8 juni 2014

Pinksteren

Iedere evangelist beschrijft de gave van de Geest op een andere wijze. Lucas laat dit plaats vinden op een oogstfeest: Pinksteren. Ontvangen van de Geest betekent in woord en daad, op weg gaan in eigen context en in de wereld. Jezus voorbeeld volgen, de volken ontmoeten als naasten.
Zodoende meewerken aan gerechtigheid, dat tot vrede kan leiden.
Christenen, als zijn leerlingen, kunnen daaraan meewerken in het krachtveld van Gods Geest.

Enige gedachten voor Pinksteren 2014. Ez. 11.17-20, Ps. 104. 25-35, Hand. 2.1-24, Joh. 14,23-29.

Inleiding.
De evangelisten hebben ieder op een andere manier geschreven over de opdracht van Jezus aan zijn leerlingen. De kern is dat de Geest /de trooster hen kracht zal geven. In Mateus 28 en Marcus 16.15 krijgen de leerlingen de opdracht uit te gaan naar alle volken / De wereld rond te trekken en ieder schepsel het goede nieuws, in woord en daad, bekend te maken. Als mensen geloven, doop hen dan in mijn naam. De leerlingen gaan op weg Jezus zal bij hen zijn alle dagen tot de voltooiing /voleinding (St.V) van de wereld. 
In Johannes wordt een Trooster / pleitbezorger beloofd. (14.16,26/ 15.26 / 16.7) en gegeven (20.22)
Lucas eindigt met dat na het lijden en sterven en opstaan van de Messias in zijn naam alle volken opgeroepen zullen worden om tot inkeer te komen, opdat hun zonden worden vergeven. De leerlingen en de vrouwen krijgen de opdracht getuigenis af te leggen van het inzicht dat ze door Jezus` gekregen hebben. Blijf in de stad tot jullie, door mijn vader, bekleed zullen worden met kracht uit de Hemel. Terwijl hij hen zeggende werd Jezus opgenomen in de hemel (hfdst. 24). In handelingen beschrijft Lucas uitgebreid de uitstorting van de Heilige Geest als begin van de oogst van navolging en situeert zijn verhaal op het Pinksterfeest.

Ez. 11.17-20
In Ezechiël worden verschillende visioenen beschreven betreffende de terugkeer naar Jeruzalem van de ballingen uit de volken. Hun eerste taak is de afgoden uit het land verwijderen. God zal eensgezindheid doen ontstaan doordat de harten weer loyaal zijn aan God. Er zal hen een nieuwe geest gegeven worden. Deze zal gevoeligheid en verantwoordelijkheid bevorderen. Het oude verbond zal hernieuwd worden. Zij zullen mijn volk zijn en ik zal hun God zijn. Opnieuw een herinnerring aan de gave van de Tora en de verbondsluiting op de Sinaï.

Joh. 14,23-29.
Aan het einde van de Seider maaltijd, als Judas Iskariot al vertrokken is, heeft Jezus een laatste gesprek met zijn leerlingen, naar aanleiding van de vraag waarom Jezus zijn leerlingen dingen bekend maakt en niet de wereld. In zijn antwoord bereidt Jezus hen nogmaals voor op zijn heengaan en hun toekomstige rol.
Hierin komen informatie die nog niet voor de wereld bedoeld is en een aantal bemoedigende aspecten naar voren, met als doel dat de leerlingen het geloven als het zover is.(29).

  • Niet ongerust zijn en de moed verliezen.(27).
  • ​Een al eerdere belofte was: hen niet als wezen achter te laten (18).
  • Hij moedigt hen aan hem en zijn Vader lief te hebben, zich te houden aan zijn geboden die zij kennen en aan wat hij gezegd heeft. (zijn voorbeeld praktijk). Dan zullen zijn Vader en hij hen ook liefhebben en bij hen wonen.(23)
  • Alles wat Jezus gezegd heeft is ingegeven door zijn Vader, die hem gezonden heeft. (24)
  • Later zal het allemaal duidelijk worden door de pleitbezorger, de Heilige Geest, die zijn Vader hen namens hem zenden zal.(25).
  • Jezus, zal bij hen weggaan, maar terugkomen, daarom zouden de leerlingen, uit liefde voor hem, blij moeten zijn met de gang van zaken. (28)
  • Hen wordt een andere vrede (sjaloom) nagelaten, dan dat de wereld geven kan (27).

