23 augustus 2015

10e zondag van de zomer 23 augustus 2015

 Preekschets voor zondag 23 augustus

Bijbellezingen: 2 Koningen 4, 42-44
Efeziers 6, 10- 20
Marcus 8, 1- 21

Ik bereidde me in de tweede week van juni voor om onderstaande preekschets te maken . De week waarin het kabinet bekend maakte dat ze bereid is 5 % van de bootvluchtelingen op te nemen mits de andere E.U. landen zich ook bereid tonen het procentueel aantal vluchtelingen op te nemen dat haar past. Het gaat om de groeiende stroom bootvluchtelingen die in Italie en Griekenland aan land komen. Beide landen kunnen deze als maar groeiende stroom niet meer aan. Genoemde vluchtelingen hebben niets meer: geen schone kleding, geen eten en drinken, geen dak boven hun hoofd.
Ik vind dat Marcus 8: 1-21 ons wel wat richtlijnen geeft voor een ruimhartig asielbeleid in dezen.

Uitleg Het verhaal over deze tweede wonderbare spijziging doet sterk denken aan het eerste waarvan verhaald wordt in Marcus 6, 35-44. De overeenkomsten zijn zo significant dat de meeste exegeten en commentaren spreken van een doublet. Maar de vraag die me intrigeert is waarom Marcus, van wie de evangelie-berichten tamelijk kort zijn –er is een haast naar het einde ( typerend is het woord: terstond!) -, twee soortgelijke verslagen heeft opgenomen. Wat overigens opvalt is dat de gebeurtenissen na de twee spijzigingen ook bepaalde overeenkomsten vertonen. Het commentaar van Vincent Taylor geeft hiervan nauwkeurig verslag: 1. Spijziging van de vijf duizend (6: 35-44), van de vier duizend (8: 1-9) 2. Tocht over het meer (6: 45-53, 8: 10); 3. Twistgesprekken met de Farizeeën (7:1-23, 8: 11-13) 4. Het brood voor de kinderen (7: 24-30), de zuurdesem van de Farizeeën (8:14-21); 5. Genezing van een doofstomme ( 7:31-37), genezing van een blinde (8:22-26). De verschillen moeten we niet bagatelliseren. Maar toch kan de parallellie niet toevallig zijn. Om ons te beperken tot het door Taylor eerst genoemde gebeuren: de discipelel zouden anders gereageerd hebben (8; 4), als ze kort tevoren iets soortgelijks zouden hebben meegemaakt. Het lijkt aannemelijk dat Marcus een gebeuren vertelt, dat hij in verschillende versies aangetroffen heeft, c.q.op gevarieerde wijze aangetroffen heeft. De verschillen, het aantal aanwezigen, de manier van vertellen, die in 6: 35-43 kleurrijker en levendiger is dan in 8: 1-21, de vermelding van de drie dagen ( 8:4) en het benadrukken van een eenzame plek, ver van de bewoonde wereld, kunnen het goed recht van deze hypothese niet ontkrachten. ( Taylor, Vincent. The gospel according to St Mark. Londen, 1966; 628-632)
Onder verwijzing naar Joh. 6:1-15 schrijft D. E. Nineham: …it is now generally accepted that we are dealing with alternative, and somewhat divergent, accounts of a single incident. No doubt because of its eucharistic connexions ( Nineman doelt hier op de overeenkomsten die er zijn met de vroegchristelijke avondmaals liturgie), the story was highly valued in the early Church, and in the course of constant repetition it acquired two… forms. ( Nineham, D.E. ‘ Saint Mark’, in: The Pelican Gospel Commentaries, 206)
Het merendeel van de commentaren gaat ervan uit dat Marcus 8: 1-23 een toespitsing heeft naar de volkeren. Daarvoor worden onder anderen de volgende argumenten aangevoerd: Het getal zeven (8:8) roept op zijn minst gedachten op aan de zeven diakenen ( Hand. 7:3) en aan de zeventig (toendertijd bekende) volkeren van de aarde ( Luc. 10:1vv). Ook de tijd van drie dagen kan een meerwaarde bevatten: het is de periode, waarna de Eeuwige beslissend ingrijpt, tot heil van de mensen.
Voordat we nu verder gaan kijken naar Marcus 8, 11-21, wil ik graag nog een paar elementen uit de verzen 8, 1-10 verhelderen: De pericoop wordt losjes verbonden met de voorafgaande. Met de woorden in die dagen wordt het vervolg gesitueerd in het heidense gebied, noord- oostelijk van het meer van Galilea Opnieuw – zie 7, 33; 6,34- is er een grote schare rondom Jezus, die zich vastklampt aan de woorden van Jezus. De reactie van de schare is afwisselend: versteld staan (Marc. 11,18) buiten zichzelf zijn ( Mat, 12,23), opgewonden zijn ( Mat. 9,23). De reactie van Jezus is: liefdevolle aandacht, medelijden. In 6, 34 ligt het accent op het verdwaald zijn, hier op het zorgelijke feit dat er niets te eten is.
Opvallend is dat anders dan in 6, 35-44 Jezus zelf het initiatief neemt ten dienste van de schare en dat Hij de mogelijkheid om hen weg te zenden direct verwerpt. En een mogelijke oplossing van het nijpend voedselprobleem wordt direct in de handen van Jezus gelegd.
De woorden, in vers 6 vermeld, hebben een bijzondere lading. Ze hebben een sterke verwantschap met de woorden in 6, 41. Wat verder opvalt is het gebruik van het woord eucharistesas in vers 6. Dat komt later bij de instellingswoorden van het avondmaal terug (14, 23. Je kan ook denken aan 1 Kor. 11, 2). Anders gezegd: er zijn duidelijke parallellen met de Maaltijd des Heren die zo belangrijk was in de vroegste tijd van de christelijke gemeente.


