14 februari 2016

1e zondag veertigdagentijd 14 februari 2016

Enige gedachten bij de lezingen: Deut.5.6-21, Luc. 4.1-13.

Angstig of in de steek gelaten of voelen, reëel of vanuit vooroordelen, kan leiden tot onbereflecteerd nalopen van mensen, die leuze roepen en zich verzamelen in groepen om ergens bij te horen of recht te halen. Dat kan leiden tot haat en geweld. Er zijn ook andere mogelijkheden.

Inleiding.

Angstig of in de steek gelaten of voelen, reëel of vanuit vooroordelen, kan leiden tot onbereflecteerd nalopen van mensen, die leuze roepen en zich verzamelen in groepen om ergens bij te horen of recht te halen. Dat kan leiden tot haat en geweld. Geweld roept geweld op, bloed vergieten, bloedvergieten. Er zijn ook andere mogelijkheden. Liefde en aandacht doet lichtpuntjes verspreiden. Daarnaast is het belangrijk de knelpunten te bekijken en te trachten zinvolle oplossingen aan te geven en eraan mee te werken.

Voordat Jezus, na zijn doop, zijn openbare werk begint, beschrijft Lucas eerst dat Jezus, door de kracht van de Geest, naar de woestijn wordt gedreven. En daar, net als Elia, voor een bezinningsperiode van 40 dagen verblijft. Aan het eind van dit verblijf in de woestijn, is er zijn eerste confrontatie met de duivel, die hem wil verleiden om hem in plaats van God te dienen. Jezus weerstaat deze verleiding, door gebruik te maken van de leefregels uit de Tora. Deze waren ooit gegeven door God aan Mozes voor het Volk op de Sinaï. Met als reden om Hem te gedenken als bevrijder uit de slavernij in Egypte. Door middel van 10 leefregels heeft God voor eeuwig een verbond met hen gesloten.

Deut. 5.6-21.

Context: Mozes herinnert het Volk aan het verbond, dat eertijds gesloten is op de Sinaï. Hij roept hen op deze verbondsregels zich eigen te maken en strikt na te leven, ook als zij straks in het land zullen wonen.

6.God maakt zich bekent als bevrijder. Het is de gewoonte, in die tijd, dat een heerser, die een volk tot zijn territorium had gemaakt, omgangsregels uitvaardigde. Als mensen zich daar aan hielden zou het 'vrede' zijn in hun land. De woorden van het verbond is hierop geënt. Waar Mozes hier aan herinnerd zijn geen voorwaarde van een overheerser, maar van een verbond van de God van Israël, als een bevrijder voor Eeuwig. In Egypte werden veel goden vereerd. God maakt zich bekend als Heer, niet als heerser, als enige unieke levende God, begeleider, schepper van hemel en aarde. De woorden getuigen van een klassieke opbouw: de vereiste houding tot God. Wat er gebeuren zal als de ouders in de fout gaan en Hem haten, dan zal dat doorwerken tot het derde en vierde geslacht. Maar als ze God liefhebben en zijn regels volgen zal hij hen liefhebben tot in het duizendste geslacht. Dan volgen er regels die rechten voor mens en dier inhouden. Niet alleen voor het Volk zelf, maar ook voor hun slaven en de vreemdelingen die bij hen in de stad (zullen) wonen. Het belang van een rustdag voor allen om aan God te wijden en te herinneren, dat ook zij vroeger slaven zijn geweest in Egypte. En daar elke dag zware arbeid moesten verrichten. Respect tonen voor vader en moeder, niet moorden, niet stelen, geen overspel plegen, niet jaloers zijn en geen valse getuigenis afleggen. Kortom leefregels van een menselijke God (imitatio Dei). Richtlijnen om met elkaar om te gaan, zoals God met zijn schepselen wil omgaan. Met elkaar omgaan als vrije mensen met respect voor elkaar, welke achtergrond mensen ook hebben. Deze omgangsvormen zijn nu ook grofweg gezegd beschreven in de verklaring van de mensenrechten van de VN.

