12 april 2015

2e zondag van Pasen 12 april 2015

Enige gedachten bij: Jes. 26.1-13, Ps.111(133), 1Joh.5.1-6, Joh. 20.20(19)24-31.
Deze eerste zondag na Pasen, een loflied vanwege het besef dat Jezus zijn, van God verkregen Geest, overgedragen heeft aan zijn leerlingen. Een bewustzijn dat doop, avondmaal/eucharistie tekenen zijn om in het krachtveld van Gods Geest mee te werken aan gerechtigheid, vrede en duurzaamheid in de wereld, Gods rijk, dat is en komende is.

Inleiding: Deze eerste zondag na Pasen getuigen de Psalmen van lofliederen op de Naam. De NAAM die woord en vlees/ mens geworden is in Jezus en onder ons heeft gewoond. Jezus heeft een voorbeeld gegeven hoe het is vanuit de Geest van God te leven. 
Jezus heeft deze Geest, na zijn dood, doorgegeven aan zijn leerlingen. De droefheid over zijn dood is bij zijn leelingen veranderd door hun Paaservaring. De leerlingen gaan langzamerhand begrijpen wat zij gehoord en gezien hebben. In wereld chaos, als woestijn gaan voor hen langzaam rozen bloeien. Het is nu hun opdracht van deze bloei ook andere deelgenoot te maken. De Geest van God, deed profeten opstaan. In de Geest van God ging Jezus zijn leerlingen, dus ook nog ons, voor. Wat stond hen en staat ons dus te doen? Afvragen welke keuzes gemaakt zouden kunnen wordenin wat er op ons pad komt, in navolging van Jezus. Keuzes misschien zelfs tegen de heersende opvattingen in. 
In Jesaja is het God, waarop wordt vertrouwd, dat hij de vijanden over winnen zal. De Psalmen: een loflied op God, als rots voor het Volk en een Pelgrimslied hoe goed het zou zijn als Zusters en Broeders weer samen zouden kunnen wonen in Sion. In Johannes 20 de herkenning van Jezus als Heer, als bevrijder, en de opdracht voor zijn navolgers, door de gave van de Geest. 1Joh5. Een uitwerking voor de gemeente: kracht ontvangen door de tekenen van water, Geest en bloed. Hierdoor wordt steeds herinnerd aan de verbinding tussen hemel en aarde, die zo centraal staan in het Johannes evangelie. Met name in zijn beschrijving van : de Tekenen en Werken, de Ik ben woorden en het veelvuldig voorkomen van afdalen, opstijgen en kosmos/wereld. 
De verbinding tussen hemel en aarde wordt, na de inleiding, gemaakt bij Jezus doop. (joh.2.32ev.). De Geest van God daalde op Jezus neer. Dan begint zijn Pelgrimstocht, een leerschool voor Jezus en zijn leerlingen. Waar Jezus voeten gaan, geeft hij inzicht en bewerkt hij heil. In eerste instantie in Galilea, een arme landstreek en de vanuit Jeruzalem bezien een niet al te religieuze mensen (zij die de wet niet kennen). Langzamerhand betreffen de contacten niet alleen zieke Galieers, maar ook Judeers, Samaritanen en zijn confrontaties met Farizeeën, Schriftgeleerden en Sadduceeën. Deze voelen zich bedreigt en brengen hem ter dood. Door wat zijn leerlingen gehoord en gezien hebben ontstaat langzamerhand het besef. Hij is niet dood, hij leeft onder ons voort. Zij vertellen het verhaal van 'Jezus de levende' door en werken in zijn voetspoor. Uit dit allegaartje ontstaan de eerste navolgers van Jezus, groepjes die zijn boodschap in woord en daad trachten uit te dragen op heel verschillende manier in verschillende landen. 
Hoe goed zou het zijn als broeders en zusters weer samen zouden kunnen leven. Niet zoals Kaïn en Abel. Jacob en Ezau verzoende zich weer met elkaar, maar gingen elk daarna hun eigen weg. Izak en Ismael gingen beide hun eigen weg. De joodse stromingen die Jezus navolgde werden op den duur Christenen genoemd en langzamerhand werden het twee verschillende godsdienst opvattingen. Die helemaal uit elkaar gedreven werden toen het christendom staatsgodsdienst werd, rondom 600. Toen preekte een zekere Mohammed tegen misstanden. Hij verwierf aanhangers. Het leek wel of de belofte van God aan Hagar werkelijk gestalte kreeg toen hij proclameerde nazaat van Ismael te zijn. Joden, moslims en christenen zijn mensen vanhet 'Boek'. Veelal leefde zijn vredig samen. Tot dat de pleuris uitbrak. Vaak vanwege machthebbers of gebrek aan land van Christenen of Moslims. Joden voelde zich overal te gast. En werden vaak aangewezen als 'boosdoeners'. Over hun hoofden heen wilde anderen hun doel bereiken. Antisemitisme laait door de eeuwen heen steeds weer op.
Uiteindelijk is de blik van Moslims en Joden evenals dat van de Christenen gericht op 'Jeruzalem'. Hoe goed en heerlijk zou het zijn als deze drie loten van Abrahams stam elkaar als broeders en zusters zouden tegemoet treden en alle andere en opvattingen van mensen ook zouden accepteren en respecteren. Dit kan alleen door elkaar te ontmoeten en naar elkaar te leren luisteren, zonder elkaar elkaars overtuiging op te dringen. Als alle volken en mensen samen werken aan een leefbare wereld voor allen, zal de woestijn werkelijk bloeien als een roos.

