13 maart 2016

5e zondag van de 40 dagen 13 maart 2016

Jesaja 58,7-10, Psalm126, Fil. 3,7-14, Lc. 20,9-19 voor zondag 13 maart 2016, 5e van de 40 dagen.

Leader: Veertig dagen tijd/ vasten tijd. Sommigen vasten daadwerkelijk. Met welk doel? Anderen nemen samen tijd voor bezinning op actuele problemen en hun rol als geloofsgemeenschap(pen) daarbij. Wat voor 'pachters/ hoekstenen' kunnen/ willen wij zijn in onze samenleving?

Inleiding:  Het is niet alleen de oorlog in het Midden – Oosten met onrechtvaardigheid en geweld tussen de verschillende partijen. Maar ook de rol van Europa. Op de landelijke politiek is minder directe invloed uit te oefenen. Wel om zich te bezinnen op de oorzaken van de weerstand tegen de komst van vluchtelingen in eigen omgeving. Sommige mensen, Nederlanders of Medelanders, die al lang in Nederland wonen, voelen zich achter gesteld door het woonbeleid of (dreigende) werkloosheid of angst voor de onbekende Islam. Zij drukken dat uit met demonstraties en soms zelfs met geweld, dat weer geweld uitlokt. Geloofsgemeenschap(pen) kunnen zich bijvoorbeeld afvragen: wat zijn feiten, waar komt de angst vandaan en of zij daaraan zouden kunnen doen in eigen omgeving.

De Jesaja tekst beschrijft dat het volk wel vast, maar verder gewoon doorgaat met zaken die God niet welgevallig zijn. Zodoende werken zij mee aan het kwaad in de wereld, in plaats van licht te verspreiden.

Lucas beschrijft een gelijkenis die Jezus zou hebben verteld als antwoord op een antwoord spel tussen tempelgeleerden en hem, nadat Jezus in Jeruzalem was ingehaald door het volk. Hij geeft aan hoe de eigenaar, die op reis ging, bode zond om de huur te innen. De bode (profeten) en uiteindelijk zijn eigen zoon werden door de pachters (leiders van het volk Israël) vermoord. De leiders van het volk gingen hun eigen weg. Zij werden keer op keer gewaarschuwd door de profeten en verwaarloosde de richtlijnen uit de Tora. Zo creëerden zij hun eigen ballingschap.

Paulus waarschuwt voor de kwalijke praktijken die hij kent van zijn ex collega's. Nu zegt hij Jezus gevonden te hebben en hem te willen navolgen.

Jesaja 58, 7-10.

Context: Het volk van Jacob moet luid roepend door deze derde 'Jesaja' geconfronteerd worden met haar misdaden en zonden. Het volk vast wel, maar gaat in die zelfde tijd door met handeldrijven, arbeiders afbeulen, ruzie maken en met elkaar op de vuist gaan. Zo verkiest God geen vasten. Wat God verkiest is misdadige ketenen losmaken, banden van het juk ontbinden. Elk juk breken en verdrukten bevrijden. Dat wil zeggen:

7-10 Je brood delen, onderdak bieden aan daklozen, naakte kleden en je bekommeren om je medemens. Dan breekt je licht door als de dageraad, herstel en gerechtigheid gaan voor je uit. De majesteit van de Heer vormt de achterhoede. Als je doet wat God verkiest, dan geeft hij/zij antwoord en je (maatschappelijke) duisternis wordt licht als het middag uur.

Context: beschrijft wat het gevolg is als God het rechtvaardig leven ziet en het voortdurend gaat begeleiden. Dan zal je/ jou omgeving weer vreugde vinden.

Psalm 126.

Als God ons thuis brengt uit de ballingschap dat zal een droom zijn. Dromen moeten waar gemaakt worden. Anders blijven het illusies. Mensen zijn de handen en voeten van God. Alleen wij mensen kunnen op aarde mee werken aan een rechtvaardiger samenleving.

Fil. 3,7-14.

Context: Paulus waarschuwt voor de kwalijke praktijken van 'de honden' en om op te passen voor hun versnijdenis. Wij als besnedenen verrichten dienst door de Geest van God en laten zich voorstaan op Christus Jezus. Het gaat er niet om volledig te doen wat in de wet staat. (Dat zegt Paulus, omdat hij vroeger de wetsopvatting had als een Farizeeër. Dezen interpreteerde de wet dogmatisch. De wet, de 10 woorden, werden niet gezien als woorden van bevrijding voor het volk dat geen slaven meer was in Egypte en nu met God als bevrijder op weg mocht gaan om een rechtvaardige samenleving te creëren. Hij heeft dat nu herontdekt bij Jezus).

7-14. De intentie tot gerechtigheid doen met Jezus als voorbeeld, dat is mijn winst zegt Paulus.

Hij wil Christus leren kennen en de kracht van zijn opstanding ervaren, delen in zijn lijden en aan hem gelijk worden in zijn dood. In de hoop ook zelf uit de dood op te staan. Dat hoopt hij te bereiken, daarvoor heeft Christus hem gegrepen. Zo wil hij toekomst gericht trachten te leven, en wat achter hem ligt vergeten.

