29 maart 2015

6e zondag van de veertigdagentijd 29 maart 2015

Marcus 11,1-11; Marcus 14,1-15,47; Jesaja 50,4-7

Jezus spoor nog vindbaar?

Deze Jesajatekst kan een spannend accent geven aan onze reflectie op de intocht in Jeruzalem. Jesaja nodigt ons uit, om als leerlingen aan die intocht deelachtig te worden. Een spiegel: in welke mate, wanneer en hoe, lezen wij het verhaal van de intocht (bijna) alsof wij zelf Jezus zijn.

De kerninvitatie die wij als geloofsgemeenschap belijden, is immers om in Jezus voetspoor te gaan. De Jezus van Goede Vrijdag tot Paasmorgen. De Jezus zoals nu Iraakse bisschoppen en hun gemeenschappen Hem trachten te belijden: we moeten onszelf toewerken naar vergeving, verzoening, een andere toekomst met God zal er niet zijn, noch voor christenen in Irak, noch in het algemeen.

Binnen onze westerse samenleving echter is er weinig mogelijkheid dat wij als leerlingen, vergevend en verzoenend daarom, onze weg gaan in de grote wereld. De sociotoop westerse vrije markt waarin wij leven, pusht ons dagelijks om meester te zijn, winnaar, eerste, beste. Het bij het rechte eind hebben. Je niet vergissen want dat is fataal. Wij, de beschaafde wereld, de beste wereld. De anderen als de onderontwikkelden, bozen, afhankelijken of losers.

Als wij ongeveer bij Jezus achter op die ezel gaan zitten wordt het link. Kunnen wij nog wel die Mens worden Die Zichzelf geeft voor Zijn vrienden, de voeten van Zijn vrienden wast zoals slaven dat eigenlijk behoorden te doen, uitgeput in het stof valt op weg naar de aangedane dood?

Als wij hier in het westen onszelf bij Jezus achterop de ezel zetten, dan is die Jezus al de Koning, bijna Romeinse Koning, van na Constantijn, toen christenen de staatsgodsdienst, staatstempel en staatskerk werden. Als wij, die zozeer verankerd zijn in deze westerse dominante wereld, die de rest van de wereld lezen door de bril van de financiële markten die het nieuws stevig mee selecteren - als wij bij Jezus achter op de ezel gaan zitten, is de kans erg groot dat ons ontgaat waar het in het lijdensvehaal om gaat en wat toch weer de uitdaging en uitnodiging is aan ons in deze tijd. Tezeer, vrees ik, zijn we tot in onze diepste vezels deel van deze sociotoop vrije marktwereld.

Jesaja biedt een kleine maar intense mogelijkheid onszelf te corrigeren op die structureel meegegeven dominantie in onze sociotoop die wij leven. „ Hij wekt mij het oor, opdat ik hore zoals leerlingen doen.”

Horen zoals leerlingen doen. Ons leven lang die houding vol houden. Blijven beseffen dat ik weliswaar inzichten en de waarheid najaag met de ijver van Paulus, maar dat ik (wij) ten einde toe met momenten van waarheid zou moeten omgaan als leerlingen: blijven zoeken naar waarheid. Altijd weer met argwaan (die slangen naast de duiven) luisteren ook naar ons eigen ‚ weten’, het oor altijd weer open voor nieuwe inzichten, nieuwe kennis. Want die voetsporen van Jezus en Zijn ezel kunnen terugvinden tussen de laarzen van militaire missies, de goudsporen van de grootste beursspelers, de amoniakgeur in de megastallen, dat vergt een goede neus, goede ogen, goede oren.

Leerlingen: beseffen dat anderen om ons heen ons helpen moeten bij waarheidsvinding. En die anderen zijn dan eerder die mensen die aan de rand werden gedrukt, dan de gouddelvers op de beurzen die anderen aan de rand drukken.

Als leerlingen. Dat is denk ik de wijze, waarop we die pelgrimstocht van gerechtigheid en vrede kunnen gaan lopen, zonder te blijven steken in de romantiek van padvinders met een tent op hun rug.

 

Yosé Höhne-Sparborth