20 september 2015

1e zondag van de herfst 20 september

Deuteronomium 13 vers 1-19 op het rooster in de Vredesweek.

Dit hoofdstuk op het rooster in de Vredesweek: dat is wel even schrikken. Een boek waarin gezegd wordt: Gij zult dorpen, steden uitroeien waar andere goden gediend worden dan de Ene, wiens naam je niet eens mag uitspreken. Deze woorden worden in de mond gelegd van Mozes. De verleiding is groot nu te gaan uitleggen waar dit boek vandaan komt. Het werd in de tempel gevonden tijdens de regering van koning Josia, in het jaar 622 voor onze jaartelling. De profetes Hulda wordt ingeschakeld om deze vondst nader te verklaren. Uitleggers van nu leggen er de nadruk op dat hier oudere wetten uit Exodus 20, het Bondsboek, worden verscherpt. De context:  In de 7e eeuw zijn  de inwoners van het Noordrijk Israël  al weggevoerd door de Assyriërs. Het Zuidrijk Juda ligt ingeklemd tussen de machten Egypte en Babylonië. Egypte vormt een coalitie. De regering van Josia eindigt er mee dat hij aan de kant van Egypte meevecht om de Assyriërs een halt toe te roepen: de volkerenslag bij Megiddo. Josia sneuvelt. Nu zijn de Babyloniërs  het machtigste volk. Zij deporteren  ook inwoners van Juda, met name de elite.   De interventie van Egypte had niet geholpen om het evenwicht te herstellen in de regio.                                                                            Uiteindelijk leed Babylon een nederlaag door de hand van de Perzen. Veel Judeeërs konden terugkeren en een nieuwe tempel bouwen. Al met al lijkt deze situatie op het Midden-Oosten van nu. Westerse strategen in onze tijd overwegen weer een interventie in het Midden-Oosten, ook om de stroom vluchtelingen te stoppen. Eerdere avonturen in die richting stemmen niet hoopvol. Als mensen van vrede kunnen wij niet meegaan met de gedachte van godsdienstige en culturele zuiverheid. Hoe kunnen wij dat concreet vorm geven? Het is hoopgevend te zien als nieuwkomers hier begroet worden. In die richting ligt voor ons een mogelijkheid om vrede te scheppen. Gemakkelijk wordt dat niet. De logistieke problemen zijn gigantisch. Ook ik speel wel eens met de gedachte dat er in Zuid-Amerika meer ruimte is dan hier (daar woonde ik zelf als kind.) 

Psalm 139 [JP1] wijst ons eerst naar binnen. Het is een gebed over het wonder van ‘mijn’ ontstaan: de psalmist gebruikt het woord “golem”. Wij vertalen dat met “vormeloos begin,” embryo. De psalmist bezingt innig de voortgaande zorg van de Eeuwige die mij kent. Ook de bozen, de moordenaars en vijanden die zich op God beroepen komen er in voor. Zij misbruiken de Naam. Hoe actueel klinkt dat. Een psalm om te lezen en te herlezen. Ik heb er eens over gepreekt op een internationaal congres van vroedvrouwen.

Marcus 9 vers 30-37 vertelt ons over macht en onmacht. Jezus vertelt zijn volgelingen dat hij ter dood zal worden gebracht en zal opstaan. Marcus is het oudste Evangelie, dus het is plausibel dat hij dat zelf gezegd heeft. Hun merkwaardige reactie daarop is dat ze er over ruzie gaan maken wie van hen de persoon met het meeste gewicht is. Dat zou ons een spiegel kunnen voorhouden In de kerk en de vredesbeweging. Jezus komt dan met een kind aanzetten: “Wie een van zulke kinderen ontvangt, ontvangt Mij. En wie Mij ontvangt, ontvangt Hem die mij gezonden heeft.” Kijk, dat doen dictators ook, maar die willen er mee laten zien dat ze jouw en mijn kinderen zullen beschermen, en dat ze daarom volgzaamheid verlangen. En wijzelf? Wij doen graag van alles voor anderen, maar we willen daar wel graag aanzien aan ontlenen. Dat is een valkuil in iedere organisatie, ook de kerken. Hoeveel gekibbel in kerkenraden en vredesbewegingen komt daar uit voort, en aan vredesgedachten kom je zo niet toe. Jezus laat hier zien dat het Koninkrijk gebouwd wordt door mensen die het kind in zichzelf koesteren. Als je naar boven wilt, ga dan naar beneden, naar mensen die het nodig hebben dat je naast ze gaat staan. Zonder je niet af als een gemeenschap van mensen die het beter weten, of zelfs van mensen die zich enigszins heilig achten. De vrede wordt bevorderd met acties: je zet de mensen aan het denken.  Juist die mensen kun je insluiten. Je hebt ze nodig, ook als je ze niet meekrijgt in jouw meningen en acties.

Janna F. Postma

 

 [JP1]