Context: een beschrijving hoe de ontmoeting op de Sinaï heeft plaats gevonden. Dan volgt in hoofdstuk 6.4 de belijdenis van Israël: het 'Hoor/luister Israël.......'.Uit hoofdstuk 6 citeert Jezus o.a. in zijn antwoord als het verzocht wordt in de woestijn, door de duivel.

Deuteronomium rol.

Het lijkt in de lezing erop dat Mozes het volk herinnert aan het verbond op de Sinaï. Dat zou dus zijn voordat het volk het land in trok. Toch wordt er ook gesproken van de vreemdelingen bij u in de stad. Volgens 2 Kon 22 zou dit vijfde wetboek gevonden zijn bij een restauratie van de tempel in Jeruzalem. Toen Josia, koning van Juda (639-609) de inhoud vernam, kondigde hij een algehele hervorming aan. De oorsprong moet waarschijnlijk gezocht worden in het Noordrijk in de 2e helft van de 8e eeuw. Er zijn overeenkomsten met de gedachten wereld van de profeet Hosea (750-725).

Woestijn. 
Woestijn als plaats van verlatenheid is in de bijbel een leerplaats voor het leven, een plaats van bezinning.

Luc. 4.1-13

Context: na Jezus doop wordt hij, tijdens zijn gebed, onderscheiden van het volk, doordat de Geest, in de gedaante van een duif, op hem neerdaalde. Dan volgt een aankondiging dat Jezus zijn werk begon. Jezus zijn achtergrond wordt beschreven middels een geslachtsregister, waarin aangenomen wordt dat hij de zoon was van Jozef, de zoon van Eli enz. tot de zoon van Adam, de zoon van God.

1.Jezus begint zijn publieke taak met bezinning. In het krachtveld van de Geest, wordt hij geleid naar de woestijn waar hij 40 dagen rondzwerft. Naar Bijbelse voorbeelden: zijn volk, dat 40 jaar rondgezworven heeft in de woestijn. En Elia die gedesillusioneerd er naar toe vluchtte. Een engel riep Eli tot de orde. Hij werd voorzien van brood en water. Daardoor gesterkt liep hij, in opdracht van een engel, 40 dagen en nachten door de woestijn, tot hij aankwam bij de Horeb/ de berg Sinaï. (1 kon. 19.8). Op de berg Sinaï zou de wetgeving plaats hebben gevonden. Op de Sinaï richt God de stem tot Eli. En hij krijgt een nieuwe opdracht om weer op weg te gaan in de maatschappij. Deze opdracht kreeg hij niet vanuit de storm, de aardbeving, het vuur, maar vanuit de stilte (van de bezinning).

Het verhaal over Jezus lijkt op het tegengestelde. Door de kracht van de Geest, wordt Jezus gedreven naar de woestijn. Hij zwerft er 40 dagen zonder eten. Een tijd van bezinning, waarin hij verzocht wordt door de duivel. Drie verzoekingen worden beschreven. Na 40 dagen heeft Jezus honger. Dan biedt niet een engel brood aan, maar de duivel. Hij zegt: als je de zoon van God bent en honger hebt beveel dan om van een steen brood te maken. A ls iemand honger ernstige heeft en de mogelijkheid daartoe zou hebben, is het een krachtmeting om deze verleiding te doorstaan Jezus is goed thuis in de Tenach en antwoord met een zin uit de Tora: de mens leeft niet van brood alleen, (maar van elk woord dat van God komt). Deze zin staat in de context dat God het Volk manna gaf, toen het honger had op hun zwerftocht in de woestijn. God maakte toen ook duidelijk dat het niet alleen gaat om brood, maar om alles wat de mond van de Heer voortbrengt (deut. 8.3). Jezus leerde 'brood' te delen zodat er manden vol overbleven. En daarna zelfs zijn eigen lichaam. Delen kan vermenigvuldigen worden. Helaas wordt de mensheid nog steeds verzocht. Er is nog honger in de wereld en voedsel in overvloed! De duivel laat het niet bij één verzoeking.

