14 juni 2015

2e zondag na Trinitatis 14 juni 2015

Ez. 17.22-24, Ps 92, (2 kor.5.1-10), Mc. 4.26-34. 

De menigte loopt achter Jezus aan. Leerling zijn vraagt om training en verdieping, toen en nu. De wereld problematiek maakt onmachtig. Hoe kunnen gelovigen of geloofsgemeenschappen elkaar ondersteunen om toch te zaaien, om een tak te worden, als van een mosterdboom, die schaduw geeft aan hen die daarnaar snakken.

Inleiding.
Macht willen krijgen via veroveringen of onderdrukking, leidt steeds weer tot niets. Het gevolg is wel vele slachtoffers, volksverhuizingen en onheil. Niet alleen in de verhalen in het eerste testament, maar ook in de wereldgeschiedenis.
Ezechiël geeft tussen allerlei door God ingegeven onheils schetsen, enkele verzen van troost, over God die toch weer een twijgje zal enten. 

  • De Psalm van de zondag schetst Gods daden als een rots om op te vertrouwen. 
  • Paulus beschrijft aan de gemeente in Korinte hoe te handelen op aarde, naar Jezus' voorbeeld.
  • Marcus beschrijft, na de val van Jeruzalem, voor de volgelingen van Jezus in Rome dat het Rijk van God is als een mosterdboom. Jezus, is als een zaaier, die het woord gezaaid heeft. Al was dit maar zo klein als een mosterdzaadje het kan uitgroeien tot een boom die schaduw geeft. De  leerlingen krijgen de  opdracht eveneens te zaaien en een afschaduwing te zijn van het Rijk van God dat is en komende is, naar Jezus voorbeeld. 

Ez. 17.22-24,
Context: Zedekia pleegt trouwbreuk, zowel ten aanzien van het verbond met God als ten aanzien van zijn verbond met de koning van Babel. Hij zoekt toenadering met Egypte, het voormalige slavenhuis, om hem te verlossen van ,Babel.  Dat loopt helemaal mis.17.1-10 Het raadsel van de adelaars. 11-21.De boodschap aan het opstandige volk.

22-24. Ondanks alle misstappen van koning en volk, enkele woorden van troost. Ondanks de ontstane situatie zal God een twijgje enten uit een hoge ceder (op de Libanon) en deze planten op de hoogste berg van Israël. En dit twijgje zal vrucht dragen en daar weer schaduw geven. Een nieuw toekomst perspectief. Dan zullen alle bomen beseffen, dat ik de Heer een hoge boom vel, een gezonde boom laat verdorren en een verdorde boom weer laat bloeien. Wat de Heer zegt, zal hij doen.

Ps 92.Een zondagspsalm.
Wat de Heer zegt zal hij doen, Hij is onze rots. Lof voor de Heer wordt bezongen in deze psalm, als Gods grote daden. Deze daden van God zouden de gehele dag moeten worden bezongen. Gods openbaringen, zijn daden, kunnen worden gezien als bijvoeglijke naamwoorden bij de NAAM. Het zijn Gods deugden, waar mensen als beelden van God een afspiegeling van zouden moeten zijn.Gods deugden worden vaak samengevat als Liefde

(2 kor.5.1-10),
De Geest als onderpand, om het leven in de aardse tent vol te houden, met een hemelse woning als perspectief. Waar wel verantwoording gevraagd wordt van aardse daden.

Mc. 4.26-34
Context: Koninkrijk gelijkenissen. Jezus, onderwijst bij het meer van Galilea, maar spreekt in gelijkenissen.3-10. De boer die zaait en het zaad komt op verschillende plaatsen terecht. Een gedeelte brengt percentages oogst op.10-12. Aan de leerlingen wordt het geheim van het koninkrijk onthuld. De leerlingen begrijpen dit geheim nog niet, zij vragen verduidelijking. 13-20 Het woord, is als zaad, dat ergens valt, maar verschillend, of geen vrucht draagt. Jezus is de zaaier. Hij zaait het woord dat effect moet hebben tot ander inzicht. Zij die geloven, dat zullen zijn leerlingen zijn,o.a. de twaalf (3.16). 21. Tegen de menigte spreekt Jezus dan weer over een lamp, die je niet onder de korenmaat plaatst. De lamp kan gezien worden als de Tora, die immers is als een lamp/licht voor je voet (ps. 105,119), maar ook als Jezus zelf, als het licht voor en van de wereld (Joh.8.12).24. De maat waarmee je meet, daarmee zal jouw de maat genomen worden. Wie oren heeft die hore.

