11 oktober 2015

4e zondag van de herfst 11 oktober 2015

Enige gedachten bij Deut. 15.1-11, Mc.10.17-31, Ps 119. 121-128, (Hebr.3.7-14), 

Aloude teksten lijken soms nu geschreven te zijn. Wat moesten Joden doen voor hun naasten en de volken? Wat stond geloofsgemeenschappen toen en staan zij nu te doen in navolging van Jezus, om bij te dragen aan recht en gerechtigheid als eerste in hun omgeving.

Inleiding.

Aloude teksten lijken soms of ze nu geschreven zijn. Zie de economische en politieke toestanden in de wereld met de vele oorlogsvluchtelingen, die problemen opleveren omdat de grenzen in, het overwegend rijke, Europa niet open zijn of weer gesloten worden. Vluchtelingen uit Afrika, die naar Europa willen komen om hier te verdienen en geld naar huis te sturen, omdat zij, soms met een goede opleiding, in eigen land geen banen kunnen vinden worden terug gestuurd. Dit ondanks de handels- en ontwikkelingssamenwerking met vele Afrikaanse landen. De opbrengsten vloeien vaak af naar Europa, Amerika of China en worden niet ingezet om de landen zelf op te bouwen. De wereld is een dorp geworden. Door de huidige neoliberale ecomomische opvattingen wordt de kloof tussen rijken en armen in de hele wereld groter.

De te lezen tekst van Marcus bestaat uit drie delen, impliciet verwijzend naar Deut. 15. 1-11 en de genoemde verzen van ps. 119.

Deut. 15.1-11.
Armen zullen er altijd zijn, wees daarom vrijgevig tegenover ieder die in armoede leeft. Zo luidt het laatste vers van deze lezing. Er wordt verder voor geschreven arme mensen ruim te helpen. Van eigen volk geen rente te vragen. En niet aarzelen toch mensen te helpen als het sabbatsjaar in zicht is. Wat voorschrijft dat dan alles, betreffende volksgenoten, kwijtgescholden moet worden. Help ook de vreemde volken ruimschoots. Daarvan mag wel rente en betaling gevorderd worden. Deze regels zullen gelden als het volk in het land is. Als`zij zich er aan houden zal de Heer hen ruim zegenen. Als volksgenoten bij de Heer hun nood klagen dat zij niet geholpen worden, zal u dat als zonden worden aangerekend. Geef zonder spijt. De Heer zal u daarvoor zegenen.

Ps 119. 121-128,
Iemand spreekt God aan omdat hij/zij zich in het nauw bevindt en altijd God gediend heeft door zijn geboden te onderhouden.

Mc.10.17-31
Context: 2e lijdensaankondigingen (8.31vv, 9.30vv). Laat de kinderen tot mij komen. Het is het laatste hoofdstuk voor de tocht naar Jeruzalem met de derde lijdensaankondiging, de opmars naar Pasen.

17-22. Iemand, kennelijk een rijke man spreekt Jezus aan als:”goede meester”. Jezus, wijst hem terecht en zegt:”alleen God mag je goed noemen”. Hij vraagt wat hij doen moet om deel te krijgen aan het eeuwig leven. Jezus verwijst naar 6 van de tien woorden. Opmerkelijk is dat het eerste gedeelte waar het gaat over God liefhebben, geen andere goden dienen, beeldenverbod en sabbatgebod niet genoemd worden. De man zegt zich aan deze geboden al van jongs afaan te houden. Het lijkt op leven vanuit voorschriften, zoals de Farizeeën dat voorschreven, en niet op een relatie met God en zijn omgeving vanuit zijn hart. Jezus, raadt hem dan ook liefdevol aan zich zelf te onderzoeken op wat hem ontbreekt. De vooronderstelling hierbij is, dat de lezers /hoorder de Tora kent. Een voorwaarde om een schat in de hemel bezitten is: eerst radicaal afstand doen van zijn geld en goederen ten behoeve van de armen

Dit verhaal kan gewoon opgevat worden als instructie voor deze mens . Het kan ook een diepere betekenis hebben., In de eerste tijd na zijn dood, verkochten de navolgers van Jezus hun bezittingen en verdeelden de bezittingen onder degene die het nodig hadden….. kwamen bij elkaar…. en loofden God. Hand 2.43vv. De volgende verzen lijken naar deze leef intentie te verwijzen.

