10 augustus 2014

8e zondag van de Zomer 10 augustus 2014

Enige gedachten bij: Jona 2.2-11, Mat.14.22-33, Ps. 29
Elk volk en elk mens schept eigen goden. Joden en Christenen zijn door God geroepen handen en voeten te geven aan zijn schepping, zodat alle mensen tot hun recht komen. Joden zijn door hun geboorte Jood. Christenen zijn op de een of andere manier tot het christendom toegetreden. Voor beide is de vraag of zij zich bewust willen zijn van hun opdracht.

Jona moet gehoor geven aan zijn roeping hij vlucht daarvoor weg. Hij moet overboord gegooid worden waardoor de chaos die hij veroorzaakt heeft opgeheven wordt. De wind gaat dan liggen. Om zijn vertrouwen in God te herkrijgen, heeft hij lange tijd nodig.
De leerlingen zijn bevangen door angst en vrees voor het water. Petrus is het voorbeeld van een aarzelend mens die zijn vertrouwen in Jezus, doordat hij de omgeving waarneemt, verliest. Met Jezus - aan boord - verandert alles.

Betreffende het wonder van Jona in de vis en het lopen van Jezus en Petrus over het water zijn heel veel speculaties en verklaringen gegeven. In wezen gaat het over heel iets anders. Het negeren van de roeping, de leerschool van het leven, het vertrouwen in God, de relatie tussen God en Jezus.
Dit zijn dus geen wonderen, maar verhalen over het leerproces van Joden en volgelingen van Jezus..

Jona 2.2-11. Het boek Jona behoort tot de 12 kleine profeten. Het zou een verhaal kunnen zijn over de vele profeten, maar ook over het volk en hun leiders, die hun opdracht verzaakten om in woord en daad de Tora te praktiseren. Dit niet alleen t.oz.v. eigen volk, maar ook ten opzichten van de gojim, de omringende volken. Jona, is eigenlijk geen boek waarvan alleen een hoofdstuk gelezen kan worden. 
In de context wordt verteld dat Jona de opdracht van God, uit de weg gaat. Hij vlucht niet alleen, maar valt ook in een diepe slaap. Vlucht/diepe slaap betekent: dood willen zijn voor zijn opdracht. Hij trekt zich niets aan van de storm om hem heen. Zijn opdracht verzaken, er voor wegvluchten, leidt tot een chaos waarin onwetenden meegesleept worden. Als de scheepslieden Jona wekken vertelt hij wie hij is en dat hij vlucht voor Gods opdracht. Als oplossing geeft Jona aan hem overboord te zetten, dan zal de storm gaan liggen. De zeelieden roepen Jona's God aan als dank voor hun verlossing. Jona wordt opgeslokt door een vis.

In hoofdstuk twee wordt verteld hoe Jona, langzaam, na drie dagen en drie nachten, - zijn eigen duidternis - vanuit zijn beklemming tot God angstig schreeuwt en belijd hoe ver hij van God verwijderd is. God is`op de berg, hij aan de wortels. God hoort. Jona kan daarna Gods lof zingen Hij vertrouwt weer op de Heer die redt. De vis spuugt hem uit. Hij mag het licht weer zien. Context. Op nieuw de opdracht. Vluchten kan niet meer.

Mat.14.22-33, Matteüs schrijft zijn evangelie waarschijnlijk rondom 80 na Chr. In 70 is Jeruzalem gevallen. De eerste Christenen verwachten een spoedige wederkomst van Jezus, deze blijft uit. Hij wil hen bemoedigen met ervaringen van de leerlingen met Jezus. Hoe de ogen van de leerlingen langzaam geopend worden voor de woorden en daden van Jezus, opdat zij dat in hun praktijk zullen kunnen doorgeven aan alle volken. Hij kent zijn Tenach en wil laten zien dat Jezus de vervulling is van Gods belofte daarin gedaan. En daarmee aantonen dat Jezus werkelijk de Messias is.
Context: Jezus is geschokt door de dood van Johannes de Doper. Hij wil alleen zijn, maar de menigte kruist zijn weg en doet een appèl op hem. Dat appèl geeft hij voorrang. Hij geneest en geeft hen te eten. (Het vermenigvuldigde brood doet denken aan Manna, de vis aan kwartels). Daarna komt Jezus echt voor zich zelf op.

22. Jezus stuurt de leerlingen het meer op, de menigte weg. En gaat de berg op om te bidden. Op het meer steekt een heftige tegenwind op. Zoals vaak in het leven van mensen. In het duister, alle hens aan dek, een strijd tegen het water, de chaos. En dan, aan het eind van de nacht, in het ochtendgloren, is er een gestalte te zien. De eerste reactie is een spook. Nog meer angst, paniek zelfs. Dan horen ze Jezus zeggen: blijf kalm, ik ben het. Petrus, maakt geen analyse van de situatie, maar vraagt spontaan over het water naar Jezus toe te mogen komen. Als hij de wind voelt, is zijn vertrouwen weg, hij wordt klein gelovig en zinkt. Roept om redding, Jezus steekt zijn hand uit. Met Jezus aan boord, gaat de wind liggen, wijkt de chaos. In de boot belijden de anderen: “u bent waarlijk de zoon van God”.

Waarom deze belijdenis?  Matteüs brengt door dit verhaal teksten uit de Tenach in herinnering. God is schepper van hemel en aarde. “Bijv: Hij spant het hemelgewelf, hij alleen en wandelt op de hoog oprijzende zee. (Job 9.8): Door de zee liep uw weg, door de wijde wateren uw pad, maar uw voetsporen bleven onzichtbaar. (Ps.77.20): De stem van God is boven de wateren (Ps 29)”. De leerlingen refereren dus aan het feit dat Jezus Gods zoon moet zijn, omdat hij doet wat ook aan God toegeschreven is, op het water wandelt en dat beheerst. Zo worden door middel van een verhaal de eigenschappen van Jezus, zowel als die van God geïllustreerd. Jezus, moet dus wel Gods zoon zijn, de beloofde Messias. Het gaat dus om een conclusie, niet om een wonderverhaal!

