28 augustus 2016

11e zondag van de zomer 28 augustus 2016

Preekvoorbereiding voor zondag 28 augustus Bijbellezing: Deuteronomium 24, 17/22 Hebreeen 13, 1/6
Lucas 14, 7/14

In deze preekschets ga ik in op de bovenstaande evangelielezing.

De evangelielezing wordt genoemd in de klassieke lezingen van de kerk voor de zestiende zondag na Pinksteren. Ook als je een zogenaamde vredesdienst wilt houden op deze zondag, is het raadzaam niet een toepasselijk stukje bijbellezing voor een vredesdienst te kiezen. Maar al te gauw lees je dan voor uit de bijbel, opdat de gemeente het dan ook nog eens van een ander hoort. De schriftlezing is er niet om dienstbaar te worden aan wat de prediker toch al kwijt wilde.
Ik betreur het dan ook ten zeerste dat de samenstellers van het oecumenisch preekrooster de te behandelen perikoop beperken tot de verzen 7 tot en met 14 van deze perikoop. Wat hun beweegredenen daarvoor zijn, is mij niet duidelijk.
Duidelijk is wel dat bovenstaande perikoop gekenmerkt wordt door het begrip geroepene (kaleo). Daarom pleit ik er ook voor het begrip genodigde te vervangen door het begrip geroepene. Zo blijven we bij de grondtekst en deze vertaling maakt ons duidelijk wie zich als een geroepene gedraagt en wie niet. Dat Jezus hier niet achteloos een betoog houdt, komt al in vers 1 ter sprake. De Farizeeën letten nauwkeurig op hem. Houdt Jezus zich wel aan de joodse wet?

Uitleg: De ontmoeting tussen Jezus en de waterzuchtige is door de tafelgenoten naar alle waarschijnlijkheid in scène gezet om Jezus te testen.
Paratereo. (goed in de gaten houden!) komt, behalve hier, ook voor in Lucas 6,7 en 20,20. Daar staat bij dat men Jezus goed in de gaten moet houden om bewijsmateriaal tegen hem te verzamelen.
Tegenover het gemene en berekenende (een ziek mens gebruiken als testcase) stelt Jezus in  nuchterheid (in de woorden van vers 5) en onbevangenheid (verzen 8-10) zijn reactie. De etiquette van het voordringen vereist immers dat dit heel subtiel toegaat. Daar is hier geen sprake van. Jezus gaat over dit zieke mens onmiddellijk praten en dat hoort niet. Terecht zegt S.F. H. J. Berkelbach van Sprenkel ( in Het evangelie van Lucas) dat ons in vers 10 geen verkapte bescheidenheid wordt aangepraat. Geen ‘gaat u voor, nee na u .’: wie oprukt naar boven, streeft naar Gods plaats (Gen. 3) en zal vernederd worden.
Tapeinoo- vernederen komt bij Lucas voor in 3:5 en in 18, 4, waar dezelfde zin staat als hier in 14, 11
In de woorden tapeinos en tapeinosos komt het voor in de lofzang van Maria (Luc. 1,48;52). In 
Lucas 3 , 4-6 maakt de evangelist duidelijk dar er bij de ‘vernederden’ iets anders gebeurt dan een plaatsverwisseling tussen vernederden en verhoogden, want dan zouden er opnieuw verhoogden en vernederden zijn. Waar het om gaat is dit: als de hogen omlaag komen en de lagen omhoog, dan ontstaat een nieuwe situatie, namelijk dat zij elkaar recht in de ogen kunnen zien.

Last, but not least het derde Stichwort in deze perikoop: kaleo –‘roepen’. De keklemenoi worden in de gangbare vertalingen ‘genodigden' genoemd. De reden is dat het zo mooi is dat dit onze roeping is: naar het feest komen!. We zouden er veel bij winnen, als wij onze roeping zouden leren verstaan als een uitnodiging (om zo onze kramp kwijt te raken) en indien wij de vrijblijvendheid laten corrigeren door het geroepen zijn.

Aanwijzingen voor de preek. Je kunt, als het in de kerk gaat over de vrede, die met het geroepen zijn in verband brengen; dat is een gegeven. Maar laat het daarbij niet blijven; het genoemde hoort niet alleen een interne discussie op te leveren. Uitspraken over de vrede hebben politieke gevolgen en daarvan dienen we ons bewust te zijn, maar we zijn geroepen deze discussie aan te gaan.

Gang van de preek. Lucas 14, 1-14 vertelt ons over de omgang met mensen met elkaar. Het begint met een heel negatief voorbeeld daarvan: Jezus’ disgenoten gebruiken een ziek mens om Jezus te betrappen op het niet naleven van de wet. Jezus ontmaskert hen, heel nuchter en onbevangen.
Het nuchter en onbevangen de ander tegemoet treden is ook het enige waardoor niet alles en iedereen geblokkeerd raakt
Twee tegenovergestelde levenswijzen staan tegenover elkaar. Jezus roept ons op tot een andere levensstijl dan de gebruikelijke.
Voor ons betekent dit, dat we niet meer handelen, spreken en leven vanuit een voortdurend wantrouwen. Als Jezus’ volgelingen willen we ons eigen vooroordeel (bij voorbeeld tegen asielzoekers) over andersdenkenden en anders levenden niet meer laten bevestigen, maar we willen de ander met een geopend hart onbevooroordeeld tegemoet treden. Alleen dan worden verschillen van inzicht productief: je kunt alleen dan doordringen tot de ander, wanneer je de ander tot jezelf toelaat.
‘Wie zich vernedert, zal verhoogd worden.’. Als we zien hoe Jezus aan het kruis het leven liet en zo dus de laagste plaats innam, dan beneemt ons dat alle geloof in grootheid en/of hoogheid. We worden geroepen om anders te gaan leven. In de eerste plaats in de omgang onderling.
Maar wat aan de gelovige enkeling wordt voorgehouden, geldt in een adem door voor de hele gemeenschap van mensen. Of men nu gelooft dat het persoonlijke ook politiek is of niet, je kunt voor het persoonlijk leven niet heel andere maatstaven aanleggen dan voor de politieke.
In de laatste verzen van het gelezen evangeliegedeelte gaat het over onberekend goed doen, zonder eerst te becijferen wat je terug kunt verwachten. Niet altijd maar afwachten tot de ander eens iets goeds, positiefs doet, zodat wij ons eigen handelen afhankelijk maken van de ander. Maar gewoon doen wat we moeten doen, omdat het goed is en omdat de Heer het van ons vraagt.