10 juli 2016

4e van de zomer 10 Juli 2016

Enige gedachten bij: Deut.30.9-14, Ps 25. 1-10, Kol 1.1-14, Luc 10. 25-37 voor zondag 10 juli 2016, de 4e van de zomer. 

Grote woorden zeggen niets over keuzes die gemaakt worden. Daden geven aan of mensen meewerken aan recht en gerechtigheid ten op zichte van hen die op hun pad komen. Dat wordt in de bijbel genoemd: 'Het leven kiezen'.

Inleiding
In Deut.30.9-14 spreekt Mozes het volk toe voordat zij in het Land van hun toekomst zullen binnen gaan. Hij roept hen op God lief te hebben, door de Tora na te leven. Er is een keuze tussen dit wel of niet te doen. Het wel doen wordt hier aangeduid als:'Het leven kiezen'.

Lucas beschrijft een reactie van Jezus op een wetgeleerde, die hem in het nauw wilde drijven door te vragen naar de bekende weg. Jezus, laat zien hoe een inwoner van Samaria doet wat de Tora hem aangeeft te doen. Beeld van God te zijn, te kiezen voor het Leven: recht en gerechtigheid te doen voor de mens die op zijn/haar pad komt, deze onbekende niet uitgezonderd. De mensen in Samaria vereerden God bij de bron van Jacob en niet in Jeruzalem. Daarom werden ze met de nek aangekeken door Judeers.

Paulus: beschrijft het Leven kiezen als: vrucht dragen. Dit doet denken aan Ps. 1.

Ps 25. 1-10.
Een vraag of God, de wegen bekend maakt, naar zijn Woord en in zijn Geest.

Kol. 1.1-14.
Paulus is verheugd dat de gemeente van Korinte, door diaken Epafas,  Jezus heeft leren kennen. Hij roept hen op Jezus voorbeeld te blijven volgen en het goede te doen. Het zal door de, onzichtbare, God bekrachtigd worden. Zodoende kan de gemeente vrucht dragen.

Luc 10. 25-37
Context: 17-25. Er zijn zojuist 72 leerlingen, die op hun reis niets anders bij zich mochten hebben dan zichzelf, teruggekeerd, met vreugdevolle verhalen. Ze hebben zelfs demonen kunnen uitwerpen. Jezus zegt: ‘verheug je daar nu niet over. Maar over het feit dat jullie namen in de hemel zijn opgetekend’. Jezus dankt zijn vader voor wat zijn leerlingen hebben mogen doen. Hij prijst zijn leerlingen gelukkig en wenst dat andere ogen ook zien wat zij hebben gezien. Iets dat veel koningen en profeten niet ervaren hebben.

25-37 Dan volgt het verhaal van het antwoord aan de wetgeleerde die Jezus op de proef wil stellen. Hij stelt Jezus de vraag wat te doen om het eeuwig leven te verkrijgen. Als Jezus vraagt wat er in de wet staat, zegt de wetgeleerde zijn lesje op: ‘God dienen met alles wat je gekregen heb en de naaste als jezelf’. Jezus zegt: ‘dat is juist, doe dat en u zult Leven’. Dat antwoord had hij niet verwacht. Op joodse dialoog wijze stelt hij een tegenvraag: Wie is mijn naaste? Jezus, antwoord met een gelijkenis/ parabel, waarin verschillende personen een rol spelen:

  • Iemand/een mens: reist/ daalde af van Jeruzalem naar Jericho. Hij wordt overvallen door rovers, die hem tot op zijn kleren beroofden, mishandelden en half dood achterlieten.
  • Een priester en een leviet komen voorbij, er staat niet bij of ze naar Jeruzalem gingen of naar Jericho. Er wordt vaak gezegd dat zij op weg naar de tempel niet het risico wilde lopen volgens de reinheidswetten onrein te worden. De Statenvertaling vertaalt: kwam af van Jeruzalem. Dus na hun tempeldienst. Wat hier belangrijk is, is dat dienaars van God langskomen en wegkijken van het slachtoffer. Het slachtoffer niet willen zien, geen Tora doen. Bij de 72 in de context was dit juist anders gegaan, zij zagen en deden. Jezus, zei tegen hen: ‘Doe wel, maar klop je niet op de borst’.
  • Een Samaritaan, komt langs, hij ziet, krijgt meelijden(NBV),/ is diepgetroffen(NB), werd met innerlijke ontferming bewogen (ST.V). - innerlijke ontferming is een eigenschap waarover bij God en Jezus geschreven wordt -. De Samaritaan gaat naar de gewonde man toe. Hij gooit olie (verzachting) en wijn (ontsmetting) over de wonden en verbind ze. Hij zet de man op zijn eigen rijdier en brengt hem naar een herberg. Waar hij doorgaat met de verzorging. Als hij vertrekt, de volgende ochtend, draagt hij de zorg over aan de herbergier. Hij zegt niet: ‘Nou, zie maar wat je met hem doet'. Maar vraagt hem verder te zorgen en laat geld daarvoor achter. Bovendien zal hij, indien nodig, op de terugreis de rest van de rekening betalen.
  • De herbergier en de Samaritaan kennen elkaar kennelijk en zij vertrouwen elkaar. De herbergier lijkt ook te doen wat op zijn weg komt.
  • De beroofde mens is het zwijgende slachtoffer.

