25 mei 2014

6e zondag van Pasen

Het belang van deze zondag : 
Lezen met het oog op Pinksteren:

  • Vragen om weerbaar en waakzaam te kunnen zijn in de aanvechting,
  • het lijden niet uit de weg te gaan en
  • door de Gest verbonden te blijven met Christus.
  • Elkaar herinneren aan zijn belofte : bidt en gij zult ontvangen! Rogate!.
  • Zich voorbereiden op het vieren van de blijdschap, te kúnnen volharden in geloven-zonder-Jezus-te-zien.

Uitleg bij Joh 16:16- 24 

Stichwörter in deze pericoop zijn:

  • een weinig ( Joh. 16: 16, 17 18, 19),
  • aanschouwen (16 : 16, 17, 19),
  • zien (16, 17, 19, 22),
  • blijdschap, verblijden ( Joh. 16: 20, 21, 22, 24)

“Een weinig, en gij zult mij niet meer aanschouwen, en wederom een weinig, en gij zult mij zien’ (vers 16). Veel vertalingen voegen aan dit weinig toe ‘tijd”. Wellicht wordt dit ook bedoeld. Maar dan moeten we wel in het achterhoofd houden dat tijd wordt gemarkeerd door wat er van Godswege geschiedt. Bovendien moeten we bedenken dat achter dit ‘een weinig” de tegenstelling wordt verondersteld met dat wat in de kosmos gebeurt ‘groot’ wordt genoemd. Groot zijn de pretenties van al wat macht heeft in de wereld: die macht denkt dan ook in historische tijdperken, het liefst in eeuwen, om niet te zeggen in eeuwigheden. God grijpt hierin in, in die grootdoenerij waarin niets geschiedt In de bijbelse taal heet die confrontatie van de makromanie met het goddelijk ingrijpen ‘drie dagen’’. De derde dag, en zie:er is hoop voor allen die onder de makromanie dreigen door te gaan. Het weinige van de historie, de makromanie blijkt ‘weinig”te zijn, in de ontmoeting met Gods geschiedenis.

De verzen 16 – 19 kunnen we vergelijken met een vertraagde beweging. Wat Jezus hier zegt over zijn dood en verrijzenis zal de discipelen vreemd in de oren hebben geklonken. De woorden uit vers 16 worden om en om gewend, en eindelijk sluit de cirkel weer als ze onopgehelderd bij Jezus zelf terugkeren (v. 19). Door dit schijnbaar onnodig ‘oponthoud’ uitgebreid weer te geven, heeft de evangelist de aandacht van zijn hoorders des te sterker op de kern van zijn boodschap gericht. Het raadselachtige stichwort mikron ( 7 maal) is voor de leerlingen een signaal om vooral te luisteren naar de centrale vraag in deze pericoop; wie is Jezus voor de zijnen wanneer zijn dood hen voor een onoverbrugbare kloof zal plaatsen? Dat de discipelen onderling dat antwoord niet konden geven is duidelijk. Alleen Jezus was in staat het verlossende woord te spreken. Als voorwerp van aanschouwing staat Jezus alleen, is Hij uitzonderlijk, en voor de aanschouwers blijft het bij “theorie’. Maar wie Jezus ziet, terwijl hij hem niet meer aanschouwt, die is een ander mens geworden; hij heeft zijn praxis in de Geest.

De verzen 20 en volgende bevatten het antwoord van Jezus dat ver uit reikt boven de door de leerlingen gevraagde verheldering.Jezus zelf heeft bij voorbaat de kloof tussen zijn dood en zijn opstanding overbrugd. In Hem ligt nu voor zijn volgelingen dan ook de weg naar de toekomst open. Door de opstanding, waarin Jezus zich laat zien aan zijn volgelingen, worden zij voor eeuwig zijn tijdgenoten, opgewassen tegen de onsterfelijkheidswaan van deze eeuw.

