11 januari 2015

1e zondag na Epifanie 11 januari 2015

Romeinen verkondigden hun wapenfeiten, in Rome, als evangelie. Marcus schrijft een ander, een tegen-evangelie. Ter bemoediging van de navolgers van Jezus, die vervolgd worden. Baan de nieuwe weg te midden van de 'woestenij' en 'wilde beesten'. Welk 'evangelie' betreffende hun wapenfeiten verspreiden christenen vandaag.

Enige gedachten bij: Jes. 55.1-11, Dan.3.52-56, Mc.1.1-11 voor zondag 11 januari, 1e na Epifanie. Doop van de Heer. Kerk en Vrede.

Inleiding.

Marcus beschrijft zijn verhaal over Jezus levenspraktijk ter bemoediging van zijn volgelingen, ongeveer 70 jaar na Chr. waarschijnlijk in Rome. Deze Joden hebben amper de joodse oorlog overleefd. Velen zijn tot slaven gemaakt. De verwachte terugkomst van Jezus blijft, al 40 jaar, uit. Jeruzalem en de tempel zijn verwoest. In Rome worden de volgelingen gearresteerd, opgesloten, gekruisigd of verscheurd door wilde beesten. Marcus wil hoop geven en aantonen dat Jezus werkelijk de beloofde Messias is. Dat leven in en door zijn Geest zal leiden tot recht doen en vrede geven, ook aan de vijand en de vreemdeling ondanks alles. De volgelingen moeten vooral doorgaan naar Jezus' voorbeeld. Ondanks het feit dat ze evenals Jezus in een maatschappelijke woestenij verblijven, door de 'duivel' (de Romeinen) verzocht worden om hun geloof te verloochenen. Vanuit deze maatschappelijke en politieke situatie codeert Marcus zijn tekst. Evenals Johannes vanuit Padmos dat deed met de tekst van openbaring/apocalyps.

Marcus is de enige evangelist die het woord evangelie zelf noemt. Dit woord komt niet uit de Tenach, maar uit de Romeinse tijd. Het was Romeins krijgsnieuws, als blijde -, overwinningsmare. Marcus maakt gebruik van dit woord om de tegenbeweging aan te geven. Een andere, gecodeerde, boodschap van een leger dat niet zomaar klein te krijgen is. Het goede nieuws voor navolgers van Jezus, die lijden onder het juk van de Romeinen. Marcus eindigt zijn evangelie met een bemoediging: De vrouwen die de leerlingen zeggen dat Jezus hen voorgaat naar Galilea. Terug naar eigen huis, Galilea, daar zul je hem zien (Mc.16.7,8). D.w.z. ga door, met wat Jezus jullie leerde, door het krachtveld van zijn Geest. In Galilea waren Jezus eerste praktijken van opstaan tegen onrecht en onheil, als andere mogelijkheid, herinner dat.

Jes. 55.1-11

Een oproep: 1-5. Een zegen voor Jeruzalem als mensen zich bekeren. komt tot mij dan levensonderhoud voor noppes. Water = Thora. Brood, wijn en melk = levenskracht, Thora leren. Waarom zou je je inspannen, in het leven, zonder de Thora, dat leidt tot niets.
3-5. is de beloning als mensen zich bekeren. Dat houdt in: aandachtig horen, naar Gods woord, de geboden onderhouden, dat is het goede zoeken voor de ziel (nefesh) d.w.z. ethische en spirituele bevrediging. Dan zal er een eeuwig durend verbond komen, als bevestiging aan de belofte aan David = messiaans een verbond. Met een voorganger en gebieder van de volken, die velen zal aantrekken ter wille van God.
6. oproep zoekt de Heer, nu hij zich vinden laat.
7.Oproep aan de goddeloze zich te bekeren.
8-11. Gods wegen en gedachten zijn anders. Gods woord zal niet leeg naar de hemel terugkeren, want het is als regen die de grond vruchtbaar maakt.
Context: 12 ev. Dan zult gij uittrekken (uit Babylon) met vreugde.

Dan.3.52-56, zie Willibrord vertaling. Een loflied op God.

Mc.1.1-11.

Marcus' inleiding bestaat uit 4 delen.

  • aanhalingen uit de Tenach 1-3. 