5.Daarna is het niet de Geest, maar de duivel die Jezus brengt naar een hooggelegen plaats. Hij laat hem alle koninkrijken, van de (toenmalige), wereld zien. Jezus zou over deze, wereldlijke, koninkrijken kunnen beschikken, de macht en de roem erdoor kunnen krijgen, die daar bij hoort, als hij de duivel zou aanbidden. De engel van de geboorte aankondiging heeft anders voorspeld. God zal hem de troon van zijn vader David geven (Luc.1.33). Jezus weet, dat de aarde Gods koninkrijk is. En dat hij op een andere manier, door zijn levenspraktijk, gekend zou worden. Jezus antwoord weer met een zin uit de Tora: Aanbidt de heer uw God, vereer alleen hem (deut. 6.13, 10.20). Hoe vaak komen wij, als mensen, in de verleiding om te kiezen voor macht en geld, ten koste van anderen?

9.De duivel geeft het niet op en voor de derde maal daagt hij Jezus uit. Hij brengt Jezus naar het hoogste punt van de tempel, het gebouw van de religieuze macht. De duivel vraagt Jezus, als hij de zoon van God is, van de tempel af te springen, want de engelen zouden hem dan wel opvangen. De duivel spreekt nu, zoals Jezus hem van repliek diende. Jij daagt Jezus uit, met een citaat, uit Ps. 91.11-12. Jezus antwoord: Gij zult de heer uw God niet verzoeken/ op de proef stellen (deut. 6.16). Waar komen wij, als mensen, beproevingen tegen, die ingaan tegen de leefregels van het verbond van God en mensen? Wat helpt ons deze beproevingen te weerstaan?

13.Toen Jezus op alle beproevingen niet inging, ging de duivel voor een tijdje bij hem vandaan.

Context. Na deze verzoeking gaat Jezus op weg, aan de slag om zijn zoonschap, in het krachtveld van de Geest, in praktijk te brengen. Door de kracht van de Geest, gaat, Jezus terug naar Galilea en begint daar zijn openbare levenswerk. Hij kwam ook in Nazareth, waar hij in de synagoge de tekst van de dag uit de rol van Jesaja aangereikt krijgt en leest: De Geest van de Heer rust op mij.....(Jes. 61,1-2). In Nazareth werd hij niet aanvaard. Zijn woorden deden hen die dit hoorde in woede ontsteken, en zij wilde hem in de afgrond storten. Jezus, liep tussen hen door en verliet Nazareth. Jezus tijd was nog niet gekomen.

Op weg gaan

De duivel ging voor een tijdje bij Jezus vandaan en Jezus ging op weg. Het was nog niet de tijd van Jezus' dood. De duivel zal op slinkse wijze trachten Jezus, toch dwars te zitten, gedurende Jezus werkzame periode. Een periode waarin hij God vreugde zal geven, en naar diens voorbeeld, veel mensen bevrijden van hun knellende banden. Het lijkt erop dat na drie jaar later de duivel alsnog zal overwinnen, als Jezus in Jeruzalem met de macht van de tempeldienaren wordt geconfronteerd. Zij voelen zich bedreigd en gaan onder één hoedje spelen met Pilatus. Hierdoor zal Jezus, niet door zijn leer, maar door valse beschuldigingen een politieke dood sterven. Door zijn leer en praktijk zal hij blijven voortleven onder zijn leerlingen. De Paaservaring zal hen, in het krachtveld van de Geest, Jezus werk doen voortzetten. Tot op vandaag.

De wereld van de eerste leerlingen en de wereld van vandaag stond en staat nog bol van oorlog, vervolgingen, geweld en verleidingen. Jezus liet zich niet verleiden door de duivel. Hoe vaak is het niet dat mensen lonken naar macht, begeren wat anderen hebben aan geld, vrouw of ander bezit. En daardoor zodanig verwikkeld raken in conflicten tussen mensen, dat mensen elkaar vermoorden. Dat speelt zich niet alleen in films af. Het lijkt wel of daar tegenwoordig elke dag in de media melding van wordt gemaakt. De panelen van de macht lijken zich te verschuiven. Dictatoriale regiems en democratieën de politiek in Europa en de wereld. Er is veel veranderd. In Europa is de macht van de 'kerk' sterk verminderd. Het was, tot in de zestiger jaren, dat de 10 woorden van bevrijding als knechting gebruikt werden door de kerkelijke macht . Gij zult niet...... en als je dat doet wordt het aangemerkt als een kleine of grote zonde. Berouw kon door gebed of biecht tot vergeving en hopelijk, indien mogelijk, tot verzoening leiden. Hierdoor zijn veel mensen afgehaakt toen zij mondiger werden.

