18 december 2016

4e advent 18 december 2016

Enige gedachten bij: Jes. 7.1-17, Mat.1.18-25, Rom1.1-7, Ps 24 voor zondag 18 dec. 2016, 4e Advent, Kerk en Vrede.

Leader

De vierde adventskaars, de herderskaars, wordt aangestoken. Jezus als voorbeeld voor de goede herder, zoals zijn Vader. Wat zegt dat ons, wat doet dat met ons in onze levenspraktijk?

Inleiding.

Jes. 7 is het begin van de liederen van het einde van de tijden. In 7-66 wordt in deze 'Liederen van het einde van de tijd' het eind van de tijd steeds anders aangeduid. Na de verwachting van een derde tempel krijgt het, in de joodse traditie, uiteindelijk de betekenis van de verlossing van de hele wereld.

Matteüs gebruikt de voorspelling over de zwangere jonge vrouw (7.14) om aan te duiden dat Maria, de moeder van Jezus, deze jonge vrouw/maagd zou zijn. Daarmee wil hij aantonen, dat, in de lijn van het joodse volk vanuit de Tenach, Jezus de beloofde Messias is.

In de Romeinen lezing (Rom.1.1-7) getuigt Paulus van zijn opdracht in navolging van Jezus, als zoon van God, op een zelfde wijze. Zijn opdracht is dit in gehoorzaamheid en geloof te verkondigen, ook aan de geroepenen in Rome. Die hij aanspoort in navolging van Jezus te leven.

In Ps. 24 wordt de dynamiek bezongen, voor toen en in de toekomst, te zoeken naar de wederzijdse herkenning en erkenning tussen Israëls God en de mensen die hem zoeken. Niet iedereen mag zijn hoogte bestijgen, alleen mensen zuiver van handen. Dat zijn geen mensen die naar wapens grijpen of het leven van elkaar tot een hel maken. Het gaat om integere mensen toen in hun wereld en nu in de onze. Onze wereld is een dorp geworden met schending van mensenrechten, oorlogen, economisch onrecht en ander geweld.

De vierde adventskaars, de herderskaars, wordt aangestoken. Jezus als voorbeeld voor de goede herder. Wat zegt dat ons, wat doet dat met ons.

Jes. 7.1-17,

In 734 voert Rezin, de Koning van Aram/(As)Syrië samen met Pekach de koning van Israël oorlog tegen Juda en belegerd Jeruzalem (o.a.2 kon.16.5-9 ev. Achaz deed niet wat goed was in de ogen van de Heer). Jesaja krijgt de opdracht, van God, samen met zijn zoon, de afvallige Koning Achaz buiten de stad te ontmoeten. En hem te zeggen: het hoofd koel te houden, omdat wat de belagers bedacht hebben niet zal gebeuren. Achaz twijfelt aan deze boodschap. Hij mag God om een teken vragen, maar wil God niet verzoeken/ op de proef stellen. De Heer geeft dan zelf een teken aan het huis van David: 'De jonge vrouw (ha álmah) is (NBV/zal worden(NB/StV) zwanger, zij zal spoedig een zoon baren en hem Immanuel noemen'. Maar voordat dit plaats vindt zal het land begroeid zijn met doornen en distels. De naam Immanuel (God met ons) kan aangeven dat ondanks de duistere toekomst God zijn volk niet zal vergeten. De zoon van Jesaja wat dus getuige van de belofte voor zijn nageslacht. Matteüs gebruikt deze belofte in zijn overzicht van de afstamming van Jezus. (1-17).

Mat.1.18-25,

Om Jezus te plaatsen in het kader van de Tenach laat Matteüs het verhaal over het verlossend werk van Jezus Messias vooraf gaan door Jezus' wordingsgeschiedenis. Een geslachtsregister, zoals achteraf vaak gebeurt en gebeurde bij mensen van betekenis. In 1.18 Jezus wordt beschreven dat Jezus ontvangen is door de heilige geest. De zending van Jezus de Messias is in de geest van de Vader, in de geest van een nieuwe schepping. Deze Jezus is de vervulling, zegt Matteüs, van de vrouw (niet de maagd) die zwanger zal worden en een zoon baren en hem de naam Immanuel, God met ons, gegeven (Jes. 7.14). Matteüs grijpt in het geboorte verhaal van Jezus terug op de belofte aan Achaz. In 18-25 wordt gesproken over wie dit kind Jezus is en wat Hem te doen staat: zijn volk redden en bevrijden van de zonden. God zal daarin openbaar worden. Hoe Jezus te werk gaat en zijn leerlingen voorbereid naar zijn voorbeeld, in de geest van zijn Vader, zijn werk voort te zetten beschrijft Matteüs in de rest van zijn evangelie.(3.1- 28.20).

Jezus leefde voor, hoe mensen recht gedaan kon worden, hoe mensen door mensen kunnen ervaren dat God met hen is. Hij was geen populist, die zich conformeerde met de wil van het volk of de leidinggevende in de tempel of synagoge. Hij moest dat zelf met de dood bekopen, omdat mensen andere verwachtingen hadden van een langverwachte Davids zoon, die zou immers verlossen van de Romeinen. Zijn verlossing was van een geheel andere aard. Hij werd aangemerkt als zondebok. Dat werd voor christenen niet het einde maar een nieuwe begin. De verlossing voor alle mensen. Door zijn voorbeeld van opstaan tegen onrecht is hij geworden tot de opgestane, die zijn leerlingen deed opstaan om in de geest van zijn Vader, verder te werken. Saulus zag dat aanvankelijk, zoals zovele, niet zitten. Als Paulus werd hij een getuige en ervoer dat als genade. Waardoor hij ook weer de Romeinse gemeente op kon roepen vol te houden door te geloven en daardoor hun leven in te richten in gehoorzaamheid.

