11 december 2016

3e zondag advent 11 december 2016

Zondag Gaudete

Jesaja 35,1-10  Psalm 146 Jakobus 5,7-10 Matteüs 11,2-11

Bij het maken van deze schets staat Math. 11:3 centraal:  En (Johannes) zeide tot hem: Zijt Gij Degene, Die komen zou, of verwachten wij een anderen? Ik hanteer bij voorkeur brontaalgetrouwe vertalingen (SV)

In Mattheus 11 vinden we (v.2) Johannes in de gevangenis. Zijn gevangenschap mondt uit in executie. Echter, geen kerker zo donker of zo massief gebouwd, kan hem beletten te spreken of vragen te stellen.

Johannes is onzeker ; onzekerheid over verwachtingen of twijfel over de manier waarop dromen werkelijkheid worden is niet ongewoon in de literatuur van Israël. We vinden soortgelijke onzekerheden bij Elia (1 Kon. 19) en ook bij David (1 Sam:25:23 e.v.). Johannes heeft nog geen van zijn verwachtingen ten aanzien van Jezus uit zien komen, en daarom stuurt hij twee van zijn vrienden naar Jezus toe. Jezus’ beantwoordt hun vragen met een wedervraag: kunnen jullie vertellen wat je ziet; misschien is het niet wat je verwacht, maar dat betekent niet dat er geen tekenen zijn.

In de verzen die volgen vraagt Jezus aan zijn gehoor om niet te kijken met de ogen van een bevooroordeelde; wanneer verwachtingspatronen te veel ingevuld zijn komen ze nooit uit. Jezus wijst de vrienden van Johannes op een paar tekenen uit de directe, zichtbare omgeving: doven die zijn gaan horen, blinden die ziende zijn geworden, zoals ooit voorzegd door Jesaja (Jes 29: 18). Wanneer je echter buigende rietstengels verwacht in de woestijn, wanneer je daar kostbaar geklede mensen wilt ontmoeten, uitgedost alsof ze naar een galafeest aan het hof gaan, dan kom je altijd bedrogen uit. De toon is hier bijna spottend; we moeten voorzichtig zijn met het verbinden van allerlei diepzinnige betekenissen: de taal van OT en NT kan ook puur functioneel zijn. Taal kan illustratieve beelden oproepen, en dat lijkt hier precies Jezus’ bedoeling. In vers 11 kondigt Jezus zowel het einde van de profetie van Israël aan als ook het naderend koninkrijk.

Het twaalfde vers is niet opgenomen in de lezing, wellicht omdat het als ietwat pessimistisch kan worden ervaren op deze “lichte” adventszondag. Het getuigt echter wel van reëel inzicht in de dagelijkse werkelijkheid: er is veel scepsis ten aanzien van dat koninkrijk.

Aanwijzingen voor de overdenking:

Op deze derde adventszondag is de toon licht, de vreugde om het komende licht staat centraal. De vragen komen van Johannes, de antwoorden van Jezus. De profetie eindigt hier en de vervulling van de belofte is aanstaande: het aangekondigde licht. Deze zondag vervult een scharnierfunctie in de adventstijd: weliswaar zal het eerst donkerder worden voordat het licht verschijnt, maar de belofte van licht en leven is onmiskenbaar. Johannes, in misschien zijn donkerste uur, stuurt er zijn vrienden voor op uit. Hij doopte met water; zal de wereld ooit de doop met het vuur van de geest gewaarworden?

Ook Johannes heeft de woorden van Jesaja gekend. Jesaja, die niet ophoudt ons moed in te spreken, juist in tijden van rampspoed en onderdrukking. Dwars door de ellende, aangericht door Tiglat Pileser, Nebukadnezar, Herodes en al die andere tirannen en dictators zijn de woorden van Jesaja steeds weer ongeschonden komen bovendrijven. Johannes heeft er zich aan vastgehouden, in Christus worden ze vervuld en ze houden niet op ons moed in te spreken. We zouden een tussentijdse meditatie kunnen wijden aan de kracht van het Woord, sterker dan die van wapens en laarzengestamp, het woord dat zich niets aantrekt van kerker, prikkeldraad of boekverbranding. We zouden kunnen afsluiten met Jacobus’ oproep om geduld.

Geraadpleegde bronnen:

Beknopt Commentaar op de Bijbel in de Nieuwe vertaling, 2e druk, Uitg. Kok, Kampen, 1985

Exegese van het Nieuwe Testament, Gordon D Fee, 2e druk, Uitg. Boekencentrum, Zoetermeer, 2007

https://www.biblegateway.com/resources/commentaries/IVP-NT/Matt/Questions-Man-God