25 december 2016

Kerstmis 25 december 2016

Psalm 98 Jesaja 52,7-­‐10  Hebreeën 1,1-12 Johannes 1,1-14


Kerstmis op een zondag. Wie moet voorgaan dit jaar kan het misschien wat beter overzien. Of heeft juist een zo compact programma dat alles over elkaar heen valt.

Thema’s uit onze lezingen: Blijdschap en zingen, verwachting die vervuld wordt. God heeft gesproken tegen de mensen vóór ons, en nu horen en zien wij ook een voorbode van vrede en de heelheid. Hij komt, die we verwachten. Want het komt van een mens van God, het komt van de mensen die zijn boodschap konden bevatten en in praktijk brengen. Hier in het noorden hebben we de verwachting van Jesaja, de jubel van de Psalmen, het Woord dat mens werd in een pasgeboren kind – dat alles hebben we gekoppeld aan het feest van de Zonnewende. Zinvol of niet zinvol, het zit gewoon in ons, zoals het verhaal van de geboorte van de kinderen in ons eigen midden. En dan zijn we nu bij de Schriften.

Psalm 98 is, samen met Psalm 96, het nieuwe lied dat wij zingen over Hem die eindelijk eens recht zal spreken en het ook zal uitvoeren. We mogen elkaar toezingen zodat we niet opgeven dat recht ook te doen. Vandaag mogen we daarbij zingen en dansen en spelen op de harp en de trompetten. De rivieren klappen in de handen, de bergen wiebelen van vreugde. Want er zal recht gedaan worden aan mens en schepping. Het begint in Israël, en het gaat verder de wereld door. `

Jesaja 52

Word wakker en laat je troosten, zegt de profeet tegen Jeruzalem. Heerlijk zijn de voeten van de vreugdebode op de bergen: zij brengen een boodschap van vrede en heil. De verste uithoeken van de aarde zullen het zien! Dit is het einde van een tijd van belegering, vluchten en meegenomen worden. En dan leven onder het juk van een buurvolk dat dol is op veroveren van grondgebied en daarbij terloops de mensen opruimt. De profeet kijkt nog even naar het verleden, hoe het volk Israël gebukt ging onder het juk in Egypte en geterroriseerd werd door de Assyriërs. “Ik liet het toe,” laat de profeet God zeggen. (We noemen hem Deuterojesaja of zelfs Tritojesaja – we weten zijn naam niet meer. Zijn woorden zijn toegevoegd aan het boek van de “eerste” Jesaja. Hij ziet de deportatie van zijn volk als een consequentie van de onderlinge omgang en doortrapte diplomatie – net niet doortrapt genoeg, en zo volgde er deportatie naar het gebied van de Babyloniërs. Toch zag ook deze Jesaja het heil weer verschijnen aan de horizon: er zal een bijna goddelijk kind geboren worden, en dat brengt heil -heelheid. Nu is het dan zo ver, doe je mooiste kleren aan, je mag terug naar waar je volk vandaan kwam! Hebt u ooit van de zingende ruïnes van Jeruzalem gehoord? Hier zijn ze, in de visie van de anonieme profeet. Ga dan op weg, want Hij zelf zal voor je uit gaan en je achterhoede beschermen. Reinig je, en dat betekent iets geestelijks in de taal van die tijd. Laat Babylon en zijn goden achter, en richt je op de Ene. Je bent een heilig volk, van Hem, en je hoort niet bij dat hele Pantheon van machten die zich nooit uitspreken over hun bedoelingen. Dit Israël is een volk van goddelijke en menselijke woorden. Wij weten dat er niet lang geleden opnieuw een terugkeer heeft plaatsgevonden. Andere volkeren hebben daarvoor betaald, en of dat nu de bedoeling was van de Ene? Voor ons gaat het er om dat we ons inleven in mensen, en blijven zien wat de bijzondere missie is van Israël. De Ene is barmhartig, en wij geloven dat Hij er is voor alle mensen. Dat maakt het soms lastig om te spreken over het heil van God voor Israël en het heil voor de volkeren. Van beide is sprake in het boek Jesaja!

Johannes 1

De lezingen uit het N.T., de geschriften van het vroege Christendom, zijn op deze Kerstdag uit de brief aan de Hebreeën en de brief en het evangelie van Johannes. Johannes was de “discipel die Jezus liefhad.” We weten niet zeker of deze Johannes dezelfde was. Hij is behoorlijk geleerd met zijn Christologie van het Woord, de “Logos” in het Grieks. Hij spreekt de taal van Christenen die georiënteerd zijn op de Grieken. Voor Johannes is Christus het Woord dat al bij de Schepping aanwezig was bij God. Hij was -en is- het Licht. Hij was zelf betrokken bij de schepping van de wereld, de kosmos, maar de wereld verwierp Hem. Zijn eigen volk zag niets in zijn aardse missie van aanvaarding tussen God en alle mensen die in hem geloven. Dit is een heel poëtisch begin van het vierde Evangelie. Je moet het eigenlijk hardop lezen of van binnen horen, voordat je er een Christologie aan ontleent. Het gaat over God, die als mens in ons midden wil wonen en ons als Zijn kinderen wil zien.

De brief aan de Hebreeën is door een anonieme auteur geschreven, en is gericht aan Hebreeuwse, dus Joodse Christenen die er over denken terug te keren naar hun oorspronkelijke godsdienst. De strekking komt aardig overeen met het eerste hoofdstuk uit het Johannes-Evangelie. Maar de auteur (Paulus?) is een geleerde Jood, die argumenteert en op grond van de Joodse geschriften, het zogenaamde “Oude Testament.” Hij beroept zich ook op de latere leer van de engelenmachten, en hij argumenteert voor het Zoonschap van Christus, die meer is dan de engelen. Hij is de Zoon van God zelf.

Als u nog inspirerend wilt preken zondag, dan hebt u hier veel keuze!

Janna F. Postma