21 september 2014

14e zondag van de zomer 21 september 2014

Vredesweek.

Het thema: ‘Wapen je met vrede’ (ontwapening). De teksten van deze zondag zijn niet rechtstreeks aan dit thema te koppelen. Maar wie een spade dieper steekt, raakt wel aan een spiritualiteit – in Tenach en Nieuwe Testament – die ons innerlijk bij de weg van de vrede betrekt. De weg van gerechtigheid en vrede van de Eeuwige stelt de menselijke wegen steeds weer onder kritiek. 

Jesaja 55
Hier klinkt Gods nodiging om de vrede die Hij bereid heeft te zoeken (vs. 6). Dat is, na vervreemding en ballingschap, weer mogelijk in Jeruzalem! ‘De HEER’ zoeken is in deze context bijna synoniem met ‘opgaan tot het heiligdom’, volgens dr. Beuken. Tot omkeer worden diegenen geroepen (goddeloze en de man van bedrog) die zich aan Gods handelen niets gelegen laten liggen en niet in beweging komen. In Babel is geen toekomst, volg niet hardnekkig je eigen weg, maar waag een nieuw begin. Durf omdenken! En God zal zich over je ontfermen. De vrede ligt voor je, ga haar tegemoet!
Jesaja 55 is allereerst een heilswoord voor de terugkerende ballingen, maar wijst ook over de grenzen van Israël heen. Zie in dit verband Jes.2, waar de oproep klinkt naar Sion te gaan waar God zijn wegen zal wijzen, zodat geen volk het zwaard meer tegen een ander heft en de oorlog niet meer geleerd wordt (vs. 1-5).

Psalm 145
Deze psalm bezingt de goedheid van de Eeuwige en zijn bevrijdend koningschap. Gods handelen - Zijn ‘wegen’ – is rechtvaardig, brengt gerechtigheid voort. (vs. 17) Liefdevol staat er in hetzelfde vers. Het rijmt op het ‘rijkelijk vergeven’ van Jes. 55,7.

Epistellezing – Filippenzen 1 
Hier horen we woorden die de apostel schrijft met de dood voor ogen. Maar de grondtoon van de brief is blijdschap over het goede nieuws van Jezus dat ondanks alles voortgang vindt. Geen oproep je te wreken of uit de wereld terug te trekken, maar een leven te leiden dat het evangelie van Christus waardig is. ‘Wapen je met vrede’, zo zou je de oproep van de apostel kunnen vertalen.

De gelijkenis over de arbeiders van het elfde uur 
Matt. 20 gaat vooraf aan Jezus’ woorden over het lijden dat hem te wachten staat (20,18-19). Om Hem op zijn weg naar Jeruzalem te volgen, hebben de discipelen alles opgegeven: status, sociale zekerheid, de vertrouwde manier van geloven. Op hun inzet is niets aan te merken!
Voorafgaande aan de gelijkenis (19,16 vv) vertelt de evangelist over de ontmoeting met de rijke jongeman. ‘Ga uw bezit verkopen en geef het aan de armen... en volg Mij’, zegt Jezus. Hij vraagt hem niets anders dan wat de discipelen ook gedaan hebben: alles achterlaten om de weg van Jezus te gaan. Maar de rijke jongeman durft het waagstuk niet aan.
Zelfs de discipelen schrikken van Jezus’ woorden. ‘Wie kan er dan nog gered worden als de prijs zo hoog is?’, vragen ze zich af. Zeker, zelf hebben ze alles opgegeven, maar geldt dit ‘alles of niets’ ook voor deze sympathieke zoeker? En Jezus zegt: ‘Ja, want de rijke moet door het oog van de naald. Eersten zullen de laatsten zijn en de laatsten eersten.’ Deze wereld omgekeerd!
‘Maar wat is dan de beloning als je zoveel opgeeft’, vragen de discipelen zich af. Zo wordt er toch gedacht: hoe meer er van je gevraagd wordt, des te groter moet de beloning zijn. Het antwoord op de vraag naar de beloning horen we in de gelijkenis van de arbeiders van het elfde uur.

Bouwstenen

Omstreden goedheid

‘Wij hebben veel opgegeven. Wat is onze beloning?’
Bij bekende bijbelgedeelten - zeker bij gelijkenissen als deze – stuiten we op de moeilijkheid dat wij – en onze hoorders! – menen de ‘moraal’ van het verhaal al te kennen. We schrikken niet meer van de vreemdheid en de ‘onrechtvaardige’ gang van zaken.
In de gelijkenis ergeren de arbeiders zich - dat blijkt uit de reactie als er uitbetaald gaat worden - aan het willekeurig gedrag van de landeigenaar. Mensen die héél de dag gewerkt hebben - en dat moet niet onderschat worden: ze hebben de last van de dag en de brandende hitte verdragen - krijgen evenveel als de mensen die één uur gewerkt hebben. ‘En dat is niet eerlijk!’ De vakbondsvertegenwoordigers hebben hun advocaten al achter de hand. Onrecht! Maar Matteüs 20 is geen verhaal dat voor of tegen vakbondsoptreden pleit. Het is ook geen pleidooi voor ‘gelijke beloning voor alle mensen’, alsof dát rechtvaardig zou zijn als iedereen precies hetzelfde krijgt. Als je goed leest wordt er namelijk in Mattheus 20 niet gelijk beloond! Het uurloon van de ‘eersten’ is heel wat lager dan het uurloon van de ‘laatsten’. Niets gelijke behandeling. En om elke misverstand op deze Vredeszondag voor te zijn, kunnen Jezus’ woorden niet één op één toegepast worden op de vragen van oorlog en vrede.

