar aan gevoegd komt voort uit het kwaad.
  • Oog om oog, tang om tand → linkerwang, rechterwang.
  • Wordt je onderkleed af genomen → geef dan ook je bovenkleed.
  • Gedwongen worden één mijl te lopen → loop dan twee mijl.
  • Geef wie je iets vraagt en keer je niet af van wie geld van je wil lenen.
  • Je naaste liefhebben en je vijand haten → heb je vijanden lief en bid voor wie jullie vervolgen.

45. Als jullie zo handelen, zijn jullie werkelijk kinderen van jullie vader in de hemel. Hij laat de zon opgaan en laat het regenen over rechtvaardigen en onrechtvaardigen.

Context:

Doe niet zoals iedereen, doe meer dan gewoon, normaal is. Wees dus volmaakt, zoals jullie hemelse vader volmaakt is. (Het woord volmaakt slaat terug op de aanduiding van Gods handelen in vers 45. Het is één van de eigenschappen van God!). In hoofdstuk 6 gaat Jezus door zijn leerlingen te instrueren. In hoofdstuk 25: De 7 werken van Barmhartigheid, worden nogmaals  voorbeelden gegeven van een volmaakte levenshouding.

Jezus en zijn leerlingen.

Jezus verlaat de massa en neemt tijd voor zijn leerlingen. Hij gaat met hen een berg op .  Dit doet denken aan Mozes, die de berg op ging om de leefregels van God, samenhangend met het verbond, te ontvangen.  Die leefregels zijn er. Wat betekent het nu, in de context van de leerlingen, om hen te laten horen wat het betekent leerling te zijn, in het nieuwe verbond van God met mensen. Dat tot stand gekomen is door Jezus in verbinding met de Vader. Opdat de wereld zou zien en ervaren dat het anders kan, anders zou moeten, om bevrijdend met elkaar te leven ook in een onvrije, door romeinen overheerste situatie. Matteüs schrijft dit op voor de volgelingen van Jezus, die in verwarring raakten, tijdens de vervolgingen, na de val van Jeruzalem. Zij vroegen zich af: Is onze Jezus werkelijk de beloofde Messias. Leerling zijn slaat dus op volgeling/gemeente zijn. In verhalen laat Matteüs zien dat Jezus tijd neemt voor mensen die een beroep op hem doen, ook al is hij met iets anders bezig. En dat hij tijd neemt met zijn leerlingen voor bezinning, vorming en toerusting.

Jezus begon met gelukkig zijn, dit is een verwijzing naar mensen, die leven met de Tora. (ps.1, ps 71 e.a). Het gaat over anders reageren dan 'normaal' is, een andere benadering in belangrijke situaties. Gewoon leven zoals ieder mens, de goede en de kwaden in de beoordeling van de omgeving, is niet genoeg om zichtbaar te maken dat zij beeld van God trachten te zijn op hun levensweg. Het levensgeheim waardoor mensen niet alleen gelukkig zijn, maar ook vrij door eigen handelen en de uitstraling daarvan naar de ander, ondanks knechtende omstandigheden. Als anderen het opmerken zullen ze er verbaast over zijn. En zien dat er andere mogelijkheden zijn, economisch en politiek door er anders over te gaan denken en te benoemen wat gehoord en gezien wordt als rechtvaardig of onrechtvaardig.

 

Leerling zijn in 2017.

Veel mensen, ook christenen, nemen wel de tijd om veel met hun mail, twitter en facebook te communiceren, waar door zij minder aandacht besteden aan hun omgeving, maar daarin ook geen bevrediging vinden. Velen gaan op zoek naar geluk. Yoga, meditatie, mindfullnes (houdt in: wezen bewust leren omgaan met wat je doet, eet, denkt, afvragen waartoe dient dit, wie is er mee gebaat wat ik doe of wordt gedaan, wie ondervindt er schade van). Oude bezinningsmethode, die al jaren ook in Nederland beoefend worden,  worden nu commercieel aangeboden als vindplaatsen voor eigen van geluk. Terwijl deze vormen van concentratie ontwikkeld zijn als instrumenten om een tijd voor bezinning, op lijf en geest, te nemen met het oog op mee te werken aan vrede en welzijn in een samenleving. Te vergelijken met wat de functie zou moeten zijn van 'stille tijd': meditatie, bidden, bijbel lezen, sabbats-/zondagsrust. Met daarbij tijd nemen voor  vieringen, vorming en toerusting in de geloofsgemeenschap, met het oog op het dienen en omzien naar elkaar. Omzien niet alleen in eigen groepering, maar ook en juist in de samenleving. Daar mensen proberen te ontmoeten, die onbekend of onbemind zijn. Een luisterend oor hebben, niet direct zelf een oplossing aandragen vanuit eigen normen, waarden of (voor)oordelen. Maar samen met mensen of een groep een eindje oplopen en trachten mensen weer in hun kracht te zetten, door met hen te delen. Om samen onrechtvaardige zaken aan het licht te brengen, te protesteren of veranderingen te bewerkstelligen, daarvoor zijn mensen nodig die opstaan en daar de tijd voor nemen.

