29 mei 2016

zondag na Trinitatis 29 Mei 2016

Jezus als genezer. Het grote geloof van de vreemdeling.

1 koningen 8:22, 37-43  

Het gebed van Salomo bij inwijding tempel. In onze tijd denk je meteen aan alle crises die we nu elkaar aandoen. En die we (niet meer) voor Het Aangezicht leggen. Inclusief het gebed ook voor de vreemdeling, dat die daar in die stralende tempel kind aan huis is. Een plek van Aanwezigheid, niet afhankelijk van de bijval en waardering van de bezoekers.
Bidden voor die samenleving, niet zo zeer als kerk bij die samenleving in het gevlei willen komen.
Moeilijk want je staat niet TEGENOVER die samenleving, en om voor haar te kunnen interveniëren moet je door en door solidair ermee zijn.
 

 lucas 7: 1-10

Kijk, daar is ie al; de vreemdeling! Nu is het een hoofdman in Kafarnaum. En daar nog weer een slaaf van.
Maar mijnheer heeft relaties. Hij heeft het goed gedaan als vertegenwoordiger van de bezettende macht. Die relaties kan hij om een boodschap sturen naar Jezus.
Grootspraak van: ik ben ook maar een klein radertje. Klinkt een beetje als grote mannen onder elkaar. Maar hij wil juist klein zijn.

Terloops merk je maar op dat Lukas Jezus hier niet neerzet in felle discussie met Joodse leiders; het gaat best ontspannen toe. En dat die 'oudsten' even later vervangen worden door 'vrienden'.

Die verwondering van Jezus. Dat is geen veeg uit de pan voor Joodse mensen in het algemeen. Wil ik tenminste hier niet in lezen. Het is ook geen waardering voor de manier waarop deze vreemdeling iets weet te vragen en dan krijgt wat ie graag wil.
Bidden is geen kwestie van de vraag met de juiste methode aankaarten; en dat het dan wel goed komt.
Het gaat ook niet over de psychologie die vereist is voor een geslaagd/verhoord gebed.

 Er wordt niets gezegd dat Jezus iets bijdraagt aan de genezing. Hij hoeft hier verder niks te doen. Zou het geloof van die hoofdman in feite al de doorslag gegeven hebben en helend hebben gewerk? Je zou het haast denken.

Waar het in de verkondiging wel naar toe kan.

Je komt in de verleiding om aan te haken bij huidige discours vreemdeling. Hier een vreemdeling die goed geïntegreerd is, trouwens. Bezettende  macht zelfs; niet iemand die vast liep op onze grenzen; niet omkomend op onze(?) stranden.
Maar zo specifiek zou ik het niet oppakken en dan haken en ogen van de 'vreemdelingenproblematiek' door spreken.
Wel is er ongemerkt gezegd dat er iemand van de bezettende macht een relatie aangaat met een bevrijdende macht, nl die van Jezus. En wat Jezus betreft is dat o.k. (Ook voor de leiding van die synagoge aldaar, trouwens.)
Het springende punt is dat deze twee 'machten' samen spannen om het leven van die slaaf.  Vaak gaat dat niet zo harmonieus, maar dat is geen echt thema hier. Je moet m.i. deze tekst niet oprekken naar politieke analyses van vandaag.
(wat maak je ervan dat die slaaf kennelijk niks te zeggen heeft in zijn genezing?).
Aardig(of meer dan aardig?): Willem Barnard mijmert : stel dat dit de hoofdman is, die op Goede Vrijdag maar dienst had te doen op bevel van Pilatus. (Stille Omgang 1157)
 

Fijntjes is wel, dat die hoofdman denkt in termen van dwingende macht en dat hij hier Iemand ontmoet met gezag en macht en autoriteit van andere aard. Het verschil zit in HELEN.