Vrede 
In de context beschrijft Johannes, wat de vrede is die de wereld niet geven kan. Als Jezus verschijnt op de avond van de eerste dag wenst hij hen 2x vrede. Na de vredeswens toont Jezus zijn handen, voeten en zijde. Hij is het die door zijn lijden de vrede gebracht heeft, die de wereld niet kon schenken. Dan volgt de tweede keer vrede, gevolgd door de opdracht in de kracht van de Geest. Zoals de vader mij gezonden heeft zend ik jullie uit. Dan blaast Jezus de Heilige geest over hen.

Hand. 2.1-24, Dit Pinksterfeest, een terugblik op het verleden, met het oog op de toekomst.
In zijn laatste hoofdstuk vermeldt Lucas dat de leerlingen voortdurend in de tempel waren en God loofden (24.53). Hij herhaalt dit in hand.1. Petrus neemt de leiding. Er wordt een vervanger van Judas gekozen. Dit om het getal 12 (12 stammen) weer compleet te maken. Hand 2 begint met: Toen de dag van het Pinksterfeest aanbrak waren zij allen bij elkaar om dit te vieren. Het Pinksterfeest /wekenfeest, een pelgrimsfeest, dat voor het eerst gevierd werd toen het volk Israël de eerste tarweoogst binnen gehaald had, na haar vestiging in Kanaän. Daarna stopte het manna.
Lucas wil aantonen dat deze gebeurtenis niet zomaar plaats vindt. Het is in de wet en profeten reeds voorspeld. Nu wordt op dit Pinksterfeest weer een nieuw begin gemaakt, doordat de leerlingen de kracht/ de Heilige Geest van God ontvangen om te getuigen dat de verwachte komst van de Messias, middels Jezus, heeft plaatsgevonden en daarmee de spoedige verwachting van het aanbreken van het einde der tijden.

In de beschrijving van de gebeurtenissen op dit Pinksterfeest worden allerlei aspecten beschreven uit het eerste /oude testament.

  • God openbaarde zich aan ‘adam,’de aartsvaders, Mozes en de profeten door middel van zijn stem, vuur, wind.( –> Sinaï, wolkkolom, opdracht aan Elia in de stilte na de storm etc). In Gods voorbijgaan in vuur en rook (Ex19.18) wordt de Tora aan Mozes geopenbaard. Het gaat om het luisteren naar zijn stem = Tora doen. 
  • De apostelen en de andere leerlingen ervaren de ontvangst van de kracht van God op een zelfde wijze als Mozes en de profeten door verschijnselen van wind en vuur. Vlammen (op het hoofd) is in de joodse traditie ook een symbool van wijsheid ingegeven door het in de praktijk brengen van de Tora. De ontvangst van deze kracht/ geest is geen interne gelegenheid. Het is zo heftig dat velen het horen (evenals bij de gave van de Tora) en er op afkomen. Zij vrome joden die in Jeruzalem woonden en zij die afkomstig waren uit ieder volk op aarde, verstonden deze tekenen, elk in hun eigen taal. Zij raakten in verwarring.
  • Een verbijsterende ervaring, Ze zijn verbaasd dat het geen vromen zijn, maar Gallileërs. Deze worden gezien als het volk dat de wet niet kent. Verschillende vroegen zich af: wat zou dit te betekenen hebben. Anderen spotten, ze zijn dronken.
  • Als de leerlingen beseffen wat hun overkomen is en zich hersteld hebben, begrijpen ze dat dit het startsein is van hun opdracht, uit te gaan naar alle volken. De eerste mensen, de pelgrims, die het mede kunnen doorvertellen zijn hier aanwezig. Dan neemt Petrus het woord.
  • Zijn strategie is niet agressief of verwijtend inzake de beschuldiging van dronkenschap, maar hij roept de toehoorders te luisteren en citeert een bekende passage uit Joël (2.28-32a). Dan maakt Petrus de verbinding met Jezus uit Nazareth door God gezonden. Hij heeft getuigd van de grote daden van God. U hebt hem door heidenen laten kruisigen. De dood kon zijn macht over hem niet behouden. God heeft hem tot leven gewekt. Daarna gaat hij verder met een andere bekende passage over David en trekt dit door naar Jezus als Davids zoon.

