17 november 2015

Dienstweigering en geweldloosheid

Dienstweigering en geweldloosheid zijn een onvervreemdbaar deel van mijn identiteit.

Op mijn zestiende wist ik dat ik niet in militaire dienst wilde. Vanzelfsprekend was dat niet: in mijn familie ging iedereen gewoon in dienst, soms zelfs als beroeps. Ik was ervan overtuigd dat de christelijke traditie, waartoe ik mij reken, ten diepste een geweldloze traditie is.
Een mentor van het Doopsgezind Vredesburo wist in een serie gesprekken een bodem te leggen onder die overtuiging. Ik ben die mentor en de doopsgezinden, vredeskerk bij uitstek, daar nog steeds dankbaar voor. Ik schreef een toelichting en werd zonder een gesprek met de daarvoor aangestelde commissie erkend als gewetensbezwaarde militaire dienst. Ik heb die toelichting nog, op van dat gladde kopieerpapier. Ik onderschrijf nog steeds ieder woord ervan.

Daarna volgde de zoektocht naar geschikte plaats om mijn vervangende dienst te kunnen doen. Dat werd Groot Schuylenburg in Apeldoorn, waar ik met passie en zonder enige opleiding werkte als groepsleider. Ik heb er een prachtige tijd gehad, totdat ik in 1981 vier maanden te vroeg stopte. In die tijd voerde de Vereniging Dienstweigeraars actie om de duur van de vervangende dienst (18 maanden en 19 dagen) gelijk te trekken met de militaire dienst (14 maanden). Ik besloot aan die actie mee te doen en werd ‘werkweigeraar’.

Dat liet de staat niet op zich zitten. Na twee processen en een beroep bij de Hoge Raad werd ik veroordeeld tot een maand detentie. In januari 1984 zat ik een maand in het Huis van Bewaring in Assen. Dat is verhaal op zich.

Makkelijk was het niet, maar het werd een mooie maand. Ik leerde er dat actie en spiritualiteit bij elkaar horen. Oosterhuis zingend overwon ik er de angst voor de isolatie waarin ik drie dagen was geplaatst. Die ervaring is van beslissend belang geweest voor mijn leven.

Kees Posthumus is verhalenverteller en kerkjournalist.

www.keesposthumus.nl