8 februari 2015

5e zondag na epifanie 8 februari 2015

De Romeinen verkondigden hun wapenfeiten, in Rome, als evangelie. Marcus schrijft een tegen-evangelie voor de vervolgde na- volgers van Jezus in Rome. Jezus als heraut van een ander evangelie. Bare tijden toen, bare tijden nu. Zijn geloofsgemeenschappen bereid en instaat, in eigen context heraut te zijn, naar Jezus voorbeeld.

Bij: 2.Kon.4. 18-21(22-31)32-37, Ps. 142, Mc.1.29-39

Inleiding.

De Romeinen verkondigden hun wapenfeiten, in Rome, als evangelie. Marcus schrijft een tegen-evangelie voor de vervolgden na-volgers van Jezus in Rome. Hij beschrijft woorden en daden van Jezus en de reactie daarop van de gewone mensen en de tempelgeleerden, de theologen, die dachten dat ze het zo goed wisten. Maar door de vele regels hielden ze de mensen beklemd; velen bestempelden ze als onrein. Het volk leed daaronder, zoals nu onder de Romeinen.
Jezus' nieuwe leer met gezag, brengt genezing /heelheid. Hij is niet de heraut van de overwinningen van de keizer, maar van het koninkrijk van God dat is en komende is.

Marcus schrijft ter bemoediging van de navolgers van Jezus, die naar Rome gedeporteerd zijn na de joodse oorlog van 70, en vervolgd worden.  Er heerst grote teleurstelling, Jezus is nog niet teruggekomen. De tegenstellingen tussen de maatschappelijke situatie waarin geleefd wordt kunnen niet openlijk beschreven worden. Hij wil zeggen: sta op, ga door met het bannen van een nieuwe weg te midden van de 'woestenij' en 'wilde beesten'. Woestenij, demonen en wilde beesten zijn code namen voor de toestand in Rome en de Romeinen. Evenals Johannes dat deed in de Apocalyps/Openbaringen.

Het is van belang dat het goede nieuws verspreid blijft worden. Jezus is daartoe geroepen en ook zijn navolgers, in het krachtveld van zijn Geest. Het gaat niet om te heersen, maar te dienen, diaken te zijn, door heelheid, gerechtigheid trachten te doen aan mensen die in de knel zijn gekomen. Dit in tegenstelling tot wat de Romeinen veroorzaken.

Marcus illustreert, na zijn inleiding, direct het hele levenswerk van Jezus. Een nieuwe kijk op de Thora, een leer met gezag, als eerste opstandingsverhalen van de zonen en dochters van het volk en verder op ook erbuiten, vernietiging van en strijd met de demonen, bevrijding niet van de Romeinen, maar als een nieuwe exodus.

Jezus begint zijn levenswerk niet in Jeruzalem, maar in het noorden, in Galilea. De mensen die daar woonden waren, in de ogen van 'Jeruzalem' tweederangs mensen voor zowel de economie als de tempelgeleerden. Zij werden gezien als het volk dat de wet niet kent.

2.Kon.4. 18-21(22-31)32-37,

De werken van Elisa, in het Noordrijk, worden wel vergeleken met Jezus. Hij kreeg de geest over van Elia, aan de Jordaan. Hij deed veel voor arme weduwen (Israël) om deze weer een leefbaar leven te laten leven.

In deze tekst heeft een sterke welgestelde Sunamitische (3x) gehuwde vrouw, die leeft te midden van haar volk. Haar man speelt slechts een bijrol. Ze heeft een kamer laten maken voor de man Gods (6x), Elisa. Ze heeft geen zoon. Een zoon is toekomst. Ze krijgt op haar oude dag, in de lente, nog een kind. (16 = gen.18.10-14 Sara!). Deze sterft als KIND in de oogsttijd. Ze legt het kind op het bed van de man Gods, en doet de deur dicht, en gaat, met spoed, naar hem toe.(22-31, haar reis en de reactie van Elisa). Als Elisa aankomt gaat hij naar zijn kamer, en sluit de deur achter hen beiden. Hij is alleen met het kind en God. Het kind  wordt, door Elisa, weer tot leven gewekt en de moeder krijgt hem terug als ZOON, als nieuwe oogst, als toekomst. Een verhaal over het wel en wee van Israël.

