15 januari 2017

2e zondag na Epifanie 15 januari 2017

Enige gedachten bij: Jes.62.1-5, Ps 96, (rom 4.1-12), Joh. (1.29) 2.1-11. Voor 15 januari, de 2e zondag na Epifanie.

Niet vanuit economie of politiek, maar vanuit de periferie, de gemeente, moet liefde en gerechtigheid, in woord en daad, openbaar worden. Dit als een afspiegeling van de liefde en gerechtigheid van God naar andere mensen, Jezus is daarin voorgegaan.

Inleiding.   Jesaja 61.10 – 63.9 zijn troost verzen voor de verdrukten. Ze gaan over vernieuwing van het verbond met alle generaties uit verleden, heden en toekomst.

Johannes schrijft vanuit het verstaan van zijn lezers van de Hebreeuwse bijbel. De beschrijving moet gezien worden als verzetslitteratuur, met codering. Het evangelie moet dan ook niet gelezen worden als 'anti – joods', maar als bevrijdend voor wie Jezus navolgen als het vlees geworden woord. De Johannes' gemeente was een gemeente in de verdrukking. De vragen waren, na de val van Jeruzalem, vele: 'Was deze Jezus, de Messias die wij verwachten'. Tijd en plaats zijn in de verhalen, die door Johannes aan Jezus worden toegeschreven, van groot belang.

Het eerste gedeelte van het evangelie bestaat uit de tekenen en werken van Jezus. Die tonen aan dat Jezus een licht uitstraalt van liefde en gerechtigheid, zoals de beschreven eigenschappen van God. Deze vat Johannes daarna samen in de: 'Ik ben woorden'.  Daarna volgen instructies voor de leerlingen / de gemeente, en de voorbereiding op zijn dood.

Ps 96, Laat het uw leidraad zijn van dag tot dag Gods heil, de glorie van zijn Naam te verkondigen.

Jesaja62.1-5 Jesaja krijgt de boodschap niet te zwijgen, maar te verkondigen, dat de ENE (61.11)  gerechtigheid en lofzang zal doen ontspruiten, bij alle volken. God, en daarom ook de schrijver mag niet zwijgen omwille van Sion/Jeruzalem.  Ook de wachters (62.6), die aangesteld zijn op de muren van Jeruzalem, mogen niet zwijgen, totdat er gerechtigheid gedaan wordt die, als een fakkel, licht zal verspreiden.  Zodat de gerechtigheid van de Heer, de ENE (NB) zichtbaar zal zijn voor alle koningen en heidenen. Als de trouweloosheid verdwijnt, zal ook de troosteloosheid verdwijnen. Dan zal het volk een nieuwe naam krijgen, die de ENE zal bepalen. Het zal weer de kroon op de schepping worden. Hoop voor de toekomst in relatie met God door gerechtigheid te doen. Hoop op een land waar mensen bevrijd kunnen wonen. (in tegenstelling tot Babylon). Dan zal God vrolijk zijn (STV)/ zich verheugen(NBV) /verrukt zijn (NB) over zijn volk, zoals een bruidegom over zijn bruid. Sion wordt ook elders betitelt als de bruid van God. Het bruiloftsverhaal te Kana, zoals Johannes dit ziet, doet denken aan deze woorden uit Jesaja.

Joh. (1.29) 2.1-11.

Context: Johannes begint zijn beschrijving van zijn goede boodschap, voor de Johannes gemeente, niet met een aantonen dat Jezus uit het geslacht van David komt, noch met zijn doop. 

Hij begint met: In het begin was het Woord. Twee verwijzingen in de eerste zin: In het begin, zo begint Gen. 1. Het woord (dabar = woord en daad) komt uit de Tenach. Het begin wordt ingedeeld in dagen. Jezus wordt voorgesteld als de verpersoonlijking van de woord/daden van God.

 Johannes de Doper, profileert zich duidelijk als voorloper: 'Ik ben het niet, na mij komt de komende....' (Dit t.o. De latere 'Ik Ben' woorden). De nadruk in dit eerste hoofdstuk ligt op inleiding, tijd, plaats en ontmoetingen aan de overzijde van de Jordaan.   

