9 oktober 2016

4e van de herfst

Leader. Mensen/ bevolkingsgroepen worden vaak verguisd. Niet door eigen ervaring van de ander, maar vanuit een vooroordeel. Onbekend, maakt onbemind. Door contacten veranderen meestal meningen. Als dat zo is wordt  hen dat vaak ook weer niet in dank afgenomen. Geloven houdt in opstaan tegen humane misstanden.

 2 Kon.17 (5-7), 24,29-34, Ps. 113, (2Tim2.8-12), Luc 17.11-19. voor zondag 9 oktober 2016, 4e van de herfst.

Inleiding.

In de lezingen van vandaag zijn er 10 mensen, die Jezus om genezing vragen. Jezus geneest hen. Zend hen naar de priester om dit te controleren. Slechts één komt terug, een Samaritaan, niet om Jezus, maar om God te bedanken. Jezus zegt hem ook niet voor hem te knielen, maar op te staan en vanuit zijn geloof verder zijn nieuwe weg te gaan.

Lucas beschrijft opstaan en het verheerlijken/ loven van God vaker, dan de andere evangelisten. Deze blijde boodschap van Jezus de beloofde Messias, de bevrijder van mensen in naam van God, is bedoeld als tegen evangelie. De romeinse heersers, spraken een evangelie, een soort troonrede uit, als zij aan de macht kwamen. Het evangelie over Jezus, beschrijft in de lijn van de Tora, de Profeten en de Psalmen, achteraf wat Jezus gedaan, voorgeleefd, heeft, in naam van God. God wordt daarvoor verheerlijkt/ geloofd/gedankt.

Paulus schrijft aan Timoteüs, dat hij de blijde boodschap moet doorgeven, omdat Jezus is opgestaan.

2 Kon.17 (5-7), 24,29-34,
Een uitleg waarom de Samaritanen verguisd waren in de ogen van de Judeers. Nadat koning Salamanasar van Assyrië vele bewoners van het Noordrijk als ballingen had weggevoerd, ten tijde van Hosea (750-722), stuurde hij mensen uit Babel en andere steden naar het Noordrijk. Dezen namen hun eigen goden mee. Die goden werden op den duur ook vereerd door de overgeblevene. Zij die God trouw bleven, vereerden de God van Jakob in Sichem en op de berg Gerizzim, ook nog ten tijde van Jezus. Deze wijze van God vereren was in de ogen van de Judeers ketters, cultisch onrein.

Ps. 113. 
Een lofprijzing over Gods goddelijke handelen ten aanzien van berooiden, hooggeplaatsten en de onvruchtbare vrouw, die hij kinderen schenkt. Het is de eerst Halleel psalm. Deze wordt gezongen als mensen opgaan naar Jeruzalem, om de bevrijding uit Egypte te vieren.

2Tim2.8-12
'Paulus' steekt Timoteüs een hart onder de riem, Jezus Christus, als nageslacht van David, die uit de dood is opgewekt te blijven verkondigen. De boodschap is betrouwbaar als wij volharden. Ook al zou dit, zoals bij Paulus, gevangenschap ten gevolge zou hebben.

Luc 17.11-19. 
Grote context: Vanaf 9.51 beschrijft Lucas dat Jezus op weg gaat naar Jeruzalem. Onderweg tracht Jezus zijn leerlingen voor te bereiden op zijn lijden, hun toekomstige taak en leert hen bidden. Er zijn vele ontmoetingen met de menigte. Waarin hij zieken geneest en demonen worden uitgedreven. Maar ook confrontaties met Farizeeën en Schriftgeleerden.

Kleine Context: De leerlingen vragen om meer geloof. Jezus zegt dat geloof als een mosterdzaadje voldoende is. Hij illustreert de verhouding tot God, als een heer die van zijn dienstknecht/slaaf verwacht dat hij, ook als hij moe is, zijn taken/ zijn plichten vervult. Hij hoeft daarvoor geen dankbaarheid te tonen. Zo ook zullen zij, bij wat zij op aarde als beelden van God  t.o.z.v. hun naaste doen, niet direct Gods dankbaarheid ervaren.  De taak van de leerlingen is op te staan vanuit hun geloof in God, zoals Jezus hen is voorgegaan. En als handen en voeten van God hem daardoor te verheerlijken.

In 11-17 wordt geïllustreerd dat niet voor alles wat Jezus doet geloof en dankbaarheid getoond wordt. Op weg naar Jeruzalem trekt Jezus door het grensgebied van Samaria en Galilea. Vlak voor een dorp komen 10 mensen met huisvraat, een onreine ziekte volgens de Tora, hem tegemoet. Ze blijven, volgens voorschrift op afstand staan. Ze roepen tot Jezus, meester heb medelijden met ons (NBV)/ ontferm u over ons (SV.)

Als Jezus hen, volgens de Tora, naar de priester stuurt, zijn ze inmiddels genezen. Toen hij zag dat hij genezen was keerde één van hen terug, Hij loofde/ verheerlijkte God. Hij viel aan Jezus voeten neer om hem ook te bedanken. Jezus, vroeg waar de 9 anderen waren. Wilde zij niet terug komen, om God eer te bewijzen. Degene die terugkwam was een Samaritaan. Hij kreeg de opdracht: op te staan. Zijn geloof had hem gered/behouden.

