7 november 2018

11 november 1918- 2018

Honderd jaar later: 11 november 1918 -11 november 2018
Van wapenstilstand naar wapenwedloop

Na ruim vier jaar en met naar schatting meer dan 15 miljoen dode militairen en burgers eindigde op 11 november 1918 de Eerste Wereldoorlog. Wat in augustus 1914 was begonnen als een ‘frische und fröhliche Krieg’, was ontaard in een lange, slepende loopgravenoorlog, een oorlog ook waarin voor het eerst massavernietigingswapens werden gebruikt. ‘Dit nooit meer’, was de voorspelbare reactie. En zowaar werden enige pogingen ondernomen om in de toekomst herhaling te voorkomen. De Amerikaanse president Woodrow Wilson stond aan de wieg van de Volkenbond, die in 1919 werd opgericht. Wrang genoeg werd zijn eigen land, de Verenigde Staten, nooit lid. Een ander succesje was de totstandkoming van het Protocol van Genève in 1925. Hiermee werd het gebruik (maar niet productie en bezit) van biologische en chemische wapens verboden. Nederland was buiten de Eerste Wereldoorlog gebleven. Maar ook hier was er aandacht voor het probleem van oorlog en geweld. Vanaf 1924 zet de vredesbeweging Kerk en Vrede zich in voor ontwapening en geweldloosheid.

Nu, 100 jaar na het einde van de Eerste Wereldoorlog, is er weer even alle aandacht voor de wapenstilstand van toen. In Parijs komen op 11 november op uitnodiging van president Macron veel staatshoofden bijeen. Onder hen de Russische president Poetin en zijn Amerikaanse collega Trump. Er zullen weer veel mooie woorden klinken. Maar intussen zijn veel van deze zelfde wereldleiders druk doende om de wereld van vandaag onveilig te maken. Poetin stuurt zijn geheime dienst de wereld over om hem onwelgevallige personen uit te schakelen en om die activiteiten vervolgens via hacking  te maskeren. Collega Trump heeft het voornemen om het INF-verdrag op te zeggen. Naar verluidt zullen beiden elkaar in Parijs spreken over dit voornemen.

Het INF-verdrag uit 1987 leidde tot de verwijdering van zogeheten middellange afstandsraketten (bereik tussen 500 en 5500 km) uit de Russische en Amerikaanse arsenalen. Het verdrag vormde de bekroning van jarenlang verzet van de bevolking tegen het plaatsen van nieuwe kernwapens in Europa. Het maakte de wereld een beetje veiliger. Achteraf bezien vormde het verdrag wellicht een eerste signaal van het naderende einde van de Koude Oorlog, dat na 1989 (val van de Berlijnse muur) snel zijn beslag kreeg. We hebben echter moeten ervaren dat daarmee oorlog en bewapening niet de wereld uit waren. Vele oorlogen werden en worden sindsdien gevoerd: Joegoslavië, Irak, Afghanistan, Soedan, Congo, Jemen, Syrië, etc. Ook werd de wereld opgeschrikt door tal van terreurdaden, waarvan de aanslag op de Twin Towers in New York nog steeds het meest tot de verbeelding spreekt. Gevolg van dit alles: miljoenen slachtoffers, vluchtelingen, ontwrichte economieën, hongersnood en epidemieën.

Mooie woorden over 1918 en de harde realiteit van 2018. Met alle verschillen zijn er ook parallellen tussen de situatie toen en nu. De isolationistische lijn van de Verenigde Staten, waardoor het Wilson niet lukte zijn eigen land te doen toetreden tot de Volkenbond zien we ook nu. Het Amerika van Trump trekt zich terug uit tal van internationale verdragen: het klimaatverdrag, de nucleaire deal met Iran, een aantal handelsverdragen en nu dan wellicht ook het INF-verdrag. Ook betekent dit isolationisme dat de Verenigde Naties steeds verder verzwakken en dat eenzelfde machteloosheid dreigt als bij de Volkenbond. Een parallel is verder de dreiging van massavernietigingswapens, en in de tegenwoordige tijd dan vooral nucleaire wapens.

