8 november 2015

8e zondag van de herfst 8 November 2015

Enkele gedachten bij: Lev. 19.1-2,9-18, Ps. 146, Mc. 12.28-34, (Hebr. 9.11-14) voor zondag 8. nov. 2015, 8e van de herfst. Kerk en Vrede.

Het volk Israel en de navolgers van Jezus krijgen voorgehouden hoe zij in hun levenspraktijk vreedzaam, rechtvaardig en liefdevol, zouden moeten functioneren, anders dan anderen, omdat zij bevrijde mensen zijn.

Inleiding:Het volk Israel en de navolgers van Jezus wordt voorgehouden hoe zij in hun levenspraktijk vreedzaam, rechtvaardig en liefdevol, zouden moeten functioneren anders dan anderen, omdat zij bevrijde mensen zijn. Het volk vanuit het slavenhuis 'Egypte'. De navolgers van Jezus door hun paaservaring.

Omdat zij door God geroepen zijn en daardoor apart gesteld, om te handelen als beeld van God en zodoende handen en voeten van God te zijn of te worden, in het rijk van God, dat is en komende is.

Lev. 19.1-2, 9-18.

1-2: Mozes krijgt de opdracht het volk te instrueren heilig te zijn. Dat wil zeggen apart gesteld, anders dan andere volken. Dit omdat hun God, de God van Israël, zich ook onderscheidt van andere goden.

9-18 Omdat ik jullie God en Heer ben, zullen jullie niet reageren zoals andere goden, farao's en koningen.

Omdat ik jullie Heer ben geef ik jullie andere voorschriften, in tegenstelling tot de volken rondom, om met elkaar menswaardig om te gaan: Niet stelen, liegen, bedriegen, het loon uitbetalen op dezelfde dag, slaven en vreemdelingen goed behandelen, machthebbers niet naar de ogen staan etc. Haal daarom niet alles voor jezelf van het land, maar laat iets achter van de graan- en wijnoogst, zodat de armen en vreemdelingen dat kunnen meenemen en zodoende delen in jullie opbrengst voor de elementaire levensbehoeften: brood en wijn. Kortom je naaste liefhebben. Door zo'n handleswijze toon je ontzag voor je God.

Ps. 146.
Gelukkig is degene die Jakobs God als een hulp kent en vandaar uit rechtvaardig leeft. Door recht te doen aan verdrukten, vreemdelingen, gevangenen, armen en gebogene opricht.

Mc. 12.28-34
Context: Mc. 11. Intocht in Jeruzalem, verdorring van de vijgenboom die voor Jezus geen vruchten droeg in een tijd dat de natuur dat niet aangaf, de wisselaars in de tempel en de tempel heren die op een list zinden om hem uit de weg te ruimen. Mc.12 De gelijkenis van de wijnbouwer, die zijn knechten zond om de pacht te innen. Zijn knechten werden vermoord en op het laatst ook zijn zoon! De afkeurde steen, het zwager huwelijk met verschillende zwagers en hoe dat in de hemel zou vergaan. De levende God van Abraham, Izak en Jacob is geen God van doden, maar van levenden! Jezus zei: dat de Sadduceeën dwaalden, die deze vraag stelde. In deze context proberen Schriftgeleerden, Herodianen en Sadduceeën met Jezus te disputeren met het oog op het feit dat ze misschien iets vinden om hem aan te klagen. Verderop waarschuwt Jezus op te passen voor de schijnheilige uitbuitende Schriftgeleerden. Marcus laat Jezus teruggrijpen op verschillende voor hoorders bekende gedeelten en verhalen uit wat wij het oude/eerste testament noemen. Dit ter ondersteuning voor de praktijk van de navolgers van Jezus in de jaren van romeinse verdrukking na de val van Jeruzalem.

28-31. In de te lezen tekst is er sprake van een Schriftgeleerde, die gemerkt had dat Jezus correct geantwoord had, op de vorige vragen. Hij probeerde op een andere manier door te testen hoe Jezus dacht over de geboden, die zijn handelen bepaalde. Hij vroeg wat is van alle geboden het belangrijkste?
Jezus antwoordde het Sjema Israël (deut.6.4-5). Jezus voegt daaraan toe: Heb u naaste lief als uzelf (lev. 19.18).