  • De bode die vooruit gezonden wordt, Johannes, is niet waardig. 4,6,

  • Hij doopt mensen, in de woestijn uit Judea en Jeruzalem in de Jordaan. 5,7,8.

  • Gij zijt mijn zoon, in u heb ik vreugde/ welbehagen. 9-11-13.

1.Marcus begint met: Het begin van het evangelie/ de blijde boodschap van Jezus Christus de zoon van God. Dus niet met geboorte verhalen, zoals Lucas, een geslachtsregister zoals Matteüs of het Woord, zoals Johannes. Maar met verwijzingen naar de Tenach: Gen. 1.1, en Jes. 40.3.

2.De bode die voor uitgezonden wordt, duidt Marcus in vers 4 aan als: Johannes de Doper.
Bij de Jordaan roept Johannes mensen op tot inkeer te komen om zo vergeving van zonden te krijgen, door zich te laten dopen. Tot inkeer komen en zonde belijden lijkt ook te refereren aan de vele profeten die opriepen tot omkeer op de weg van de Heer. Daar wordt beschreven, dat door de zonde van het afwenden van de Thora vijandelijke onderdrukking plaats vind of zal vinden. Nu wensen de mensen verlost te worden van de Romeinen.
5. Daarom lopen velen – heel Jeruzalem en Judea – en lieten zich dopen, om vergeving van zonden te verkrijgen
4,6. oproep tot bekering, levenswijze van Johannes en zijn (nederige) rol.
7. Ik ben niet jullie bevrijder, maar degene die na mij komt.
8. Dopen met water t.o. dopen met de heilige Geest.
9. Jezus komt vanuit Nazareth, in Galilea, helemaal naar Judea om door Johannes, in de Jordaan, gedoopt te worden. Ogenschijnlijk een gewoon mens, maar uit een tweede rangsstreek. De doop vindt plaats vlak bij het economisch en theologisch centrum. Jezus zou daar pas veel later terugkeren.
10-11. Met Jezus gebeurt iets als hij uit het water komt. Hij ziet de hemel open scheuren en de Geest als een duif op hem neerdalen. (de vervulling van de wens geuit in Jes. 64.1) Hij ziet niet alleen, maar hoort ook: Jij bent mijn geliefde zoon, in jou vind ik vreugde. Daardoor is een verbinding tussen hemel en aarde aangeduid. Aanduiding van Jezus als Geliefde zoon, waarin God vreugde/ welbehagen vind. In Jezus doop komen hemel en aarde, water en Geest samen. (In de Tenach wordt Israël aangeduid als geliefde zoon).

Context: 12-15 Deze kan hier niet bij gemist worden.
12.Zodra Jezus, maar daarna ook zijn volgelingen, zich door de Geest aangeraakt weten, ontstaan ook de moeilijkheden vanuit de omgeving: beproevingen en bedreigingen door 'wilde beesten'. 40 dagen wordt Jezus op de proef gesteld in de woestijn. (Exodus – uittocht, bevrijding, maar ook 40 jaar het volk Israël in de woestijn. 40 jaar een generatie, na Jezus afscheid). Jezus heeft vertrouwen in God, ondanks alles. De engelen zorgden voor hem. Zo ook voor zijn volgelingen.
14,15 Verkondiging van het goede nieuws. Niet het romeinse rijk, maar Gods rijk is nabij. Daarom, blijf vertrouwen hebben. Er wordt ondanks alles voor je gezorgd. Niet buigen (voor de vervolgers). Blijf erin geloven, houdt vol. Dit evangelie geeft een totaal andere mogelijkheid dan het evangelie van de wilde beesten (Romeinen).

Bij de tekst.

Marcus schrijft zijn proloog in code. Hij verwijst naar de Tenach. Johannes de Dooper schetst hij als een profeet, een bode, maar ook als weg bereider. Die wijze van beschrijven sprak de mensen wel aan. Hoge romeinse heren werden vooruit gegaan door knechten om de weg te effen of te ontdoen van zaken die niet gezien mochten worden door hun meester. In deze tijd is dat nog niet zoveel anders, als de koning of een hoge buitenlandse delegatie ons land bezoekt. Er is een enorm protocol en de wegen worden afgezet. De politie gaat voorop, soms sluit zelfs een ambulance de stoet.