Mc.1.29-39.

De zoon, de Messias, nieuw toekomst perspectief? Nu alleen rampspoed. Dit is de situatie van de vervolgde navolgers van Jezus weggevoerd naar Rome in 70, na het desastreuze einde van de joodse oorlog.

Context: Jezus start zijn openbare werk vanuit of in de 'woesternij' met zijn vele verzoekingen. Nadat hij in de Jordaan gedoopt is en de geest van God heeft ontvangen. Hij roept 4 leerlingen al gaande langs de zee van Galilea richting Kafernaüm, waar Petrus en Andreas woonden. Op de eerst volgende sabbat onderwijst hij de mensen in de synagoge van Kafernaüm. Iedereen had daartoe de mogelijkheid. Hij sprak als iemand met een nieuwe leer en groot gezag. In de synagoge krijgt hij al direct te doen met een mens met een onreine geest.  

Jezus is zijn opdracht in Galilea gestart. Aan het eind van het evangelie krijgen de leerlingen, maar ook Petrus, de opdracht op te staan en naar Galilea terug te gaan (16.7) om zich te herinneren hoe Jezus hen heeft voorgedaan om het goede nieuws te verspreiden. Zij moeten het voortzetten, ondanks de gebeurtenissen.

30-31. Jezus, grijpt, op de sabbat, de hand van de koortsige schoonmoeder van Petrus, en doet haar overeind komen, opstaan van haar ziekbed.  Zowel de schoonmoeder als Jezus zijn daardoor volgens de wet onrein geworden. Bovendien zegt de wet dat alleen een genezing op een sabbat plaats mag vinden als een mens of dier in hoge nood verkeerd. De schoonmoeder van Petrus verkeert niet in hoge nood. Daarom gaat het hier ook om iets anders.
Ze begint voor hen te zorgen (NBV)/zij diende hem (ST. V) (diakonei),  evenals de engelen (1.12). Diakonei houdt veel meer in dan huishoudelijk verzorging! Zo is zij één van de eerste 'diakenen'. Diakonia is dienst aan de wereld waartoe leerlingen toen en geloofsgemeenschappen nu geroepen zijn.
Jezus gaat onreine mensen niet uit de weg, ze worden genezen. Hij geeft mensen hun menselijke waardigheid terug. De maatschappij mijdt of veroordeeld in veel gevallen mensen die anders zijn.

32-34. Na de sabbat brengen mensen alle zieken en bezetenen naar hem toe. De bezetenen wordt niet toegestaan om iets te zeggen over hun genezing. Want zij wisten wie hij was. 'Ben je gekomen om ons te vernietigen' (1.24). De demonen willen de strijd, met Jezus aan gaan door aan te geven wie deze Jezus is.  Jezus verbied hen dit. Want de macht van God, Jezus, is sterker dan de demonen van de wereld (ook in Rome).

35-38.Jezus wil gaan bidden op een eenzame plaats (NBV), woeste plaats (ST.V), plek in de woestijn (NV), (erémos topos: 5x in Mc en plaats 10x). Bidden, alleen terugtrekken, is bijna onmogelijk gezien de maatschappelijke (romeinse) context. Jezus, wordt dan ook achtervolgd en gezocht. Evenals degene die deze tekst toen lazen. Jezus wil dan ook niet op deze plaats blijven. Hij wil ergens anders heengaan. Om het goede nieuws verder te verspreiden. Want dat is zijn opdracht. Maar ook die van de mensen na 70. Zijn leerlingen wensen dat hij ingaat op de vragen van de menigte als wonderbaarlijke genezer.  Jezus heeft een ander doel, het brengen van de goede boodschap. Niet als overwinningsmare, zoals de herauten van de keizer,  maar  als het tegendeel. Het gaat om een volledig nieuw bestaan, nu reeds. Het Koninkrijk van God is nabij. Ingaan in heerschappij van het Koninkrijk van God,  houdt meer in dan de boete oproep van Johannes. Het is proclamatie van Gods heerschappij, missionair zijn in woord en daad.