26-34. Als Jezus alleen was met zijn leerlingen gaf hij hun uitleg over  het koninkrijk van God . In dit hoofdstuk wordt er met deze uitleg een begin gemaakt. Opdat zij meer inzicht zouden krijgen in Jezus zending en toegerust te worden tot hun toekomstige taak: uitzending in het Rijk van God, dat is en komende is.

26-29: Hier wordt het koninkrijk van God vergeleken met een zaaier. Een zaaier, die zaait en pas bij de oogst het resultaat ziet.  In de tussentijd rijpt het zaad, daar heeft de zaaier weinig invloed op. Wel op de zichtbaarheid hoe het al of niet opkomt, tot aan de oogst.

30-33. Een vergelijking van het Rijk van God met een mosterdzaadje, dat als het opschiet een heel grote boom kan worden, de grootste van alle planten, die de vogels van de hemel schaduw geeft, zodat ze erin kunnen nestelen.

Het is als het Twijgje in Ezechiël. (en het rijsje uit de stam van Isai). Het zal het resultaat zijn van de  praktijk van Jezus in opdracht van God, die voortgezet moet worden door zijn leerlingen. Zij zullen moeten werken, tussen de mensen, als een zaaier, zodat er in de wereld mosterdplanten zullen opschieten. Hoeveel schaduw de takken verspreiden, is dus aan de takken. Mensen, leerlingen, zijn als takken die wel, minder of geen schaduw geven. Mensen als verantwoordelijke voor de schaduw, het recht in eigen omgeving en de wereld. Door zo te handelen zal praktijk van Jezus en zijn leerlingen die klein begon, groot eindigen, zoals een mosterdzaadje. Zij zal in Marcus ogen, de praktijk van de Farizeeën doen verdwijnen. Dat leek er op, na de verwoesting van Jeruzalem. Lang heeft het Christendom dan ook het Jodendom als secondair gezien. Nu wordt langzamerhand beseft hoe belangrijk, ook voor het Christendom en de Islam, de joodse geschriften zijn en zijn geweest.

Leerling zijn: zaaien en tegelijk zijn als een Mosterdplant.
Het twijgje in Ezechiël en het mosterdzaadje in Marcus hebben een overeenkomst. Beide zijn symbool voor een nieuwe toekomst. Een nieuwe boom, die schaduw geeft aan velen, zoals het rijk van God. Het verschil is dat het twijgje een profetie is. De gelijkenis van het mosterdzaadje is een duidelijke opdracht aan de leerlingen. Zij hebben de verantwoordelijkheid om in het rijk van God te zaaien, zodat alle volken onder die grote boom kunnen leven, rechtvaardige en onrechtvaardige. Maar hoe? Jezus, is bezig door zijn woord en praktijk de leerlingen daarin inzicht te geven. Zijn richtlijn is daarvoor zijn woorden en daden geënt op de 10 woorden en de daden van God (Ps. 92).

De daden van Gods, zijn deugden worden samengevat als Gods liefde. Een afspiegeling daarvan wordt beschreven als de 7 werken van  barmhartigheid.