23-27. Daarna spreekt Jezus zijn leerling aan, hoe moeilijk het is voor rijken om het koninkrijk van God binnen te gaan. Daar schrokken de leerlingen van. Jezus herhaalt het nog eens. Hij begint dan met kinderen. Kinderen is een uitdrukking voor het volk van het verbond! Jezus, geeft dus aan dat de leerlingen, die alles achter zich gelaten hebben, kinderen zijn in de lijn van het verbond. Hoe moeilijk dat ook is. Jezus, beoordeelt niet wie gered kan worden, dat is in Gods hand. Wie alles, familie en goederen achter zich laat omwille van Jezus en zijn goede boodschap (het evangelie, zelfde zin 8.35) zal honderdvoud beloond worden. God bepaalt de tijd van de opname in de hemel. Eerst zullen er tijden zijn die gepaard gaan met vervolgingen voordat de hemel opengaat en Jezus terugkomt. Die tijd is onbekend. Dat alles beoordeelt God. Eeuwig leven is niet het leven in de hemel als Jezus weer zou komen. Het is het gezegende leven hier en nu, in het rijk van God dat is en komende is, zoals beloofd aan het volk wanneer zij in het land zullen wonen en de Tora instructies naleven. En voor Jezus navolgers als zij trachten ieder mens tot hun recht te laten komen.

28-31. Op de vraag van Petrus schets Jezus als het ware de situatie van Hand.2.43 vv. De mensen daar bijeen hebben veelal alles achter zich gelaten en leven in soms angstige omstandigheden omwille Jezus en het Evangelie. Het perspectief is niet honderdvoud nu, in deze tijd/kairos, zal ontvangen huizen.... en akkers en in de toekomende eeuw, eeuwigheidsleven. Een perspectief in de tijd van vervolgingen.

Het eeuwigheidsleven dat is onbepaald in de toekomst.

Vele eersten zullen de laatste zijn en vele laatste de eerste. Een afsluitende zin. Die terug zou kunnen slaan op het zelfde motief als in het verhaal van de werkers van het elfde uur en de meisjes met de brandende lampen. Wie houdt vol present te zijn tijdens het wachten.

In de context komt de vraag naar het leven in de hemel, nog eens aan de orde, door de vraag van de zonen van Zebedeus (10.35). Jezus, gaat een heel gesprek met hen aan, waarbij het kernpunt is dat mensen en volken niet over elkaar moeten heersen, maar op aarde dienstbaar zijn aan elkaar.

Marcus
Schrijft zijn goede boodschap rondom de val van Jeruzalem en de gevolgen van deze Joodse oorlog spelen in veel van zijn verhalen mee. De lezers van zijn Evangelie kenden de omstandigheden of waren daar zelf slachtoffer van. De Romeinen hadden een goede boodschap. Het Romeinse imperium en haar goden waren een zegen voor de mensheid. De goede boodschap van Marcus is als een tegen-evangelie

Marcus legt, als bemoediging voor Jezus' volgelingen na zijn dood, eerst het accent op Jezus' goede boodschap, met betrekking tot een rechtvaardiger samenleving en een andere interpretatie van de Tora. Ieder mens telt. Langzamerhand komen er meer en meer verhalen, waarbij de leerlingen ontwaken uit vrees en verlamming. Dan gaan hun oren, ogen open voor datgene wat Jezus anders doet en waartoe. Zelfs op die wijze te handelen is een langzaam en moeizaam proces. 

Marcus geeft aan dat door het beschrijven van Jezus' leven, zijn zending vanuit de hemel en zijn geweldadige dood juist een nieuw elan kan beginnen voor de Kinderen van Israël en hun boodschap voor de volken. Een handreiking, om op te staan en Jezus te volgen. Een andere interpretatie van de Tora, als die van de Farizeeën en Schriftgeleerden die theologische - en economische macht vanuit de Tempel uitoefenden. Wie oren heeft die hore.

Het gaat Marcus er om het heden waarin hij zijn goede boodschap schrijft. Dit is de tijd van vervolgingen waarin ondanks alles de navolgers van Jezus anders trachten te leven in het Rijk van God, dat vanaf de schepping, is en komende is. Hij wil deze praktijk ondersteunen met de verhalen uit het verleden over Jezus, verwijzend naar de Tenach. Dit alles met betrekking op de huidige praktijk met perspectief op de voltooiing: de verwachting van Jezus wederkomst, die toen spoedig verwacht werd.

