14 september 2014

13e Zondag van de zomer 14 September 2014

Als het kwaad goede mensen treft, is er verontwaardiging, onmacht, vragen waarom. Er ontwikkelen zich nieuwe rituelen, zowel in als buiten geloofsgemeenschappen. Hoe zouden Christenen betreffende goed en kwaad in hun leefomgeving kunnen handelen?.

Inleiding.

Een gedragscode en spelregels zijn nodig om leden van een groep te kunnen aanspreken als groep. 
Joden hebben de tien woorden. Tot op heden nog steeds bestudeerd in commentaren op commentaren. Zo vinden zij ook nu nog antwoorden op contextuele vragen.
Matteüs en Paulus gaven de eerste Christenen richtlijnen voor het leven onderling. Deze stoelden ze op de joodse wortels. Zij interpreteerden deze aan hun overgeleverde voorbeelden door Jezus' bevrijdend handelen. Jezus verwierp de 10 woorden niet, maar gaf er een andere praktisch dynamische invulling aan. Dit in tegenstelling tot de uitleg die Farizeeën en Schriftgeleerden er in die tijd aan gaven: Gij zult niet…. Terwijl de Schrift beschreef: omdat ik uw bevrijder ben, leef dan als volgt….

De gelezen teksten illustreren hoe langzaam veranderingsprocessen verlopen. Hoe mensen steeds weer zich moeten bezinnen op hun praxis om te leven naar de richtlijnen in de Geest van God en Jezus.

Ex 32,7-14,
Context: in ex.20 heeft God zich bekend gemaakt als de God die het volk bevrijd heeft uit Egypte. Zoals bij iedere bevrijder, in die tijd, wordt beschreven dat God spelregels opstelt. Het volk heeft ingestemd met de daarbij horende leefregels. Nadrukkelijk staat daarin geen goden beelden maken van goud of zilver om die naast mij te vereren (20.3). Mozes krijgt de opdracht, voor de ondertekening van de verbondsluiting en ontvangst van de tabletten/ de overeenkomst, de berg Sinaï op te gaan. Waar hij een lange rij instructies ontvangt over de uitwerking in de praktijk en de inrichting van deze godsdienst. Mozes blijft lang weg. Het volk is het wachten zat en vraagt haar leidende priester Aaron en andere god te scheppen, een stierkalf,die hen voortaan voor kan gaan op hun weg. Aaron kan deze vraag niet weerstaan.
De woede van God, het pleit van Mozes. (de woede van Mozes).
32.7-14, bestaat uit drie delen.
7.8.De woede van God uit zich in het taalgebruik. Jouw volk, (niet mijn het volk) dat jij uit Egypte geleid heb, misdraagt zich! (NBG)/ het verdorven heeft (NBV) Mijn woede zal hen verdelgen. Daal af./ ga terug. Weg wezen dus! 
9-10. God is klaar met zijn inspanningen voor dit hardnekkige volk. .... jij, u/jou maken tot groot volk. Mozes gaat een dialoog aan met God.
11-14 Pleit van Mozes. En afwijzing hem tot groot volk te maken. Hij komt voor het volk op, zoals Abraham voor Sodom. “Uw eigen volk verdelgen. Wat zouden de Egyptenaren daar van vinden?” Hij roept God op tot God bekering. “God heb berouw, wees niet langer toornig, zie ervan af onheil over uw volk te brengen. Denk toch aan uw belofte aan Abraham, Isaak en Israël (niet Jacob!)”. Dan ziet God af van dit plan voor zijn volk.
15. Dan pas gehoorzaamt Mozes aan Gods opdracht, hij keert zich om en gaat de berg af.
Context. Dan uit Mozes zijn woede door het stuk gooien van de stenen platen met de tekst van de 10 woorden.
Stierkalf verering. Het verhaal betreffende de verering van het ‘gouden kalf’ is terecht gekomen bij de hoofdstukken over de gave van de tien woorden en de verbondsluiting. Het illustreert hoe moeilijk het is de voorschriften van de Tora te houden. Een voortdurend proces om God te dienen, te midden van alle twijfel en onzekerheden in het leven van alle dag te midden van de volken. 
Een stierkalf, het symbool van potentie en macht, verering hiervan vond in veel omringende volken plaats.
Over stierkalf verering wordt geschreven in verhalen over koning Jerobeam. Hij verleidt het volk tot deze zonde. Door de afscheiding van het 10 stammen rijk was er geen tempel meer. Uit angst voor terugval, van het volk, op het koningschap van David, maakt hij vereringspunten op de noord en zuid grens in Bethel en Dan (1 kon.12.26vv). Een dergelijk verhaal staat in Hosea (13.2vv) over het einde van Efraïm. Met verwijzing naar het uittocht verhaal en de zonde door Efraïm nu bedreven. Dit duidt waarschijnlijk op de slapheid van de priesterkaste, die na de ballingschap de macht in handen had en kennelijk de eisen van het volk niet kon weerstaan, zoals ook Aaron.
Symbolen van macht en potentie, als gouden kalveren die, noch door politici, noch door anderen, weerstaan worden, zijn ook vandaag nog aan de orde van de dag. Zoals: de markteconomie, het consumentisme, (burger)oorlogen en twisten, wapenhandel, (economisch)racisme, antisemitisme, schending van oorlogs- en mensenrechten, mensenhandel etc.