Tijd: Johannes deelt hoofdstuk één in, in 5 dagen. Hoofdstuk 2 begint met: op de derde dag was er een bruiloft in Kana. Totaal 8 dagen, een 'messiaanse week'.  In het joodse denken speelt de achtste dag een grote rol. Het is de dag van de messiaanse werkelijkheid, die uitgaat boven de tijdrekening en daarmee hier wordt aangekondigd. Een overschrijding van de volheid. Op de derde dag is,er een bruiloft  (2.1). Dit heeft Jezus gedaan als eerste teken (2.11). Een teken dat meer symboliseert dan het gewone.

Plaats: Het eerste en tweede teken spelen zich af in Kana, in Galilea. Galilea is in de ogen van de leiders in Jeruzalem, het volk van heidenen (gojim) of zij de de Tora niet kennen. Kana komt slechts 1x in de Tenach voor bij een gebiedsindeling(Jozua 19,28), als plaats in de periferie. Kana wordt  door Joannes 2x gebruikt (2.1, 4.46) om het belang van Jezus voor de periferie (ook de volken) aan te geven. Uitstraling  van Gods liefde en solidariteit is niet te verwachten van politieke - of kerkelijke leiders maar vanuit de woorden en daden van gelovigen (de gemeenten), in navolging van Jezus. Wat er verteld wordt is van belang, maar heeft een diepere lading.

Wie spreekt/ handelt t.o.z.v. Wie, hoe en waarom?

  • Moeder is aanwezig zij is onderdeel van het gezelschap. Zij ziet dat de wijn op is. Moeder staat hier voor het symbool van dat Israël dat ziet dat er iets niet volledig is in de verhouding God – Israel. Zij attendeert Jezus op dit gebrek (aan wijn) en bemiddelt in dit gezelschap . Zij geeft de bediende instructie te doen wat Jezus vraagt.
  • Jezus en zijn leerlingen zijn genodigd zij vertegenwoordigen de messiaanse gemeenschap. Jezus antwoordt haar: (dat de wijn op is) 'betekent dat iets tussen u en mij'? Dat wil zeggen wat u vertegenwoordigd en wat ik vertegenwoordig is niet hetzelfde. Jezus taak is voorbeelden van bevrijdend licht te brengen in de wereld door zijn woorden en daden. Een lichtend voorbeeld van  een nieuwe interpretatie van de Tora. Johannes zal dit verhelderen door tekenen en werken van Jezus te beschrijven. Jezus vervolgt: 'vrouw, (niet moeder), mijn uur is nog niet gekomen' (2.4). Doordat Jezus toch in actie komt op dit bruiloftsfeest wordt aangegeven dat dit uur er aan zal komen. Jezus zijn uur is pas gekomen, als zijn zending voltooid zal worden (12.23) Het antwoord van Jezus geeft een kritische spanning aan tussen de realiteit van het gezelschap/de samenleving en de praktijk zoals die zou moeten zijn in de messiaanse Johannes gemeente. Jezus geeft opdracht de water vaten te vullen, tot aan de rand.
  • Leerlingen. Kunnen Jezus glorie zien en zodoende leren tot geloof te komen (2.11)
  • Watervaten: De 6 vatten (bijna een volmaakt getal) voor het reinigingsritueel, volgens de Tora, waren niet vol. Dit reinigingswater van de Judeers (2.6), is symbool van de reiniging door de Tora, (zoals ook doopwater).Het navolgen van de Tora functioneerde dus niet volledig. Judeers zijn, in het Johannes evangelie, de tegenstanders van Jezus, die het met hem oneens zijn over zijn woorden en daden en zich daardoor bedreigd voelen.  De vatten moeten weer tot de rand toe bijgevuld worden (2.7). De naleving van de Tora is gedeeltelijk uit het zicht en moet weer volop zichtbaar gaan functioneren. Het water moet weer levend water worden, ter leniging van het gebrek: wijn.
  • Wijn: De navolging van de Tora zal weer waarachtig moeten worden, in navolging van de goede wijn van de ware wijnstok. (15.1-5 Johannes schrijft slecht 2x over wijn) . Toen in een wereld van oorlog en onderdrukking (door de Romeinen). Omdat getoond wordt dat het anders kan, dat meer dan het gewone mogelijk is en leerlingen daarin geloven. (2.11)
  • De bedienden:  (In de Griekse tekst staat niet bedienden of slaven maar: diakonos, zij die dienstbaar zijn en Jezus volgen 12,26). Deze diakenen moeten de vaten tot de rand toe met water vullen. De diakenen krijgen de opdracht wat in de vaten zit te brengen naar de ceremonie meest, die proeft het en het blijkt wijn te zijn. De diakens maken nu, evenals in de gemeente, deel uit het geheim. Zij ervoeren hun taak (in de gemeenten) dat de Tora volledig uitgevoerd moet worden, zodat gebreken gelenigd kunnen worden. Jezus staat te midden van hen, maar wordt nog niet herkent.
  • De ceremonie meester: Is verbaast over het beleid van de bruidegom, die de goede wijn bewaart heeft tot de derde dag. – De dag waarop het water van het land gescheiden werd en groene planten en vruchten ontstonden die zaad voortbrachten! 
  • De Bruidegom: De reactie van de bruidegom, die geroepen werd door de ceremoniemeester lezen we niet. Omdat het hier gaat om, de slechts gedeeltelijke relatie met de Andere Bruidegom, God. De relatie van de Ene met Israël en de volken als zijn (volledige) bruid. 
  • De bruid  deze is nog afwezig. Het leerproces van de bruid zal in eerste instantie tot doel hebben, het herstel van Sion / Israël (jes. 62) en dan met de volken. Een leerproces tot op vandaag.