Context. Een oproep aan allen, waaraan de brief gericht is, dit ook te doen.

 

Lc. 20,9-19.

Context: Jezus wordt, als hij in de tempel in Jeruzalem onderricht geeft, door de Hogepriesters, Schriftgeleerden en Oudsten, gevraagd naar zijn bevoegdheid. Jezus antwoord met een wedervraag, die hen voor een dilemma stelt. Zij blijven het antwoord schuldig en daarom geeft Jezus ook hen geen antwoord. Maar verteld een gelijkenis.

9.Een gelijkenis van een wijnbouwer die zijn wijngaard (Israël,).)verpachte en op reis ging. Hij stuurde verschillende knechten om zijn pacht te innen. Deze werden vermoord. Tenslotte zond hij zijn zoon, ook deze werd gedood. Wat zal de eigenaar nu doen? De pachters doden en de wijngaard aan anderen geven. De mensen zeiden: 'Dat nooit!'. (Ze begrepen heel goed dat Jezus het over het land van het volk met haar hele historie als wijngaard aanduidde (Jes.5,1,2. Jer. 8.13).Jezus ging verder en vroeg wat het betekende dat er geschreven staat:'De steen die de tempelbouwers afkeurden is de hoeksteen geworden?'. Iedereen die over de steen struikelt zal gebroken worden, en iedereen op wie de steen valt zal worden verpletterd. De Schriftgeleerden en Hogepriesters wisten dat Jezus het over zichzelf had, zegt Lucas. Toen Lucas dit schreef was het land al ten onder gegaan door de Romeinen!

20.Zij wilden hem arresteren, maar waren bang voor het volk. Ze lieten hen bespioneren en hielden hem in de gaten om hem op een onjuistheid te betrappen. Ze vroegen hem onder andere of het toegestaan was aan de keizer belasting te betalen.

 

Hoeksteen.

Hoekstenen worden op verschillende manieren gebruikt in een gebouw. 1) Als fundament van een gebouw (Jer.51.16, Job 38.6). 2) In overdrachtelijke zin voor Sion als fundament van het geloof (Jes. 28.16). 3) Voor de overste van het volk (Zach.10.4).4) Voor de miskende rechtvaardige (Ps 118.22). 5) als sluitsteen voor een gewelf, of op de bovenste rand van een huis. Deze betekenissen hebben doorgewerkt in het late Jodendom. 6) het wordt toegepast op Jezus (lc.20.19, Mt. 21 42vv, Hand.4.11, 1Pe 2.7. 7) Apostelen en Profeten zijn het fundament en Christus is de hoeksteen van de tempel van de heiligen (Ef. 2.20). (Bron: BHW. 1969)

Meewerken aan een rechtvaardige vreedzame samenleving.

Meewerken aan een rechtvaardige vreedzame samenleving houdt meer in dan het roepen: minder, minder, minder of AZC weg ermee of onder de vluchtelingen zitten terroristen of economische vluchtelingen, af te doen als schreeuwers. Dat is geen optie. De vraag is wat brengt hen ertoe. En wat brengt anderen ertoe zich in te zetten voor een rechtvaardige vreedzame samenleving. De 40 dagen/vasten tijd is een tijd van bezinning in het kerkelijk jaar. Vasten en doorgaan met de 24 uurs economie, zonder af te vragen wat is het gevolg van mijn handelen als onderdeel van de neo-liberale politieke opvattingen die hoogtij vieren, is ook geen optie. Vasten zal consequenties moeten hebben, beschrijft Jesaja.

In eigen context krijgt hij de opdracht luid te roepen, dat vasten te maken heeft met het bezinnen op wat nodig is, om maatschappelijke verandering teweeg te brengen door recht en gerechtigheid te bewerkstelligen, dan zal er verandering komen in het maatschappelijk leven, zoals het licht dat verschijnt als de dag aanbreekt.

Lucas beschrijft een ander aspect. In het Lucas verhaal gaat het om kift, jaloezie, angst en nijd van de tempeldienaren, die het volk hun ethische wil oplegden. Een andere interpretatie van de Tora, dan die Jezus voorleefde. Zij waren angstig dat het volk Jezus zou volgen. Er waren al vaak discussies geweest. Maar nu Jezus ingehaald was door het volk en leerde in de tempel, kwam het hen wel heel dicht op de huid.

Jezus wijst op datgene dat kan voortkomen uit angst, jaloezie, zich bedreigd voelen door een ander en dan actie ondernemen om de ander een kopje kleiner te maken, of zelfs uit de weg te ruimen. Dergelijke praktijken kennen we uit de onderwereld. Het gebeurt bovendien dagelijks door pesten, door wegpromoveren of zelfs door je politieke tegenstander of degene die kritiek op je heeft, op slinkse wijze, te laten vermoorden. Staatslieden, presidenten en kerkelijke leiders zijn vermoord, omdat zij een andere koers trachten aan te geven ten goede of ten kwade.