Het geheim tevoorschijn luisteren
Er wordt wel gezegd dat Jezus’ onderwijs zo eenvoudig was, omdat hij met gelijkenissen uit het dagelijks leven werkte. Over het gewone leven gaan ze zeker, maar in hun eenvoud verbergen ze een geheim. Een geheim dat Jezus aanduidt met ‘Rijk van God’. Het is de manifestatie van Gods ‘weerloze overmacht’, zoals de theoloog H. Berkhof het noemde.
Onder de heerschappij van de Eeuwige gaat het anders toe dan onder ons mensen. Niet onze menselijke aspiraties en behoefte aan erkenning staan daarin centraal, maar Gods genadevolle toewending naar zijn zuchtende schepping/schepsel. Zolang de ‘sjaloom’ uitblijft zal Hij niet rusten (Jesaja 42,4-6),
Jezus vertelt dat ogenschijnlijk zo simpele verhaal van de landeigenaar die 's morgens arbeiders huurt. Zo ging dat: elke dag werden arbeider gehuurd en 's avonds kreeg men uitbetaald. In de wet van Mozes staat immers dat je het loon van een arbeider geen nacht mocht vast houden.
Ze komen ‘s morgens een dagloon van een denarie overeen. Het is het dagloon van een goedbetaalde arbeider in die tijd. Men kon er bijvoorbeeld een schaap voor kopen.
Wie weet was het, vergeleken met andere eigenaars van wijngaarden, wel goed betaald. Maar deze gelijkenis gaat niet over de richtlijnen voor een cao.
Al lezend - ‘de beloning zal rechtvaardig zijn’ (vs. 4) – horen we een belangrijk bijbels grondwoord. Het is volgens 1 Joh. 1,9 Gods rechtvaardigheid die de grond is van de vergeving van zonden. De landeigenaar heeft de trekken van de rechtvaardige God, die rijkelijk (ver)geeft, zoals we in Jes. 55 hoorden.

Ons recht laten gelden
Aan het eind van de dag ontvangen de arbeiders van het eerste uur - die vroeg begonnen zijn - een dagloon. Inderdaad, de heer (kurios !) van de wijngaard doet hen geen onrecht! Voor wie thuis is in de Schriften resoneert hier de profetische prediking waarin Israël de wijngaard is en de Eeuwige (‘Kurios’) de eigenaar die verwacht dat de wijngaard vruchten voortbrengt (Jesaja 5,7). Terug naar de gelijkenis: wat met de arbeiders overeengekomen is ontvangen ze.
Maar van hun gezichten valt af te lezen dat hen onrecht is aangedaan. Waarom die boosheid? Omdat de anderen hetzelfde krijgen! Terwijl die er maar een uur of slechts enkele uren voor gewerkt hebben.
‘U behandelt hen zoals u ons behandelt’, zeggen ze. En dat is het ergste wat ons mensen blijkbaar kan overkomen: gelijk gesteld te worden met anderen. Wij willen onszelf altijd onderscheiden of onderscheiden worden. Als onrecht wordt ervaren als mensen het ‘recht’ op méér onthouden wordt. Waarom ervaren mensen dat zo? Omdat zij menen dat wie meer doet recht heeft op een groter deel van de koek van het leven. Het is de wortel van de onvrede: zorg dat je niet te kort komt!
Maar in de dienst van de Heer van het Rijk Gods gaat het er nu juist niet om dat wij onze rechten kunnen doen gelden. Dat wij zouden kunnen zeggen: Wij hebben meer geleerd. Wij hebben meer gegeven - in de collecte, aan kerkelijke bijdrage of Kerkbalans. Wij hebben meer gebeden: wij zijn vromer. Wij hebben meer losgelaten: denk aan de discipelen die hun netten en hun schepen hadden achter gelaten. Daarom hebben wij recht op meer dan anderen! ‘Laat ons maar links en rechts van uw troon zitten’ (Matt. 20,21), Het aanstootgevende van de gelijkenissen van het Rijk Gods is dat daarin een God wordt verkondigd die geen boekhouder is. Een God die zichzelf niet rijk rekent, maar gekomen is als dienaar (Matt. 20,28). Uitslovers en ‘hard werkende Nederlanders’ staan bij Hem niet hoger aangeschreven dan wie aarzelen of kansarm zijn.

