30 oktober 2016

7e zondag van de herfst 30 oktober 2016

OPROEP: LAAT AUB EENS HOREN WAT U AAN DEZE PREEKSCHETSEN HEBT OF ZIJN ER ANDERE SUGGESTIES. (per maand scoren we hier 300 hits mee. a.debruijn@kerkenvrede.nl)

genesis 12:1-8 lucas 19:1-10

Morgen start Refo500 met veel bezinning over ‘Waar blijft de (al dan niet geslaagde reformatie van) de kerk’? Er is een hele estafette en een heel jaar van aandacht en zeker ook Lutherliederen zingen.  
Neem er een refobiertje bij. Geef de kinderen uit de nevendienst een Playmobiel-Luther. (www.refo500.nl)

Maar vraag vooral: Welluku kerk? Laten we afspreken dat het nu alleen maar meer kan gaan over een kerk die zegendrager is, en er niet is als zelfstandig item, dat eigen belangen heeft te verdedigen of te vernieuwen.

Dat principe/criterium zegendrager komt bij Abraham vandaan.

Vooral hieruit meenemen dat de andere volken (in hem) gezegend zullen zijn. Dat daar die zegen (van o.a. een eigen land voor zijn nakomelingen) voor is. En daarvoor alleen.

In de sector ‘vrede en gerechtigheid’ waar deze preekschetsen vooral de vinger bij plegen te leggen, ligt dan de thematiek van: “Wat doet Israël in dat land met/voor/tegen Palestijnen” voor de hand. Of heb je die net voluit aan de orde gehad op Israëlzondag?

Maar je mag niet blijven steken in: “Dat kunnen de Joden c.q. de staat Israël in hun zak steken.

Je kunt het laatste woord van elke dienst “Zegen” uitdiepen voor ieder die die ontvangt.

‘Geroepen’ is ook een belangrijk woord: Abraham uit zijn land. Zacheus uit zijn boom. Klinkt wel een beetje verwant. Abraham is een geslaagd herdersvorst; Zacheus is een succesvol belastingpachter, maar hij is vooral een ‘zoon van Abraham’. Dat zit hem wat Zacheus betreft in zijn houding tov zijn slachtoffers: mensen recht doen. En het keert zich in zijn geval ook tegen hemzelf. het was ZIJN eigenste onrecht dat rechtgezet moest worden.

De pointe van de beide lezingen lijkt me lucas 19:10, dat de Zoon des mensen gekomen is om het verlorene te zoeken. Lukas kaart dat ook aan in de gelijkenissen van het verloren schaap etc. Die gelijkenissen werden uitgelokt door de minachtende praat van met name schriftgeleerden e.a. over tollenaars en hoeren. Het valt me op dat dat hier niet vermeld worden; maar ‘zij allen’. Heeft dat betekenis?  

Jezus gaat niet rechtstreeks in debat met de omstanders. Lukas vertelt het zo, dat Zacheus Jezus’ antwoord is.

Iets anders : is spreken van zondige mensen passé? Of kan je sowieso alleen nog spreken met of als zondige mensen. En hoe gaat ‘intrek nemen bij zondige mensen’ in zijn werk bij de navolgers van Jezus? (of is dat gezocht?)
Had de reformatie op dat punt iets te bieden of heeft ze het op dat punt laten afweten? Luther was geen Moeder Theresa in sloppen wijken, maar eigenaar van een bedrijf dat zijn echtgenote tot bloei wist te brengen. Is het ergens bekend hoe Luther omgegaan is met het intrekken van zijn gelofte van armoede als monnik? Ik heb het niet voor jullie opgezocht.

jan anne bos