27 april 2014

2e zondag van Pasen

Na Pasen op Pelgrimstocht van gerechtigheid en vrede.
Tegenwoordige tijd geen karikatuur van de eeuwigheid. Maar geloven in gekwalificeerde vrede.


Bijbellezingen: Genesis 8, 6-16 Psalm 11 1 Petrus 1, 3-9 Johannes 20, 1-23

11 Maria dan was gaan staan buiten bij het graf, wenend en terwijl zij weende bukte zij zich in het graf
12 en zij aanschouwt twee boden in het wit  neergezeten, één bij het hoofd en ‘eén bij de voeten waar het lichaam van Jezus lag,
13 En die zeggen tot haar:vrouw, wat weent gij? Zij zegt hun:omdat zij mijn Heer hebben genomen en ik weet niet waar ze hem hebben gelegd.
14 En toen zij dit had gezegd keerde zij zich achterwaarts en zij aanschouwt Jezus daar staande, en zij had niet geweten dat het Jezus was.
15 Jezus zegt tot haar: vrouw, wat weent gij? Wie zoekt gij? Zij. menend dat hij de hovenier is, zegt hem: heer. als gij hem hebt gedragen,  zeg mij waar gij hem hebt gelgd en ik zal hem nemen.
16 Jezus zegt tot haar: Maria! En deze , zich omkerend:  zegt hem in het Hebreeuws: ‘rabouni,, het welk wordt gezegd: leermeester, Jezus zegt tot haar: houd mij niet vast,  want ik ben nog niet opgegaan tot de Vader. Maar  ga uit tot mijn broeders. en zeg hun: ik ga op tot mijn Vader en uw Vader, en mijn God en uw God.
19 Toen het dan avond was op die dag op de eerste van de week, en toen de deuren gesloten waren door de vrees van de Judeërs kwam Jezus en hij stond in het midden en hij zegt hun: vrede aan u!
20 En toen hij dit had gezegd toonde hij hun zowel de handen als de zijde. De leerlingen dan werden verbijd toe ze de Heer zagen.
21 Jezus dan zei wederom tot hen: vrede aan u; zoals mij de Vader heeft gezonden zo zend ik u.
22 En toen hij dit had gezegd blies hij en hij zegt hun: ontvangt de heilige Geest,
23 als gij van sommigen de zonden wegneemt dan zijn ze hun weggenomen, als gij van sommigen aangrijpt dan zijn ze aangegrepen (vertaling Naastepad, Th. J. M., Pasen en passie bij Johannes. deel 2 - hoofdstuk 18-21..Kampen 1986. Pagina 74 en 82)

In deze pericoop gebruikt de schrijver significant vaak de stijlfiguur van de tegenwoordige tijd, welke hij in de pericoop hierop volgend meer los laat We vinden hem alleen nog terug in vers 19.  Als de tegenwoordige tijd gehanteerd wordt, maakt de schrijver ons hoorders van nu tot deelgenoten van de eerste dag want van die dag en van dat licht leven wij ook. De schrijver houdt die tegenwoordige tijd niet vast. Hij kan die tegenwoordige tijd niet vast houden tot het eind van zijn evangelie enerzijds niet omdat dan de pointe er van af zou gaan. Anderzijds niet omdat dat aan zijn lezers een tijdloosheid zou suggereren, een karikatuur van de eeuwigheid. Hij zou zijn lezers dan doen belanden in een roes buiten de werkeijkheid, dat wil zeggen, de werkelijkheid van de kosmos, die nog immer de werkelijkheid van Gods rijk bedreigt.
Zowel in Joh 20, 19 als in vers 26 is er sprake van dat de discipelen achter gesloten deuren bijeen kwamen. Dat klinkt ons als gemeente van de een en twintigste eeuw wellicht vreemd in de oren: moeten we geen open, gastvrije gemeente zijn? Als motivatie geeft de evangelist de vrees van de Judeeërs. De vrees vóór de Judeeërs valt te begrijpen vanuit 9. 22. Daar lezen we dat de Judeeërs samen een besluit hadden genomen dat als iemand zou zeggen dat Jezus de Messias zou zijn deze uit de synagoge zou worden geworpen. Zo’n excommunicatie hield ook een maatschappelijke ban in. Reeds op de avond van de eerste dag van de week , de avond van de dag dat Jezus is opgestaan is er de vrees voor deze religieuze en maatschappelijke excommunicatie. Dit vertoon van macht waarvoor je op je hoede moet zijn. Johannes legt hier veel nadruk op.,  omdat hij dat bij een tweede bijeenkomst van de leerlingen herhaalt.. De gemeente komt illegaal bijeen, gedreven door de nood van de tijd. Zij beschikt niet over allerlei faciliteiten haar door de kosmos verleent. De gemeente staat met de rug tegen de muur; al dat lezen uit de thora , de profeten, al het roepen uit de gebeden. Voor de gemeente is het erop of eronder. Achter  gesloten deuren is de plaats bepaling. De tijdsbepaling is de eerste avond van de eerste dag van de week.
Jezus spreekt in de gelezen en daarop volgende pericoop drie keer tot de discipelen de in die dagen normale groet ‘vrede zij u’ uit ( Joh. 20, 19, 21, 26) . Binnen de context van het Johannes evangelie heeft deze groet echter een extra dimensie. In Joh. 14: 27 laat de schrijver Jezus zeggen: ‘Ik laat jullie vrede na; mijn vrede geef ik jullie, zoals de wereld niet geven kan..  Het gaat er in deze en volgende pericoop om om deze gekwalificeerde vrede waar Jezus voor geleefd heeft, voor gestorven is en opgewekt is te bewaren en door te geven. Dat doe je door zonden te vergeven in Gods naam en op de tweede plaats de ongerechtigheid te benoemen die de kosmos rechtvaardigt. Anders gezegd. Johannes roept de gemeente in deze pericoop op scherp op zichzelf en de kosmos te letten en de zonden van deze te benoemen, te vergeven en ongerechtigheid af te wijzen. Dat kan de gemeente omdat ze deze missie in Gods naam doet en niet aan zichzelf is overgelaten. Het is Pasen geweest en Pinksteren (nergens in de evangeliën liggen Pasen en Pinksteren zo dichtbij elkaar als hier). De gemeente is gescherpt door Gods Geest. Dat is de reden dat ze de zonde en de ongerechtigheid in de kosmos ziet en erkend en zich betrokken weet bij de bestrijding van beide. Dat is ook de diepste reden van het bestaansrecht en de plicht van o.a Kerk en Vrede!

Suggesties voor de preek:
De wereldraad van kerken roept zijn leden op om mede pelgrims te worden op de pelgrimage van gerechtigheid en vrede. Wat  betekent in onze context voor deze pegrimage, het ‘vrede zij met u’ voor ons. Gaat daar bezieling en elan vanuit? Wat doen we daarmee op onze pelgrimstocht. Zijn wij bereid aan deze pelgrimage mee te doen en onze zucht naar zelfbehoud achter ons te laten? Zijn wij op onze pelgrimstocht werkelijk bereid nieuwe wegen in te slaan? Zingen we de vredesliederen uit de nieuwe bundel? Wat zeggen ons die?
Wie zijn de Judeeers van onze dagen. Scherpen we ons om ze op te merken?

Lies van der Zee