4 mei 2014

3e zondag van Pasen

Tja, na Pasen. “WIJ zijn de verlosten, WIJ zijn nu Israël”. Juist vandaag herdenken we ook de Shoa. Kunnen wij christenen de Verlossing vieren op een wijze die ook voor anderen, Joden voorop, bevrijdend klinkt? Bescheiden, vragenderwijs: wie moet dan verlost? Waarvan? WIJ verlost mogelijk van een ‘Verminkt Godsgelaat’? God, te veel verBeeld naar witte mannen? Is zo’n verlossing mogelijk?
 

4 mei 2014, 3de zondag na Pasen 
Jes. 43, 1-12; Ps 16, 10-14; 1 Pet. 1,17-23; Joh. 21, 1-14

Pasen. Het christelijke toeëigeningsgehalte is altijd hoog, in deze Paastijd wordt dat in sommige preken penetrant. Mij kwam in een Paaspreek ter ore, ‘dat we als christenen gezonden zijn om te zorgen dat ook moslims en joden Jezus gaan erkennen’. Dit is de triomfale toon van een dominante groep, die zich niet hoeft af te vragen hoe de niet-dominante groepen zich voelen. Dit soort Paaspreek jaagt mij de kerk uit. En vandaag lees ik de Johannestekst maar eens even als een tekst die mij een praktijk aanbiedt in dat de kerk uitlopen. Andere interessante details laat ik aan uw eigen goesting.

Bij Johannes:
De mannen gaan vissen. Ze zijn terug bij hun metier, visser. Teruggekeerd in het reëel bestaande leven, na de korte eufore periode achter die Jezus aan die nu dood is. Jawel, verrezen, maar wij weten goed dat dit theologisch inzicht toch pas opkwam enige jaren nadat de beweging rond Jezus was uiteengeslagen. Vissen, met handwerk in je levensonderhoud voorzien.
En dan is er dat verhaal, dat iemand hen terugstuurt het meer op, hun netten raken overvol, en als ze dan weer aan land komen is daar een kolenvuur, waarop vis en brood ligt. En Jezus zegt: “Kom, en houd maaltijd’. Zo eenvoudig mag het zijn als het aan Jezus ligt, onze Gastheer. Dit is authentiek, een kolenvuur in het zand en daarop brood en vis, en Jezus die nodigt: “Kom, en houd maaltijd”.
Hoeveel hebben wij als geïnstitutionaliseerde christenen laten aanslibben, hoeveel vertoon hebben wij nodig om nog in staat te zijn dat Paasmysterie te vieren met elkaar? Of moesten maar niet gewoon eerlijk vragen: instituut, mooi, het helpt erbij om de eeuwigheid op aarde te beleven. Maar ging het Jezus wel om die kerk, ging het oorspronkelijk niet om iets anders? Van hoeveel moeten we onszelf bevrijden, om werkelijk te kunnen terugkeren tot waar die Jezusbeweging en Zijn Verlossende genade voor ons weer herkenbaar wordt?
Diverse kerken hebben meer de allure van Romeinse keizers – in gewaad, in gebouw, in liturgisch theater, in hiërarchische grootheid – dan van die eenvoudige uitnodiging bij een kolenvuur met brood en vis: “Kom en houd maaltijd”. Verlossend is dat allemaal niet, al dat keizerlijke aanslibsel.

Bij Jesaja:
Om de teksten van deze zondag goed te begrijpen, zouden we ook kunnen beginnen bij Jesaja. Klaas van der Kamp, algemeen secretaris van de Raad van Kerken, schreef net zijn prachtige boek: “Raven”. Daarin pleit hij ervoor, om als christenen het ‘Oude Testament’ weer serieus te nemen, en niet als tweederangs, of enkel als bewijsvoering dat het eigenlijk altijd al om Jezus ging. Jezus zelf gaf aan dat geen jota of stip van de wet veranderde. Welke arrogantie bracht en brengt christenen ertoe, die oudere geschriften te verwaarlozen of erger mogelijk nog, ze enkel te misbruiken ter onderstreping van eigen gelijk?
Jesaja dus, en niet als voorafspiegeling van Jezus. Mij vallen meteen twee verzen op: “Israël, vrees niet, want Ik heb u verlost. Ik heb u bij uw naam geroepen.” En “Ik zeg tot het zuiden: Houd niet terug, breng mijn zonen van verre en mijn dochters van het einde der aarde. Ieder die naar mijn naam genoemd is en die ik geschapen heb tot mijn eer.”
Wat mij hieraan opvalt: ieder die God geschapen heeft naar Haar eer; mogen we daar toch maar alle mensen onder rekenen? En: in die tijd die we altijd zo zeer patriarchaal noemen, spreekt de profeet van zowel de zonen als de dochters. Toen nog we. In de ‘christelijke’ teksten worden de dochters onzichtbaar, in ‘christelijke’ tijden verloren ze zelfs hun ziel. Nog steeds niet alle kerken hebben zichzelf in deze gecorrigeerd. Jesaja laat horen hoezeer dat van belang is: bij je naam geroepen worden staat gelijk aan verlost worden. Wat doet een mannenkerk, door vrouwen ongenoemd te laten, of erger nog, als niet geroepen te beschouwen? Wie heeft mannen ooit de zending gegeven om vrouwen uit te sluiten, ongenoemd te laten?

