28 februari 2016

3e zondag veertigdagentijd 28 februari 2016

Bijbellezingen Exodus 6, 2-8 Romeinen 5, 1-11 Lucas 13, 1-9

Lucas 13, 1-9 laat een structuur zien, die we vaker bij Lucas tegenkomen: Een gezegde van Jezus wordt gevolgd door een gelijkenis, die het gezegde ondersteunt of nader verklaart
De twee incidenten (Luc 13,1 en vers 4) komen alleen bij Lucas voor. Deze zijn ook niet buiten bijbelse bronnen bekend. Hun historiciteit is dus niet vast te stellen. Aan de verkondigingswaarde van van de perikoop doet dit echter geen afbreuk
Jezus is duidelijk niet in Jeruzalem. Hij is onderweg naar Jeruzalem (zie 13, 22).
Het lijkt me goed dit te realiseren in verband met 13, 1

Vs 1 ‘op dat moment’: Er wordt een duidelijke verbinding gelegd met het voorgaande. Mij dunkt dat we heel hoofdstuk 12 als context moeten zien. Dat hoofdstuk is een grote rede van Jezus over het komende Rijk en over de crisis – de scheidi8ng- die dit aanbrekende en doorbrekende Koninkrijk onder mensen veroorzaakt. Het eerste deel van hoofdstuk 12, te weten de verzen 12 tot en met 32 is uitdrukkelijk tot de discipelen gericht. Het tweede deel is niet zo duidelijk geadresseerd. We mogen aannemen dat het voor de scharen (het volk)bedoeld is. Dat hier een duidelijke link ligt met hoofdstuk 12 blijkt uit het toi kairo aan het begin van vers 1, dat terugslaat op het ton kairon van 12, 56. Het is jammer dat de nieuwe bijbelvertaling (NBV) hier niet concordant in 12, 56 en in 13, 1 vertaalt. Op het moment dus dat Jezus zijn rede beeindigt, komen een paar mensen een nieuwtje vertellen. Het gebruikte werkwoord duidt erop dat het pas gebeurd is. Sommige exegeten denken dat het Farizeeers zijn die dit bericht aan Jezus overbrengen. Zij doen dit omdat Jezus in zijn antwoord zo nadrukkelijk ingaat op de door de Farizeeën aangehangen vergeldingsleer
Vs 2 Bloed vermengd met offers. Dat de Galileeers gewelddadig vermoord zijn, is wel duidelijk. Onder welke omstandigheden en waar wordt niet duidelijk gemaakt. De meeste exegeten houden het op een uit de handen gelopen en naar revolutie tenderend offerfeest. Pilatus heeft zich dan behalve aan de mensen ook aan de God gewijde gave vergrepen ( de korban).
Of het verhaal van de slachting met de bedoeling om hem te testen aan Jezus wordt voorgelegd is niet zeker. Maar Jezus vat het wel als een uitdaging op.
Jezus ziet achter de vraag de in Farizeese kring geldende vergeldingsleer: lijden als teken van schuld. Strack-Billerbeck merkt in dit verband op dat als regel gold in de Joodse theologie van die dagen: geen tuchtiging zonder schuld. Waar lijden is, daar was daarvoor de zonde. Maar God waakt wel over de maat van de vergelding
Vs 3 Lego humin ( Ik zeg jullie) duidt het openbaringskarakter aan van het antwoord van Jezus. Hier geschiedt Gods woord. Hier wordt met zeggingskracht gesproken. Met kracht dus wijst Jezus de vergeldingsleer af. Aan lijden kun je geen schuld afmeten Wel is lijden aanleiding tot bekering. Een impuls om te veranderen. Het werkwoord metanoeo (bekeren) karakteriseert een totale verandering. Volgens de Theologisches Begriffs Lexicon Zum Neuen Testament (Theol. Verlag Brockhaus, Wuppertal 1967) wordt metanoeo in het N.T. gebruikt om de inhoud van het hebreeuwse werkwoord schub ( omkeren) aan te geven. Het gaat om een beslissing tot omkeer van de gehele mens. Het gaat om een nieuwe levensorientatie. Een orientatie aan de nieuwe werkelijkheid die in Lucas 12 geschetst wort door Jezus. Het Koninkrijk van God is in Hem doorbrekende.
Vs 4 Jezus voegt nog een voorbeeld toe aan zijn antwoord. Twee dingen vallen daarin op

  1. De oorzaak van het lijden is minder duidelijk een gevolg van menselijk handelen

  2. Het lijden treft de inwoners van Jeruzalem.

Vs 5 Het commentaar van Jezus blijft het zelfde: Er is geen verband tussen lijden en schuld. Waar het op aankomt is: de nieuwe weg te gaan, je bekeren, omkeren
Vs 6-9 Ook hier weer laat Jezus op zijn verkondiging een gelijkenis volgen, een illustrerend verhaal over wat hij bedoelt te zeggen. Het gaat erom, dat de mensen vruchten dragen, die het gevolg is van hun nieuwe manier van leven. Er wordt echter in die gelijkenis nog een element toegevoegd, de lankmoedigheid, het geduld dat God met zijn mensen heeft. Maar ook daaraan komt een einde

Aanwijzingen voor de preek
a. Aanduiding van oorzaken van leed ( denk aan al die Syriers die op de vlucht zijn),
Er is leed dat door mensen veroorzaakt wordt en leed dat niet direct is terug te voeren om menselijke verantwoordelijkheid.

  1. Maak onderscheid tussen fysich, psychisch en sociaal lijden

  2. Vanuit Lucas 13, 1-9 wordt duidelijk: lijden is geen bewijs van zonde of schuld . God zendt het ons niet om ons mee te straffen, ons op te voeden of om ons klein te krijgen. Daarmee wordt impliciet met het godsbeeld dat God voorstelt als de grote regelaar afgerekend.
    Lijden kan wel een aanleiding zijn om mensen op te roepen zich te bekeren, nieuwe wegen te gaan, vrucht te dragen, Wie enkele richtingaanwijzers op die weg nodig heeft, kan bij Lucas 12 terecht

  3. Mensen zijn van Gods wege geroepen een antwoord te geven ,verantwoordelijkheid te dragen voor mensen die lijden. Hoe staan wij tegenover de vele vluchtelingen die naar ons land komen?