32-34. De Schriftgeleerde, beaamt wat Jezus zegt. Hij alleen is God en geen ander. Als de Schriftgeleerde het Sjema herhaalt noemt hij alleen hart, inzicht/verstand/ begrip en kracht (dwz met al onze gaven en vermogens). Hij voegt toe dat naastenliefde meer zegt dan allerlei offers. Jezus, vindt dat hij verstandig geantwoord heeft en zegt: u bent niet ver van het koninkrijk van God. In het antwoord van de Schriftgeleerde ontbreekt het woord ziel. (Nefesh, psyché, maar ook pneuma – geest). Het krachtveld van de geest, is het ontbrekende. Datgene is juist waar van uit de navolgers van Jezus trachten te leven en hun kracht putten, in hun samenleving, het koninkrijk van God, dat is en komende is. Dat is juist de verandering, hun bezieling, de inspiratie, in de tijden waar de algemene opvatting is dat niet God, maar de keizer de Heer/ Kurios als een god is. Met gevolg dat mensen die niet de keizer als een god willen vereren, vervolgd en veroordeeld worden. De navolgers van Jezus hebben weet ervan dat niet de keizer als Heer, maar Jacobs God hun een hulp is. Ook in die netelige situaties probeert Marcus hun te bemoedigen, dat de goede boodschap (evangelie) van Jezus in de lijn van God is en niet in de lijn van propaganda boodschap, het evangelie, van de keizer. De mensen die Jezus willen navolgen zijn geen objecten van de wrede keizer, maar medewerkers van het tegengestelde: het liefdevolle, verhaal van God en mensen.

Liefhebben.
Het gaat in de lezingen over de praktijk van het liefhebben.
Het volk Israël wordt in Leviticus beschreven als apart gesteld onder de volken, omdat God apart, heilig, is onder de goden. De God van Abraham, Izak en Jacob is een levende liefhebbende rechtvaardige God. Hoe de mensen die zich beeld van God weten haar/hem ook noemen: God, Adonia, Allah..... Dit inzicht wordt mensen door de eeuwen heen meegegeven. Deze God wordt ervaren als om te zien naar mensen. Andere goden en koningen die zich god noemen, zoals de Faraos en de romeinse keizer/ Kurios, strijden met elkaar, maken mensen ondergeschikt aan hun doelen, doden en worden gedood, zo gaan de verhalen die wij nu mythologie noemen. Maar deze God heeft zich ontfermd over mensen. Zij die God leerden kennen en ervaren als hun Heer, vertellen daar over van geslacht tot geslacht. Deze God trok mee met de aartsvaders en bevrijdde hun nakomelingen, de slaven uit Egypte. Omdat het volk zich altijd moet herinneren dat het vreemdeling geweest is in Egypte, moeten zij zich ook ontfermen over armen en vreemdeling. En zodoende proberen met deze God te 'wandelen', en zijn inspirerende 10 woorden om vreedzaam, liefdevol en rechtvaardig te handelen na te leven.

Marcus beschrijft in zijn goede boodschap, voor volgelingen van Jezus, dat Jezus' leven ook niet over rozen ging. Er waren veel disputen met tempelleiders en onbegrip en bedreigingen van omstanders. Toen Jezus eenmaal in Jeruzalem was, kwam hij te dicht op de huid van de tempelgeleerden. Zij zinden er op hem uit de weg te ruimen. Een tempelpolitiek machtsspel, waarin ze de bezetter probeerde te betrekken. Er vinden verschillende dialogen plaats om Jezus er in te laten lopen. In de gelezen tekst wordt samengevat waar een mens als beeld van God, werkend in zijn Koninkrijk, aan zou moeten voldoen. Het sjema en de liefde tot de naaste met al haar/zijn verkregen mogelijkheden.

