15 juni 2014

zondag van de drie-eenheid 15 Juni 2014

Mattheüs 28:16-20 De lezing uit het Mattheüs-Evangelie staat aan het slot: “Ga uit, maak alle volkeren tot mijn discipelen…” De doop in de naam van Vader, Zoon en Heilige Geest zal dat discipelschap bekrachtigen. Als je een afbeelding van Vader, Zoon en Geest zoekt, vind je inderdaad heel wat doopceremonies. Wat mij is bijgebleven uit mijn Mennonitische kinderjaren in Brazilië: het beeld van volwassen mensen die vrijwillig achterover kopje onder gaan. Gehuld in een wit gewaad. Zo wordt meteen zichtbaar dat discipelschap iets kost: het is navolging. Hier is het daar meestal te koud voor, dus wij nemen een handjevol water. De Drie-ene God: wat kunnen wij ons er bij voorstellen? Zoiets als een matroesjka misschien: er zit meer in God dan we denken. Er komt meer te voorschijn dan je verwacht, als je probeert te onderhouden wat Jezus heeft geboden en voorgeleefd.

Psalm 150  Ook al aan het slot van een Bijbelboek. Een lofpsalm. Israel looft God in het heiligdom, en in zijn machtig uitspansel: het heelal voor ons. Zijn grootheid is mateloos, er kan nog van alles te voorschijn komen als je Hem zoekt. Dat doe je, net als het lofzingen, met alle instrumenten die je ter beschikking hebt. Israel nodigt hier alles uit dat adem heeft, en noemt daarbij de Godsnaam: Hij die is wie Hij zijn zal. Met minder kan Israel niet toe, hoe uitzonderlijk het zich ook voelt in het aanbidden van de Ene.

Exodus 34 vers 5-9 Dit gedeelte uit het boek van de Uittocht roept dubbele gevoelens op. Mozes bleef lang weg op de Godsberg, en toen maakten zijn broer en het volk een gouden stierkalf: een vruchtbaarheidsgod. Die moest maar voor hen uit gaan op hun tocht door de woestijn. Als Mozes terugkomt met de stenen wetstafels, gooit hij ze van woede kapot. Hij beklimt opnieuw de berg Sinai en probeert de onuitspreekbare God tot vergeving te bewegen. Hij spreekt Hem aan als de Genadige en Trouwe: Hij bewijst goedheid tot in het duizendste geslacht, maar straft de misdaden van ouders tot in de derde en vierde generatie. Dat vinden we ook terug in beide versies van de Tien Geboden, Exodus 20 en Deuteronomium 5. Het valt aan te nemen dat het ook op de oorspronkelijke wetstafels stond. We weten hoe het verder gaat: Mozes keert terug met de vernieuwde Tien Geboden, en zo kan Israel weer verder. Duizend geslachten van goedheid, maar drie of vier van bezoeking. Wat moeten we daarmee? Is het misschien vooral een ervaringsgegeven dat hier opgeschreven staat? Je tobt generaties lang met onrecht, begaan door het voorgeslacht. Dat geldt voor ontmenselijking door slavernij: dan lijkt het eeuwig te duren. Het geldt voor antisemitisme, oorlog en vergelding, kolonisatie, discriminatie… Het brengt ons bij de gewelddadige verdrijving van volkeren: dat wordt beschreven in de boeken van Mozes, en het wordt daar gezien als noodzaak om Israel een plaats te geven in hun midden. Als volgelingen van Jezus willen we daar niet langer aan, maar verovering, kolonisatie en stigmatiseren van mensen hoort ook bij onze eigen geschiedenis. Daar moeten we goed naar kijken.

2 Kor.13:11-13: Wij lezen alleen het slot, als we het rooster volgen. We gebruiken dat in de liturgie als “apostolische zegen.” Wie zegent Paulus hier? Een gemeente in de Griekse havenstad Korinthe in Achaje, gekoloniseerd door de Romeinen. Via de Joodse gemeenschap had Paulus hier toegang. Er ontstond een gemeente uit Joden en heidenen. Dat ging gepaard met conflicten, zoals je kunt nalezen in het boek Handelingen, het 18e hoofdstuk. Paulus houdt zich daarbij aan de wetten van de stad, als er rondom de “nieuwe leer”een geschil optreedt binnen de synagoge.

Vragen bij al deze – zoals gewoonlijk – enigszins bij elkaar geraapte Schriftgedeelten zijn:

  • hoe vinden wij een weg die ons leidt uit een geschiedenis van oorlogen, veroveringen en brandmerken van mensen naar de weg van die Ene God die er is voor ons allemaal?
  • Hoe vinden wij die weg, als nabestaanden van slachtoffers, als nabestaanden van daders, en hoe kan de geschiedenis van de eerste Christengemeenten ons daarbij helpen?
  • En, vooral: hoe kunnen gelovigen die wij ontmoeten, hier, in Kingston en Busan of op een andere reis, ons de weg wijzen?

Janna F. Postma