 

Er staan spannende verkiezingen voor de deur. Ze vallen in de 40dagen tijd, een tijd van bezinning. Het vorig kabinet had als motto: 'bruggebouwen'. In afgelopen periode is de kloof tussen rijk en arm in de wereld zichtbaarder geworden. Als gevolg van neoliberale opvattingen moeten mensen voor zichzelf zorgen en gelukkig worden. Lukt dat niet  mensen  dan worden ze aangemerkt als loesers. De laatste jaren worden vluchtelingen en andere buitenlanders als bedreiging gezien of ervaren., er heerst onvrede. Dit is, in heel de wereld, een voedingsbodem voor populisten, die mensen deze angsten aan praten, maar geen oplossingen bieden. Toen Obama gekozen werd 8 jaar geleden was men in de wereld enthousiast. Al in een vroeg stadium kreeg hij de nobel prijs voor de vrede. Na 8 jaar ups en downs en veel tegenwerking van de Republikeinen is nu Trump aan het roer, wat zal hij de wereld brengen?

Hoe reageren wij zelf daar op en als geloofsgemeenschap als we zien dat mensen tussen de raderen belanden of  de angst daartoe hebben? Is meer dan het gewone mogelijk, als het gaat om toename van arm gemaakte of angstige mensen. Er zijn steeds meer mensen die van voedselbanken gebruik moeten maken, vluchtelingen die letterlijk en figuurlijk in de kou zitten, omdat de toelating tot Europa, zoals afgesproken, stagneert. Oorlog, met als gevolg: internationale onvrede, bedreigingen opvoering van defensie en wapenwedloop. Waardoor rechtvaardige oorlog wordt gesteld boven het werken aan rechtvaardige vrede. Is er maar te doen dan het gewone?

Er zijn groepen nodig om veranderingen te creëren. Van ouds zijn geloofsgemeenschappen groepen geweest, die veranderingen opgang gebracht hebben, in hun historische situatie.

Geloofsgemeenschappen, hoe divers ook, hebben Volmacht daartoe ontvangen door de Geest,die in hen woont, al lijken zij onmachtig. Er is in geloofsgemeenschappen een potentieel aan mensen met gave en mogelijkheden om inhoud van problemen te analyseren, en aan de orde te stellen. En er zijn mensen die praktisch mee willen en kunnen werken. Beide zijn nodig en kunnen elkaar aanvullen. Via vorming en toerustingsmogelijkheden kunnen zij een andere gezicht laten zien van christen zijn in de samenleving. Anders dan de gewone, doorsnee, opvattingen. Zij kunnen andere aspecten naar voren brengen. Een levenshouding waarin gestreefd wordt naar acceptatie en rechtvaardigere verhoudingen, een rechtvaardige vreedzame samenleving waar mensen tot hun recht komen. Zij kunnen daarbij ook anderen uitnodigen mee te denken en doen of zich bij andere aan sluiten. Geloofsgemeenschappen zouden de eerste moeten zijn, die in het krachtveld van de Geest, trachten  op te staan en mee te werken aan een rechtvaardiger samenleving in het Rijk van God dat is en komende is.

Héleen Broekema (TWG) 13.01.2017

Doe meer dan het gewone neem de tijd.

Tien richtlijnen voor de tijd.

Ik ben de Here, je God, die je uit dat leven gehaald heb, waarin de tijd alleen maar gevuld werd met geweld, onderdrukking, wanhopig bezig zijn.

 

  • Vul je tijd niet in, door zo bezig te gaan, dat je weer terecht komt in een bestaan dat uitzichtloos is voor jezelf en anderen.
  • Maak geen kniebuiging voor iets of iemand, die je wil doen geloven dat het er in deze wereld alleen op aan komt om tijd te maken voor jezelf.
  • Laat in je doen en laten zien dat Mijn tijd voor jullie een gevulde tijd is, een tijd vol liefde, ontfeming, vergeving en heling.
  • Neem de tijd om je kindeen het verhaal te vertellen en voor te leven van Mijn bevrijding uit alles wat doodt, teneer drukt, chaos veroorzaakt.
  • Ik ben de God, die al mijn tijd geeft om bezig te zijn met jullie leven. Maak ook tijd om naar dat verhaal te luisteren en je erdoor te laten inspireren.
  • Ga zo met je tijd om, dat je doen en je laten erop gericht is dat een ander het weer ziet zitten. Verder kan, ademen kan, leven kan.
  • Laat de ander merken, door de tijd die je voor haar/hem maakt, dat z/hij waardevol is; dat met elkaar het leven pa echt leven wordt.
  • Neem er eens tijd voor om je af te vragen hoe je het zelf zou vinden, als de ander zich meer achtte dan jou en jouw leven wilde bepalen.
  • Verdoe je kostbare tijd niet met het negatieve van een ander naar voren te halen. Probeer daarentegen juist het positieve van een ander te laten zien.
  • Vul je tijd niet, om datgene naar je toe te halen wat je nog mist. Wie zo leeft en zijn dagen dagen doorbrengt zal altijd diep ongelukkig blijven.

Geinspireerd op de tekst van een onbekende schijf(st)er