(Hebr.3.7-14) een oproep om deelgenoot in christus te blijven en niet weerbarstig zoals de 40 jaren in de woestijn.

Het sabbatsjaar Elk 7e jaar is een sabbatsjaar (Ex. 23.10, Lev 25.1-7). Daarvoor waren strenge voorschriften, niet alleen t.a.v slaven en geld en goederen maar ook t.a.v.het land dat moest braak blijven liggen. Flavius Josephus en rabbijnse bronnen beschrijven dat geen oogst vaak gepaard ging met hongersnood.

Leven: In het eerste/ oude testament wordt het leven beschreven als leven volgens de regels van het Verbond en God liefheden. Daar vanuit wordt succes als zegen beschreven, evenals lang leven als een gave van God.
De zin van het leven is te handelen vanuit relatie met God. Het Koninkrijk van God is niet een toekomstverwachting, maar realiteit hier en nu.

Veranderingen opvatting treden op af en toe in de Babylonische ballingschap, maar vooral door hellenistische invloed. Zie boeken uit de Qumram en de inter-testamentaire periode → Makkabeeen. Henoch, Daniel. Dan krijgen ook begrippen als: opstanding van doden, (zwager)huwelijk in de hemel, martelaren, eeuwig leven in het hiernamaals, meer vaste grond.

Eeuwig leven  In de evangeliën ontstaat Eeuwig leven door het geloof in Jezus zich uitend in liefde. (vooral Joh.5.24, 1 joh3.14, niet in openb) In deze nieuwe vorm van leven, hier en nu, weerspiegelt zich nu reeds het eeuwig leven in vrijheid (Rom 6.22, 1 kor.13).

Actualiteit.

De context van elke geloofsgemeenschap verschilt. Ook zijn verschillende opvattingen, gaven en mogelijkheden aanwezig. Evenals bij de eerste navolgelingen. Op met moment dat ik dit schrijf zijn er opeens veel meer mensen die zich melden bij het COA voor hulp. Uit piëteit van wat er door de media m.b.t. tot vluchtelingen nu getoond wordt reageren mensen uit onmacht. Daar is niets mis mee. Geloofsgemeenschappen hebben al jaren, soms onder protest. zich ingezet voor onrechtvaardige toestanden niet alleen t.a.z.v. Vluchtelingen, armen, boeren die onder betaald krijgen voor hun product etc.. Geloofsgemeenschappen kunnen veel vaker, samen met andere organisaties gestructureerd zaken, die nodig zijn in eigen omgeving, aanpakken. Met inzet van mensen, maar soms ook door openstelling van hun gebouwen. Dogmatische regels volgen is één, maar handelen uit liefde, vanuit het geloof, is een keuze beperkt door de context en eigen gaven en mogelijkheden. Het opstaan om hulp te bieden, te protesteren of veranderingen op gang te brengen is soms niet eenvoudig. Er zijn vaak veel excuses te vinden omdat het zo moeilijk of onbekend is. Navolging vraagt om gebed en inzet, er aan mee te werken dat bepaalde zaken anders kunnen, anders zouden moeten.

Héleen Broekema (TWG)

Werken van onze handen.

De ochtendzon verdrijft de nachtkou.
Het land ademt op en slierten dauw
omringen de boer en zijn koeien,
die naar de warme melkstal loeien.

Is God hier aanwezig?

Het sissen van de poorten en klikken van de banden,
begeleiden de dozen op weg langs de halwanden 
van vulpunt naar pallet, van warm naar koud:
en nimmer dat dit tempowerk halt of stil houdt.

Waart God hier rond?

Beeldschermen flikkeren, mensen voeren data in,
e-mails, printers, en faxen ratelen hun data uit, 
telefoons rinkelen, stemmen murmelen data in,
glasvezelkabels, telefoonverbindingen spuwen data uit.

Is Gods glorie hier?

Werk van onze handen, brood om te eten. 
De krach van samenwerking: water om te drinken.
Geknetter van machines, kleren om te dragen.
Geklepper van zolen, zorg voor ons ziekbed.
Een lach bij de deurbel: bezoek bij nieuwe buren.
Brieven bezoeken over de aardbol politieke gevangenen.
Redevoeringen en muziek omlijsten een uitvaart.

Ontwaren we hier God?

Hub Crijns. (2002 uit: de werken van Barmhartigheid).