Jes.26.1-16 
Een gedeelte uit de 'eerste' Jesaja. Een toekomst visioen. De Heer zal de vijanden straffen en zal redding gegeven aan het rechtvaardig volk. Andere heren hebben het volk in hun macht gehad, Gij geeft vrede. Het verlangen van het rechtvaardige volk richt zich op de NAAM, hun rots. De NAAM moet gekend, verteld, bemind, beleden, gezocht, verwacht worden en niet te schande/ beschaamd gemaakt. Op de dag dat dit zal gebeuren zal een loflied klinken. Deze lezing kan nu in verband gebracht worden met het Paasfeest.

Ps.111 Vertrouwen in de kracht van God

Ps. 133 een pelgrimslied van zusters en broeders die zich verblijden om eens weer samen te zijn.

1Joh.5.1-6. 
Deze alias Johannes schrijft aan een geloofsgemeenschap van de tweede of derde generatie. Ieder die gelooft dat Jezus de christus is, is uit God geboren. En ieder die de Vader liefheeft heeft ook lief, wie uit God geboren zijn. Wij zijn Gods kinderen en dat houdt in dat wij zijn geboden naleven. Dat is geen zware last, want ieder die uit God geboren is overwint de wereld door ons geloof in Jezus Christus de zoon van God. Hij is gekomen door water en bloed. De Geest getuigt ervan omdat de Geest waarheid is. Het is zaak dat een geloofsgemeenschap zich steeds weer realiseert en viert dat zij geënt is op: water, geest en bloed.

Water –> doop.

Bloed: Jezus kwam door zijn voorleven, in de geest van God, in aanraking met: ziekte en verlangen naar herstel, duivelse dilemma's, chaos, de heersende religie opvatting en regels die vandaar uit voorgeschreven werden. Dit moest hij bekopen met zijn dood. De laatste avond voor zijn dood vierde hij de seder maaltijd met zijn leerlingen. Voor de maaltijd waste hij, als een dienaar, de voeten van de leerlingen. Deze maaltijd duidde hij aan als zijn gedachtenis maaltijd. Avondmaal / eucharistie tot zijn gedachtenis is delen in de gemeenschap, opdat de gemeenschap kan uitdelen in de wereld, in de geest van God. Dan wordt delen vermenigvuldigen.

Geest: De Geest van God is op Jezus neergedaald bij zijn doop. Jezus heeft deze, tot op heden, doorgegeven aan zijn leerlingen. Opdat zij, met de door God geschonken kracht, bijdragen het leven in de wereld rechtvaardiger en leefbaarder en duurzamer te maken.