Kernwapens

Honderd jaar na de Eerste Wereldoorlog en bijna dertig jaar na de Koude Oorlog is het hoog tijd om opnieuw aandacht te vragen voor kernwapens. Als we de aanval op Hiroshima van 6 augustus 1945 als startpunt nemen, is het nu bijna driekwart eeuw geleden dat het nucleaire tijdperk begon. Dat is een mensenleven of twee generaties. En toch lijken veel politici nog in het prenucleaire tijdperk te leven. Er wordt nog steeds op een prenucleaire wijze gedacht over het oorlogsvraagstuk. Voor veel politici en militairen lijkt het kernwapen nog steeds ‘just another weapon’. Natuurlijk was in die eerste jaren na 1945 eigenlijk nog nauwelijks te voorzien wat de impact van het kernwapen zou zijn. Toch verscheen reeds in datzelfde jaar 1945 een publicatie die duidelijk maakte dat het kernwapen alles behalve ‘just another weapon’ was. De auteur was Bernard Brodie. Zijn bekendste uitspraak is dat het er in het nuclaire tijdperk niet langer om gaat oorlogen te winnen, maar om oorlogen te voorkomen. Dit omdat een nucleaire oorlog alleen maar verliezers zal kennen. Ten tijde van de Koude Oorlog en zeker na de Cubacrisis van 1962 leken de politieke en militaire leiding van de Sovjetunie en van de Verenigde Staten zich eindelijk bewust van de grote risico’s van een kernoorlog. Het leidde tot wapenbeheersingsonderhandelingen en het afsluiten van een aantal verdragen die het risico van een kernoorlog zeker gereduceerd hebben. Maar, laat daar geen misverstand over bestaan: bij beide supermachten en hun bondgenoten hebben de productie en het bezit van kernwapens– anders dan van biologische en chemische wapens - nooit echt ter discussie gestaan.

De aangekondigde opzegging van het INF-verdrag door de Verenigde Staten is het zoveelste signaal dat het kernwapenvraagstuk niet van de agenda is verdwenen, zoals velen na het einde van de Koude Oorlog leken te hopen en geloven. Kernwapens zijn nooit weggeweest. De vijf ‘erkende’ kernwapenstaten (Verenigde Staten, Rusland, Verenigd Koninkrijk, Frankrijk en China) behielden – ondanks de wapenbeheersingsverdragen - een aanzienlijk deel van hun voorraden, en bovendien werden tal van moderniseringen doorgevoerd. En laten we India, Pakistan en Israël niet vergeten. Buiten het non-proliferatieverdrag om bezitten ook deze staten kernwapens. En eigenlijk doet vrijwel niemand daar echt moeilijk over. Dat ligt anders voor Noord-Korea en Iran. Het eerstgenoemde land bezit een aantal kernwapens. Iran waarschijnlijk niet, maar alom leefde de vrees dat het land er wel aan werkte. In 2015 werd een breed gedragen nucleair akkoord gesloten met Iran om inspecties mogelijk te maken. Ook dit akkoord werd door Trump opgezegd.

Naast deze al dan niet ‘erkende’ kernwapenstaten is er een derde groep van landen: de nucleaire paraplulanden. Nederland is een van die paraplulanden. Deze landen bezitten zelf geen kernwapens, maar ze schuilen wel onder de nucleaire paraplu van een kernwapenstaat. In de praktijk is dat eigenlijk alleen de Verenigde Staten. Sommige van deze landen accepteren ter ondersteuning van deze schuilfunctie ook Amerikaanse kernwapens op hun grondgebied. Sinds de jaren vijftig behoort ook Nederland daartoe. Nog altijd zijn er kernwapens opgeslagen op de vliegbasis Volkel. Zoals bekend is dat nooit formeel erkend door de Nederlandse of Amerikaanse regering, maar het is een publiek geheim dat bevestigd is door sommige oud-premiers (Van Agt, Lubbers). Deze paraplustaten nemen een hybride en hypocriete positie in in het kernwapendebat. Dat bleek vorig jaar Voor de kernwapenstaten en hun bondgenoten is (wederzijdse) afschrikking de reden om een verbod van kernwapens en volledige nucleaire ontwapening af te wijzen. Dat bleek in 2017 toen 122 landen van de Verenigde Naties (waaronder Iran!) stemden voor een verdrag om kernwapens te verbieden. Er was één tegenstem: Nederland. Maar onze regering had in elk geval nog wel aan de besprekingen deelgenomen. Alle kernwapenstaten (al dan niet ‘erkend’), maar ook alle overige NAVO-landen en een aantal andere bondgenoten van de VS (Australië, Japan, Zuid-Korea) hebben zelfs die moeite niet genomen. Al deze landen rechtvaardigen hun opstelling met de stelling dat de eigen of bondgenootschappelijke kernwapens essentieel zijn voor de eigen veiligheid. Dat is dezelfde argumentatie die Kim Jong-un hanteert. Zonder daarmee enig begrip te hebben voor zijn handelwijze en denkwijze moet worden vastgesteld dat de overwegingen van Noord-Korea in feite niet verschillen van die van alle andere staten die kernwapens bezitten of op hun grondgebied toelaten. Dat maakt alle verontwaardigde reacties in feite hypocriet.

