6 juli 2014

3e zondag van de zomer 6 Juli 2014

Zach. 9, 9-12; Ps 145,1-12; Rom. 6, 16-23; Mat. 11, 25-30

Indachtig wat aan het gebeuren is in de streek waar Jezus leefde… Syrië, Irak, Palestina-Israël- Jordanië. Paus Franciscus bezocht de drie landen samen met een imam en een rabbijn. Hij luisterde vooral, was zich zeer bewust van de ernst in dat gebied. Hij nodigde de presidenten van de twee conflictlanden uit voor gebed. Op Pinksteren baden ze samen in het Vaticaan.
Als zoiets gebeuren kan, dan is God gro.ot.

Groter dan wij. Maar dat is meteen ook een gevaarlijke uitspraak, omdat we neigen onszelf daaraan te verheffen. ISIS verovert en moordt in naam van God. Zoals Engeland en Frankrijk in naam van God dat hele Midden-Oosten in 1918 samen verdeelden: er was een paar jaar vóór die grote oorlog olie gevonden onder dat zand. De verdeling had meer te maken met “onze” olie onder ‘hun’ zand, dan met de mensen die in dat zand leefden. Europese grootmachten werkten de hele 19de eeuw eraan om Ottomaans gebied in te pikken. In naam van God. En in 2003 braken westerse landen, waaronder Nederland, binnen in dat gebied en ontwrichtten het weer behoorlijk.
Dat soort grootheid is onze God niet. Naar Zacharias komt ‘deze uw koning’ rechtvaardig en zegevierend. Rechtvaardig voorop. Hij rijdt op een ezel, is deemoedig. Ezel, het dier van het volk, tegenover een paard dat toen en daar het dier van militaire leiders was. De strijdwagens weg, de strijdboog gebroken. Niet vanwege de militaire eindzege, maar vanwege de gerechtigheid en deemoed.

Kunnen we Paulus en zijn spreken over zonde nog verstaan, sinds we het individualisme belijden? Is het begrip zonde niet verworden tot moralistisch de maat nemen? Met strakke controle op het seksuele gedrag, bij voorkeur controle over de seksualiteit van vrouwen?
Onze God roept toch allereerst het volk en daarbinnen de individuen, zonde duidt altijd allereerst op het onrecht dat binnen het volk leeft, of tussen volken. De Bijbel is altijd allereerst een spiegel voor onszelf, gelovige gemeenschap. Terwijl we erg neigen anderen de maat te nemen. Die moslims, die niet willen deugen bijvoorbeeld.

Wat kunnen we in samenhang met deze teksten met Mattheus?
Komt tot Mij die belast en beladen zijt en Ik zal u verkwikken, en tegelijk: neem Mijn juk op uw schouders… Juk klinkt naar zwaar, onderwerpen, eigen bewegingsvrijheid geheel uit handen geven…
Het bijzonder is al ‘neem het juk op’. Doorgaans krijgt men (of een os) een juk opgelegd. Dit is dus een ander juk.
Bij dit juk vind je rust…
Wat kan dat juk zijn? Afzien van winnen, beheersen, controle hebben, baas zijn; afzien van de eerste zijn, de enig ware, afrekenen met het testosteron dat ons feitelijk regeert?

Is deze Mattheustekst te verstaan, als we vergeten wat de oorspronkelijke belijdenis is:
God is onze Heer. Wij christenen die ons toch beelden van God maakten, zijn dat gaan verstaan als een genderaanduiding van God. God is mannelijk, man, krijger. Maar “God is onze Heer, de Enige”, was ooit een belijdenis tegen alle Heren en onderwerping aan Heren. Wij hebben geen Heer, tenzij God. Niemand zal ons een juk opleggen, en wij ook niemand… Dat is wel ver weg geraakt. De spiegel van de Bijbel hebben we nog steeds nodig.
Zo ook de aanduiding door Jezus: “God is uw Vader”; Jezus wil God weer nabij brengen, zoals die God van Genesis die met de mensen wandelde. Tegen de God van de priesters, die God hadden ingesloten in een tempel en zich God hadden toegeëigend. God hadden ‘gemined’.

Dat volgens Jezus God onze Vader is, is geen duiding  tegen moeders, maar een duiding tegen een tempelgod, een ‘geminde’ God (van het Engelse ‘minen’).
Een God, ik zou bijna zeggen, met wie je kunt bidden, samen, dat wij mensen werkelijk tot inzicht mogen komen. Niet elkaar de maat nemen. Maar vooral eerst weten wat onze erfgeschiedenis is in dat gebied waar het nu zo slecht toeven is, die zandbak van dat Midden Oosten. 
Moge God hen nabij zijn en genadig. Laten we samen met God bidden, dat wij, arrogant westen, deemoedig gaan worden en onze historische hebzucht en oorlogszucht erkennen. Misschien gaat het dan nog goed komen in die landstreek waar Jezus ooit rond liep.

Yosé Höhne-Sparborth