Wereldbeeld. Het wereld beeld in de oudheid was verticaal. God van de hemelen, woont op de berg. De mens op aarde. De zeeën onder de aarde, als onbekende, onberekenbare, de chaos, het rijk van de dood, de onderwereld waar het kan spoken.
Een later wereldbeeld. God woont bij de mensen en trekt met hen mee. Zij hebben de verantwoording voor de wereld om er geen chaos van te maken, te trachten mee te werken de schepping in stand te houden of te herstellen.

De wind is ook symbool van Gods Geest van voor het begin al zwevend over de wateren.(gen 1) Gods begeleidt zijn schepselen, die op hem vertrouwen. Dat gaat nog al eens mis. Toch is God aanwezig. Storm en wind zijn vaak symbolen van zijn aanwezigheid, maar hij antwoordt in de stilte in de verhalen. Nu via mensen. In Gods Geest worden Jezus en zijn leerlingen gezonden. Tot op vandaag mogen Christenen zich bewust zijn te leven in het krachtveld van Gods Geest.

Angst en vrees Dat herkent iedereen in het leven bij zichzelf en anderen. Dagelijks zijn er berichten van vluchtelingen, op de vlucht niet voor zichzelf, maar door politiek veroorzaakte chaos. Zij staan angst en vrees uit tijdens hun vlucht, in de wankele bootjes op zee, maar ook in de vele vluchtelingenkampen.

Belijden, Bidden, danken, bezinnen, bewustzijn, vertrouwen. 
Hoe gaan gelovigen individueel en als geloofsgemeenschap om met hun twijfels en vertrouwen jegens God?

  • Hoe met de levenslange opdracht er aan mee te werken dat alle mensen, op aarde, tot hun recht komen, ongeacht hun religie of levensovertuiging?
  • God liefhebben en je naaste als jezelf, is niet zomaar iets, het moet liefde, compassie – van binnen uit – zijn voor mensen of zaken die op je weg komen.
  • Iedereen heeft daarin eigen gave en mogelijkheden. Als iedereen roept, zoals de veel gehoorde kreet:” het komt wel goed”, dan gebeurt er in wezen niets.
  • Hoeveel spoken, leeuwen en beren zien mensen op hun levensweg bij zich zelf en in de wereld.
  • Hoe wordt er mee omgegaan en waar ervaren mensen steun van anderen (met een gevoel, als ‘van God’).

Geloven en belijden, is niet iets eenmaligs. Het bestaat niet alleen uit kerkbezoek en op gezette tijden bidden en danken. Kerkbezoek is een middel om met elkaar bewust te worden dat alles nooit gaat zoals mensen het zouden moeten doen, Er is Kyrie, maar ook gloria, vanuit het bewust zijn, dat het anders kan, anders zou moeten. Bovendien is er de mogelijkheid om samen te delen aan de tafel van de Heer. Als een versterking om te delen met de wereld om ons heen en verder weg. Naast de vieringen is het belangrijk elkaar te ontmoeten in groepjes. Elkaar te vormen en toe te rusten voor taken in de wereld, daarin keuzes te leren maken, elkaar te troosten en te bemoedigen.

Bidden en danken is meer dan dit alleen op gezette tijden doen,. Het is een vorm van erop bezinnen en bewust zijn wat er gebeurt met ons zelf en anderen in de rustige of woelige baren van de levenszee. Het kan ook een verzuchting zijn van vrees, angst, verdriet of dankbaarheid in een ‘theedoek’, ‘achter het stuur of een PC’, of tijdens een wandeling. Even een gedachte aan anderen, even stilstaan als er wat gegeten of gedronken wordt (zoals in de joodse traditie of de mindfulness). Of bij de ‘glimlach’ die gegeven of ontvangen werd. Want handen en voeten van God zijn slechts die van mensen. Liefde te verspreiden, in woord en daad, naar de naaste en een stem te verheffen tegen onrecht is een levenslang leerproces, met vallen en opstaan. Het gaat in eerste instantie om kleine dingen, die elk mens- als beeld van God - zou kunnen doen. Meewerken als vrijwilliger of professional aan omvattender zaken is een keuze of soms zomaar een appèl dat op je weg komt van uit een situatie of de vraag van anderen. Het is allemaal mensen werk, hoe vaak ook onvermogend en beschamend. Toch is vertrouwen mogelijk dat God , steeds weer, roept om onverwachte wegen te bewandelen. Christenen kunnen dingen doen waarvan ze zich bewust zijn dat te doen vanuit hun christen zijn. Het is alleen een ander die kan beoordelen of het bijgedragen heeft aan hulp of verandering, als een hand van God.

Héleen Broekema (TWG)

Een geloofsbelijdenis voor onderweg.

Ik geloof in een God die liefde is
en die de aarde heeft toevertrouwd aan alle mensen.
Ik geloof in Jezus Christus
die gekomen is om ons heel te maken
om ons te bevrijden van alle onderdrukking.
Ik geloof in de Geest van God
die werkt in en door allen die zich toekeren naar de waarheid.
Ik geloof in de gemeenschap van gelovigen
die geroepen is tot dienst aan alle mensen.
Ik geloof in de belofte van God
dat Hij uiteindelijk zal vernietigen de macht van de zonde in ons allen
en dat Hij op zal richten het rijk van gerechtigheid en vrede
voor de hele mensheid.

(uit: Bron van Leven, nr. 25, Indonesië)