Pelgrimstocht van gerechtigheid en vrede:
In zijn boek “Raven” memoreert Klaas van der Kamp, dat de ‘christelijke teksten’ de beperking hebben van maar een heel korte periode van ontstaan, bovendien door mensen die de Eindtijd heel dichtbij dachten. Je gaat dan denken en schrijven in de korte termijn. De teksten uit het “Oude Testament” hebben het voordeel van een visie van lange termijn, het voordeel van mensengeschiedenis waarin ervaringen in uiteenlopende tijdperken corrigerend op elkaar kunnen werken. Dat kan uiteindelijk meer Heil stichten, dan teksten uit een paar decennia slechts, waarin alle schrijvers geheel gericht waren op ‘de hemel’. Tweeduizend jaar christendom heeft veel dominante vormgeving aan politieke staatsvorm laten aanslibben, tot basis gemaakt, en kritieken daarop nog nooit het canonieke gewicht gegeven dat de brieven van Titus en Timoteus wel hebben. De ‘christelijke’ teksten geven ons geen handreikingen voor zelfkritiek en zelfzuivering. In welke mate is Gods Genade dan eigenlijk wel veilig in onze handen?

Kerk en Vrede viert haar 90 jaar bestaan. Onder andere werd dat luister bijgezet op 25 april, “zichtbaar maken wat onzichtbaar gehouden wordt, als een eerste stap op ongebaande wegen” onder de titel “Gods Verdwenen Gelaat”. Klaas van der Kamp gaf daar aan, dat een pelgrimstocht alleen maar mogelijk is, als je ‘op reis gaat en niet in je koffer meeneemt…’ ofwel: achterlaten, ballast achterlaten, je beperken tot het allernoodzakelijkste en al het andere achterlaten.

Volgens Johannes is het allernoodzakelijkste: een vuurtje in het zand, daarop brood en vis en de woorden: “Kom en houd maaltijd”.
Volgens Jesaja is het allernoodzakelijkste: “verlost zijn, bij je naam geroepen zijn; de zonen en de dochters teruggebracht.” “En de dochters”. Waar je veel achterlaat, komt ruimte voor nieuwe inzichten.

Een eerste stapje?
“Gods Verdwenen Gelaat”, of Gods Vermiste Gelaat, La Desaparecida, hebben we op 25 april tot symbool gemaakt voor al die volken en bevolkingsgroepen die onzichtbaar gemaakt zijn, of weggevaagd werden van de aardbodem, of buiten beeld gehouden uitgebuit, onderdrukt, gekneveld.

We mogen ons geen beelden maken van God. Maar christenen doen het wel, altijd: een witte man, eventueel met baard. Patriarch. Dat is God. Als alle mensen samen naar Gods beeld geschapen zijn, is zo’n ‘beeld van god’ een verminkt gelaat. Het meeste weggehakt, verduisterd, ontkend, ongenoemd. Zoals Indianen werden weggeschoten uit de geschiedenis; zoals Joden werden weggevoerd en omgebracht in Europa; zoals Afro-mensen werden gedeporteerd uit Afrika om elders ‘eigendom’ te worden, verdingd, niet bij naam geroepen.

Gods Vermiste Gelaat symbool voor al die mensen, om hen present te stellen in onze reflecties op de werkelijkheid. Reflectieas op de werkelijkheid zoals ‘WIJ’ die anderen aandeden en aandoen. ‘Gods Vermiste Gelaat’ als voortdurende uitnodiging om ongenoemde mensen bij naam te noemen; om onzichtbaar gehouden mensengroepen zichtbaar te maken; om zo velen te bevrijden uit onze westerse dominante wijze van kijken en oordelen; ook wij als kerken zijn in die greep. Ons verlossen daaruit. “Gods Vermiste Gelaat” opgraven uit onze geschiedenis die zoveel verminkte en misvormde.

“Ik heb u verlost. Ik heb u bij uw naam genoemd”

Een preek specifiek op 4 mei gericht vindt u hier.