 

Mat. 18.15-20. (Rom 12.9-21).

Matteüs baseert zijn verhalen over Jezus op de gebeurtenissen, zoals hem bekend in de Joodse geschriften. Daarin worden verhalen beschreven hoe God in eerste instantie optrok met Abraham, Isaak en Jakob (Israël). God, die de nakomelingen van Jacob, de Israëlieten, uit Egypte bevrijde. Steeds weer gingen er dingen mis tussen God en zijn volk. De kracht van de kern van het volk bestond er uit dat zij, ook in de vreemde, vanuit de Tora bleven leven. God belooft een nieuwe bevrijder, een Messias. Matteüs wil, na de val van Jeruzalem, duidelijk maken dat Jezus deze Messias is. Zodoende zal de kracht van het volk de hernieuwde kracht van Jezus moeten zijn.

In vers 15-20 wordt een gesprek beschreven van Jezus met zijn leerlingen. De leerlingen denken, conform de samenleving, in hiërarchische patronen. Zij vragen naar de grootste in het koninkrijk van de hemel. De hemel is een van de vele namen van God! Jezus, geeft dus antwoord over het gedrag van de leerlingen in de samenleving van mensen, broeders en zusters, onderling. In gerechtigheid en vrede samenleven daar ging het al na de uittocht over, samenleven binnen de grenzen van de Tora, in het koninkrijk van God, dat is en komende is. God wil niet dat één van de geringste mensen verloren gaat (14). Dus als een van je broeders of zusters, tegen je zondigt. Spreek die persoon er dan op aan. Als dat niet lukt doe het dan met twee mensen erbij vanuit je geloofsgemeenschap en als dat niet lukt betrek dan de hele gemeente erbij. Lukt dat nog niet behandel hem dan als een heiden of een tollenaar. En contextuele zin zoals de samenleving toen op deze reageerde. In andere verhalen wordt verteld dat Jezus ook met heidenen/anders denkende en tollenaars in gesprek gaat en met hen eet, liefdevol en heilzaam.

Ook Paulus gaf 20 jaar eerder al instructies aan de gemeente van Rome: doe het goed, geef oprechte liefde, verafschuw het kwaad, vergeld geen met kwaad, bestrijd vijanden niet, geef ze te eten en te drinken. Dit zal een andere reactie bij hen teweeg brengen. Weet je ertoe in staat want de gave daartoe die heeft God gegeven.

Hoe gebruikt een geloofsgemeenschap de gave die God gegeven heeft door zich te wapenen met vrede.