Jezus weet zich van God gezonden; 'daartoe is hij uitgegaan'
Context: 39 ev. Jezus brengt in heel Galilea het goede nieuws in de synagoge en geneest.

Ps. 142, Bestaat uit twee hoofdelementen

1-5 de penibele situatie van de hoofdpersoon.

6-8 Smeekbede om Gods hulp

Sunamitische

Deze vrouw uit Sunam staat in de lijn van verhalen van oudere onvruchtbare vrouwen, die toch nog een zoon krijgen. En een rol spelen in de toekomst van het Volk, o.a. Sara en Elisabeth. Een Sunamitische is bovendien herkenbaar voor de lezers als een prachtige vrouw, onafhankelijk en dienstbaar. De vrouw uit Hooglied is een Sunamitische. Ook Abisag, de vrouw die David verpleegde toen hij stok oud en steenkoud was. (1 kon.1.4).

Onrein

Volgens de joodse wet, zijn zieken en mensen die met zieken in aanraking komen onrein. Een zieke is onrein en mag eigenlijk niet in de synagoge komen, voordat hij/zij zich gereinigd heeft. Jezus trekt zich daar niets van aan. De heelwording van de mensen staat bij hem centraal.

Bidden.

Op adem komen door gebed en bezinning, even terugtrekken, als passen op de plaats om de situatie te overzien, is van groot belang. Niet alleen voor Jezus, maar ook voor onszelf. In de drukte van de tijd of situatie lijkt dat soms onmogelijk. Maar toch is het in elke situatie mogelijk, al lijkt het of er iets anders gedaan wordt.

Zwijgen/ spreken.

Het zwijgverbod (11x) geldt niet alleen de demonen of onreine geesten, maar ook de leerlingen en andere genezen personen. Dat is het Messias geheimenis. Dit wordt in eerste instantie niet begrepen/ verstaan (10x) moet eerst rijpen, voordat er na de Paaservaring begrip komt en er openlijk over gesproken kan worden door de vrouwen en de leerlingen.

Demonen.

De demonen, de Romeinen en de tempeldienaren, kennen de angst voor de andere houding van Jezus. Ze voelen zich bedreigt. Daarom willen ze hen uit de weg ruimen. Gods geest is sterker dan de geest van de demonen.

Maatschappelijke tegendruk of ongewenstheid, psychische en lichamelijke ziekten zijn, als demonen, blokkades voor het ik. Waardoor keuzes en (normaal) maatschappelijk functioneren vaak onmogelijk is, of onmogelijk gemaakt wordt. Genezen worden van demonen, is (weer) inzicht krijgen in eigen en/of het politiek en economisch functioneren. Hetgeen vrijheid geeft om eigen keuzes te maken en andere daardoor de hand te reiken.

Herauten van de goede boodschap.

De wereld is een dorp geworden. We leven in een vrij land, maar zijn op allerlei fronten betrokken bij oorlogen en conflicten. De media berichten bijna alle gruwelijkheden. Hierdoor neemt de angst toe. Er wordt een zondebok gezocht.
In veel gevallen is dat op het moment de Islam.

De Sunamistische verweet Elisa in eerste instantie toen haar kind gestorven was, dat hij dat geschenk maar nooit had moeten geven. Haar toekomst, haar zoon wordt achter gesloten deuren opgewekt. Jezus wekt de mensen op in het openbaar. Zijn leerlingen, de toekomst van de Zoon, moeten niet met koorts in bed blijven liggen. Hij blijft hen de hand reiken om op te staan en te dienen, ook na 70, door het krachtveld van zijn Geest.