We wijden nu nog een korte bespreking aan de verzen 8, 11-23
Een ruzieachtig gesprek, een twistgesprek, verbonden met de wonderbare spijziging, heeft sterke papieren en is wijd vertakt in de traditie: bijvoorbeeld Johannes 6; in de verzen 22-59 wordt de spijziging besproken, waarbij een accent ligt op de vraag om een teken (vs 30). Verder valt er een vergelijking te maken met de parallelle tekst bij Matteus ( 16, 1-4, zie ook 12, 38). In 7, 1,23 en ook in het vervolg ( 10, 1-12) beschrijft Marcus een ernstige botsing van Jezus met de Farizeeën. Zij vragen een teken uit de hemel,, dat wil zeggen ‘ een apocalyptisch teken, dat klaar en ondubbelzinnig is, een “ Schauwunder”, waardoor God voor aller ogen de tijd van de voltooiing aankondigt’. (Bolkestein,M.H. Het evangelie naar Marcus. Nijkerk, 1977, 165-166). De Farizeeën vroegen om een gebeuren dat stringenter is en sprekender dan een genezing of een exorcisme, sterker ook dan het voorval dat in voorafgaande verzen aan de orde komt. Wat opvalt is dat de evangelist hier het woord semeion (teken) gebruikt, terwijl in soort gelijke gevallen door hem het woord dunameis (krachten) wordt gebruikt ((vgl. Psalm 95, 9-10, Deut. 1, 31).
Het zuchten in de geest is een uiting van de teleurstelling, de woede en het verdriet , die Jezus vervult. Daarom worden de vragenstellers, die zich naar het patroon van de satan voegen ( 8, 33, denk ook aan de verzoeking in de woestijn) aangeduid met de negatief geladen term dit geslacht (zie Deut. 32,5 ; Ps. 95, 10; Mat. 11,16, 12, 39, 16, 4; Luc. 11, 29; Hand. 2, 40). De weigering van Jezus -krachtig onderstreept op de wijze van een bezwering- om een trefzeker teken in de gewraakte zin te geven, doet denken aan wat eerder gezegd werd in verband met de gelijkenissen. ‘ Those for whom “the mystery of the kingdom” is intended ought to understand them, and will certainly be able to do so when their eyes have been opened. Complte blindness tot their meaning is a sure mark of “ outsiders” ( 4, 11) for whom the mystery is not intended and to whom therefore no further sign will be given ( D. E. Nineham, Saint Mark, 211). Met het oog op de verzen die volgen op het hier besprokene, die gaan over het openen van de ogen is het goed om de woorden van Nineham in gedachten te houden.