Joh. 20.20(19)24-31. Het evangelie van Johannes werd geschreven rondom de 1e eeuw wisseling. Ook hier gaat het om een alias. In hoofdstuk 20 wordt tot drie maal verteld van een verschijningservaring, waardoor de leerlingen langzamerhand gingen geloven. Eerst aan een vrouw: Maria uit Magdala. Zij vertelt haar ervaring aan de leerlingen, die naar het open graf gaan kijken. Eén leerling, ziet het open graf en gelooft. Daarna verschijnt hij aan angstige leerlingen en dan nogmaals aan leerlingen met daarbij Tomas. Tomas kon het in eerste instantie niet bevatten, toen de anderen hun ervaringen vertelden. De andere leerlingen hadden uit de Schrift nog niet begrepen dat de beloofde Messias uit de dood zou moeten opstaan.

Op de avond van de eerste dag verschijnt het Licht aan angstige leerlingen achter gesloten deuren. Hun meester is gekruisigd, wat zal er met ons gebeuren. Zal ook de heersende macht hen gaan doden. Dan komt Jezus in hun midden en groet hen met een vredeswens. De leerlingen waren verblijd toen zij Jezus zagen. Hij toont zijn handen en voeten en wenst nogmaals vrede. Daarna draagt hij aan zijn leerlingen zijn Geest over. Deze is door zijn Vader aan hem gegeven bij zijn doop. Het is nu aan zijn navolgers om, in de Geest van zijn Vader, handen en voeten van God te zijn in de wereld. Door de voortzetting van Jezus praktijk in de hele wereld, zullen zij zusters en broeders in de Heer worden. Ze worden zelfs gemachtigd zonde te vergeven. Dat deed Jezus door genezend, helend bezig te zijn. Vaak tegen de heersende religieuze opvattingen in. Tomas was er de eerste keer niet. Hij geloofde het verhaal van zijn medeleerlingen niet, daar was een volgende ervaring van de leerlingen voor nodig en weer een vredes wens (3de keer) van Jezus. Dan komt ook Tomas tot het inzicht: Jezus is de van God gezondene Messias. Dat lang niet alles over Jezus is opgeschreven zijn is niet nodig voor mensen als navolgers van Jezus, die belijden dat Jezus, de Messias, de zoon van God is.

Vrede
Vrede is volkomenheid, het zal vanaf nu goed gaan als jullie goed de door mij voorgeleefde richtlijnen volgen. Het is een andere vrede dan de vrede en veiligheid die voorgespiegeld wordt door de valse profeten. Dit valse gebruik van dit woord klinkt ook nu steeds weer als het in wezen gaat om bewapening. Een vredesmissie is een sluier woord voor een militair bewapende missie.

Tomas, 
Tomas betekend:tweeling. Het verwijst naar het altijd benoemen van twee aspecten van de zelfde zaak, overweging en analyse, het een en het ander, voor en tegen. Het zoeken naar de juiste weg.   Tomas heeft eerder aan Jezus gevraagd: als gij gaat sterven, hoe weten we dan de weg. Jezus heeft geantwoord: Ik ben de weg, de waarheid en het leven. 

Kosmos / wereld. 
Johannes gebruikt meer dan 78x keer 'kosmos/wereld' tegenover de rol van Jezus. Dit geldt ook nog voor zijn leerlingen nu. Het gaat er om midden in de wereld te staan, maar niet de conformeren met alles wat de wereld biedt. Dat wil zeggen: onrecht bij de naam noemen, aan het licht doen komen. En zodoende meewerken aan een ander toekomstperspectief.

Wegnemen van zonde.
Dat is niet het privilege van bepaalde ambtsdragers. Het gaat erom dat we aandacht schenken en bij de naam noemen wat niet juist is in onze omgeving of in de wereld. Zodat bijvoorbeeld: – machten ontmaskerd kunnen worden, niet door wapengeweld, maar door, vaak o, zo moeilijke, onderhandelingen, – ziekte bestreden worden door wetenschappelijk onderzoek, maar ook nagaan waar medische macht en medische ethiek misschien te ver door zouden kunnen, – schrijven voor Amnesty voor onschuldigen mensen, die beschuldigd worden omdat zij anders denken en/of doen en daardoor een bedreiging vormen voor de heersende opinie of machthebbers, – Of trachten mensenhandel te beteugelen en hun slachtoffers op te vangen evenals vluchtelingen voor oorlogsgeweld, maar ook wegen vinden om mensen die radicaliseren door invloed van bepaalde opvattingen trachten te signaleren en op te vangen, – Ex-gevangenen te begeleiden voor een nieuwe plaats in de samenleving. Ect. Weg nemen van zonde behoort op deze wijze tot het 'ambt van alle gelovigen'.