INF-verdrag

Trump noemt als belangrijke reden voor de opzegging van het INF-verdrag de schending van dat verdrag door de ontwikkeling van een nieuwe Russische raket voor de middellange afstand. Nu is er natuurlijk geen enkele reden om naïef te zijn over het handelen van Poetin. Ongetwijfeld is Rusland bezig de grenzen van het verdrag op te zoeken en die wellicht te overschrijden. Andersom verwijten de Russen dat de VS in Oost-Europa anti-raketinstallaties hebben geplaatst die ook gebruikt kunnen worden om bijvoorbeeld kruisraketten af te vuren. Hoe dit alles ook zij, het mag geen reden zijn het verdrag op te zeggen. In deze gespannen situatie is het juist des te belangrijker dat het verdrag in stand blijft omdat het beide partijen in elk geval dwingt om hun handelen te rechtvaardigen.

Wat zou de opstelling van Nederland moeten zijn in deze discussie? De status van nucleair parapluland zorgt er ook hiervoor dat de politieke reactie vanuit Nederland tot nu toe op zijn zachtst gezegd halfslachtig is. En dat is eigenlijk precies dezelfde positie als ten tijde van het kruisrakettendebat in de jaren tachtig. Een ruime meerderheid van de bevolking was toen tegen deze plaatsing en ook in het parlement was grote verdeeldheid. Het gevolg was dat de toenmalige kabinetten (Van Agt en vervolgens Lubbers) een politiek van vooruitschuiven voerden. Maar uiteindelijk werd in 1985 toch besloten tot plaatsing van de kruisraketten. Dankzij het INF-verdrag van 1987 is het nooit tot plaatsing gekomen. Meer nog dan tijdens de Koude Oorlog ontbreekt elk argument om (opnieuw) tot plaatsing van middellange afstandswapens over te gaan. Hierbij enkele overwegingen:

  • Alom wordt erkend dat ondanks alle spierballentaal en dreigementen van Poetin c.s. de militaire kracht van Rusland beperkt is in vergelijking met die van de Verenigde Staten en de NAVO. De dreiging van een militaire aanval op bijvoorbeeld de Baltische staten is niet realistisch te noemen. En voor de West-Europese landen is zo’n dreiging nog onwaarschijnlijker. De veranderde geopolitieke situatie heeft immers ook militair-strategische consequenties gehad. Het is niet langer een smalle West-Europese landstrook die hoeft te worden verdedigd. Daarmee vallen mogelijke argumenten die in de jaren tachtig nog werden opgevoerd in het kruisrakettendebat weg.

  • Anders dan tijdens de Koude Oorlog staat Rusland alleen. Er is geen Warschaupact meer. Integendeel, een groot deel van de vroegere landen van dat Pact maakt nu deel uit van de NAVO. Niet ten onrechte wordt dit door Rusland beschouwd als een schending van de afspraken die zijn gemaakt aan het eind van de Koude Oorlog. Veel van het gedrag van Poetin kan uit dit ongenoegen verklaard worden, zij het dat zijn optreden daarmee nog niet gerechtvaardigd wordt.

  • Het conflict tijdens de Koude Oorlog werd in belangrijke mate gekenmerkt door de ideologische verschillen tussen het communistische Oostblok en de kapitalistische staten in het Westen. Zo’n ideologisch conflict speelt nu in het geheel niet meer.  Rusland is een ongeremd kapitalistische staat geworden met een formeel democratische, maar in de praktijk autocratische regering. Maar daarin verschilt het land nauwelijks van meerdere NAVO-landen: Hongarije, Polen, Turkije.