Na een Kyrie volgt een Gloria

Kyrie:De NBV vertaalt: meester, heb medelijden met ons. In de SV wordt vertaald: ontferm u….., Dat is ons bekend als een Kyrie bede. Ontfermen heeft m.i een andere gevoelswaarde dan medelijden!

Ontfermen is het lot van iemand aantrekken. Het is een eigenschap van God. Medelijden is een gevoel van smart, iemand zielig vinden en daarvan uit eventueel hulp verlenen.

Gloria: de NBV vertaalt: hij loofde God. Loven …… De SV vertaalt met verheerlijkten God. In de psalmen komen we dit ook tegen. Loven heeft voor ons misschien een wat andere gevoelswaarde dan verheerlijken. Hier gaat het duidelijk om God te danken voor wat de man ervaren heeft.

Lucas gebruikt 6x : Hij/zij verheerlijkte God, in tegenstelling tot Marcus en Matteüs 3x. Lucas brengt dit in verband met opstaan, als reactie van mensen, op wat Jezus als bevrijder te weeg brengt. Beginnend bij de herders

20.2: NBV: de herders gingen terug terwijl zij God loofden en prijsden/ verheerlijkten SV./NBG

5.25,26: NBV man en draagbed..sta op en loop…Hij vertrok naar huis terwijl hij God loofde/ verheerlijkte SV./NBG.

7.16: NBV: De dode jongeman krijgt bevel op te staan. ..Alleen waren vervuld van ontzag en loofden/ verheerlijkten God.     

13.13: NBV De vrouw die op de sabbat genezen werd ging recht opstaan en loofde/ verheerlijkte (SV/NBG. God.        

 17.15, loofde/ verheerlijkte SV/NBG God, 18 wilde niemand eer bewijzen dan deze vreemdeling vraagt Jezus.....  19. Sta op en ga.      

18.43: Genezing van een blinde: Hij volgde Jezus, terwijl hij God loofde/SV. De menigte bracht God hulde.

23.47:De centurio, nadat Jezus de laatste adem had uitgeblazen, zag wat er gebeurt was en loofde/ verheerlijkte SV/ NBG. God, met de woorden, werkelijk deze mens was een rechtvaardige.

Opstaan.

Van de herders tot de hoofdman beschrijft Lucas dat niet Jezus, maar God verheerlijkt wordt . Jezus  zegt dat die ervaringen die gepaard gaan met verheerlijken (loven),  opstaan tot gevolg moet hebben. Niet zomaar opstaan, maar vanuit het geloof dat er veranderingen in het leven kunnen gebeuren.

Veranderingen als mensen proberen aan datgene wat onrecht is iets te doen of er met anderen over te praten. En zodoende te bezien hoe mee te werken aan veranderingen. Het gaat er niet om te bidden, in een Kyrie, ontferm u over ons, en zelf geen pogingen te doen om op te staan tegen onrechtvaardigheden in eigen omgeving en/of wereldwijd. Dit in navolging van Jezus. Jezus, is opgestaan tegen heersende opvattingen in. Dat heeft hij met zijn dood moeten bekopen. De gevestigde geestelijken in Jeruzalem, zagen zijn nieuwe weg als een bedreiging voor hun eigen macht en uitleg van de Tora.

Het Gloria verwijst naar het feit, dat ook als er van alles gedaan is dat niet veel lijkt uit te halen, toch zaken te hernemen. Terug te gaan, steeds weer te herinneren aan Gods beloften en op te staan, te doen wat op onze weg komt. Ook al is er twijfel en ons geloof kleiner dan een mosterd zaadje. Van God hebben we een hart gekregen en een geweten. Als we ons geweten volgen weten we, dat het anders kan, anders zou moeten, om te beginnen in onze omgeving. Als we om ons heen kijken zien we dat er veranderingen nodig zijn: in het milieu, mensen en dieren tussen de raderen komen van de maatschappij en klem raken door armoede, oorlogsgeweld, economisch politieke prioriteiten,  zowel dichtbij als verder  weg.

We kunnen niet alles aanpakken. Zullen moeten kiezen, vanuit eigen gaven en mogelijkheden.

Dat is niet eenvoudig. 9 op de 10 keer falen we daarin. We mogen toch iedere keer weer trachten opnieuw te beginnen, naar het voorbeeld van Jezus. Licht te laten schijnen, dat we niet onder de 'korenmaat' plaatsen, en God daarmee te denken/te loven/te verheerlijken.

 

Héleen Broekema (TWG)

5. sept.2016

 

 

Wij die zo vaak de belofte vergeten.

 

Wij die zo vaak de belofte vergeten.

God, ontferm u over ons

Wij die de naam van de naaste niet weten,

God, ontferm u over ons

't lied van de hoop is al gaande versleten,

God ontferm u over ons

 

Angst die ons dof en krachteloos maakt,

Christus, denk aan ons.

Knagend verdriet dat ons wezen raakt,

Christus, denk aan ons.

Vriendschap door ons te bitter gemaakt,

Christus denk aan ons.

 

Iedere dag dat we U niet vertrouwen,

God, ontferm u over ons.

Vesting van eigen gelijk die we bouwen,

God, ontferm u over ons.

Pijn om het als U mens uit te houden,

God, ontferm u over ons.

 

Gonny Luijpers.