Johannes stelt zich dan ook heel terughoudend op. Hij kleed zich en eet als sommige profeten. En zegt zelfs niet goed genoeg/ niet waardig....te zijn om voor hem die na hem komt te bukken. Marcus laat hem duiden op dopen met water tegenover aangeraakt/ gedoopt worden met de Geest van God, die Jezus zijn leerlingen zal meegeven. De Geest die er was vanaf het begin, toen de aarde nog woest en ledig was.

In deze proloog worden snel achter elkaar een aantal tijdsaanduidingen beschreven: Begin (1), het gebeurde(4), in die tijd (9), op dat moment (10), In de context: meteen (12), 40 dagen (13), nadat (14). de tijd (15).(vlgs opsomming NBV). In een notendop ook plaatsaanduidingen waar het over het zal gaan in dit evangelie: Jordaan, (Rivier zijn wateren, angst, hel gezien vanuit het tijdsbeeld van toen. (De aarde, er boven de hemelen en de wateren daaronder). Onderdompeling als reinigings-ritueel dat bevrijde van zonden en angst. Aanvankelijk werden alleen proselieten gedoopt. Woestijn, Judea, Jeruzalem, Galilea, (Samaria wordt verondersteld door Jezus reis), aarde, hemel, Koninkrijk van God.

En personen: Johannes, alle inwoners van Judea en Jeruzalem, Jezus. Geest/duif. (context duivel, wilde beesten, engelen). 

Dan komt er een wending in het verhaal van het gebeuren rond Johannes, daar bij de Jordaan. Jezus komt in beeld. Hij komt vanuit Nazareth, ver weg in Galilea naar Johannes om gedoopt te worden. Dit is een lange reis. Hij ontmoet daarbij geen muren met checkpoints, waar hij uren moet wachten, omdat hij niet uit Judea komt. Maar hij moest waarschijnlijk wel door het land van de Samaritanen. Onopvallend staat hij daar, als zovelen. Als hij uit het water omhoog komt, komt er een voor hem zichtbare verandering in zijn leven en bovendien een verandering in de geschiedenis. De verbinding tussen zijn leven op aarde en zijn opdracht wordt bezegeld. Hemel en aarde worden verbonden door wat hij zag en hoorde. Jezus wordt aangeduid vanuit de hemel als: mijn geliefde zoon. In het vervolg wordt verhaald dat vanaf dat moment zijn leven niet meer het zelfde is. Zijn leven is vol verzoekingen en belagers, zowel vanuit de politiek als vanuit de synagoge en de tempel. Hij gaat aan het werk in zijn geboorte streek, Galilea. Daar vindt hij leerlingen. Door zijn praktijk en toelichtingen geeft hij met gezag een nieuwe kijk op de wet en de profeten.

Woestijn, de weg. 
Johannes en Jezus (12) worden door Marcus direct in de woestijn gesitueerd: Woestijn: 4x (1,3,4,12,13). Dit moet niet direct gezien worden als een geografische aanduiding. Er wordt eerder de gruwel van de verwoesting en de verwoesters (De Tempelgeleerden en de Romeinen) mee aangeduid. Zowel Johannes, als Jezus en Jezus' volgelingen ontmoeten geweldig veel tegenstand, ontbering en beproevingen. Woeste en woestijn zijn tevens plekken voor rust en bezinning. Het bereiden van de weg van de Heer, heeft dan alles te maken, met recht maken, omkeer tot Gods weg (=Thora doen). Te midden van de woeste maatschappij, recht en onheil bestrijden, al word je belaagd door 'wilde dieren' en de 'satanische mensen'. Dan komt het koningschap van God nabij.(15). Heel de structuur van Jezus' leven wordt door Marcus beschreven als een heelheid brengende weg. Van Galilea, het begin van de weg, naar Jeruzalem en terug naar Galilea.

Dopen / Reinigen/ Bekeren.