In deze lijn ligt de Johanneïsche betekenis van horaoo in ‘gij zult Mij zién’ Er klinkt iets in door van een gelovig zien met hart en ziel van Jezus in de Geest. Het weerzien van Hem in de opstanding werd voor de hoorders van Johannes verbreed tot een weerzien –in-de-Geest op Pinksteren, en in het verlengde daarvan in zijn parousia. Zo komt dit alles te staan in een eschatologisch perspectief‘.
Het noemen van de ‘wereld’in v. 20 kan de positiviteit van dit beeld alleen nog maar versterken; het is dezelfde kosmos die het ‘geding om de waarheid’ tegenover Jezus heeft verloren en definitief is veroordeeld. (vs 11)

In hetzelfde licht kunnen we ook Jezus’ beeldspraak in vs 21 lezen: het verdriet van de gemeente om zijn afwezigheid is opgenomen in de “Messiaanse geboorteweeën’ van de komende eoon Vanuit Jezus bezien is het – hoe lang het ook schijnt- toch en korte tijd van droefheid Hem ‘ziende’ in geloof gaat het ene mikron a.h.w in het andere over. Dat wil zeggen geen vreugde na droefheid, maar een vreugde die uit droefheid geboren wordt. Het gaat dus in de pijn van het gemis om het zien van de komende Heer. Het gij zult mij zien komt dan ook versterkt terug in Ik zal u (weer)zien. In Jezus zelf ligt het geheim van de door niemand te roven vreugde waarop in deze pericoop alles is gericht. (vs. 24). Deze vreugde zal het diepst beleefd worden in het gebed. Het Erootèsete in vs 23 is duidelijk van aitèsete te onderscheiden. Het eerste in de betekenis van vragen-stellen is wat de discipelen deden vs.17 en 18. Het geheim van Jezus’ woorden ging nog aan hen voorbij. Met deze 'oude’ zin van vragen wordt in een zin afgerekend: Jezus zelf zal waarlijk present bij hen zijn en zijn Geest zal hen in alle waarheid leiden. Nu kunnen ze ook vrij tot de Vader bidden Bidden in Jezus’ Naam zal een vragen zijn waarin discipelen zich met Hem mogen vereenzelvigen. . Ze zullen delen in de gemeenschap van de lief tussen de Vader en de Zoon. Hieruit kunnen we niet een algemene stelregel voor het gebed aflezen: . Het gebed zal staan onder de druk van hun confrontatie met de wereld en hun aangevochten geloof. Maar toch zal de Geest door alles heen voor hen zijn de Schepper van hun vreugde in Christus.

Aanwijzigingen voor de preek.
1. De vraag: ‘Hoe houden we het vol om te geloven is een vraag die veel gemeentleden inclusief wij zelf, zullen herkennen. Maar op deze vraag geeft de gelezen pericoop van het Johannes evangelie geen antwoord, wel op de vraag: hoe houden we het vol te geloven zonder Jezus te zien. Een laconieke reactie kan zijn: ‘wij weten niet anders, we zullen het ermee moeten doen.. Zo’n laconieke reactie kan ook een invalshoek worden voor de preek. Als contrast: er zijn mensen geweest, joodse medechristenen van ons, voor wie het wel degelijk een klemmende en reeële vraag was. Niet voor ons?!
2. Identificatie Johannes heeft de woorden van Jezus van voor Pasen zó in zijn evangelie opgenomen dat ze voor de gemeente in zijn tijd te verstaan waren. Deze woorden kunnen ook ons met steeds nieuwe overtuiging en kracht in staat stellen om in het geloof te volharden zonder Hem te zien. Beslissend is dat Hij ons ziet.
3. Heroriëntering: De eigenlijke vraag is: hoe kan Hij –juist ongezien- in de gemeente en in de wereld tot zijn recht komen? Het lijden ter wille van de waarheid is –zoals in vs 21- op de blijdschap van het zien van Jezus gericht. Het verdriet is er om het leven dat komt. Het lijden is herkenbaar als geboortepijn van de nieuwe wereld. Het is een onderdoor gaan zonder er nog aan ten onder te kunnen gaan

Lies (TWG)