De Geest.
(Ruach, / shehina/ Pneuma)De Geest van God is een bekend gegeven in het eerste/oude testament. Gods geest zweefde al over de wateren voor de schepping van de wereld. Ps 104. 25-35, een lofprijzing op de schepping eindigt met God lof / Halleluja. Zij bewerkstelligt de redding van zijn volk. Geeft kracht aan Mozes en profeten.
In latere tijd worden Ruach en God inwisselbaar. Zo ontstaat de term ,,de heilige geest'' (Jes.63.10.11, ps. 51,13). Zij brengt sjalom / vrede in de gemeenschap. De beloofde messias is drager vaan Gods geest. (jes.11.2). Zij daalt op Jezus neer bij zijn doop. Jezus draagt zijn missie over aan zijn leerlingen. Deze ontvangen de Geest als een geschenk van God.

In hun eigen taal verstaan wat er aan de hand is.
Deze ervaring wordt vaak vergeleken als tegengesteld met de spraakverwarring bij de bouw van de toren van Babel (gen. 11.) Er zijn ook andere verklaringen. De in Jeruzalem verblijvende Joden waren vrome Joden en Jodengenoten, die minstens een keer in hun leven een Pelgrimstocht naar Jeruzalem maakten. Velen bestudeerde levenslang Mozes en de Profeten. Zij waren in verwarring omdat zij een openbaring van God waarnamen, een eigen beleving van de vervoering. Er vindt een hertaling van oude begrippen plaats. Zij worden herinnerd aan Gods grote daden (ps 104). Ze zijn verbaast omdat deze ontvangen werd door deze ‘tweederangs en ongeletterde’ Gallileërs. Dit in tegenstelling tot hun identiteit als vrome joden. Velen gaan terug naar hun land onder de volken en vertellen hun ervaringen verder.

Reacties van leerlingen toen en nu.

  • Pasen: verbijstering. We hadden iets anders verwacht. Onwerkelijke situatie. Paaslam, zondebok, alles lijkt te veranderen. Hij is niet dood, Hij leeft onder ons voort.

  • Hemelvaart: ze blijven toch achter, ondanks de belofte van Jezus. De vader vragen kracht te zenden. .

  • Pinksteren: Ontvangen kracht, volgens de schriften. De leerlingen ervaren dat ze niet als wezen zijn achtergelaten (Joh. 14.18). Het inspireert de leerlingen in navolging van Jezus, zijn weg te trachten te vervolgen. De liefde van Christus straalt af op de praktijk van de leerlingen. Zij verwachten een spoedige wederkomst. En gaan op weg te getuigen naar de volken, opdat zij ook leerling zullen worden. Al doende door om te zien naar elkaar en goederen te delen. Gelovigen die elkaar in voor - en tegenspoed trachten te steunen.

  • Niet in Jeruzalem blijven, op reis gaan, als mensen van de WEG, als Pelgrims, geïnspireerd door de vrede van Jezus, de ware Sjalom, die mensen elkaar niet kunnen geven (joh. 14.27). De spoedige wederkomst is uitgebleven.

Tot op heden is de Pinksterboodschap nog steeds de roeping van de volgelingen van Jezus. Hoe verdeeld zij geworden zijn in de loop van de eeuwen. Haar opdracht tot zoeken van gerechtigheid, die tot vrede kan leiden, blijft. Een voortdurende uitdaging, een pelgrimage om die weg te gaan. Het gaat daarbij niet alleen om geloven. Het gaat erom het geloof zichtbaar te maken in eigen context en in de wereld. Door misstanden te voorkomen, te zien waar misstanden zijn ontstaan, de oorzaken op te sporen en te bezien hoe er veranderingen tot stand zouden kunnen komen. Dit kan iemand niet als privé gelovige alleen. Daarvoor zou de geloofsgemeenschap / de samenwerkingen tussen geloofsgemeenschappen, en anders gelovigen, zoals joden en moslims en andere religies een inspiratie bron kunnen / moeten zijn. Elkaar steunen, waar mogelijk, inzake tegenspraak / tegengas tegen de heersende machten / opinies. Praxis in navolging van Jezus, in de geest van Pinksteren is bevrijdend en komt van binnen uit. Daarvoor is het besef, als gedoopten, te mogen leven en werken in het krachtveld van de Geest van groot belang.

Héleen Broekema (TW).