17 november 2015

Brief aan Comité Nationale herdenking 4 en 5 Mei

L.S.,

we zijn om te beginnen dankbaar dat Uw comité jaarlijks een herdenking organiseert van gevallenen in de Tweede Wereldoorlog en op Vredesmissies.

We zouden het zeer op prijs stellen als we over de inhoud ervan met U zouden kunnen spreken, omdat we met U van mening zijn dat dit herdenken een belangrijk element is voor nabestaanden en voor onze samenleving in het algemeen.

Mogen we een paar dingen noemen, die we graag aan de orde zouden willen stellen. 

  1. Bij monde van uw Voorzitter werd de stelling geponeerd dat op 4 Mei herdenken niet samen moet gaan met verzoenen. Dat is de moeilijke discussie nav het gedicht in 2011 over de foute oom Dirk Siebe. Die discussie zal ook elders gevoerd moeten worden, maar naar ons inzicht ook met uw Comité, want misschien zitten er in uw opstelling tav herdenken elementen die een verzoening in de weg gaan zitten. Er is wel een onderscheid tussen herdenken en verzoenen; dat zijn we met U eens. Maar in onze visie horen ze toch bij elkaar. Een bepaalde invulling van herdenken zou een bepaalde beeldvorming over 'goed en fout' in stand kunnen houden die verzoening bemoeilijkt. Een beeld van met name de onvermijdelijkheid van oorlogen. Dat zou het beeld wel eens kunnen zijn dat de huidige lijn van 'herdenken pur sang' oproept. Daarover ook het volgende.

  2. De beeldvorming op de Dam is nog wel sterk militair. En dat heeft de trekken van 'zo is het altijd geweest'. Terwijl er ook andere accenten zijn, die het herdenken zullen verdiepen. Onze nieuwe koning gaf een belangrijk signaal af door in burger te komen.

  3. Inhoudelijk geeft de zeer goed ontvangen rede van de Heer van Uhm ook aanleiding om door te spreken. De wijze waarop hij het militaire bedrijf als een mogelijkheid van dienen neerzet, zet ons aan het denken. Zo noemt hij het duister wel, maar peilt niet waarom het nu zo duister was. Onhelder blijft dat we het als herdenkende natie vast niet eens zijn over dat duister. Verder kan het niet waar zijn 'wij gedenken hen allen met het diepste respect'. Hij lijkt ervan uit te gaan dat we dat allemaal wel met elkaar eens zijn op dat punt. Maar er zijn mensen gedood die ons respect totaal niet verdienen. En er zijn mensen blijven leven, die ons respect bepaald niet verdienen. Die nog niet eens voor een eerlijk proces zijn opgeroepen. Het onveranderd verheerlijkende beeld van de geallieerden zouden we aan willen stippen, omdat het wel lijkt alsof uw comité daar (ongewild) een (politieke) positie sanctioneert. Is dat een correcte vorm van herdenken?

  4. Wij zouden uit de rede van Dhr van Uhm een zin willen onderstrepen:

“Omdat ik geloof dat in dienen de sleutel ligt.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘ik’.
Wie dient, denkt niet alleen in ‘zij’. Wie dient, denkt ook in ‘wij’.
Daar begint de overwinning op het onrecht. Want vrijheid, gelijkheid en rechtvaardigheid, een betere wereld, die maak je samen.”

En willen daar graag aan toevoegen: de overwinning op het onrecht zit principieel in verzoening. Dat vinden wij meer fundamenteel dan dat je bereid moet zijn de dienst van ten strijde trekken te leveren. Zoals dhr van Uhm deze dienst neerzet, verandert er wezenlijk niets.

Wij doen onze (soms kritische) opmerkingen in diep respect voor allen die omgekomen zijn in de oorlog. Want zij verdienen het dat voeren van oorlog niet maar gewoon door gaat. Troost, herdenk, rouw niet alleen, 'maar steek ook een spaak in het wiel' (Dietrich Bonhoeffer).

We zouden U willen vragen of U een kleine delegatie van ons wilt ontvangen voor een gesprek hierover. Over de exacte invulling van een agenda voor dat gesprek kunnen we altijd overleggen.

Namens de Vereniging Kerk en Vrede,

Henk Baars, voorzitter.

Jan Anne Bos, secretaris