19 oktober 2014

5e zondag van de herfst 19 oktober 2014

DE ENE GOD, ZIJN VOLK EN DE HEERSERS

Hoe moeten we omgaan met de machthebbers, die schijnbaar doen wat ze willen? Een oude vraag: voor Israel en ook voor de volgelingen van Jezus. In de hele Schrift vind je daarop dit antwoord: de ENE is koning, er is niets buiten Hem om. Onze omgang met heersers staat in dit teken. Dat is het thema van de lezingen voor deze zondag.

Het is niet gemakkelijk dat te zien in de situatie van nu. De kranten staan vol van heersers die hun volkeren naar believen arm houden en zelfs doden, en die privileges uitdelen als hun dat uitkomt.Heersers die rechtvaardigheid nastreven en die hun volk aan het woord laten komen halen minder vaak het nieuws. Dit is in onze democratie wel het geval, ook al zijn er mensen die het onderspit delven. En er bestaan ook hier taboes waardoor niet iedereen gehoord wordt.Onze teksten gaan er over hoe je je als volk van de Ene God kunt verhouden tot machthebbers.
 

Psalm 93 De Ene is koning (geworden), vast staat nu de wereld, zij wankelt niet. Dit is een lied in het genre van troonsbestijging. Maar er staat ook: “Sinds eeuwig zijt Gij daar!” Zijn geboden zijn betrouwbaar. En hoe is dat met de geboden van hen die over ons regeren? voeg ik er aan toe. Het is de moeite deze psalm te lezen; hij heeft een poëtische zeggingskracht.

Jesaja 45 vers 1-7: Zo spreekt de Ene tot Kores, zijn gezalfde, die Ik bij de rechterhand heb gevat... Kores is Cyrus, Koresh in het Perzisch. In 550 v.Chr. wordt hij koning van de Meden en Perzen: hun gebied strekt zich uit over delen van het huidige Turkije en Iran. Het Babylonische Rijk houdt hiermee op te bestaan. Cyrus staat de gedeporteerde Judeërs toe terug te keren naar hun thuisland. Voor Jesaja maakt dat hem tot een door God uitverkoren heerser, omwille van “Jacob, mijn dienaar, en Israël, mijn uitverkorene.” De Ene wordt hier genoemd “de formeerder van het licht en de schepper van het duister, de maker van de vrede en de schepper van het kwaad.” 

Vóór we hier van schrikken: de Perzen hadden een God van het licht, Ahoera Mazda, en een God van het duister, Ahriman. De tweede Jesaja ziet in alles wat bestaat en leeft, in al het onvatbare kwaad, de hand van de Ene die het heil voorheeft met zijn mensen. Israël komt eerst, maar in hoofdstuk 49 zegt hij: “Ik stel u [Israel] aan om een licht voor de volken te zijn: Mijn heil moet reiken tot de uithoeken van de aarde.” Voor deze profeet is JHVH een God van vrede: Hij wil alles ten goede keren, ook in tijden van strijd. Uit de Schriften weten we van landverovering, slachtpartijen en deportaties: dat alles ligt ten grondslag aan de stichting van rijken en rijkjes, ook van Israel en later Israel en Juda. Maar bij bestudering van de Schriften wordt steeds duidelijker dat JHVH geen oorlogsgod is. Hij wil heil, shalom, voor alle mensen.

Mattheüs 22 vers 15-22: Geef aan de keizer wat van de keizer is, en geef aan God wat van God is! 

Judea is bezet gebied en wil weer vrij worden. De vrijheidsstrijders provoceren de Romeinen tot nog meer geweld. Jezus weent over Jeruzalem (Lukas-Evangelie 19 vers 41 vv): “Och, wist je op deze dag maar wat tot je vrede dient!” Volgens het verhaal in Hoofdstuk 22 gaan Farizeeërs en Herodianen een gelegenheidscoalitie aan om Jezus in de val te lokken. De Herodianen waren een politieke partij die wilde dat er iemand uit de dynastie van Herodes zou regeren, zonder Romeinse bezetting. De Farizeeërs waren religieus, en wilden liever geen Herodes en al helemaal geen Romeinen. Ze waren onderling niet altijd even vriendelijk gezind. Door de nood gedwongen moesten ze zich verstaan met de Romeinse bezetter. Een complexe situatie, zoals die zich voordoet in een bezet land. Samen stellen ze Jezus een strikvraag: “Moet je belasting betalen aan de Romeinse keizer?” Zelf wisten ze best dat er weinig anders opzat. Maar Jezus trapt niet in de valstrik: “Van wie is de afbeelding op je muntstuk?” ”Van de keizer.” “Geef dan aan de keizer wat van de keizer is, en geef aan God wat van God is.” Iets om over na te denken, want wat houdt dat in? Wat wil God van ons in tijden van bezetting? Wat moeten wij zeggen tegen mensen in situaties van bezetting en terreur? Of moeten we iets doen, misschien? Ik denk daarbij aan mensen van Peace Brigades International en Christian Peacemaker teams, die volwassenen en kinderen escorteren in situaties van geweld. Wij hebben geen recept om gewelddadige machten om te turnen, maar een persoonlijke en gemeenschappelijke inzet voor alternatieven is mogelijk. En laten we vooral laten zien hoe werkzaam die kunnen zijn. 

 Janna F. Postma