Niet enkel de buitenstaanders, zoals de Farizeeën, maar ook de intimi zoals de discipelen zijn verblind en verhard. Reeds in 4,13 en 7, 18 horen we verwijtende woorden aan het adres van de discipelen. Hun vergeetachtigheid – denk ook aan de zelfbenaming van Jezus: ‘ Ik ben het brood des levens’, is aanleiding voor het spreken over zuurdesem van de Farizeeën en – Marcus voegt het er nadrukkelijk aan toe – de zuurdesem van Herodes. Vermoedelijk heeft Marcus dat hier toegevoegd omdat de plaats en het verband hem geschikt leek. Bij de Farizeeën zal de zuurdesemwerking vooral betrokken zijn op hun uitleg van en omgang met de wet, die zij meer hanteren als een stok om te slaan dan een staf om mee te gaan. Herodes daarentegen is veel (m)eer de libertinist en de opportunist, Degenen die dit spoor volgen zijn ook niet ontvankelijk voor het geheim van Jezus, de Christus.
Na de woorden over het twistgesprek komt de kwestie van het brood opnieuw aan de orde. Taylor ( The Gospel according to St Mark, 364) neemt aan dat de beschrijving van Marcus sterk bepaald en gekleurd is door catechetische en liturgische motieven. Vooral het slot Begrijpt gij mij nog niet? ‘which is aimed at the readers and not merely the original disciples. The story illustrate the beginnings of a type ofGospel narrative found often in the fourth Gospel and which has persisted in Christian teaching down to the present day.’ Het werkwoord dialogiamai (overleggen, redeneren, vers 16), als een uitdrukking van verlegenheid of irritatie, lezen we eerder, onder meer in 2, 6. De bestraffende woorden in vers 17 worden door Matteus (zie 16, 8-9) wat afgezwakt. Het verhard- zijn is ook eerder genoemd, in 6, 52. Op deze manier komen de discipelen in het gezelschap van de buitenstaanders, die een vijandige houding aannemen. Het gesprek met de discipelen mondt uit in een herinnering aan en een dringend appel op de beide voorafgaande spijzigingen. Tenslotte, opvallend is de zorgvuldige weergave, niet alleen wat het aantal mensen betreft, maar ook ten aanzien van de twee verschillende soorten korven.

Aanwijzigingen voor de preek

  1. Het zicht op Jezus kan op veel manieren verduisterd worden. Het verlangen naar een teken uit de hemel, een krachtdadig, ondubbelzinnig bewijs dat Hij de Christus is, is ook de hoorder hier en nu uit het hart gegrepen. Anderzijds is het goed te bedenken dat liefde iets anders is dan overweldiging. God zwicht niet voor de verleiding van het geweld, omdat Hij niet ophoudt de vrijheid van de mens te respecteren.
    2. Het zicht op Jezus de Christus wordt ook verduisterd als we Hem op een bepaalde godsdienstige en/of politieke wijze inkapselen, op de manier van de Farizeeën en de Herodianen. Deze verduistering heeft een uiterst negatieve uitstraling, tast al ons denken en doen tot de fundamenten aan.
    3.Jezus als het enige brood des levens mag voor ons genoeg zijn, maar dan wel tot de uiterste consequenties. Daar hoort onder anderen bij: geweldloos leven en dit uitdragen.
    4. In de inleiding op deze preekschets sprak ik even over het asielbeleid. Geven wij asielzoekers geen stenen voor brood? Hoe past in de navolging van Jezus ons strenge uitzettings beleid? Hoe gaan we zelf met asielzoekers om, nu de overheid wijzigingen in haar beleid ten aanzien van hen ingevoerd heeft?