‘Wapen je met vrede’ is het thema van de vredesweek die volgende week begint. Wapenen met vrede is geen individuele zaak. Om je met vrede te bewapenen tegen zonde en kwaad is oefening nodig. Dat kunnen leden van een geloofsgemeenschap gezamenlijk. Geloofsgemeenschappen zijn groepen met een achtergrond. Er zijn verschillende gaven in vertegenwoordigd. In de geloofsgemeenschap kunnen mensen elkaar ontmoeten van uit de verhalen van het verleden. Zoekend hoe het nu anders zou kunnen met betrekking tot de toekomst in het krachtveld van Gods Geest, naar de voorbeelden van God en de praktijk van Jezus. Van hieruit kunnen mensen elkaar helpen een visie te krijgen op situaties van ongerechtigheid, die tot onvrede en haat kunnen leiden. Naast gebed zullen keuzes gemaakt moeten worden, wat gezamenlijk aangepakt zou kunnen worden in de samenleving. Traditioneel ging het, als eerste, om het heil van de gelovigen en het doen van de werken van barmhartigheid (mat.25). De context waarin geloofsgemeenschappen nu leven is anders dan in de tijd van Matteüs en Paulus. Nu gaat het er om als geloofsgemeenschap midden in de moderne leefwereld te staan.

Vanuit de geloofsinspiratie kan er naar buiten getreden worden, om in wereldlijk taalgebruik in de omgeving zich bij anderen aan te sluiten of contact te zoeken met anderen om te werken aan vrede. God heeft gaven gegeven aan alle schepselen. Samen delen met mensen buiten de geloofsgemeenschap kan tot vruchtbare samenwerking leiden. Politiek zijn mensen als Mozes nodig die volken kunnen leiden. Gezamenlijk kan actie ondernomen worden t.a.v. zonde en kwaad: economisch en politiek. Gelovigen zijn eveneens een onderdeel in hun denken en doen van macht en potentie.

Een moeilijke opgave. Sinds 9/11 is er veel in de wereld veranderd. ‘War against Terror’, revoluties en onrust in het Midden Oosten, steeds korte oorlogen tussen Israël en Hamas, economische crisis. Bonje in Oekraïne verschillen in Oost en West en annexatie van de Krim. De oorlog kwam twee maanden geleden wel heel dicht bij. WH17 werd uit de lucht gehaald, 298 doden. Heel Nederland was er, door middel van gevoelens van onmacht, woede, verdriet, verschillende rituelen, en nationale rouw, bij betrokken. Toen werd er veel met elkaar gedeeld. Er werd heel verschillend gedacht over het wijze besluit van het kabinet de Oekraïne missie niet te bewapenen. Je wapenen met vrede wordt steeds actueler nu er voor en tegen demonstraties plaats vinden inzake ISIS en Israël /Hamas, nu duizenden moslims en christenen in Irak bedreigd worden. Amerika, Engeland en Frankrijk gaan humanitair ingrijpen. Nederland stelt geld beschikbaar. Poetin sluit de grenzen voor handelswaar uit de EU. En dit alles vond plaats in de dagen van de herdenkingen van de Grote oorlog en Hiroshima en Nagasaki. Wat er ook verder nog zal plaats vinden het blijft noodzaak om op te staan tegen macht en geweld dat onrecht veroorzaakt.

In de eerste instantie is het nodig gezamenlijk te blijven protesteren tegen wapenhandel, militair ingrijpen. Geweld roept geweld op. In eigen omgeving is het misschien mogelijk nabestaande van de WH17 te blijven steunen in hun verlies en de telers bij te staan door meer van hun producten in Nederland te kopen. Vluchtelingen op te vangen. En mensen met verschillende meningen met elkaar in contact te brengen, zodat mensen aan elkaar hun verhalen kunnen vertellen om zodoende begrip voor elkaar te krijgen. Je gezamenlijk wapen met vrede, tegen zonde en kwaad, houdt in : samen mogelijkheden hiertoe proberen te creëren. Het gaat dus om, zowel gezamenlijk als privé keuzes te maken. Niet voor eigen macht/geld en potentie/geweld. Het gaat erom de gouden kalveren te benoemen en te bezien hoe een samenleving opgebouwd kan worden waarin mensen tot hun recht komen, te beginnen in eigen omgeving. Dit omdat we naast vieren en bidden, samen brood mogen delen en zodoende de kracht ontvangen te delen met de wereld. Niet de belangrijkste mens willen zijn, maar het tot zegen proberen te zijn is de belangrijkste taak in het Koninkrijk van God dat is en komende is.

Laat uw woorden in ons branden, als een vuur voor hart en handen. (ps.119.40 Liedboek zingen en bidden in huis en kerk)

Héleen Broekema (TWG)