Jezus vraagt geen grootse dingen,

Hij laat voor velen weer licht schijnen in hun wereld van ellende of vraagtekens bij de zingeving van hun leven. Jezus onderwijst daarin, in woord en daad, zijn leerlingen. In de toelichting op de Bergrede staat o.a. 'Zo moeten jullie je licht laten schijnen voor de mensen, opdat zij jullie goede daden/werken zien en eer bewijzen aan jullie Vader in de hemel (mat. 5.16). Helende woorden en gedachten kunnen functioneren als handen en voeten van God op aarde. Bijna aan het eind van zijn Evangelie laat Matteüs Jezus nog eens samenvatten: het zit in kleine dingen ten opzichte van de naaste die op je weg komt. In het bijzonder de naaste in situaties waarin we zelf dromen nooit terecht hopen te komen. En waar vaak vooroordelen over zijn. We zijn meestal niet op de hoogte hoeveel barmhartigheid, naast alle ellende, ook onderling geschied tussen gevangene, daklozen, vluchtelingen ect. Jezus roept op tot verantwoordelijkheid, te zien wat in de naaste omgeving nodig is. Deze samenvatting staat in hoofdstuk 25, aangeduid als werken van barmhartigheid. Het gaat er dus om: als herder opmerkzaam te zijn op wat verloren dreigt te gaan in onze wereld, maar vooral in onze omgeving, waar mensen zich soms voelen alsof of werkelijk door raderen vermalen te worden.

Advent,

de vierde adventskaars is aangestoken. Jezus als voorbeeld voor een goede herder, zoals zijn Vader. Wat zegt dat ons, wat doet dat met ons. In onze levenspraktijk?

Hoe bereiden we ons voor op Kerst 2016 in een wereld die tastbaar of versluierd in oorlog is. Waar, evenals de situatie in de lezingen van Jesaja en Matteüs, velen onder lijden. Angst voor terrorisme, angst van mensen die dagelijks gebombardeerd kunnen worden, angst van vluchtelingen. Zij wagen hun leven op zee, staan voor gesloten grenzen, hebben vaak geen opvang en bouwen zelf tentenkampen om bij elkaar te schuilen.

Kerst: vrede op aarde.

Vrede wordt verkocht als: geluk zoeken door jezelf en tot rust komen in een door techniek bepaalde 24 uur economie. Vrede met jezelf, gezelligheid in eigen huis. Enigszins leven in vrede en harmonie met je zelf, is niets mis mee. Dan kan je ook pas liefde en aandacht schenken aan anderen Het is de nieuwe religie van de markt en minder moraal die het verkoopt als het ultieme privé.

Bij ons thuis hing vroeger een spreuk: vrede is geen afwezigheid van oorlog, maar aanwezigheid van God. Dit zou ook uitgelegd kunnen worden als een passief ondergaan van het lot, jouw toegewezen door God. Toch weten christenen dat zij niet overgelaten zijn aan het lot. Immanuel God met ons wil ook zeggen dat mensen in het scheppingsverhaal en in de samenvatting van de Tora, de 10 woorden, geroepen zijn tot verantwoordelijkheid ten opzichte van hun naaste, vreemdeling, de samenleving en de aarde. Dat hun 'deur' niet dicht, maar open zou moeten zijn voor de ander en wat er speelt in eigen context. Dit als gevolg van de problematiek in de wereld, die een dorp geworden is. Dit om dat het niet gaat om het kindje teer, maar om de gekruisigde, de opgestane. Die zijn leerlingen is voorgegaan en hen oproept, in het krachtveld van de Geest van de Vader, in eigen context en naar eigen vermogen te zien waar onrecht en geweld plaats vindt, dat tot onvrede leid en waarom dat zo zou kunnen zijn.

In onze wereld gebeuren dingen die niet zouden mogen gebeuren. We kijken er vaak naar en voelen ons onmachtig. En toch....

Zou het mogelijk zijn om ons te verdiepen in de achtergronden cq oorzaken van onrecht en onvrede, die we waarnemen of horen door de verhalen van mensen of uit de media. Ons bewust te worden van onze roeping en verantwoordelijkheid. Daarin keuzes te maken in wat naar eigen vermogen mogelijk is. En zodoende onze roeping als leerlingen van Jezus een beetje waar te maken? Gebed en geld voor noden dichtbij en ver weg zijn van belang. Barmhartigheid is meer. Het vraagt in eerste instantie om verdraagzaamheid, solidariteit, omzien naar elkaar. De voorbeelden die Jezus zijn leerlingen geeft zijn in eigen context en kleinschalig diaconaal. Daarnaast is het belangrijk dat we missionair zijn, open naar de samenleving. Ons licht laten schijnen, door te luisteren naar de verhalen van mensen die aangeven geen vrede te hebben met hun situatie, zich door de politiek in de steek gelaten voelen of die door maatschappelijke omstandigheden zoals: discriminatie, schulden, armoede, werkloosheid, dakloosheid, op de vlucht economisch of door oorlogsomstandigheden. Ons licht opsteken door naast directe hulp, samen te zoeken naar oorzaken en wegen tot verandering. Benoemen en aanklagen waardoor het onrecht, de onvrede, het geweld plaats vindt.

Door zo in het leven te staan is Kerst een feest van viering en bezinning in het bewust zijn dat er andere mogelijkheden zijn dan de doorsnee praktijk en opvattingen. Dat we kunnen trachten messiaanse gemeente te zijn in het rijk van God, dat is en komende is.

Héleen Broekema

Die ons voor het Licht gemaakt hebt dat wij leven:

Spreek licht, wees hier aanwezig in uw Naam.

Ik zal er zijn