Johannes doopte met onderdompeling in stromend water. Dat behoorde tot één van de reinigingsrituelen in het jodendom ten tijde van Jezus. Het gaat verder dan de reinigingsrituelen in een Mikwe. Proselieten (zij die tot het Jodendom toetraden) en ernstig zieken na herstel of om te herstellen moesten zich onderdompelen in stromend water. Jezus laat genezen zieken ook deze rituelen voltrekken, omdat mensen dan weer in de maatschappij konden worden opgenomen. Johannes lijkt op te roepen tot bekering omdat de mensen afgedwaald zouden zijn van de weg van God. Jezus heeft het meestal over een andere wijze van omkeer, niet uiterlijk, maar van het hart. Als mensen die zich bewust zijn beelddragers van God te zijn. Mensen die trachten te handelen als Gods handen en voeten, naar Jezus voorbeeld. En zodoende te streven naar recht en gerechtigheid en vrede met de naaste, de verworpene en de vreemdeling,

Met het verhaal over de doop van Jezus, die speciaal van Galilea naar de Jordaan kwam, wordt aangeduid dat hij ogenschijnlijk als gewoon mens gedoopt werd. Een aanduiding dat Jezus werkelijk degene was waarvoor Johannes de weg bereidde was de Geest als de duif, die hij zag en de stem uit de hemel.

De Geest, als duif, daalde op hem neer en zou ook overgedragen worden op zijn volgelingen, waar God eveneens vreugde in zou hebben.
De doop is een wending in Jezus leven geweest. Christenen zouden zich bewust moeten zijn, dat hun doop ook oproept tot een wending in hun leven. Anders reageren, niet zoals in een eerste menselijke impuls, maar wegen slechten, omdat er andere mogelijkheden zijn.

En nu?

In het afgelopen jaar, van internationale spanningen, hebben zich heel wat situaties van onmacht voorgedaan. Muren en hekken zijn opgetrokken voor illegalen, vluchtelingen en om volken van elkaar scheiden. Mensen vermoorden elkaar omwille van een ''onjuiste leer''. Burgeroorlogen woeden. De politiek gaat er over het algemeen vanuit dat of de één of andere partij in de burgeroorlogen ondersteuning nodig heeft met wapens. En dat de Navo weer parate troepen aan de grenzen van de EU moet stationeren. Er zijn toenemende tegenstellingen tussen arm en rijk, autochtonen en allochtonen, verschillende religies, Wij en Zij, blank – gekleurd, zorgen vanwege de participtiewet en de zorg. Dit alles geeft onmacht gevoelens. Geloofsgemeenschappen kunnen daar ook niet direct, in het groot, veranderingen in brengen.

Op 6 januari is de kerst periode afgesloten. Velen, tot supermarkten toe, spanden zich in om via voedselbanken en Leger des Heils mensen deze dagen een rijkere maaltijd voor te zetten. BNers lieten daklozen en illegalen een nacht in hun huis overnachten. Goede intenties. En daarna??

Jesaja vraagt: Waarom zou je voor water, brood, melk en wijn betalen als het geen voeding geeft.
Gelovigen weten dat zij gedoopt zijn. Dat zij 'gevoed' worden door de maaltijd van de Heer, en zodoende in het krachtveld van zijn Geest wegen mogen banen, door te zoeken naar andere mogelijkheden. Mogelijkheden om met elkaar, zodanig te leven dat (alle) mensen tot hun recht komen. Niet alleen in de gemeenschap zelf door gebed en omzien naar elkaar, maar ook daar buiten. Daar helpen waar geen helper is, al is dat onder protest. Contact trachten te maken met mensen, die niet dagelijks op onze weg komen, gaat niet vanzelf. Ervaringen delen, naar elkaar luisteren en bij vorming en toerusting mensen uitnodigen om elkaar te leren kennen en zodoende inzicht verwerven in normen, waarden, opvattingen van anderen. Samen zoeken naar knelpunten en leren benoemen wat nog niet juist is. Zodoende wegen banen om muren te slechten.

Héleen Broekema (TWG)

Scheur toch de wolken weg en kom,

Scheur toch de wolken weg en kom.
Breek door de blinde muur en kom.
Doodsnacht regeert ons her en der.
De tijd is vol, uw naam is ver.

De vloed van tranen komt tot u.
Bloed uit de aarde roept tot u.
Al uw verworpen kinderen staan
op uit hun graf en zien u aan.

Mocht het toch waar zijn dat gij hoort.
Dat niet vergeefs dit mensen woord,
O God sinds mensen heugenis,
dat niet vergeeft dit lijden is.

Mochten wij zien dat gij bevrijdt,
dat gij geen god van doden zijt.
Breek door de blinde muur en kom.
Scheur toch de wolken weg en kom.

Naar Jes.64.1. Huub Oosterhuis.