De heraut van de keizer trekt door het land verkondigde het nieuws van zijn overwinningen. Marcus schrijft een tegen-evangelie, over de heraut van het koninkrijk van God. 
Jezus blijft ook niet op één plek. Hij trekt verder als een heraut om het goede nieuws te verkondigen. De vruchten van zijn leer met gezag, worden zichtbaar in zijn daden.
Zijn volgelingen worden geroepen om op te staan en als diakenen er te zijn in de wereld, zoals de schoonmoeder van Petrus. Niet alleen intern in eigen geloofsgemeenschap, maar vandaar uit elkaar ondersteunend in de eigen maatschappelijke context. Bestrijden van  de IS en alle andere brandhaarden, daar kunnen gewone mensen niet zoveel aan veranderen. Bidden is daarvoor de eerste mogelijkheid.
Iets doen aan de gevolgen.Gods hoop, zijn/ haar  handen en voeten zijn, in eigen context is de tweede. Mensen opvangen tegen de 'beesten' die hun bedreigen door de economische en politieke situaties  en hen niet aan hun lot overlaten. Zoals het zorgen  van de engelen, de schoonmoeder en later meerdere vrouwen.

Hier liggen aanknopingspunten voor bezinning op mogelijkheden voor veranderingen in de natuur, duurzaamheid, faire trade etc. Maar ook omtrent het bestrijden van vooroordelen over Islam, vluchtelingen, mensen die vanuit het buitenland hier werk zoeken. Door voorlichtingen en contacten, maar ook door misschien door de week een kerkzaal open te stellen, om als geloofsgemeenschap sprankjes van hoop te bieden.   Door middel van een beetje contact, een luisterend oor, een kopje koffie voor mensen in de buurt die dakloos zijn, geen werk of schulden hebben, vluchteling of illegaal zijn of een andere nood.  Zo kunnen mensen die elkaar anders nooit zouden ontmoeten met elkaar in contact komen, waardoor vooroordelen of leefwijze of geloofs-inspiratie ten aanzien van elkaar ook kunnen veranderen.

Door ervaringsdeskundigen wordt aangegeven, dat als er in het Westen geen contacten zijn en respect is voor mensen met een andere religie, met name de Islam, dat er hoe langer hoe meer mensen gaan denken dat een kalifaat een betere samenleving zal zijn dan bijvoorbeeld in Nederland. Terwijl juist Nederland bekend is als een land van vrijheid, respect en vrije meningsuiting. Om deze opvattingen als samenleving waar te laten blijven is het van belang dat christenen, humanisten, atheïsten, islamieten, joden etc. met elkaar in gesprek gaan. Geloofsgemeenschappen kunnen daartoe het initiatief nemen, of zich aansluiten bij de reeds bestaande initiatieven. Het gaat vanuit het perspectief van gemeenschapsopbouw erom dat zaken zoveel mogelijk geen individuele acties zijn, maar  minstens gedragen worden door, een gedeelte, van de geloofsgemeenschap. 'De beste manier om datgene te bereiken wat vandaag nog onmogelijk is, is datgene te doen wat vandaag al mogelijk is”. (Paulo Freire).

Héleen Broekema (TWG)

 

Naar Psalm 142.

Met de stem die ik had

riep ik mijn ziende aan;

ik maakte een gebed

met de stem die ik had.

Ik liet mijn klacht voor hem stromen

dat hij mijn benauwdheid zou zien.

Toen mijn geest in mijn kracht zou verzinken

werd mijn pad gezien,

waar strikken hadden gelegen

door velen gelegd.

Ik zag naar een rechterhand uit –

zal mensenhand mij kennen?

Mij stond geen toevlucht klaar,

geen mens weet mijn ziel.

Toen riep ik de ziende aan, zei:

weest u dan mijn hoop:

bij u ligt

het deel van mij dat leeft.

Sla acht op mijn geschreeuw,

die komt van zeer laag.

Immers, ik wordt achtervolgd

door wat sterker is.

Haal van mijn oog de tralies

dat ik u goed mag noemen

en wat mij omringde, rijkdom:

veelheid die u mij zag wedervaren.

 

Lloyd Haft