20 juli 2014

5e zondag van de zomer 20 Juli 2014

Psalm 86: Luister naar mij, Heer, bescherm mij en wijs mij Uw weg!

Gods goedheid. Tegenover de hulpzoekende mens.
En onze onderlinge uitsluiting dan?
De schokkende gebeurtenissen van de afgelopen tijd in Israel/Palestina maken deze psalm pas echt aangrijpend.

  • Heeft niet de Christen-Palestijn Daoud een aanhoudend beroep gedaan op de wet die hem recht gaf op zijn land? En toch werden zijn vruchtbomen verwoest.
  • Hebben niet Christian Peacemaker Teams, Peace Brigades International en EAPPI van de Wereldraad van Kerken zich ingezet voor rechtvaardige verhoudingen?
  • En was er niet een christelijk Kairos-document, waarin een rechtvaardige uitweg werd gezocht?


“Doe aan mij, ons een teken ten goede” bidt de psalmist. De ouders van vermoorde tieners uit beide kampen troostten elkaar. Dit gaat allemaal niet buiten ons om, hier in de Noordelijke landen.

Jesaja 40 vers 12-25 Hier gaat het over de grootheid van God. Het hoofdstuk begint met de woorden over de vreugdebode: “Spreek tot het hart van Jeruzalem, dat haar strijd vervuld is, haar ongerechtigheid geboet.” Het volk mag terugkeren uit de ballingschap. God is als een herder voor zijn schapen. 
Vervolgens gaat het alleen nog over Zijn majesteit. En die gaat ons begrip te boven. Geen enkel beeld dat wij maken van hem kan Hem bevatten: “Wie mat de wateren in Zijn holle hand…?”(vers 12-14) Misschien wordt dit besef pas herkenbaar voor ons, als we ons realiseren hoe klein de aarde is in de kosmos- of we nu in God geloven of niet. Wie kan zichzelf, de eigen cultuur, het eigen volk dan nog absoluut stellen? Eigenlijk moet je in deze dagen het slot van het hoofdstuk er bij lezen, waar sprake is van jonge jongens die omvallen. Maar wie hopen op de Ene, krijgen nieuwe kracht!

Mattheüs 13: 24-30 en 36-43 Jezus vertelt een gelijkenis over het hemels Koninkrijk. Een goed mens zaait tarwe in zijn akker. Dan komt er iemand met kwade bedoelingen die er wilde planten (“raaigras “ volgens de Naardense Vertaling) tussen zaait. Jezus laat de werkers op het land aan de eigenaar vragen of ze dat er niet uit moeten wieden. Maar de eigenaar wil alles met elkaar laten uitgroeien tot de oogst: je zou de tarwe mee kunnen uitrukken! Je kunt ook voorzichtig wieden – dat zal elke tuinman, tuinvrouw of tuinkind met mij eens zijn.
Het is natuurlijk een gelijkenis: De akker is de wereld, de mensenwereld. Jezus bedoelt dat je voorzichtig moet zijn, want anders ruk je de “kinderen van het Koninkrijk” er uit, samen met de “kinderen van de Boze.” En Hij, de zoon van de mensen, heeft zelf de tarwe gezaaid. Jezus rekent met een oogst aan het einde van de tijden: dan zal het onderscheid duidelijk worden.
Wat kunnen wij ons voorstellen bij zo’n oordeel aan het eind van de tijden? Hoeveel tarwe is er dan intussen niet gestikt in het onkruid? Moeten we daar niet eerder iets aan gaan doen? En dan zitten we midden in een, o zo vertrouwd, dilemma: moet er niet een macht van buiten ingrijpen als een volk verstikt wordt door “kinderen van de Boze?” En toch, het is in de geest van Jezus om de groeikracht van de tarwe te versterken! Dat laatste ligt dus op de weg van Zijn volgelingen. Dat is niet gemakkelijk. Want we staan niet op een afstand te kijken, we zitten er midden tussen. En toch zoeken wij naar een andere weg om de tarwe te laten groeien tussen het onkruid.

Janna F. Postma