Naast al deze meer militair-politieke overwegingen is en blijft het belangrijkste argument de morele onaanvaardbaarheid van kernwapens. Dat is nu niet anders dan in de jaren tachtig. De gegevenheid dat er de facto ‘erkende’, niet ‘erkende’ kernwapenstaten bestaan en daarnaast nog een aantal nucleaire paraplustaten, verandert daar niets aan. De wereld kan en mag niet accepteren dat er wapens zijn die deze aarde kunnen vernietigen. Deze morele onaanvaardbaarheid van kernwapens wordt in steeds bredere kring onderschreven. Het politieke en morele appèl dat uitgaat van het door 122 VN-lidstaten geaccepteerde kernwapenverbod is daarvan het meest aansprekende voorbeeld. Zij  worden gesteund door tal van niet-gouvernementele organisaties, zoals de International Campaign to abolish Nuclear Weapons (ICAN) die in 2017 de Nobelprijs voor de Vrede kreeg. Ook tal van kerken ondersteunen deze strijd. Zo is volgens de permanente waarnemer van de H. Stoel bij de Verenigde Naties een wereldwijd verbod van kernwapens een van de belangrijkste uitdagingen van deze tijd. Hij zei dit naar aanleiding van de aangekondigde opzegging van het INF-verdrag door de VS. Het zou inderdaad een affront zijn als een van de kleine stappen die in de richting van een wereld zonder kernwapens zijn gezet, namelijk het INF-verdrag, zou worden opgezegd.

Nederland, kernwapens en het INF-verdrag

Tot nu toe heeft de Nederlandse regering in publieke verklaringen gesteld dat zij er groot belang aan hecht dat het INF-verdrag gehandhaafd blijft. Daarbij wordt er wel op gewezen dat de Russen het verdrag ‘tarten’(minister Blok). Maar wat als de Amerikanen inderdaad het verdrag gaan opzeggen. Blijft Nederland dan zo standvastig, of wordt vanuit bondgenootschappelijke overwegingen dan eveneens afstand genomen van het INF-verdrag en wellicht zelfs geopteerd voor het plaatsen van INF-wapens in Nederland? Tekenend is dat minister Bijleveld van Defensie in een radio-interview hierover geen uitspraak wilde doen. Het is evenwel zaak dat de regering anticipeert en dat zij nu alvast een heldere keuze maakt. En die keuze kan en mag niet anders zijn dan dat Nederland het INF-verdrag blijft respecteren. Dat houdt in dat de regering blijft afzien van het plaatsen van middellange afstandswapens op Nederlands grondgebied.

Trump en Poetin gaan elkaar dus waarschijnlijk ontmoeten op 11 november. Het is een illusie om veel van dat overleg te verwachten. Maar moet de wereld zich afhankelijk maken van deze twee regeringsleiders, of van de regeringsleiders van de andere kernwapenstaten, van de NAVO of van de paraplustaten. Dat gebeurde niet in de jaren tachtig en dat zal ook nu niet gebeuren. Het verzet tegen kernbewapening wordt wereldwijd gedragen. Na de Koude Oorlog lijkt de vredesbeweging wat in slaap gesust. Maar ze zal wakker worden en opstaan, zoals dat ook in de jaren tachtig het geval was. En daarbij zal blijken dat – behalve kerken, niet-gouvernementele organisaties en niet te vergeten de 122 staten van het kernwapenverbod - ook een nieuwe generatie niet zal accepteren dat kernwapens het voortbestaan van de mensheid en van de aarde in gevaar brengen.

Vanuit haar traditie van bijna een eeuw inzet voor ontwapening, vrede en geweldloosheid zal Kerk en Vrede mede voorop gaan in deze strijd. Het is nu nog net zo hard nodig als in de jaren na de Eerste Wereldoorlog. En net als in de jaren tachtig zal het vizier daarbij in de eerste plaats gericht zijn op de Nederlandse regering. De motto’s zijn er al:

  • Weg met de kernwapenparaplu

  • Geen nieuwe (middellange afstand) kernwapentaken

  • Verwijdering van de kernwapens uit Volkel

(Het bestuur van Kerk en Vrede dankt Koos van der Bruggen voor zijn medewerking)