Tot op vandaag.

Kana, als een eerste teken om te leren dat wat in de Tora beschreven is, weer een creatieve rol zou moeten spelen in de messiaanse (Johannes) gemeente. Dat blijkt een lange leerschool te zijn, voor alle geloofsgemeenschappen, tot op heden.

Voor een geloofsgemeenschap ook nu betekent dat, dat het niet gaat om geloven in dogma's, maar in woord en daad om te zien naar elkaar en naar mensen die op haar weg komen. Niet zwijgen waar het gaat om onrechtvaardigheden en liefdeloosheid. In onze samenleving bijvoorbeeld daar waar:

  • op de neoliberale markt  gezegd wordt dat iedereen het eigen geluk zelf moet zoeken en anders aangemerkt wordt als een mislukkeling,
  • mensen het gevoel hebben niet gehoord te worden,
  • ongenoegen, door crisis, oorlogen, angst en onzekerheid, op buitenlanders, joden en vluchtelingen afgewenteld wordt, 
  • door het populisme angsten en nationale gevoelens  aangewakkerd worden,
  • de  wapenhandel floreert, onveiligheid gepromoot word, met als gevolg dat de defensie begroting opgevoerd zou moeten worden!

Een geloofsgemeenschap in deze tijd zal kunnen trachten, samen met anderen waar mogelijk, niet te zwijgen over het onrecht. Maar creatief  het zaad van liefde en gerechtigheid, dat in hen is, te zaaien.  Zoals Jezus heeft voorgeleefd.  Zijn leerlingen heeft hij opgeroepen dat trachten te doen in het koninkrijk van God dat is en komende is, gesteund door het krachtveld van de Geest. Het is nooit te laat om daar mee te beginnen.

Héleen  Broekema 12.01.17

 

Laten we ermee beginnen....

Een jongeman had een droom.

Hij kwam in een winkel.

Achter de toonbank stond een engel.

Haastig vroeg hij hem:

'Wat verkoopt u zoal meneer?'

'Alles wat je maar wil'.

De jongeman zei toen:

'Dan wou ik graag:

het einde van de oorlog op aarde,

betere kansen voor de mensen aan de rand,

opruiming van de krotenwijken in Latijns-Amerika,

arbeid voor alle werkzoekenden,

vormingsmogelijkheden voor jongeren,

en.....'

Maar de engel viel hem in de rede:

'Verontschuldig me, jongeman,

je hebt me verkeerd begrepen.

We verkopen geen vruchten,

We verkopen enkel zaad'.