Jezus, vraagt de wetgeleerde: ‘wie van de drie is volgens u de naaste geworden van het slachtoffer’. De wetgeleerde antwoordt: ‘De man die medelijden met hem heeft getoond’. Het woord Samaritaan kan hij kennelijk niet over zijn lippen krijgen. Samaritanen waren in de ogen van de Judeese joden geen goede gelovigen. Zij werden met de nek aangekeken. ( zie het verhaal van Jezus en de Samaritaanse vrouw). Zij aanbaden God niet in de tempel in Jeruzalem. Maar in Samaria, bij de put van Jacob. 'Jacobs God was hen ter hulpe'. De Tora was ook hun richtlijn voor het leven!

Jezus zegt: ‘Doet u voortaan net zo’.

Context: Martha en Maria. Verschillende vrouwen met elk een passende taak in het volgen van Jezus. Ieder volgens haar gaven en mogelijkheden.

Is het in onze context mogelijk voor levend makend leven te  kiezen, vrucht te dragen.

Door zijn antwoord aan de wetgeleerde maakt Jezus duidelijk dat het pas gaat om de vraag naar ‘eeuwig leven’ als je naam in de hemel opgetekend is. Dit als gevolg van je keuzes voor bijdrage aan Leven in het hier-nu-maals. Deze Samaritaan is daar een voorbeeld van. Soms is het mogelijk zelf te helpen, soms is het nodig anderen financieel te ondersteunen om hulp mogelijk te maken. Ook nu nog gaat het in de joodse cultuur en religie om daden. Er is en was veel dialoog ter ondersteuning van daden en ethische beslissingen.

  • In het voorbeeld gaat het niet om zomaar een weg. Maar om weg van Jeruzalem naar Jericho. Het gaat om reizen vanaf Jeruzalem, afdalen of reizen naar Jeruzalem, opstijgen. Pelgrims stijgen op naar Jeruzalem het hart van de dienst aan God. Jericho is de stad die in de traditie beschreven wordt als toegang tot het Land.- Intocht of uittocht - Jezus was op weg naar Jeruzalem, de stad van God. Daar was zijn ontvangst door de tempeldienaren zodanig, dat dit tot zijn politieke moord leidde. Zijn navolgers daalden af tot het einde van de toenmalige aarde, om Jezus' voorbelden door te geven.
  • Als een tekst vertaald wordt met: 'ontferming bewogen', dan is dat meer een associatie met de beelden die in de bijbel beschreven worden m.b.t. God en Jezus, dan medelijden. Medelijden hoeft nog geen actie aan te geven. Je hoort er vaak zielig achter aan.
  • Mensen beroven / uitkleden tot op het bod, martelen en aan hun lot overlaten, doet denken aan mensen smokkelaars in onze tijd. Wat doen we zelf? Als het gaat om wie is mijn naaste is, dan gaat het er ook om, af te vragen, wie zijn de rovers, ben ik ook een rover?. Wie benadeel ik met mijn manier van leven? Wat is de oorzaak van de steeds groter kloof tussen rijken en armen, van de milieu problematiek, van het steeds meer ‘springen van de bok op de haverkist’, als mensen iets niet zint? Hebben wij, door onze geschiedenis, debet aan de oorzaken van de oorlogen in het Midden Oosten. Wat zijn de oorzaken van de grote vluchtelingen stroom, niet alleen van mensen die vluchten voor/door oorlogsgeweld.
  • Tracht ik recht en gerechtigheid na te streven en zodoende te proberen mee te werken aan een vrediger samenleving, als eerste in eigen omgeving.

Wat zich wereldwijd afspeelt met plaatselijke gevolgen is niet eenvoudig. Veel meningen ten aanzien van vluchtelingen en nieuwe Nederlanders zijn verdeeld, zowel in de kerken als in de politiek. God liefhebben is lev/ hart hebben. Doen wat je hart vind dat gedaan moet worden, al word je tegengewerkt of zwart gemaakt. Het Leven kiezen door leven gevend trachten te leven voor de ander en dus voor jezelf. Daarvoor zijn allerlei mogelijkheden zoals:

  • Samen onderzoeken, ook met anderen buiten de geloofsgemeenschap, waar onvrede, ongerechtigheid plaats vindt.
  • Daardoor trachten te zien, wat door andere misschien nog niet is gezien. Dit publiek maken.
  • In verzet komen, waar zaken mis zijn of dreigen te gaan
  • Over grenzen van cultuur en religie heen, leren luisteren naar elkaar. Dat wil niet zeggen dat de ander jouw gewoonten en geloof moet overnemen.
  • Samen zoeken wat in de situatie van de ander(en), die op je weg komen, een weg tot verandering ten goede zou kunnen zijn. Je kan zelf nooit zeggen dat je de naaste van iemand bent. Al doe je veel voor iemand of een groep, dan is het niet aan jou om te beoordelen of je hun naaste bent. Je tracht hen nabij te zijn met hulp of troost. Maar de ander beoordeelt of jij als naaste wordt ervaren. Daar kan je jezelf nooit op voorstaan. Iemand die de vruchten plukt en eet, kan beoordelen of ze smaakvol zijn!

Hoe mensen zich in kunnen zetten met heel hun hart, heel hun ziel, hun kracht en hun verstand liefdevol vanuit eigen gaven en mogelijkheden is ook niet door andere te beoordelen. Christenen kunnen elkaar daartoe inspireren. Omdat zij weten beeld van God te zijn en trachten het Leven te kiezen, zoals Jezus heeft voorgeleefd. Jezus en zijn volgelingen weten te mogen leven in het krachtveld van Gods Geest in het Rijk van God, dat is en komende is.

Héleen Broekema (TWG)

Sterven zal je ooit.

Maar vandaag en god weet morgen kun je leven, doen, zien

iemand voor iemand zijn misschien en het verschil maken, toch,

tussen onverwisselbaar uniek en om het even tussen dood en leven.   

  Huub Oosterhuis.