13 april 2014

6e zondag in de 40-dagen-tijd

Palmzondag 13 april 2014.
Jezus' reis naar Jeruzalem is bijna voltooid. God, die trouw is.
Een leerling Judas, als verrader omdat hij teleurgesteld was in Jezus.
Een leerling Petrus: die geweld gebruikt, wat Jezus afkeurt.

Mat 21.1-11. Ps. 118.1-2,19-29.
Jes. 50.4-7. (52.12-53.12.)
Fil. 2.5-11.

De eerste Christenen hebben vele teksten uit het eerste - / oude testament geïnterpreteerd als zijnde door Jezus in vervulling te zijn gegaan. Bijvoorbeeld in de Mattheus lezingen van de afgelopen weken, zijn er teksten gelezen waarin het Volk in ballingschap, aangeduid werd als knecht, als voorbeeld voor de volken. De knecht, (mijn dienaar), in hem vind ik vreugde (NBV)(Jes. 42.2)....... (-->mat.4.17en 17.6). Ik neem je in dienst van het verbond en maak je tot licht van de volken (NBV)/heidenen(St.V). (42.6). Jezus: Ik ben het licht voor de wereld genoemd. Hem volgen is niet blind zijn maar het licht hebben dat leven geeft (Joh.8.12). En dat doorgeven in navolging van Hem (→ fil.2).---De teneur in dit verhaal gaat van intocht als zoon van David naar de mineur van het politieke schijnproces. De kerkelijke kleuren gaan van rood naar paars.

Mat.21.1-11.
(context: Jezus bereidt zijn leerlingen voor op zijn arrestatie en dood in Jeruzalem. De leerlingen kunnen het nog niet bevatten).
Jezus: komt, na zijn omzwervingen door het land, met zijn leerlingen aan bij Jeruzalem. Hij vraagt zijn leerlingen een Ezelin en haar veulen op te halen. – Want de profetie moet in vervulling gaan. Sion moet zien dat haar koning in aantocht is, zachtmoedig en rijdend op een ezelin en een veulen...(zach.9.9). Jezus heeft, zoals een ezel, de last op zich genomen. Zijn last: de last waar de armen, de geringe, en de zuivere van hart onder gebukt gaan. 

  • De leerlingen: geven gehoor aan de opdracht. Zij legden er mantels op en lieten Jezus er op plaatsnemen.
  • De menigte: die opgegaan is naar Jeruzalem om het Paasfeest, de bevrijding uit Egypte, te vieren. Zij leggen mantels op de weg en rukken takken van de bomen. Zij riepen luid: Hosanna (ps. 118.26) voor de Zoon van David.... Zij kennen Jezus door zijn woorden en daden.
  • Het volk van Jeruzalem: raakt in rep en roer en vraagt zich af wie deze man is. Zij kennen Jezus kennelijk niet. Uit de menigte wordt geantwoord: Dit is Jezus, de profeet uit Nazareth in Galilea. Het geroep van de menigte: Zoon van David, wat heeft dat te betekenen? 
  • Galilea:De landstreek waar de mensen in Jeruzalem op neer kijken. Daar leeft het volk dat de wet niet kent. (Het schorriemorrie).
  • Ezelin: de Os en de ezel (schor wachamor – schorriemorrie) spelen o.a. in de 10 woorden en vanuit een oude traditie in het geboorteverhaal een rol. De ezel is, door de eeuwen heen, het lastdier van de armen. Het is een intelligent dier. De ezel is ook het dier dat de bronnen van het leven weet te vinden. Daarom staat zij bij de kribbe. In Jesaja 1.3 wordt de ezel als voorbeeld gebruikt als de Heer spreekt dat de ezel haar voederbak kent, maar Israël, zijn volk hem niet begrijpt (NB)/ onwetend is (NBV). De ezel is het dier van de vrede. Het paard gebruikt men in de oorlog.

(context is ook: Jezus: Een oproer kraaier, die de geldwisselaars wegjaagt, en dan mensen geneest! Weer eens ter verontwaardiging van de Hogepriesters en de Schriftgeleerden. Zij voelen zich bedreigd door Jezus' optreden en zoeken hem te doden).

Ps. 118.1-2,19-29.
Deze Psalm is de laatste van de lofzangen (ps. 113-118) waarmee de Seider-avond (de herdenking van de uittocht uit Egypte) afgesloten wordt. (mat.26.30). Een lofzang van dank over de eeuwige trouw van God, de bevrijder uit benauwdheid. Zie de rechte wegen naar de poort van de Heer. Waardoor de rechtvaardige zal ingaan. (Jes. 26.2). De Heer, die antwoordde en daardoor de overwinning gaf. Daardoor kan de dichter ook zeggen: De afgekeurde steen door de tempelbouwers, is geworden tot een hoeksteen.(Mat. 21.42). Deze dag is door de Heer gemaakt, een wonder voor onze ogen. Gezegend hij die komt in de naam van de Heer, die het licht heeft gegeven (als een lamp voor onze voet). Vier dit feest met groene twijgen (NBV)/ bindt het feestoffer tot aan de horens van het altaar (St.V)/ Bindt nu met snoeren de feestrei tot aan de horens van het altaar (NB). Opgang naar het de tempel voor het offerfeest van de bevrijding Pasen. Pasen dat voor christenen een dubbele betekenis van bevrijding zal krijgen.