Als bezinningsperiode werden de 40 dagen/ lijdenstijd gebruikt. Niet alleen om het lijden van Jezus, voor onze zonden, te herinneren, maar ook ons te bezinnen op eigen houding. Sinds de tweede helft van de vorige eeuw zijn er grote veranderingen opgetreden. De kerken kregen het steeds minder voor het zeggen. De wereld werd langzaam ontsloten door de massa media. Verzoekingen, verleidingen werden minder benoemd. Door het neoliberalisme nam ook het individualisme en de macht van het vrije woord en hand over hand toe. Liefde en haat, vertrouwen en wantrouwen en werden steeds zichtbaarder. Voor de media lijkt haat, wantrouwen, onverdraagzaamheid, belangrijker, dan vertrouwen, verdraagzaamheid en liefde. Dit is nu zeer zichtbaar in wat er wordt uitgezonden en getwittert t.a.v. de toestroom van vluchtelingen. Er is veel inzet van mensen om, deze vluchtelingen welkom te heten, daar wordt veel minder aandacht aan besteed, dan aan de tegenstemmen. Sommige mensen zijn bang vanuit eigen belang, hun baan, hun huis en terroristen in de massa. Deze angsten moeten niet genegeerd worden, maar onderzocht op hun realiteit. Het is menselijk dat mensen zondebokken zoeken en elkaar imiteren. Mensen zitten vaak gevangen in eigen individuele belangen en gedachten. De tendens van opkomen voor jezelf, eigen verantwoordelijkheid heeft een enorme vlucht genomen, dat zich ook uit in politieke, al of geen, beslissingen. Velen laten geluiden horen vanuit vooroordelen en het napraten van anderen. Vooroordelen die er nu zijn t.a.v. vluchtelingen, maar die er ook zijn ten aanzien van gekleurde mensen, van, Joden, Islamieten, Marokkanen, Turken, homo's etc. Deze vooroordelen worden mede gevoed, door Wilders die zegt: 'de stem van het volk te vertolken' en andere politici die geen alternatief lijken te bieden.

Het is de vraag, hoe christenen, geloofsgemeenschappen hiermee omgaan. Hoe een tegenstem te zijn tegen de verzoeking van meegaan in vooroordelen. Vinden mensen in geloofsgemeenschappen ook steun bij elkaar, om samen te spreken wat vooroordelen en verzoekingen vandaag zijn? En hoe daar weerstand aan te bieden. Jezus voorbeelden kunnen daarbij tot steun zijn. Met alleen bijbel citaten zijn er geen oplossingen te vinden. Wel persoonlijke steun, maar geen maatschappelijke inbreng. Als christenen en geloofsgemeenschappen zullen we samen moeten zoeken en op weg gaan om tegenwicht te geven in woord en levenspraktijk. In deze 40 dagen/lijdenstijd kunnen we er misschien samen ons extra op bezinnen, wat en hoe we bij onszelf en in eigen omgeving om kunnen gaan met wat er op onze weg zich aandient aan verleidingen.

Héleen Broekema (TWG) 

God roept de mens op weg te gaan.

God roept de mens op weg te gaan,

zijn leven is een reis:
'verlaat wat gij bezit en ga
naar het land dat ik u wijs'.

Het volk van God was veertig jaar
– een mensen leven lang –
op weg naar het beloofde land,
het land van Kanaan.

'de mens leeft niet van brood alleen'
zo hebben zij geleerd,
en 'niet beproeven zult gij Hem
die het al beheert'.

Vereren moet gij slechts de Naam
des Heren: Hij die is
de wolk die voor u uit zal gaan,
licht in de duisternis.

Heer, geef ons moed en doe ons gaan
uw weg door de woestijn
en laat uw Zoon een laaiend vuur,
de nieuwe Mozes zijn.

Eer aan de Vader en de Zoon
en aan de heilige Geest,
God, die al voor de eerste mens
belofte zijt geweest.

Henk Jongerius (uit Bijbels liedboek KBS)