Hart is het Hebreeuws lev. In het Nederlands spreken we van lef hebben. Lef hebben is meer dan in het gareel lopen van de heersende opvattingen. Lef hebben is ook niet er opslaan, of stoer doen omdat je bij een groep wil horen. Lef hebben is hart hebben voor een zaak. En waar veranderingen noodzakelijk lijken, in liefde laten zien dat het anders kan, dat er andere mogelijkheden zijn om mensen, maar ook dieren en natuur tot hun recht te laten komen. Dat houdt bijvoorbeeld in: ingaan tegen onverdraagzaamheid en vooroordelen, op die plaatsen een stem te laten horen waar mensen geen stem hebben, daar waar milieu wordt vervuild, mensenrechten geschonden worden of slachtoffers van oorlog en uitbuiting moeten worden opgevangen.

Aan het eind van de gelezen Marcus tekst durfde niemand Jezus nog een vraag te stellen. Door de eeuwen heen hebben priesters, profeten en andere gelovigen vragen durven stellen bij maatschappelijk gebeurtenissen en heersende (politieke) opvattingen. Mensen die zich bewust waren of werden dat zij kritische vragen moesten stellen en zich met hart, ziel in gezet hebben, daar waar mensen, dieren, natuur en milieu niet tot hun recht kwamen, ondanks tegenslagen of tegenwerking. Dat blijft ook vandaag nog hard nodig.

Actualiteit.
Kerken en geloofsgemeenschappen zouden zich nog veel meer moeten realiseren, dat zij apart gesteld (mogen) zijn. Niet omdat zij de 'enige waarheid hebben', maar omdat zij in de traditie staan te weten dat het anders kan, anders zou moeten dan dat het in de wereld toe gaat. Voor veel gelovigen is en was de kerkgang het belangrijkste. Allerlei initiatieven op diaconaal en missionair gebied werden overgelaten aan een kleine groep. Naast pastorale zorg intern is  coaching en toerusting van groot belang, om zicht te krijgen op aandacht voor samenlevingsvraagstukken nationaal en internationaal. Daar kunnen vragen aan de orde komen: 

  • wat betekent gelovige zijn voor mij en onze gemeenschap in de context waarin we leven.
  • Wat zijn onze en mijn gave en mogelijkheden, wat is er aan angsten, vooroordelen, frustraties, ervaringen, wie, wat is de / het naaste dat op mijn / ons pad komt.
  • Hoe kunnen we daarin samenwerken met andere groeperingen.
  • Waar kunnen we ons voor inzetten of wat kunnen we onder de aandacht brengen in de samenleving, waar niet rechtvaardigheid en mensenrechten voorop staan, maar de markt met de calculerende mens vanuit neo-liberaal perspectief. Waar de kleinste opposities, die uiteraard gehoord moet worden, de grootste aandacht krijgt in de media.

Kerken, geloofsgemeenschappen en gelovigen en anderen hebben zich al jaren ingezet o.a. voor duurzaamheid, het behoud van de schepping, begeleiding van vluchtelingen met en zonder status. Van goede zaken maken de media nauwelijks melding. Al weken werd er melding gemaakt van verdrinkingen en een grote toestroom van vluchtelingen uit de oorlogsgebieden. Toen de foto van het kleine verdronken jongetje wekte dat opeens medelijden bij veel mensen. Werd er pas geschreven over de grote stroom vluchtelingen. Verschillende burgerlijke gemeenten en kerken kwamen in actie voor het verlenen van noodopvang. De noodoproep voor vrijwilligers van het Rode Kruis, leverde meer dan 20.000 reacties op. Een nieuw soort vrijwilliger 2.0, die opgeroepen kan worden om een paar keer ad hoc te helpen om te sorteren of eten uit te delen. Wat levert dit op voor de toekomst? Mensen willen zich niet meer binden als vrijwilliger. Bij de 72 urige noodopvang plekken is gebleken dat bestaande groeperingen zoals: kerken, moskeeën, andere geloofsgemeenschappen, het rode kruis en sportverenigingen veel mogelijkheden hebben om aangesproken te worden en zich onmiddellijk daadwerkelijke inzette. Zij organiseerden in verschillende plaatsen 72 uur opvangplekken direct hulp en activiteiten. Een kerk, las ik, werd gevraagd of ze adressen konden verzamelen van mensen, die een matras beschikbaar konden stellen als er een beroep gedaan werd op de burgerlijke gemeente om een noodopvang in te richten.

Héleen Broekema