Zo ook in het verhaal dat Jezus vertelt aan de hoge tempeldienaren, die trachten hem te betrappen op een onjuistheid in zijn leer. Om zo een reden te vinden om hem uit de weg te ruimen, nu hij niet meer rondreist in Galilea, maar naar Jeruzalem gekomen is, ingehaald door het volk. En dat niet alleen. Hij heeft de handelaren in de tempel een lesje gelezen, met citaten uit Jes.56.7 en Jer.7.11. Bovendien leert hij nu dagelijks in de tempel. En dat is hun terrein. Als zij niets kunnen vinden, gaan ze onder een hoedje spelen met de bezetter. Die zijn handen in onschuld zal wassen en de tempeldienaren vrij spel geeft. Waardoor deze politieke moord ook nog voltrokken wordt op een wijze die de ergste misdadigers ten deel viel.

Toch zal ondanks alles het licht door breken en zullen zijn leerlingen in het krachtveld van Gods geest, het werken aan een andere en rechtvaardige vredige samenleving trachten door te zetten, ondanks alle tegenslagen door de eeuwen heen.

Zijn leerlingen kennen de Tora. Al hebben Christenen ook vaak hun dogmatiek laten prevaleren. Zij weten in hun hart dat het niet gaat om regeltjes, maar om als beelden van God, zijn liefde uit te dragen in het koninkrijk van God, dat is en komende is. Dat wil niet zeggen dat ook christenen zich niet bedreigd kunnen voelen door angst voor het onbekende, en niet kunnen lijden onder:dakloosheid / verlangen naar een ander huis en jaren op een wachtlijst daarvoor staan, door fabrieken die zich niet houden aan de veiligheidsvoorschriften waardoor werknemers ziek of zelfs invalide worden, lage lonen voor buitenlanders, ontslagen, werkloosheid, gebrek aan thuiszorg, of door fysiek of psychisch door de 24 uurs economie en/of milieu factoren of zich onmachtig voelen doordat de landelijke- en de gemeente politiek nog steeds steggelen over de bed,bad en brood regeling voor illegalen uitgeprocedeerde mensen. Naast eerste noodzakelijk maatregelen, zal er gekeken moeten worden naar de oorzaken.

Voor de vragen die zich voordoen in geloofsgemeenschappen en hun omgeving, hebben geloofsgemeenschappen de mogelijkheid om als groep onder elkaar, maar ook voor de samenleving, zich openstellen als oefenplaatsen om samen zich te bezinnen op wat nodig is om de oorzaken van de tegenstand te onderzoeken. Zij kunnen zich afvragen wat het, in eigen context, inhoud misdadige ketenen losmaken.

Daartoe is het nodig deze te benoemen, je stem daar tegen te verheven. Niet alleen door in verzet te komen, maar ook door mee te werken aan verandering, vanuit eigen gave en mogelijkheden, zowel sociaal als politiek. Zo kunnen mensen hoekstenen, fundamenten worden die trachten mee te werken aan een rechtvaardige vredige samenleving waar allen, autochtone en allochtonen, tot hun recht mogen komen. Licht verspreiden, geeft ook anderen licht. Dat kan zijn als een vonkje van God liefde.

Héleen Broekema(TW)  10 febr. 2016

 

Zo spreekt de Heer (Voor de 40 dagen tijd. Of Lied van de oprechte vasten)

Zo spreekt de Heer, die ons geschapen heeft:
Wat durft dat volk Mij nog te vragen
Dat volk dat vast maar toch in tweedracht leeft,
Wat durft dat volk Mij nog te vragen.
Die in zak en as gezeten
twistend mijn gebod vergeten.
Denkt gij dat Ik om dat vasten geef –
mijn volk, wat durft gij Mij te vragen.

Zo spreekt de God die alles weet en ziet:
Ik durf uw vasten niet vertrouwen.
Als gij de zwervers niet uw woning biedt
durf Ik uw vasten niet vertrouwen.
Schenk uw brood aan de geboeiden.
Schenk uw troost aan de vermoeiden.
Anders hoor Ik naar uw smeken niet.
En durf uw vasten niet vertrouwen.

En Jezus sprak: Bemint uw vijand ook;
Heer God, wij staan voor U verlegen.
Vergeeft het kwaad, zo doet mijn Vader ook;
Heer God, wij staan voor U verlegen.
Want Gij zijt ook zelf geschonden
door een menigte van zonden,
en mijn Vader, Hij vergeeft u ook.
Heer God, wij staan voor U verlegen.

En Jezus zegt: mensen, verdraagt elkaar,
en Jezus' woord zal ons bevrijden.
Vergeet uzelf en dient elkander maar
– en Jezus' woord zal ons bevrijden.
Aan elkander prijsgegeven,
vindt gij honderdvoudig leven.
Jezus zegt: mensen, bemint elkaar.
En Jezus' woord zal ons bevrijden.

Naar Jes. 58.4v. Huub Oosterhuis (Gezongen Liedboek. Of Nieuw liedboek 537).

Op de afbeelding staat een zgn hongerdoek uit Haïti.