Jes. 50.4-7. (52.12-53.12.)
(context: De Heer spreekt dat hij geen scheidsbrief heeft meegegeven, maar dat de ballingen verkocht zijn vanwege eigen (mis)daden. En niemand antwoordde toen Hij riep). 
Met het woord knecht van God wordt geen slaaf bedoeld, maar iemand die als beeld van God, zich geroepen weet.
4.God de Heer heeft zijn gehoorzame knecht / het getrouwe volk in ballingschap (42.1-4, 49,1-6) een vaardige tong gegeven en een open oor. Hij heeft een opdracht met als gevolg tegenstanders. Hij is niet teruggedeinsd/ weerspannig (StV) voor zijn folteraars. Omdat God hem zal helpen, zal hij niet beschaamd staan en voelt hij zich niet gekwetst.
(context: God zal recht verschaffen en is hem nabij. Evenals hen die naar de knecht luisteren). (Een loflied op de terugkeer naar Sion. Een toekomst perspectief als het volk ontwaakt(52.1). (Deze tekst wordt hier gebruikt voor Jezus).

Ps. 73.13-20.
(context: God is goed voor Israël, voor wie zuiver van hart is. Toch had de dichter bijna een misstap begaan, door te kijken naar de welstand van de dwazen).
13.Het zuiver houden van het geweten leek tevergeefs. Want daardoor werd hij gestraft en geslagen, elke morgen weer. Toch wil hij niet trouweloos zijn. Maar waarom deze tegenstelling met de mensen die het kwaad najagen? Het binnengaan van Gods huis gaf hem rust en opheldering. Hun welstand zal vergaan. (context: Zijn verbittering, die hem deed gevoelen als een opgejaagd dier is voorbij. Hij weet God leidt volgens plan).

Fil. 2.5-11.
Het lied van de mensenzoon. (context: Nu de gemeente van Filippi zich bemoedigd en getroost voelt door Jezus Christus en er grote verbondenheid is door de Geest, vraagt Paulus hem gelukkig te maken door de levenshouding van de gemeente).
5. Paulus roept de gemeente op onder hen de gezindheid ten toon te spreiden die Jezus Christus had. Deze had de gestalte van God, maar nam die van een slaaf (knecht) aan en werd gelijk aan een mens. Hij werd vernederd en gehoorzaam tot de kruisdood toe. Daarom heeft God hem verheven en hem de naam geschonken die elke naam te boven gaat. Opdat elke tong zal belijden, Jezus Christus is Heer, tot eer van God de vader.

Mat.26.1, 27-66. 
Deze laatste lezing in de reeks geeft eigenlijk een beeld van het menselijke van keuzes en de dilemma's. Ook voor Jezus. In de loop van de verhalen wordt hij geschetst als leraar, maar ook als iemand die aarzelen kon, boos kon worden en van inzicht veranderen. Hij kon de verzoeking van de satan (mat. 4.10) en de berisping van Petrus (mat. 16.23) weerstaan. Nu staat hij voor een volgend dilemma. Hiervoor ervaart hij steun en kracht op de berg (mat.17.1-9). Door zijn praktijk wordt hij in het nauw gedreven door de hogepriester en de oudsten die zich bedreigd voelen. Zij willen hem uit de weg ruimen. Maar op grond van welke beschuldiging?  
Jezus viert zijn laatste Seider-maaltijd met zijn leerlingen. Samen gedenken ze de uittocht uit Egypte. Aan het eind zingen ze de lofzang (ps 113-118) en vertrekken naar de Olijf-berg. Het is het begin van een andere uittocht. Jezus heeft getracht zijn leerlingen daarop en op zijn lijden voor te breiden. Deze hebben hem nog niet begrepen. Hun uittocht is nog niet voltooid. Jezus voelt zich benauwd en angstig. Zijn leerlingen stellen hem teleur en slapen. Zij zijn nog niet ontwaakt. Hun ogen zijn nog niet geopend voor de bevrijding, dat dit alles moest gebeuren. (lc.24.27)
Hij zoekt steun bij God en gaat bidden (3X), ziet het onvermijdelijke en komt dan tot rust. (->ps.73). Zodanig dat hij tijdens zijn arrestatie nog een woord heeft voor Judas, en een andere leerling die zijn zwaard trekt corrigeert, omdat hij geen geweld mag gebruiken. Zelfs heelt hij het afgehouwen oor van een bedreiger. Jezus staat, als gevangene, zijn belagers ogenschijnlijk rustig te woord staat. (Hier sta ik, het kan niet anders). Hij zal veroordeeld worden op grond van een verdraaide quote (zoals ook de Satan en Eva in Gen 3) over het afbreken en de tempel en opbouw in drie dagen (ps 118). En een opmerking, die aangezien wordt als godslastering. 

Palmzondag 2014. 
Macht maakt vaak mensen tot dieven en roversHoe gaan vandaag gelovige mensen met elkaar om: economisch, politiek, dus met de belangen en de (on)macht die zij en anderen hebben.
De 40dagentijd was een tijd van bezinning. Is over deze vraag met elkaar gesproken? Anders is het misschien mogelijk om tussen Pasen en Pinksteren hier op door te gaan. Wat betekent het ontwaken van de leerlingen dat Jezus niet dood is, maar onder ons voortleeft, voor de eigen praktijk van de leden en de geloofsgemeenschap in haar geheel. Dit t.a.v. de dagelijkse problemen in de leefomgeving en wereldwijd.
Héleen Broekema(TWG)