Gods goedheid delen
In de invloedssfeer van de Eeuwige (Rijk Gods) bestaat onze vreugde niet in wat en hoeveel we allemaal wel doen. De pijn van baanverlies is niet allereerst dat het werk weg valt, maar dat je niet meer nodig bent! Als er niemand is die een beroep op je doet, niemand is die je nodig heeft - ik denk aan 55 plussers of jongeren die zich suf solliciteren - wat is dat dan niet erg. Als je niet (meer) nodig bent, dan wordt je helemaal op jezelf teruggeworpen en gaat aan jezelf twijfelen. ‘Waar deug ik voor’, ‘Waar leef ik voor?’ ‘Wie ziet er iets in mij?’ 
De vreugde van het evangelie is dat we gezien zijn, er is iemand is die ons roept. Jezus vertelt dat er iemand naar de markt van het leven is gekomen waar mensen werkloos staan. In ons woord be-roep horen we daar nog steeds iets van terug: geroepen worden tot... Zeker, er moet ook geld verdiend worden, maar wat wezenlijk is in ons levensopdracht valt niet in geld uit te drukken. 
Het gevaar - dat ons allemaal bedreigt - is dat je bijna zou vergeten dat het daarom gaat. Wij mogen delen in/van de goedheid van onze Heer. Ons geloof is, als we wat ouder zijn, door de hitte en de kou van het leven gegaan. Mensen kunnen dat gaan zien als eigen verdienste: ‘Ik heb mijn hoofd boven water gehouden’. En wat op die lange weg verworven is wil men niet meer delen. Dan zie je de ander als concurrent van eigen geluk. Gelijke behandeling, wat schiet ik daar mee op?

Als God ons gelijk behandelt, dan zit het ‘gelijke’ daarin dat Hij goed voor alle mensen wil zijn. Wat een geluk dat we niet de gelijke behandeling krijgen waarop we recht menen te hebben! Werd iedereen naar verdienste behandeld in de wijngaard van de Heer, wat zou het een vreugdeloze boel zijn. Het zou een ‘baantje’ worden, overgeleverd aan de cultuur van stukloon, tijdelijke contracten en bonusjacht. Onder Gods heerschappij worden we geroepen anderen te laten delen in de goedheid van de Heer. Dat is roeping en beloning in één.

Pelgrims naar de vrede
‘Wapen je met vrede’ is het thema van de Vredesweek. Hoe maken we de gelijkenis vruchtbaar voor onze vredesinzet? Matteüs wil ons bevrijden uit onze vooringenomen posities. De heren en heersers in deze wereld (zie 1 Kor. 8,5-6) misbruiken hun vrijheid om wegen van geweld en onrecht te gaan. Wie maakt ze wat!? Van de heer in de gelijkenis wordt gezegd dat het hem vrijstaat goed te doen! Hij is een rechtvaardige die onverplicht, onverwacht goed doet. Die vrijheid is geen willekeur, maar juist het afwijzen van elke menselijke willekeur.
Want als er iets willekeurig is, is het wel de manier waarop wij geneigd zijn onszelf met anderen vergelijken. Onszelf daarmee (voor)rechten aanmatigend die ons niet toekomen en anderen tekort doen. Dat is de bron van onrecht en conflicten.
Maar de Eeuwige geheel anders! Hij doet geen onrecht: Hij schenkt wat Hij belooft en rijkelijk! ‘Jullie wegen zijn niet mijn wegen’, zegt de profeet namens God. Méér dan het levensonderhoud (dagloon) schenkt Hij. Want zijn roeping verlicht onze ogen en doet ons elkaar als medepelgrims zien die de vrede voor ogen hebben. Hij schenkt ons Zijn dagelijks brood en tegelijk schenkt Hij ons aan elkaar om Zijn gaven te delen en zo vrede te vermenigvuldigen.

Gebed

Geef nieuw leven

Gij, in Christus levenwekkend nabij gekomen,
vernieuw ons bestaan met uw leven brengend water.
Sta ons bij, dat wij onze levensdorst niet lessen
uit de echoputten van gemakzuchtig napraten
en onze zekerheden niet bouwen op geld en goed.
Zendt ons Uw Geest van voorspraak en tegenwind,
om te helen wat verdeeld is door twist en haat.
Spreek uw Woord in onze nacht van vervreemding
en laat uw Leven sterker zijn dan wat mensen verdeelt.

Geef ons uw Geestkracht om geduldig te bouwen aan vrede
en breng aan het licht hoeveel waardevols mensen samen delen.
Kom, Schepper Geest, wees onze bron voor nu en altijd!

Rob van Essen
Gepubliceerd in ‘Kerugma’, uitg. Gooi en Sticht/VBK media, Utrecht.  Jaargang 57, nr. 4.

Literatuur: De prediking van het Oude Testament, Jesaja deel IIb, dr. W.A.M. Beuken. Callenbach 1983 
Website: http://www.ministerievanvrede.nl/vredesweek

Drs. Rob van Essen, Emeritus predikant, publicist.Kolk 11, 2611 KC te Delft
Email: robvan.essen@hccnet.nl