Sinds de tweede wereldoorlog valt Pinksteren midden in bevrijdingsherdenkingen Dit jaar in april, mei en juni, van 70 en 71 jaar bevrijding. Een dubbel gevoel: ons land dat in oorlog is, dat zijn voormalige doden herdenkt en zijn bevrijdingsdagen viert. Terwijl in Midden-Oosten de ene partij rebellen of regeringslegers tegen de nadere partij strijd. Daar de steden verwoest worden, waar de plaatjes o.a. van Rotterdam en Dresden aan doen denken. Met als gevolg mensen in kampen, op de vlucht verkracht, uitgebuit, op zee verdronken, asiel geweigerd. In Nederland worden nog steeds als  illegaal benoemde mensen opgepakt en ingesloten. En als ze niet uitzetbaar zijn naar vele maanden weer op straat gezet, geklinkerd. Daarover werd bij de discussie over een bed, bad, en brood regeling niet gesproken. Het laatste woord over de vermeende oplossing is er nog lang niet. Mensen zijn zich kennelijk ook niet meer gedachtig wat er gebeurde in de dertiger jaren toen Nederland ook vluchtelingen niet welkom waren of geweigerd werden. Bovendien weer een verschrikkelijke aardbeving in Nepal. De situatie in de wereld die elke dag ons via verschillende media bereikt geeft onmacht ondanks het leven in vrijheid. Vrijheid is niet onbeperkt kunnen uiten wat je wil zeggen, soms ten koste van anderen. Vrijheid is gebruik te kunnen maken om misstanden het onrecht dat anderen aangedaan wordt aan te tonen en mee te werken aan mogelijk heden voor vrede.

Christenen hebben onlangs weer Pinksteren gevierd. Het feest ook bestempeld als feest van de missionaire opdracht. Een missionaire opdracht, moet niet als doel hebben te getuigen van grote daden of zoveel bekeerlingen. Jezus werk begon klein, zoals bij alle mensen, bij zijn doop stelt de aanduiding hem apart. Zoals ook Christenen apart gesteld worden door hun roeping in de wereld middels hun doop. Na Jezus doop volgt eerst bezinning, dan daden, een menigte loopt hem na, weer bezinning (gebed). Een nieuwe strategie: de menigte ontwijken mbt tot wie hij is, maar wel verkondigen en genezen. Bij Marcus heeft Jezus steeds een omslag in zijn strategie na bezinning gebed, in Mc 4. worden leerlingen afgescheiden van de menigte voor inzicht het waarom van Jezus praktijk. Zij krijgen uitleg met andere gelijkenissen/ parabels. 4.10, 33-34. En later de opdracht Jezus werk voort te zetten. Jezus heeft Gods liefde menselijk duidelijk gemaakt. De leerlingen zullen dat voort moeten zetten.

Leerling zijn is dus ook een kwestie van informatie, analyse en strategie. Keuzes maken wat wel en niet mogelijk is. (Nood)hulp en wederopbouw, moeten worden overlaten aan deskundige en de politiek, die daartoe de gave  en mogelijkheden hebben. Zij kunnen ondersteund worden met financiële bijdrage, maar ook met acties, wake, stilte kringen, vragen en petities om andere beslissingen te maken. Wat ver weg gebeurt komt eerder tot ons dan de problemen in onze straat of wijk of stad. Juist dicht bij is de eerste mogelijkheid om aanwezig te zijn, waar nodig.

Wat gezaaid wordt, daarvan zien mensen vaak de oogst niet. Aanwezig zijn, schaduwrijk zijn, kan al door een klein woord of gebaar. Individueel een klein gesprekje, met een luisterend oor, zomaar in de supermarkt of in het openbaar vervoer kan door iemand als een schaduw worden ervaren.

Als geloofsgemeenschap of als gelovige is het juist zaak in eigen omgeving te bezien wat mogelijk is. Samen met andere organisaties kan gewerkt worden aan knelpunten in eigen omgeving. Van belang daarbij is na te gaan wat er mis is en hoe daar verbetering in gebracht kan worden. Verdieping in achtergronden is van belang. Met welke intenties, vanuit welke culturele of ethische opvattingen komen jouw keuzes en die van anderen tot stand?

