8 januari 2017

Driekoningen, 8 januari 2017

Jesaja 60,1-6 Psalm 72  Efeziërs 3,1-12  Matteüs 2,1-12

11 En in het huis gekomen zijnde, vonden zij het Kindeken met Maria, Zijn moeder, en nedervallende hebben zij Hetzelve aangebeden; en hun schatten opengedaan hebbende, brachten zij Hem geschenken: goud en wierook, en mirre.

Wat is het toch een heerlijk verhaal, dat van die Wijzen uit het Oosten. De μάγοι, de ‘magiërs’, de geleerden van hun tijd, astrologen – wie zal zeggen welke status ze gehad kunnen hebben in een omgeving waar het hemelgewelf naarstig werd bestudeerd, hetzij om te kunnen navigeren tijdens nachtelijke tochten wanneer het overdag te heet was om te reizen, hetzij om te speuren naar tekenen voor de toekomst. De traditie is nogal aan de loop gegaan met de paar regeltjes die alléén Mattheus aan hen wijdt: van de ‘wijzen’ zonder getalsaanduiding heeft ze drie koningen gemaakt (de traditie denkt graag in drieslag en ook: ze hebben drie ‘gaven’ bij zich), ze heeft ze namen gegeven (Caspar, Balthasar en Melchior) en leeftijden (in de vroegst Christelijke traditie staan ze voor jeugd, volwassenheid en ouderdom) en zelfs een kleurtje – waarmee ze vertegenwoordigers geworden zijn van de drie dan bekende leefgebieden: het oosten (bruin), het westen (blank) en het zuiden (zwart). Het staat allemaal nergens, maar de volksfantasie heeft het er van gemaakt en het verhaal daarmee een onschatbare iconische waarde geschonken. Heerlijk zo’n verhaal, waarin nou eens niet de verondersteld historische lading de betekenis zal bepalen, maar puur de kerygmatische.

Sterrenkijkers zijn ze, sterrenwichelaars zo u wilt, gewend om omhoog te kijken. Maar nu hebben ze iets gezien wat in hoge mate hun aandacht heeft getrokken, daar, in het oosten in de woestijn waar de lucht kurkdroog is en dus vaak ook glashelder.

In het tweede vers vinden we de term “προσκυνήσωμεν “ die enerzijds kan verwijzen naar een ceremoniële handkus waarmee men hooggeplaatsten eer of hulde kan bewijzen, anderzijds naar “ter aarde werpen” of neerbuigen in onderwerping; we mogen daarbij denken aan een prosternatie zoals die in andere geloofsculturen te doen gebruikelijk is. Wanneer de Wijzen aankondigen dat ze een nieuwgeboren koning willen aanbidden, dan reageert Herodes nogal gestoken, want de machtigste man van het land is HIJ en hij duldt geen concurrentie. Zou Herodes beseffen dat maar weinig mensen bestand zijn tegen de macht van pasgeboren onschuld? Dat het kind in de kribbe gebruikelijke kennis en geleerdheid tot dwaasheid kan maken, alleen al door te ZIJN, en dat het Wijzen, die gewend zijn vér omhoog te kijken, kan dwingen omlaag te kijken naar het wonder van het alledaagse? En dat dat kind in die kribbe tijgers kan veranderen in lammeren?

En dan die geschenken of gaven: ook die zijn, net als het verhaal, uit het jaar nul, van lang vóórdat er kraamcadeautjes werden gegeven. We kunnen daarbij invullen dat deze drie “Wijzen” zijn die geschenken meenemen: ze schenken Hem macht (goud), een verbond met de hemel (wierook) en ze verwijzen met de balsemhars naar Zijn toekomstig lijden. Het kan. Maar misschien kan er nog iets:

θησαυρούς (openmaken, openleggen) kan vertaald worden als “schatten”, als schatkistjes die voor het Kind in de kribbe worden opengemaakt, blootgelegd zo u wilt. Goud kan dan verwijzen naar ons aardse slijk en naar onze machtswellust, balsemhars kan ook worden uitgelegd als verwijzend naar algemeen menselijk lijden en wierook staat dan voor de verbinding met de hemel of het transcendente, kortom, de θησαυρούς kunnen verwijzen naar alles waar we allemaal zo druk mee zijn, zo dat we meestal het belangrijkste vergeten: de barmhartigheid en de trouw (vgl Mt 9:13). En juist die drie θησαυρούς , die voornaamste drie aardse besognes leggen de ‘Wijzen’ aan de voeten c.q. in de handen van het kind in de kribbe.

En die ster? Sterrenkundigen uit alle windstreken en tijden hebben er zich het hoofd over gebroken, wat voor een ster dat zou kunnen zijn: een supernova, de komeet van Halley?

Of zouden we in dit fantastische verhaal, letterlijk fantastisch omdat het zo de fantasie, de verbeelding heeft geprikkeld door de eeuwen heen, zouden we dan die ster niet gewoon mogen interpreteren als DE ster, oftewel de ster van David?

In de antieke vóórmiddeleeuwse wereld nam het hoogfeest van Driekoningen een veel grotere plaats in dan bij ons; de θησαυρούς brachten ook nog wat liefdadigheid van de westerse kerk op gang waarmee deze in de eerste week van januari de allerarmsten een beetje ondersteunde, van waaruit weer tradities zijn ontstaan van bedelaarsfeesten en lampionoptochten (Tilburg), kortom, stof genoeg voor een diepzinnige en toch vrolijke overweging

Liedsuggesties: Ps. 72, Ld 918, Ld 515 e.v.