Leren geloven, een pelgrimage als levensproces.
In de lezingen komen de ervaringen van het Volk met hun God en de volgelingen van Jezus Messias samen.

God die voor de rechtvaardigen een rots is waarop zij vertrouwen in dagen dat de machtigen over hen heersen. Jezus leefde op zijn 'pelgrimsroute', als mens geworden woord, de weg, de waarheid en het leven voor. Hij deed dit als mens gekenmerkt door Geest van God. Deze geest gaf hij door aan zijn leerlingen: Blijf mijn voorbeeld volgen als zaad, dat sterft om te leven. Sta op, geef het door, breng vruchten voort, van geslacht tot geslacht, totdat ik terugkom.

Heb je naaste lief en werk er aan mee alle mensen, op jullie levenspad, tot hun recht zouden. En als zusters en broeders in vrede samen kunnen leven. Dan zal er leven zijn voor altijd. De wereld nu als een woestijn, zal dan bloeien als een roos. Dat alle mensen zusters en broeders van elkaar zijn staat al in de tien woorden waar het gaat over slaven/werknemers en vreemdelingen, mensen niet uit eigen streek of land. Het besef daartoe ontbreekt bij velen, ook nog vaak bij mensen van geloofsgemeenschappen. Mensen kunnen gedoopt (water) zijn en regelmatig deelnemen aan avondmaal of eucharistie (bloed), terwijl het bewustzijn als christen te leven in het kracht van de Geest, in het rijk van God dat is en komende is niet wakker geroepen is of in praktijk gebracht wordt. De diaconale/missionaire opdracht wordt dan overgelaten aan ambten en vrijwilligers. Geloven bestaat niet uit het volgen van regeltjes, maar uit spiritualiteit als en innerlijke bezinning op inzet tot bevrijding en liefde tot de naaste. Gelovig zijn gaat gepaard met bezinning, die een verankering kan bewerkstelligen in de levenskeuze die mensen maken. Dat kan houvast bieden, te midden van alle zorgen en verwoesting. Uit de oude verhalen kunnen mensen leren dat het anders kan, anders zou moeten, ondanks alle vergeefsheid. Aan verandering meewerken kan door er aan te gaan staan, vanuit eigen gaven en mogelijkheden, zodat minstens mensen in eigen omgeving tot hun recht kunnen komen. Dat gaat niet zonder met vallen en iedere keer weer opstaan. De vinger op de zere plek leggen. De oorzaak van de misstanden en ellende bij de naam noemen. Daar hebben mensen elkaar voor nodig. Deze roeping als christen is iets anders dan onverwoestbaar optimisme, zoals de tendens op het moment is: in 'je zelfen' en het komt wel goed.

Geloofsgemeenschappen kunnen door hun vorming, toerusting en gezamenlijk gekozen prioriteiten in hun beleid de bewustwording stimuleren dat allen vanuit het 'ambt aller gelovigen' geroepen zijn voor hun taak in de wereld.

Omdat Jezus als Licht in de wereld voor de wereld gekomen, mogen de deuren van de geloofsgemeenschappen niet voor anderen gesloten blijven. Jezus is steeds weer in hun midden aanwezig. Daardoor worden geloofsgemeenschappen in zijn geest geroepen op te staan en aanwezig te zijn in de wereld dichtbij en verder weg.

Héleen Broekema (TWG)

Je hebt toen je vrienden bijeengeroepen.

Je hebt toen je vrienden bijeengeroepen,
hun vuile voeten als een knecht gewassen;
meteen zond jij hen weg om te ontmoeten 
wie niet in deze kille wereld passen.

Je vroeg hen: doe als ik en ga naar buiten
en blijf elkaar met dit gebaar verrassen
in plaats van je in kerken op te sluiten.
Je moet steeds anderen de voeten wassen. 

Het stof van al de wegen van ons leven,
kom, was het van de stukgelopen voeten.
Kom, geef dat onze handen hen genezen
die ver van huis geen goede vriend ontmoeten.

Het helder water stromend uit jouw bronnen 
wast onze voeten, zuivert onze wonden.
Als boden van jouw vrede, hier begonnen,
zo worden wij de wereld ingezonden.

(nieuw liedboek, 998)