De christelijke cultuur heeft tot voor kort door de eeuwen heen ten aanzien van charitatieve werken een leidende rol gespeeld, hetzij positief of negatief, maar de intentie was liefde als beeld van God. En de opdracht van Jezus in zijn liefde te blij ven (joh.15.9-17).Tegenwoordig lijkt het er op dat niet liefde, maar de klassieke maatschappelijke deugden zoals eer, heldenmoed, de deugden zijn die op de voorgrond treden in plaats van recht en gerechtigheid. Militairen worden op allerlei manieren geëerd: medailles, veteranen clubs en veteranen dagen, op ROC's  wordt  geworven voor het leger onder het mom mee te werken vrede en veiligheid. Voetballers, die een kampioenschap behaald hebben, worden als helden ingehaald. Tal van schrijvers, musici en filmproducenten verkrijgen het ene award na het anderen.  In onze neoliberale samenleving speelt prestatie gekoppeld aan de markt, het recht van de sterkste en het individualisme hoogtij. Het lijkt er op dat nationalisme een grotere rol speelt, met als gevolg afwijzing van mensen en culturele uitingen, die niet stroken met de opvattingen van de heersende orde.

Kunnen geloofsgemeenschappen dan nog een andere rol spelen, door al zaaiend een afspiegeling te creëren als schaduw van de grote boom, het rijk van God, dat is en komende is?
In onze participatie maatschappij, zal voor geloofsgemeenschappen meer en meer een missionaire taak zijn weggelegd. Zaaien, aanwezig zijn, zoals Jezus aanwezig was in zijn samenleving. Hier en daar schaduw bieden. Maar ook een stem laten horen als het gaat om onrecht. Aantonen waar er een te groot beroep wordt gedaan  op vrijwilligers, terwijl  anderen voor het zelfde werk ontslagen worden. Hulp bieden aan wie geen hulp krijg,t als het gaat om voedsel of onderdak etc.. Diaconale taken zullen ingevuld kunnen worden op een eigentijdse wijze.  Meedoen waar mogelijk met anderen. Initiatieven nemen en anderen daarbij betrekken. Knelpunten zijn daar waar mensen vooroordelen hebben over anderen, niet uit eigen kring. Waardoor mensen niet als gelijkwaardig geaccepteerd worden, mensen zich bedreigd voelen, door andere opvattingen en belevingen t.a.z.v afkomst,  religie, cultuur, sociale rol in de samenleving of geaardheid. Aanwezig zijn in de samenleving heeft een uitstraling. Niet misschien direct op kerkbezoek, maar wel op zingevings- en motivatie vragen. Het woord, de viering, de lofzang, zal daarbij als eerste een ondersteuning zijn voor een geloofsgemeenschap zelf. Het is dan als zaad van God, dat groeit in de harten als zijn Liefde. Daarnaast is toerusting en bezinning intern of met anderen uit de buurt van groot belang, om zicht ter krijgen op problematiek in de omgeving en prioriteiten stellen in de aanpak. Een gebed om verandering of ondersteuning, als de toekomst duister is, valt in onvruchtbare aarde als handen en voeten zich niet inzetten om te werken aan verandering.  Liefdevolle inzet kan als schaduw worden ervaren, al zijn resultaten waarneembaar, of worden deze niet gezien.

Héleen Broekema (TWG)

Lied over een heel klein zaadje.

Een heel klein zaadje waait weg op de wind.  Het ligt ver verloren op straat en niemand die het vindt.
Zo'n heel klein zaadje dat vang je in je hand. Je dekt het met de aarde toe; dan slaapt het in de grond.
Zo'n heel klein zaadje wordt wakker van het licht. Het groeit de grond te boven. Het warmt zijn gezicht.
Zo'n heel klein zaadje is liefdevol gepoot. Dan loopt het uit en wordt een boom, een boom zo sterk, zo groot.
Zo'n heel klein zaadje groeit langzaam, tak na tak, tot alle vogels zingen in hun grootse dak.
Zo'n heel klein zaadje is Gods koninkrijk; en groeit en wordt voor iedereen een schuilplaats wereldwijd.
Dit kleine zaadje, je vangt het in je hart. Het wordt van alle liefde groot, het groeit, als je volhardt.

Sytse de Vries. (Liedboek zingen in huis en kerk lied 181.)